< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:

Inhoudsindicatie:

Het hof veroordeelt de verdachte wegens bedreiging en verduistering tot jeugddetentie voor de duur van 99 dagen, waarvan 60 dagen voorwaardelijk.

De verdachte heeft het slachtoffer met een mes bedreigd voor zijn school. Toen het slachtoffer in paniek wegrende, verloor hij zijn telefoon, welke de verdachte zich vervolgens heeft toegeëigend.

Uitspraak



Rolnummer: 22-006023-10

Parketnummers: 09-920166-10 en 09-752044-09 (TUL)

Datum uitspraak: 12 april 2011

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te 's-Gravenhage

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank 's-Gravenhage van 4 november 2010 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedag] 1994 te [geboorteplaats],

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 29 maart 2011.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1 en 2 tenlastegelegde veroordeeld tot een jeugddetentie voor de duur van 99 dagen, met aftrek van voorarrest, waarvan 60 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Voorts is in eerste aanleg beslist dat de verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs ter inzage aanbiedt als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht . Als bijzondere voorwaarde is opgelegd dat de verdachte zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften hem te geven door of namens Stichting Bureau Jeugdzorg, afdeling jeugdreclassering, zolang die instelling zulks nodig acht. Tot slot, is in eerste aanleg beslist omtrent het bevel tot voorlopige hechtenis en de vordering tot tenuitvoerlegging zoals nader omschreven in het vonnis waarvan beroep.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1. hij op of omstreeks 31 maart 2010 te 's-Gravenhage [aangever 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend,

- die [aangever 1] de woorden toegevoegd "Haal je handen uit je zak, anders steek ik je", althans woorden van gelijke dreigende aard en strekking en/of

- met een mes, althans een soortgelijk scherp/puntig voorwerp gewezen en/of gezwaaid naar die [aangever 1] en/of één of meer stekende beweging(en) in de richting van het lichaam van die [aangever 1] gemaakt;

2. hij op of omstreeks 31 maart 2010 te 's-Gravenhage opzettelijk een mobiele telefoon, merk [merk X] (Touchscreen), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk(e) goed(eren) verdachte anders dan door misdrijf onder zich had namelijk als vinder, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1. hij op 31 maart 2010 te 's-Gravenhage [aangever 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend,

- die [aangever 1] de woorden toegevoegd "Haal je handen uit je zak, anders steek ik je" en

- met een mes gezwaaid naar die [aangever 1] en stekende bewegingen in de richting van het lichaam van die [aangever 1] gemaakt;

2. hij op 31 maart 2010 te 's-Gravenhage opzettelijk een mobiele telefoon, merk [merk X] (Touchscreen) toebehorende aan [aangever 2], welk goed verdachte anders dan door misdrijf onder zich had namelijk als vinder, wederrechtelijk zich heeft toege-eigend.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van het onder 1 bewezenverklaarde:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans zware mishandeling.

Ten aanzien van het onder 2 bewezenverklaarde:

verduistering.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd, met toepassing van artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht.

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft het slachtoffer op de bewezen verklaarde wijze met een mes bedreigd voor zijn school. Door zijn handelwijze heeft de verdachte niet alleen gevoelens van angst en onveiligheid bij het slachtoffer teweeggebracht, maar ook bij de (minderjarige) omstanders die getuige waren van het incident. Toen het slachtoffer in paniek wegrende, verloor hij zijn telefoon, welke de verdachte zich vervolgens heeft toegeëigend. Hierdoor heeft de verdachte tevens overlast en ergernis veroorzaakt bij het slachtoffer.

De verdachte is, blijkens een hem betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 10 maart 2011, reeds eerder onherroepelijk veroordeeld voor het plegen van soortgelijke en andersoortige strafbare feiten. Dat heeft hem er kennelijk niet van weerhouden de onderhavige feiten te plegen.

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft het hof acht geslagen op de navolgende rapportages:

- een rapport van de Raad voor de Kinderbescherming d.d. 24 februari 2011;

- een rapport van Bureau Jeugdzorg Haaglanden d.d. 19 oktober 2010;

- een rapport van de Raad voor de Kinderbescherming d.d. 23 september 2010;

- een rapport van de Raad voor de Kinderbescherming d.d. 18 juni 2010;

- een rapport van de Raad voor de Kinderbescherming d.d. 6 april 2010;

- een rapport van Bureau Jeugdzorg Haaglanden d.d.

9 april 2010 en

- een Pro Justitia rapport d.d. 30 augustus 2010.

Uit recente rapportage van de Raad voor de Kinderbescherming blijkt dat de verdachte sinds jonge leeftijd geregeld met de politie in aanraking komt. Voorts blijkt dat er verschillende hulpverleningsvormen zijn ingezet, zoals begeleiding door Jeugdreclassering, begeleiding in de vorm van ITB Harde Kern en een dagbehandeling bij het Palmhuis. De verdachte heeft voornoemde behandelingen allen met positief resultaat afgesloten. Desondanks is hij wederom gerecidiveerd. De ingezette hulpverlening lijkt derhalve onvoldoende te beklijven. Daarnaast is de verdachte leerplichtig doch volgt hij geen onderwijs. Er lijkt ook anderszins geen sprake te zijn van een zinvolle dagbesteding, die vanuit een oogpunt van voorkoming van recidive aangewezen wordt geacht. De Raad adviseert - gelet op het voorgaande - tot oplegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf als stok achter de deur en voorts tot begeleiding door Bureau Jeugdzorg Haaglanden.

Voorts weegt het hof mee dat uit het verhandelde ter terechtzitting is gebleken dat de verdachte van plan is vanaf september 2011 te beginnen met de opleiding metaal bewerken op het [School X] en dat de verdachte sinds december 2010 werkt als pizzabakker in een Pizzeria. Hetgeen een positieve ontwikkeling is.

Het hof is - alles overwegende - van oordeel dat een deels voorwaardelijke jeugddetentie van navermelde duur een passende en geboden reactie vormt.

Vordering tot tenuitvoerlegging

Bij vonnis van de meervoudige kamer te 's-Gravenhage van 29 oktober 2009 onder parketnummer 09-752044-09 is de verdachte - voor zover van belang - veroordeeld tot een jeugddetentie voor de duur van 70 dagen met een proeftijd van 2 jaren, met bevel dat die jeugddetentie niet ten uitvoer zal worden gelegd onder de algemene voorwaarde dat de verdachte zich vóór het einde van de proeftijd van 2 jaren niet schuldig maakt aan een strafbaar feit en de bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich zal gedragen naar de voorschriften hem te geven door of namens de Stichting Bureau Jeugdzorg, afdeling jeugdreclassering, zolang die instelling zulks nodig acht.

De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gepersisteerd bij de in eerste aanleg ingediende vordering van het openbaar ministerie tot tenuitvoerlegging van die niet-tenuitvoergelegde straf, op grond dat de verdachte de hiervoor bedoelde algemene voorwaarde niet heeft nageleefd.

In hoger beroep is komen vast te staan dat de verdachte de genoemde algemene voorwaarde niet heeft nageleefd. De verdachte heeft immers de in de onderhavige strafzaak bewezenverklaarde feiten begaan terwijl de hiervoor bedoelde proeftijd nog niet was verstreken.

De vordering van het openbaar ministerie tot tenuitvoerlegging van die niet-tenuitvoergelegde straf is derhalve gegrond.

In plaats daarvan zal het hof evenwel - gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken - een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 140 uren gelasten.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 63, 77 a, 77g, 77h, 77i, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77dd, 77ee, 77gg, 285 en 321 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde, zoals hierboven omschreven, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen ter zake meer of anders is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezenverklaarde de hierboven vermelde strafbare feiten oplevert.

Verklaart de verdachte strafbaar ter zake van het bewezenverklaarde.

Veroordeelt de verdachte tot jeugddetentie voor de duur van 99 (negenennegentig) dagen.

Bepaalt, dat een gedeelte van de jeugddetentie, groot 60 (zestig) dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de verdachte zich vóór het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, dan wel de navolgende bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich in de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen die zullen worden gegeven door of namens Stichtinhg Bureau Jeugdzorg Haaglanden, afdeling jeugdreclassering, zolang deze instelling dit nodig oordeelt.

Draagt aan deze instelling op aan de verdachte hulp en steun te verlenen bij de naleving van de bijzondere voorwaarde.

Bepaalt, dat de tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijke gedeelte van de opgelegde vrijheidsstraf geheel in mindering zal worden

gebracht.

Wijst de vordering van het openbaar ministerie tot tenuitvoerlegging toe, in die zin dat in plaats van de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de meervoudige kamer te 's-Gravenhage van 29 oktober 2009 onder parketnummer 09-752044-09, te weten jeugddetentie voor de duur van 70 dagen met een proeftijd van 2 jaren, de tenuitvoerlegging wordt gelast van een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 140 (honderdveertig) uren,

te vervangen door jeugddetentie voor de duur van 70 (zeventig) dagen voor het geval die werkstraf niet naar behoren wordt verricht.

Dit arrest is gewezen door mr. R.C.A. Duindam, mr. T.W.H.E. Schmitz en mr. J.A.C. Bartels, in bijzijn van de griffier mr. S.S. Mangal.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 12 april 2011.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature