< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Eiser heeft de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninktrijksrelaties verzocht om openbaarmaking van het definitieve rapport van Ernst & Young over de Stichting CAOP. Ter zitting heeft de rechtbank vastgesteld dat tussen partijen niet langer in geschil is dat het concept-rapport ongecensureerd aan eiser is verstrekt. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat dit abusievelijk is gebeurd. De rechtbank overweegt onder verwijzing naar vaste jurisprudentie van de ABRvS (zie bijvoorbeeld de uitspraak van 31 augustus 2005, LJN: AU1783) dat toezending per vergissing geen openbaarmaking in de zin van de Wob, zijnde openbaarmaking aan een ieder, is. Daar komt nog bij dat het concept-rapport een ander document betreft dan het definitieve rapport waar deze procedure over gaat. Het enkele feit dat het concept-rapport zonder weglakkingen aan eiser is verstrekt, is geen reden om te oordelen dat het definitieve rapport dan ook moet worden verstrekt. Het beroep wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak



RECHTBANK UTRECHT

Sector bestuursrecht

zaaknummer: SBR 08/2164

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], te [woonplaats], eiser,

gemachtigde: A.J. van Zanten Msc, te Veenendaal,

en

de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, verweerder,

gemachtigde: mr. P.C. Krekel.

Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: de Stichting Centrum voor Arbeidsverhoudingen Overheidspersoneel (CAOP),

gemachtigden: mr. M.C. de Smidt en drs. H. Slijkhuis.

Inleiding

1.1 Bij besluit van 6 december 2005 heeft verweerder een verzoek van eiser op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) afgewezen. Eiser heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Bij besluit van 10 mei 2006 heeft verweerder het bezwaar ongegrond verklaard. Eiser heeft hiertegen beroep bij deze rechtbank ingesteld.

1.2 Bij uitspraak van 5 juni 2007 (SBR 06/2474) heeft deze rechtbank het beroep ongegrond verklaard. Het tegen deze uitspraak ingestelde hoger beroep heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) bij uitspraak van 29 april 2008 gegrond verklaard. De ABRvS heeft de uitspraak van deze rechtbank vernietigd, het bij de rechtbank ingestelde beroep gegrond verklaard en het besluit van verweerder van 10 mei 2006 vernietigd.

1.3 Bij besluit van 17 juli 2008 heeft verweerder eisers verzoek alsnog ingewilligd onder weglating van passages die moeten worden aangemerkt als bedrijfs- en fabricagegegevens en persoonsgegevens. Eiser heeft hiertegen beroep bij deze rechtbank ingesteld.

1.4 Het beroep is, gevoegd met de zaken SBR 08/1944 en SBR 09/465, behandeld ter zitting van 21 maart 2011, waar eiser is verschenen. Eiser, verweerder en derde-partij hebben ter zitting bij monde van hun gemachtigden hun standpunten toegelicht.

Overwegingen

2.1 Bij e-mailbericht van 21 oktober 2005 heeft eiser verzocht om openbaarmaking van

1. het rapport van Ernst & Young over het CAOP;

2. de subsidieovereenkomst van 15 juni 2005 ten behoeve van het CAOP;

3. de brief van de minister van 7 juli 2005, waarin nadere afspraken zijn vastgelegd in aanvulling op de subsidieovereenkomst van 15 juni 2005.

2.2 Omdat op 16 januari 2006 de Subsidieregeling Stichting CAOP is gepubliceerd en twee laatstgenoemde documenten waarom eiser had verzocht openbaar zijn gemaakt, heeft de ABRvS in haar uitspraak van 29 april 2008 vastgesteld dat het geschil nog ziet op het verzoek om openbaarmaking van het rapport hiervoor genoemd onder 1.

2.3 Eiser heeft verzocht om openbaarmaking van het definitieve rapport van Ernst & Young “Kosten versus opbrengsten. Onderzoek naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van de subsidiëring door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aan de Stichting CAOP” van 3 december 2004.

2.4 De ABRvS heeft in haar uitspraak van 29 april 2008 geoordeeld dat het rapport voor openbaarmaking vatbaar is, zij het dat verstrekking van die gegevens die aangemerkt kunnen worden als bedrijfs- en fabricagegegevens, als bedoeld in artikel 10, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wob achterwege dient te blijven.

2.5 Bij besluit van 17 juli 2008 heeft verweerder, zoals gezegd, het rapport aan eiser verstrekt onder weglating van passages die moeten worden aangemerkt als bedrijfs- en fabricagegegevens. Verder heeft verweerder overwogen dat het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer zich verzet tegen openbaarmaking van namen.

2.6 Eiser heeft aangevoerd dat verweerder ten onrechte passages heeft weggelakt in het definitieve rapport. Nu verweerder het concept van dit rapport van 20 september 2004 bij brief van 22 september 2008 aan eiser openbaar heeft gemaakt, ziet eiser geen grond voor het verwijderen van passages uit het definitieve rapport.

2.7 De rechtbank ziet, gelet op de omvang van het geding zoals die wordt bepaald door het onderwerp van het bestreden besluit enerzijds en de beroepsgronden anderzijds, geen aanleiding in te gaan op de verhouding tussen de uitspraak van de ABRvS van 29 april 2008 en het bestreden besluit.

2.8 Ter zitting heeft de rechtbank vastgesteld dat tussen partijen niet langer in geschil is dat het concept-rapport inderdaad ongecensureerd aan eiser is verstrekt. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat dit abusievelijk is gebeurd. De rechtbank overweegt onder verwijzing naar vaste jurisprudentie van de ABRvS (zie bijvoorbeeld de uitspraak van 31 augustus 2005, LJN: AU1783) dat toezending per vergissing geen openbaarmaking in de zin van de Wob, zijnde openbaarmaking aan een ieder, is. Daar komt nog bij dat het concept-rapport een ander document betreft dan het definitieve rapport waar deze procedure over gaat. Het enkele feit dat het concept-rapport zonder weglakkingen aan eiser is verstrekt, is geen reden om te oordelen dat het definitieve rapport dan ook moet worden verstrekt. De beroepsgrond slaagt niet.

2.9 Het beroep is ongegrond.

2.10 Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. D.A. Verburg, als rechter, en in het openbaar uitgesproken op 1 juli 2011.

De griffier: De rechter:

mr. M.L. Bressers mr. D.A. Verburg


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde jurisprudentie

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature