< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:

Inhoudsindicatie:

Verdachte is veroordeeld voor diefstallen uit woningen, diefstallen uit auto's, het wegnemen van auto's, opzetheling en ad informandum feiten tot een gevangenisstraf voor de duur van 22 maanden waarvan 9 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar met reclasseringstoezicht. De vordering tot tenuitvoerlegging is toegewezen. Benadeelde partij is niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak



RECHTBANK MIDDELBURG

Sector strafrecht

parketnummer: 12/700003-11 + 11/500119-09 (tul) (P)

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 28 juli 2011

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren op [1988] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

thans gedetineerd in P.I. Zuid West HvB De Torentijd te Middelburg,

ter terechtzitting verschenen,

raadsman mr. Dill, advocaat te Hendrik-Ido-Ambacht,

ter terechtzitting verschenen.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 14 juli 2011 waarbij de officier van justitie mr. Suijkerbuijk en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

Ter zitting is ook de vordering tot tenuitvoerlegging behandeld met bovenvermeld parketnummer.

2 De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen vermeld staat in de inleidende dagvaarding, zoals ter terechtzitting van 14 juli 2011 op vordering van de officier van justitie gewijzigd. De tekst van de gewijzigde tenlastelegging luidt als volgt.

Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 19 december 2010 tussen 01.30 uur en 04.00 uur, in elk

geval gedurende voor de nachtrust bestemde tijd, te Koudekerke, gemeente

Veere, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met

het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen aan

het [adres] heeft weggenomen

- twee, in elk geval één GSM('s) (merk(en) Sony Ericsson en/of Samsung) en/of

een fotocamera (merk Panasonic) en/of een (portable) computer ( merk Acer)

en/of drie, in elk geval één of meer portemonee ('s) (inhoudende één of meer

rijbewij(s)(zen) en/of één of meer bankpas(sen) geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer 1],in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte en/of zijn mededader(s), en/of

- een ( ABN-AMRO ) bankpas en/of een rijbewijs, geheel of ten dele toebehorende

aan [slachtoffer 2],in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte

en/of zijn mededader(s), en/of

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder

zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of

inklimming;

(aangifte-p.v. blz. 554 t/m 561)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 12 december 2010 te Oost-Souburg, gemeente Vlissingen,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

- in/uit een woning, gelegen aan het [adres], heeft weggenomen een paspoort

en/of een rijbewijs, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3],in

elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s), en/of een ID-kaart en/of een rijbewijs, geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s), en/of autosleutel(s), geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4], in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

- een (nabij voornoemde woning) geparkeerde personenauto ( Nissan Micra) heeft

weggenomen, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder

zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking,

inklimming en/of een valse sleutel;

(aangifte-p.v. blz. 596 t/m 603)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op of omstreeks 15 december 2010 tussen 01.00 uur en 06.15 uur, in elk

geval gedurende voor de nachtrust bestemde tijd, te Vlissingen tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening

- in/uit een woning, gelegen aan de [adres], heeft weggenomen

een televisie (flatscreen, merk LG) en/of een paspoort en/of een horloge

en/of een fles wiskey en/of manchetknopen en/of een GSM (merk Nokia) en/of

een notebook (merk Medion) en/of voetbalschoenen en/of een trainingspak

en/of een aantal sleutels, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6], in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en/of

- een (nabij voornoemde woning) geparkeerd staande personenauto (merk Nissan)

heeft weggenomen, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5] en/of

[slachtoffer 6], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of

zijn mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder

zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking,

inklimming en/of valse sleutel;

(aangifte-p.v. blz. 609 t/m 620)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

4.

hij in of omstreeks de periode van 12 januari 2011 tot en met 13 januari 2011

te Vlissingen tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit

- kamer 5 een notebook (merk Dell Lattitude) en/of een computer tas en/of

acht, in elk geval één of meer computer spel(en) en/of twwe, in elk geval

één fles(sen) sterke drank en/of een tv (merk Philips), geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer 7], in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s), en/of

- kamer 6 een notebook (merk Asus) en/of twee, in elk geval één GSM (merk(en)

Htc Touch Pro en/of Nokia) en/of een portemonnee en/of een spel computer

(merk Sony playstation 2) en/of een ( RABObank ) pas, geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer 8], in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder

zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of

inklimming;

(kamer 5: aangifte-p.v. blz. 636 t/m 643))

(kamer 6: aangifte-p.v. blz. 629 t/m 635)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

en voor zover terzake het primair onder 4 ten laste gelegde een veroordeling niet mocht

kunnen volgen, terzake dat

hij in of omstreeks de periode van 12 januari 2011 tot en met 13 januari 2011, gemeente Vlissingen, een tv merk Philips en/of een notebook Asus en/of een notebook Dell heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of voorhanden krijgen van die/dat goed(eren) wist dat het (een) door diefstal, in elk geval door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

art. 416 Wetboek van Strafrecht

5.

hij in of omstreeks de periode van 17 december 2010 tot en met 18 december

2010 te Koudekerke, in de gemeente Veere, tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening op of vanaf een woning, gelegen aan de [adres], heeft

weggenomen, een aantal sleutels, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 9], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s);

(aangifte-p.v. blz. 661 t/m 665)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

3 De voorvragen

3.1 De geldigheid van de dagvaarding

De raadsman van verdachte betoogt dat het ten laste gelegde onder 4 onvoldoende feitelijk bepaald is en daarmee de dagvaarding nietig dient te worden verklaard op dit punt.

De officier van justitie is van mening dat nu verdachte kennelijk weet waartegen hij zich moet verweren de dagvaarding voldoende feitelijk omschreven en daarmee geldig is op dit punt.

De rechtbank is van oordeel dat de dagvaarding ten aanzien van het ten laste gelegde onder 4 voldoende feitelijk omschreven is en ook overigens aan de eisen van artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering voldoet. Gebleken is immers dat verdachte weet waar het ten laste gelegde onder 4 betrekking op heeft. De dagvaarding is daarom geldig.

3.2 De bevoegdheid van de rechtbank

De rechtbank is bevoegd.

3.3 De ontvankelijkheid van de officier van justitie

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

3.4 Schorsing van de vervolging

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het ten laste gelegde onder 1, 2, 3, 4 subsidiair en 5 wettig en overtuigend bewezen. Voor het primair onder 4 ten laste gelegde vordert hij vrijspraak.

Hij baseert zich daarbij op de aangiften, de verklaring van verdachte, de verklaring van [getuige 1] en processen-verbaal van bevindingen. Op de verweren van de raadsman van verdachte voert de officier van justitie met betrekking tot feit 2 aan dat verdachte weliswaar verklaart op de uitkijk te hebben gestaan maar wel met hetzelfde doel als zijn mededaders. Zijn rol in het geheel wordt daarmee niet minder dan die van de andere daders.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte stelt zich op het standpunt dat de feiten 1, 3 en 5 wettig en overtuigend bewezen kunnen worden, gelet op de bekennende verklaring van verdachte. Wel dient verdachte vrijgesproken te worden van de ten laste gelegde braak en verbreking. Met betrekking tot feit 2 merkt de raadsman op dat het ten laste gelegde enkel bewezen kan worden voor wat betreft de weggenomen auto nu verdachte buiten is blijven wachten en daarmee geen betrokkenheid heeft bij de andere weggenomen zaken. Hierdoor kan er immers niet gesproken worden van een bewuste en nauwe samenwerking. Verder zijn er geen sporen van braak en/of verbreking op grond waarvan verdachte op dit punt vrijgesproken dient te worden.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van feit 1

De rechtbank acht het onder 1 ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen gelet op:

- de ter terechtzitting afgelegde verklaring van verdachte ;

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] ;

- het proces-verbaal van verhoor van R. [getuige 1] .

De rechtbank overweegt dat, nu er geen braaksporen zijn aangetroffen, niet is vast komen te staan dat verdachte dan wel een van zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak, verbreking of inklimming. De rechtbank zal verdachte dan ook van deze strafverzwarende omstandigheid vrijspreken.

Ten aanzien van feit 2

De rechtbank acht het onder 2 ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen. [getuige 1] heeft verklaard dat verdachte op 12 december 2010 via de schuur de woning aan de [adres] is binnengegaan en spullen heeft weggenomen. [getuige 1] verklaarde tevens dat verdachte ook een autosleutel had meegenomen. Daarna zijn [getuige 1] en verdachte in de auto weggereden . De rechtbank baseert zich tevens op de aangifte van [slachtoffer 3], welke gedetailleerd weergeeft, welke goederen zijn ontvreemdt .

Anders dan de verdediging stelt acht de rechtbank het niet aannemelijk dat verdachte enkel op de uitkijk stond en in de zwarte Nissan heeft gereden. Allereerst spreekt bovengenoemde verklaring van [getuige 1] deze stelling tegen. Daarnaast is verdachte gedurende de nacht samen met [getuige 1] naar de betreffende woning gegaan, alwaar onder andere sleutels van een zwarte Nissan zijn weggehaald. Verdachte heeft deze sleutels vervolgens gebruikt om met de Nissan weg te rijden. Aannemelijk is dat de rest van de gestolen goederen ook met deze auto is vervoerd. Verdachte heeft zich hiermee niet van de diefstal gedistantieerd en heeft tevens in de buit gedeeld. Deze feiten leveren een nauwe en bewuste samenwerking op en daarmee is sprake van medeplegen.

De rechtbank overweegt dat hoewel aangever stelt dat hij de woning slotvast had afgesloten maar er geen braaksporen zijn aangetroffen dat niet is vast komen te staan dat verdachte dan wel een van zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak, verbreking of inklimming. De rechtbank zal verdachte dan ook van deze strafverzwarende omstandigheid vrijspreken.

Ten aanzien van feit 3

De rechtbank acht het onder 3 ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen gelet op:

- de ter terechtzitting afgelegde verklaring van verdachte ;

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 5] ;

- het proces-verbaal van verhoor van [getuige 1] .

De rechtbank overweegt dat gebleken is dat verdachte danwel een van zijn mededaders zich de toegang tot de woning hebben verschaft door middel van het openen van het slot van de buitendeur via een ruit die reeds vernield was. Daarmee is niet vast komen te staan dat verdachte dan wel een van zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak, verbreking of inklimming. De rechtbank zal verdachte dan ook van deze strafverzwarende omstandigheid vrijspreken.

Ten aanzien van feit 4

Primair:

In de periode van 12 januari 2011 tot en met 13 januari 2011 is er ingebroken in kamer 5 en 6 aan de [adres] in Vlissingen waarbij diverse goederen zijn ontvreemd. Verdachte heeft hierover verklaard dat hij in de nacht is gebeld en aan hem gevraagd is of hij een tv kon op komen halen. Dat heeft hij vervolgens gedaan. Deze tv heeft hij vervolgens ergens in een achtertuin achtergelaten. De rechtbank ziet mede in de context van de zichzelf belastende verklaring ten aanzien van de andere ten laste gelegde feiten geen aanleiding om aan deze verklaring van verdachte twijfelen. Er is verder geen enkel ander bewijs waaruit blijkt dat verdachte de diefstal van de goederen heeft gepleegd. De rechtbank zal verdachte derhalve van het primair onder 4 ten laste gelegde vrijspreken.

Subsidiair:

De rechtbank acht het onder 4 subsidiair ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen gelet op:

- de ter terechtzitting afgelegde verklaring van verdachte ;

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 7] ;

- het proces-verbaal van bevindingen .

Ten aanzien van feit 5

De rechtbank acht het onder 5 ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen gelet op:

- de ter terechtzitting afgelegde verklaring van verdachte ;

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 9] .

4.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1.

op 19 december 2010 tussen 01.30 uur en 04.00 uur, te Koudekerke, gemeente

Veere, tezamen en in vereniging met anderen, met

het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen aan

het [adres] heeft weggenomen

- twee, GSM('s) (merk(en) Sony Ericsson en Samsung) en

een fotocamera (merk Panasonic) en een (portable) computer ( merk Acer)

en drie, portemonee ('s) (inhoudende

rijbewij(s)(zen) en bankpas(sen) ten dele

toebehorende aan [slachtoffer 1], en

- een (ABN-AMRO) bankpas en een rijbewijs, toebehorende

aan [slachtoffer 2], en

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs hebben verschaft en de weg te nemen goed(eren) onder

hun bereik hebben gebracht door middel van inklimming;

2.

op 12 december 2010 te Oost-Souburg, gemeente Vlissingen,

tezamen en in vereniging met een ander, met het

oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

- in/uit een woning, gelegen aan het [adres], heeft weggenomen een paspoort

en een rijbewijs, toebehorende aan [slachtoffer 3], en een ID-kaart en een rijbewijs,

toebehorende aan [slachtoffer 4], en een autosleutel,

toebehorende aan [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4],

- een (nabij voornoemde woning) geparkeerde personenauto (Nissan Micra) heeft

weggenomen, toebehorende aan [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4],

waarbij verdachte of zijn mededader zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs hebben verschaft en de weg te nemen goed(eren) onder

hun bereik hebben gebracht door middel van

inklimming en/of een valse sleutel;

3.

op 15 december 2010 tussen 01.00 uur en 06.15 uur, te Vlissingen tezamen en in

vereniging met anderen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening

- in/uit een woning, gelegen aan de [adres], heeft weggenomen

een televisie (flatscreen, merk LG) en een paspoort en een horloge

en/of een fles whiskey en manchetknopen en/of een GSM (merk Nokia) en

een notebook (merk Medion) en voetbalschoenen en een trainingspak

en een aantal sleutels, toebehorende aan [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6], en

- een (nabij voornoemde woning) geparkeerd staande personenauto (merk Nissan)

heeft weggenomen, toebehorende aan [slachtoffer 6],

waarbij verdachte en zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs hebben verschaft en de weg te nemen goed(eren) onder

hun bereik hebben gebracht door middel van braak,

inklimming en een valse sleutel;

4.

omstreeks de periode van 12 januari 2011 tot en met 13 januari 2011, gemeente Vlissingen, een tv merk Philips heeft verworven, voorhanden heeft gehad en heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of voorhanden krijgen van dat goed wist dat het (een) door diefstal, verkregen goed betrof;

5.

in de periode van 17 december 2010 tot en met 18 december

2010 te Koudekerke, in de gemeente Veere, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening op of vanaf een woning, gelegen aan de [adres], heeft

weggenomen, een aantal sleutels, toebehorende aan [slachtoffer 9].

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

In de tenlastelegging komen taal- en/of schrijffouten voor. Deze zijn in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert op grond van hetgeen hij bewezen acht aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 22 maanden met aftrek van voorarrest. Hij voert daartoe aan dat verdachte net 23 jaar is geworden en zijn strafblad inmiddels reeds uit 15 pagina’s bestaat. Hieruit blijkt tevens dat verdachte inmiddels in twee proeftijden liep. In het reclasseringsrapport wordt dan ook opgemerkt dat het zorgelijk is dat tot nu toe geen enkele sanctie of interventie bij verdachte heeft geleid tot vermindering van de recidivekans. Voor een voorwaardelijke straf is volgens de officier van justitie dan ook ruimte meer.

6.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte bepleit aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf met een fors voorwaardelijke deel. Verdachte is wegens financiële problemen over gegaan tot het plegen van de ten laste gelegde delicten. De raadsman van verdachte heeft contact gehad met CJIB en deze heeft laten weten bereid te zijn een betalingsregeling te treffen met verdachte. Verder heeft verdachte een serieuze relatie en toekomstplannen in de zin van een BBL-opleiding. Daarmee wil hij schilder worden en in de toekomst met zijn vader een schildersbedrijfje in Spanje beginnen. De huurwoning die verdachte toegewezen heeft gekregen heeft hij nog steeds tot zijn beschikking.

6.3 Het oordeel van de rechtbank

Bij het opleggen van een straf of maatregel houdt de rechtbank rekening met de omstandigheden en de ernst van het gepleegde feit en met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van een verdachte.

Verdachte heeft zich tezamen met anderen gedurende een maand schuldig gemaakt aan meerdere woninginbraken, waarvan enkele gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd. Bij deze woninginbraken zijn diverse goederen weggenomen. De rechtbank tilt zwaar aan het plegen van woninginbraken. Woninginbraken veroorzaken niet alleen de nodige materiële schade, maar maken ook een forse inbreuk op de privacy van de bewoners. Het is voor hen vaak bijzonder onaangenaam om te leven met de wetenschap dat een vreemde in hun woning is geweest en hun persoonlijke bezittingen heeft doorzocht, soms zelfs wanneer zij zelf in de woning lagen te slapen.

Tevens heeft verdachte zich tezamen met anderen in diezelfde periode schuldig gemaakt aan auto-inbraken dan wel het wegnemen van auto’s. Het spreekt voor zich dat de door deze feiten ontstane materiële schade groot is geweest. Niet alleen werden uit die auto's goederen weggenomen, de betreffende auto’s zijn ook onbeheerd ergens achtergelaten, waardoor de kans op beschadiging van de voertuigen aanzienlijk is. Dit heeft voor de slachtoffers tot gevolg gehad dat zij van deze feiten veel ergernis en ongemak hebben ondervonden. De schade is vaak groter dan de waarde van de gestolen goederen.

Tot slot heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan opzetheling. Door op deze wijze afzetmogelijkheden te verschaffen voor gestolen goed heeft verdachte mede de vermogenscriminaliteit in stand gehouden.

Bij het bepalen van de duur van de op te leggen straf heeft de rechtbank gelet op het strafblad van verdachte waaruit blijkt dat hij eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten.

Daarnaast heeft de rechtbank acht geslagen op het reclasseringsadvies betreffende verdachte. Hierin valt te lezen dat na onderzoek is gebleken dat verdachte zwakbegaafd is en daardoor gemakkelijk overvraagd kan worden. Het gebrek aan probleemoplossend vermogen en zijn kwetsbare financiële situatie heeft geleid tot delictgedrag. Daarentegen was verdachte wel bezig zijn leven op de rails te krijgen. Het recidiverisico wordt als hoog gemiddeld ingeschat. Geadviseerd wordt om naast een onvoorwaardelijk deel een (gedeeltelijk) voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen met daaraan gekoppeld reclasseringstoezicht.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van tweeëntwintig maanden noodzakelijk is. Zij ziet geen ruimte voor een andere of lichtere sanctie. Wel ziet de rechtbank aanleiding een deel daarvan, te weten negen maanden voorwaardelijk op te leggen. Deze voorwaardelijke straf maakt een verplichte begeleiding door de Reclassering mogelijk . Ook kan verdachte zo laten zien dat het hem menens is de ingeslagen richting door te zetten. Tevens wordt met deze voorwaardelijke straf beoogd verdachte een forse stok achter de deur te geven teneinde hem er van te weerhouden opnieuw strafbare te feiten te plegen.

6.4 Het ad informandum gevoegde

De rechtbank heeft bij de strafbepaling rekening gehouden met de volgende door verdachte bekende en ad informandum op de dagvaarding vermelde strafbare feiten:

1. 14 december 2010 t/m 15 december 2010, [adres], Vlissingen, gem. Vlissingen.

Diefstal uit auto (aangifte pv blz. 673 t/m 678)

2. 19 december 2010, [adres], Koudekerke, gem. Veere.

Diefstal uit auto (aangifte pv blz 680 t/m 685)

3. 17 december 2010 t/m 18 december 2010, [adres], Koudekerke, gem. Veere.

Diefstal in/uit schuur van drie fietsen (aangifte pv blz. 699 t/m 703)

4. 15 december 2010, [adres], Koudekerke, gem. Veere.

Diefstal uit woning (aangifte pv blz. 750 t/m 758).

7 De benadeelde partij

De benadeelde partij [slachtoffer 7], wonende te [woonplaats], [adres] vordert een schadevergoeding van € 1.883,44 ten aanzien van feit 4 primair.

De officier van justitie vordert gelet op de door hem bepleite vrijspraak van het primair onder 4 ten laste gelegde de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren.

De raadsman van verdachte bepleit primair afwijzing van de vordering van de benadeelde partij gelet op de door hem betoogde vrijspraak van het ten laste gelegde onder 4. Subsidiair stelt hij zich op het standpunt de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren nu de schade niet door de heling is geleden.

De rechtbank overweegt dat verdachte is vrijgesproken van het feit waaruit de schade zou zijn ontstaan. Zij zal daarom de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering.

8 Het beslag

De officier van justitie vordert de in beslag genomen goederen terug te geven aan de rechthebbenden. Ten aanzien van de zaken waarvan geen vermoedelijke rechthebbende kan worden vastgesteld, verzoekt hij vooraf te bepalen dat deze goederen verbeurd worden verklaard.

De raadsman van verdachte heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank zal de teruggave gelasten van de hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerpen aan de rechthebbenden. Voor zover er ten aanzien van de goederen geen rechthebbende kan worden achterhaald zal zij de goederen verbeurd verklaren.

9 De vordering tot tenuitvoerlegging

De officier van justitie heeft gevorderd dat de voorwaardelijke straf van zes maanden gevangenisstraf die aan verdachte is opgelegd bij vonnis van 19 november 2009 ten uitvoer zal worden gelegd nu verdachte zich niet aan de bij dat vonnis opgelegde voorwaarde heeft gehouden.

De raadsman van verdachte heeft zich op het standpunt gesteld de vordering tot tenuitvoerlegging af te wijzen en de proeftijd met een jaar te verlengen als extra stok achter de deur.

De rechtbank stelt vast dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig heeft gemaakt aan nieuwe strafbare feiten en daarmee de algemene voorwaarde heeft overtreden. Gelet hierop zal de vordering tot tenuitvoerlegging worden toegewezen.

10 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14 b, 14c, 14d, 14g, 57, 310, 311en 416 van het Wetboek van Strafrecht.

11 De beslissing

De rechtbank:

Voorvragen

- verklaart de dagvaarding ten aanzien van feit 4 geldig;

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van het primair onder 4 ten laste gelegde feit;

Bewezenverklaring

- verklaart het onder 1, 2, 3, 4 subsidiair en 5 ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

Feit 1: Diefstal gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd uit een woning door twee of meer verenigde personen;

Feit 2: Diefstal, gepleegd door twee of meer verenigde personen;

Feit 3: Diefstal gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd uit een woning door twee of meer verenigde personen;

Feit 4: Opzetheling;

Feit 5: Diefstal, gepleegd door twee of meer verenigde personen;

- verklaart verdachte strafbaar;

Straffen

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 22 (tweeëntwintig) maanden, waarvan 9 (negen) maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:

* omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;

* omdat verdachte tijdens de proeftijd de bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

- stelt als bijzondere voorwaarde:

* dat verdachte zich tijdens de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens Reclassering Nederland;

- draagt deze reclasseringsinstelling op om aan verdachte hulp en steun te verlenen bij de naleving van deze voorwaarde;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijke deel van de opgelegde gevangenisstraf;

Beslag

- gelast de teruggave aan rechthebbenden van de in beslag genomen voorwerpen die op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst zijn genummerd;

- voor zover er geen rechthebbende kan worden achterhaald zullen de goederen verbeurd worden verklaard;

Vordering tenuitvoerlegging

- gelast dat de voorwaardelijke straf die bij vonnis d.d. 19 november 2009 is opgelegd in de zaak onder parketnummer 11/500119-09 ten uitvoer zal worden gelegd, te weten zes maanden gevangenisstraf;

Benadeelde partijen

- verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 7] niet-ontvankelijk in haar vordering en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Dit vonnis is gewezen door mr. Hopmans, voorzitter, mr. Duinhof en mr. Batenburg-van Rijswijk, rechters, in tegenwoordigheid van mr. De Jonge, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 28 juli 2011.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature