Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Instantie:
Vindplaats:

Inhoudsindicatie:

Vraag is of pensioen- en vutpremie niet buiten maatmaninkomen hadden mogen blijven nu deze procedure over een herbeoordeling in 2007 gaat.

Uitspraak



RECHTBANK AMSTERDAM

Sector bestuursrecht

zaaknummer: AWB 09/242 WAO

tussenuitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser],

wonende te [woonplaats] (Spanje),

eiser,

gemachtigde: mr. C.A.J. de Roy van Zuydewijn,

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen,

gemachtigde: A.P. Prinsen.

verweerder.

1. Procesverloop

Bij tussenuitspraak van 9 november 2010 heeft de rechtbank het vooronderzoek heropend.

De bezwaarverzekeringsarts heeft op 22 december 2010 een medische rapportage uitgebracht. Eiser heeft hierop bij brief van 26 januari 2011 gereageerd. De bezwaarverzekeringsarts heeft ten slotte nog een reactie gegeven op 7 februari 2011.

Nadat partijen toestemming hebben gegeven om uitspraak te doen zonder nadere zitting en ook toestemming hebben gegeven dat een andere rechter de zaak verder zou behandelen, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten.

2. Overwegingen

Feiten en omstandigheden

Voor een overzicht van de feiten en omstandigheden verwijst de rechtbank naar de tussenuitspraak van 9 november 2010, die aan deze uitspraak is gehecht en hiervan deel uitmaakt.

Het medische deel van de bestreden beslissing

Eiser heeft in beroep het volgende gesteld. Zijn klachten aan rug, nek en schouders zijn onderschat. Hij kan niet langdurig staan of langdurig zitten. De klachten aan zijn handen zijn niet meegewogen. Hij heeft last van duizelingen en oorsuizen; soms wordt hij gek van het gezoem in zijn oor. Er is geen dan wel onvoldoende aandacht geschonken aan zijn psychische conditie. De gevolgen van de hypercholesterolemie zijn niet besproken.

Bezwaarverzekeringsarts Koek heeft na de tussenuitspraak van de rechtbank een volledige medische herbeoordeling in bezwaar verricht. In haar rapportage van 22 december 2010 is zij inhoudelijk, uitgebreid en gemotiveerd ingegaan op alle door eiser aangevoerde medische gronden.

Daarna heeft eiser bij brief van 26 januari 2011 gesteld dat geen beoordeling is gegeven ten aanzien van het totaal aan de zich bij eiser in de loop der tijd opgestapelde beperkingen. Voorts heeft eiser een visus van 0,6 die een voortdurende appel op het gebruik van de ogen doet, zoals in de functies chauffeur bijzonder vervoer, routechauffeur en parkeercontroleur. In die functies moet bovendien gewerkt worden in het stadslawaai, zodat eisers oorsuizen een extra probleem is. Ten slotte wordt de functie parkeercontroleur de hele dag buiten uitgevoerd, wat belastend is voor de longen.

Bezwaarverzekeringsarts Koek heeft in haar rapportage van 7 februari 2011 gemotiveerd gereageerd op deze nadere beroepsgronden.

De rechtbank acht de medische herbeoordeling in bezwaar volledig en zorgvuldig. De bezwaarverzekeringsarts heeft gemotiveerd gereageerd op alle beroepsgronden van eiser. Eiser zelf heeft geen nadere informatie ingebracht die de rechtbank aanleiding heeft gegeven tot twijfel aan het oordeel van de bezwaarverzekeringsarts. De beroepsgronden tegen het medische deel van het bestreden besluit slagen dus niet.

Het arbeidsdeskundige deel van de bestreden beslissing

a) De passendheid van de geselecteerde functies

Eiser heeft in beroep voorts aangevoerd dat hij niet in staat is de geselecteerde functies te vervullen. Hij heeft per functie aangegeven op welke aspecten de betreffende functie te belastend voor hem is.

Bezwaararbeidsdeskundige Hulst heeft op 11 juli 2009 hierop gereageerd. Hij heeft per functie dat wat door eiser is aangevoerd gemotiveerd besproken en is tot de conclusie gekomen dat er geen aanleiding is om af te wijken van de conclusie van de primaire arbeidsdeskundige.

De rechtbank acht de weerlegging door de bezwaararbeidsdeskundige van eisers arbeidskundige beroepsgronden voldoende gemotiveerd. Voorts is niet gebleken dat het arbeidskundig onderzoek op het punt van de passendheid van de functies onvolledig of onzorgvuldig zou zijn. Dit betekent dat eisers beroepsgrond tegen de passendheid van de geselecteerde functies niet slaagt.

b) Het maatmaninkomen

Eiser heeft in zijn beroepschrift gesteld dat is uitgegaan van een onjuist maatmaninkomen. Al in 1998 heeft bezwaararbeidsdeskundige Huisman in bezwaar vastgesteld dat het maatmaninkomen in oktober 1988 f. 3.965,75 per maand bedroeg en per oktober 1997

f. 5.025. Eiser heeft hier bij brief van 1 september 2010 het volgende aan toegevoegd. De rechtbank heeft in een andere procedure bij uitspraak van 23 april 2009 verweerder opgedragen een nader onderzoek te doen naar de vraag of het werkgeversaandeel in de pensioen- en vutpremies meer was dan in de bedrijfstak gebruikelijk was. De arbeidsdeskundige heeft vervolgens in die procedure een rapportage opgesteld en heeft het eerder vastgestelde maatmaninkomen gehandhaafd, met buitensluiting van de bedoelde emolumenten. Dit ten onrechte, aldus eiser. De arbeidsdeskundige concludeert immers:

De conclusie is dat in 1988 sprake was van een bijzonder gunstige regeling waarbij werkgever en werknemer tezamen een lage contributie verschuldigd waren aan het Pensioenfonds. Omdat het Pensioenfonds zelf verantwoordelijk was voor de premie, gold voor de werknemer geen afdracht over het contributiedeel. Zonder inhoudelijk de verhoudingen te kennen over de Pensioenfondsen van de bedrijfstakken Groot en/of Klein Metaal, kan worden vastgesteld dat de bedrijfstak Hoogovens een zeer gunstige regeling kende in 1988 en minder contributie betaalde dan de reguliere pensioenpremies die gewoon waren bij andere bedrijfstakken. Dit was ook een bekend feit bij werving en selectie.

Het criterium is of de werknemer een voordeel heeft, ten opzichte van wat gebruikelijk is. Is dat voordeel er dan geldt volgens de jurisprudentie dat dit voordeel wordt verdisconteerd in het maatmaninkomen. Gelet op het resultaat van het onderzoek in die andere procedure doet een dergelijke situatie zich in het geval van eiser voor. En als het werkgeversaandeel niet reeds in 1988 betrokken had moeten worden in het maatmaninkomen, dan had dat in ieder geval gemoeten bij alle beoordelingen vanaf 15 augustus 1999. Eiser verwijst voor dit laatste naar de rapportage van bezwaararbeidsdeskundige Hulst van 10 april 2008 die opmerkt:

“Was het maatmanloon al vastgesteld vóór invoering van voornoemd beleid en was het werkgeversaandeel van diverse loonaspecten nog niet opgenomen, dan moesten deze elementen bij vanaf 15 augustus 1999 uitgevoerde herbeoordelingen alsnog bij het maatmanloon worden opgeteld.”

Eiser stelt dat deze procedure gaat over een herbeoordeling 2007, zodat zonder meer geldt dat de pensioen- en vutpremie niet buiten het maatmaninkomen hadden mogen blijven.

De rechtbank stelt vast dat verweerder niet op deze beroepsgronden van eiser heeft gereageerd.

De rechtbank acht daarom zich niet in staat om in dit stadium van de procedure het geschil tussen partijen definitief te beslechten.

Gelet hierop zal de rechtbank, mede gezien het belang bij een spoedige beëindiging van het geschil, verweerder met toepassing van artikel 8:51a, eerste lid van de Awb in de gelegenheid stellen om het in de voorgaande rechtsoverwegingen aangeduide gebrek te herstellen.

De rechtbank verzoekt verweerder om aan de rechtbank over te leggen de door eiser genoemde arbeidskundige rapportage die is opgemaakt naar aanleiding van de uitspraak van deze rechtbank van 23 april 2009 en daarbij aan te geven hoe deze procedure uiteindelijk beëindigd is. De rechtbank verzoekt verweerder ten slotte om volledigheidshalve kopieën van de uitspraken van de rechtbank (uitgesproken in andere procedures tussen partijen) van 23 april 2009 en 9 november 2010 in het geding te brengen.

3. Beslissing

De rechtbank:

- heropent het vooronderzoek op grond van artikel 8:68 van de Awb ;

- draagt verweerder op om binnen 2 maanden na verzending van deze tussenuitspraak (al dan niet in besluitvorm) het gebrek te herstellen met inachtneming van hetgeen de rechtbank heeft overwogen;

- houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C.J. Polak, rechter, in tegenwoordigheid van mr. M.C.W. van der Voort, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 5 juli 2011.

De griffier, De rechter,

Rechtsmiddel

Tegen deze tussenuitspraak kan alleen hoger beroep worden ingesteld tegelijk met het hoger beroep tegen de nog te wijzen einduitspraak (artikel 18, derde lid van de Beroepswet).

Afschrift verzonden op:

DOC: B


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature