Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Verzoek tot wraking bestuursrechter tijdens zitting. Behandeling en uitspraak op de datum van de zitting. Verzoek afgewezen.

Uitspraak



RECHTBANK ALKMAAR

Wrakingskamer

zaaknummer: 129054 / HA RK 11-44

Datum uitspraak: 20 mei 2011

BESLISSING op het verzoek tot wraking ingevolge artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht , ingediend door:

[VERZOEKER],

wonende te [WOONPLAATS VERZOEKER],

hierna te noemen: verzoeker.

1 PROCESVERLOOP

Verzoeker heeft ter zitting van 20 mei 2011 de wraking verzocht als bedoeld in artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht van [NAAM RECHTER] (hierna te noemen: de rechter) als behandelend rechter in de procedures met zaaknummers 09/3094 WOZ, 10/850 GGH, 09/2408 GGH en 10/1716 GGH.

De rechter heeft laten weten niet te berusten in de wraking.

Het verzoek is behandeld op de openbare zitting van de wrakingskamer van 20 mei 2011.

De rechter en verzoeker zijn daar verschenen en gehoord. Vervolgens heeft de voorzitter de behandeling ter zitting gesloten. Na beraad heeft de voorzitter de beslissing van de rechtbank in het openbaar uitgesproken.

2 BEOORDELING VAN HET VERZOEK

Een rechter kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Uitgangspunt daarbij is dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet die een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat een rechter jegens een partij bij een geding een vooringenomenheid koestert. Daarnaast kan er onder omstandigheden reden zijn voor wraking indien, afgezien van de persoonlijke opstelling van de rechter in de hoofdzaak, de bij een partij bestaande vrees voor partijdigheid van die rechter objectief gerechtvaardigd is, waarbij rekening moet worden gehouden met de uiterlijke schijn van vooringenomenheid.

Verzoeker heeft aangevoerd dat de rechter tijdens de behandeling ter zitting van voormelde zaken de schijn van partijdigheid heeft gewekt door verzoeker te interrumperen bij het voorlezen van zijn pleitnotitie en hem niet in de gelegenheid te stellen zijn volledige pleitnotitie voor te dragen. Hierbij speelt voor verzoeker een rol dat de rechtbankorganisatie al eerder in de procedures meerdere omissies heeft begaan, welke de schijn van partijdigheid van de rechtbank in haar geheel hebben gewekt.

De rechtbank stelt voorop dat een rechterlijk college als geheel niet kan worden gewraakt. Een wrakingsgrond moet gelegen zijn in feiten en omstandigheden die de persoon van de rechter betreffen. De gestelde door de rechtbank begane omissies kunnen dan ook geen rol spelen bij de beoordeling van dit wrakingsverzoek.

Voorts overweegt de rechtbank dat de leiding van een zitting berust bij de rechter. Het is bij uitstek de taak van de rechter om de gang van zaken tijdens de zitting te bepalen.

In het onderhavige geval heeft de rechter verzoeker na ongeveer 20 minuten geĆÆnterrumpeerd bij het voorlezen van de pleitnotitie. Dit gebeurde naar aanleiding van een opmerking van de vertegenwoordiger van de verwerende partij over de omvang van de pleitnotitie en de te verwachten lengte van het pleidooi. Daarop heeft de rechter aangegeven dat zij met partijen wilde bespreken hoe er omgegaan moest worden met de pleitnotitie van verzoeker, die met zijn 26 bladzijden te omvangrijk was om in zijn geheel ter zitting voor te lezen.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft de rechter hiermee invulling gegeven aan haar taak om de orde op de zitting te bepalen. Deze handelingen van de rechter getuigen naar het oordeel van de rechtbank niet van enige vooringenomenheid en evenmin is hierdoor de schijn van partijdigheid objectief gerechtvaardigd. Hierbij is van belang dat verzoeker door de rechter zoals gebruikelijk in de gelegenheid is gesteld zijn beroep nader toe te lichten. De rechter heeft echter in het belang van de orde ter zitting aanleiding gezien om de wijze waarop verzoeker van deze gelegenheid gebruik wilde maken enigszins af te bakenen.

Het vorenstaande leidt de wrakingskamer tot de conclusie dat het verzoek tot wraking als ongegrond moet worden afgewezen.

3 BESLISSING

De rechtbank:

- wijst het verzoek tot wraking van de rechter af;

- bepaalt dat de behandeling van de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het verzoek tot wraking.

Deze beslissing is gegeven door mr. A. van der Perk, voorzitter, mr. A.C. Haverkate en mr. B.H. Franke, leden van de wrakingskamer, in tegenwoordigheid van M.H. Affourtit-Kramer griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 mei 2011.

griffier voorzitter

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde wetgeving

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature