< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:

Inhoudsindicatie:

Leerplichtwet. Wereldreis.

Ouders hebben met hun twee leerplichtige kinderen en een niet-leerplichtig kind tijdens het schooljaar gedurende acht en een halve maand een wereldreis gemaakt. De school noch leerplichtambtenaar heeft vrijstelling van geregeld schoolbezoek verleend. De school heeft de kinderen niet uitgeschreven omdat niet was voldaan aan artikel 10 van de Leerplichtwet, er op neer komende dat niet was gebleken van inschrijving van de jongeren op een andere school en evenmin sprake was van vrijstelling als in dat artikel bedoel d.

De gemeente heeft het besluit genomen de aangifte van de ouders, conform artikel 48 wet GBA tot uitschrijving van alleen de leerplichtige kinderen, niet te verwerken in de gemeentelijke basisadministratie en de uitschrijving te weigeren, omdat alles erop duidt dat de ouders de Leerplichtwet wilden ontduiken. Het daartegen door de verdachte gevoerde verweer wordt door de kantonrechter gepasseerd omdat de ouders geen gebruik hebben gemaakt van de tegen het besluit van de gemeente bestuursrechtelijke rechtsgang.

De kantonrechter constateert dat tijdens de periode van de wereldreis de leerplichtige kinderen ingeschreven waren gebleven op hun school en op hun woonplaats in Nederland, dat de ouders geen toestemming hadden voor het maken van een wereldreis en de ouders de Leerplichtwet hebben overtreden door er niet voor te zorgen dat hun leerplichtige kinderen die als leerling van een basisschool waren ingeschreven, die school na inschrijving geregeld bezochten.

Rekening houdend met de ernst van het feit maar ook het feit dat de kinderen, die door de ouders zelf met behulp van lesmateriaal van de school onderwijs hebben meegekregen, geen leerachterstand hadden opgelopen, is de verdachte 14 dagen hechtenis geheel voorwaardelijk en een geldboete van € 1.500,-- opgelegd.

Gepubliceerde uitspraken in deze zaak:

Uitspraak



Rechtbank 's-Hertogenbosch

Sector Strafrecht, afdeling kanton/mulder, locatie 's-Hertogenbosch

Parketnummer: 01/740135-11

Datum uitspraak: 21 juli 2011

STRAFVONNIS in de zaak van het

Openbaar Ministerie

Tegen

[verdachte],

Geboren op [datum] te [woonplaats],

Wonende te [adres].

Bijgestaan door zijn gemachtigde Drs. P.J. van Zuidam.

TEGENSPRAAK

1. Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 7 juli 2011. Bij het onderzoek ter terechtzitting waren tevens aanwezig, J.M.A. van Grinsven en T. Tubee, leerplichtambtenaren van de gemeente [X].

De kantonrechter heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen door de gemachtigde van verdachte en door de verdachte naar voren is gebracht, waarbij de gemachtigde van verdachte heeft overgelegd een pleitnota met bijlagen. De kantonrechter heeft tevens kennisgenomen van de in het proces-verbaal van terechtzitting aangeduide dossierstukken.

2. De tenlastelegging

De verdachte is door de officier van justitie ten laste gelegd

dat hij op enig(e) tijdstip(pen) in de periode van 1 maart 2010 tot en met 29 november 2010 te [X], althans in het arrondissement 's-Hertogenbosch, meermalen, althans eenmaal, terwijl hij (telkens) als degene die het gezag uitoefende over de jongere [A], geboren op 12 maart 2003 en/of de jongere [B], geboren op 26 juni 2001, althans terwijl hij zich (telkens) met de feitelijke verzorging van die jongere(n) had belast, (telkens) niet heeft voldaan aan de verplichting om overeenkomstig de bepalingen van de Leerplichtwet 1969 te zorgen dat voornoemde jongere(n), die als leerling(en) van een school, te weten basisschool [Y], was/waren ingeschreven, die school na inschrijving geregeld bezocht(en);

De officier van justitie, mr. J.L.M. van Dijk-Vermeulen, heeft een schuldigverklaring zonder toepassing van straf gevorderd.

3. Voorvragen

De kantonrechter heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat hijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn tot schorsing van de vervolging.

De kantonrechter stelt vast dat in deze zaak de ouders hun twee leerplichtige kinderen en een nog niet leerplichtig kind in 2010 hebben meegenomen op wereldreis voor een periode van ongeveer acht en halve maand. De school noch de

leerplichtambtenaar heeft aan de ouders/verzorgenden vrijstelling van geregeld schoolbezoek verleend voor een wereldreis. Blijkens het proces-verbaal heeft de school de kinderen niet uitgeschreven omdat door de ouders niet was voldaan aan artikel 10 van de Leerplichtwet 1969 , er op neerkomende dat niet was gebleken van inschrijving van de jongeren op een andere school of instelling, en evenmin sprake was van een vrijstelling van leerplicht op een der gronden als in voormeld artikel 10 bedoeld. Conform artikel 48 van de wet Gemeentelijke Basisadministratie (GBA) hebben de ouders aangifte van vertrek gedaan om hun minderjarige kinderen uit te schrijven uit het GBA in verband met vertrek naar het buitenland met als reden van uitschrijving emigratie. Op 9 april 2010 heeft de gemeente [X] het besluit genomen de aangifte tot uitschrijving van de (leerplichtige) kinderen niet te verwerken in het GBA en de uitschrijving van de kinderen te weigeren, daarbij onder meer motiverende dat alle signalen erop duiden dat de ouders onjuiste gegevens hebben verstrekt bij de aangifte tot vertrek naar het buitenland en het feit dat de ouders alleen hun (leerplichtige) kinderen uit het GBA willen laten schrijven en de andere gezinsleden niet, erop duidt dat de ouders de leerplichtwet willen ontduiken.

Met betrekking tot het primaire verweer van verdachte dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk zou zijn, overweegt de kantonrechter als volgt.

De gemachtigde van verdachte stelt zich op het standpunt dat de gemeente, door uitschrijving van de kinderen uit het GBA na te laten, artikel 48 van de wet GBA heeft overtreden en het feit van relatief schoolverzuim dat hieruit volgde niet was ontstaan als de gemeente artikel 48 wet GBA en artikel 12 lid 2 van het Internationaal Verdrag voor Burgerlijke en Politieke Rechten had gehoorzaamd tengevolge waarvan het proces-verbaal van de leerplichtambtenaren behept is met een niet te herstellen essentiële vormfout.

De kantonrechter constateert dat de verdachte geen gebruik heeft gemaakt van de met voldoende waarborgen omklede bestuursrechtelijke rechtsgang tegen het besluit van de gemeente [X] om uitschrijving van de kinderen uit het GBA te weigeren. Onder die omstandigheden kan niet gesteld worden dat het Openbaar Ministerie niet ontvangen kan worden in de vervolging.

4. Overwegingen ten aanzien van het bewijs

A. Standpunt van de officier van justitie

De officier stelt zich op het standpunt dat het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen is. De beide ouders hebben in deze zaak niet voldaan aan hun verplichtingen op grond van artikel 2 Leerplichtwet 1969 .

B. Standpunt van de verdediging

De verdachte stelt zich subsidiair op het standpunt dat er geen wettig bewijs is van verzuim, hetgeen tot vrijspraak zou dienen te leiden, althans ontslag van rechtsvervolging, althans een gerechtelijk pardon zou dienen te volgen.

C. Beoordeling van de tenlastelegging door de kantonrechter

Vastgesteld kan worden dat de woonplaats van de verdachte en zijn echtgenote ongewijzigd de gemeente [X] in Nederland is gebleven, ook gedurende de periode dat verdachte met zijn gezin gedurende circa acht en halve maand op wereldreis was. Vastgesteld kan tevens worden dat eveneens voor de kinderen heeft te gelden dat hun woonplaats de gemeente [X] is gebleven, ook tijdens de circa acht en halve maand durende wereldreis. Voorts kan worden vastgesteld dat de beide leerplichtige kinderen van verdachte zowel in de periode van circa acht en halve maand waarop het proces-verbaal van de leerplichtambtenaren betrekking heeft, als voordien en nadien ingeschreven stonden bij de basisschool [Y]. Blijkens zijn proces-verbaal heeft de leerplichtambtenaar zich op het standpunt gesteld dat de ouders/verzorgenden van beide kinderen niet gezorgd hebben voor het geregeld schoolbezoek van hun leerplichtige minderjarige kinderen, zoals bedoeld in artikel 2 Leerplichtwet 1969 en geen vrijstellingsgronden als bedoeld in artikel 5, 5a, of 15 van de Leerplichtwet aanwezig waren. Voorts is niet gebleken dat aan de ouders/verzorgenden verlof is verleend voor vrijstelling van geregeld schoolbezoek voor het maken van een wereldreis.

De kantonrechter deelt het standpunt van het OM dat de kinderen van beide ouders onder de Nederlandse Leerplichtwet vallen met de verplichting voor ouders ex artikel 2 Leerplichtwet om er voor zorg te dragen dat hun minderjarige kinderen geregeld naar school gaan en dat deze verplichting door verdachte niet is nagekomen. Het ten laste gelegde is wettig en overtuigend bewezen te achten behoudens de einddatum van 29 november 2010 nu afdoende aannemelijk is geworden dat de beide leerplichtige kinderen van beide ouders reeds op 18 november 2010 op hun school [Y] zijn teruggekeerd.

De kantonrechter is van oordeel dat toepassing van de Leerplichtwet 1969 niet in strijd is met de mensenrechten en onder meer artikel 8 en 18 EVRM, waarmee het desbetreffende door de gemachtigde van de verdachte opgeworpen verweer wordt verworpen. Dat toepassing van de Leerplichtwet 1969 een wereldreis met schoolgaande kinderen niet mogelijk maakt, vormt geen (ongeoorloofde) inperking op de rechten van verdachte.

5. Bewezenverklaring

De kantonrechter acht op grond van voornoemde bewijsmiddelenwettig en overtuigend bewezen dat verdachte de hem ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:

dat hij op enig(e) tijdstip(pen) in de periode van 1 maart 2010 tot en met 17 november 2010 te [X], althans in het arrondissement 's-Hertogenbosch, meermalen, althans eenmaal, terwijl hij (telkens) als degene die het gezag uitoefende over de jongere [A], geboren op 12 maart 2003 en/of de jongere [B], geboren op 26 juni 2001, althans terwijl hij zich (telkens) met de feitelijke verzorging van die jongere(n) had belast, (telkens) niet heeft voldaan aan de verplichting om overeenkomstig de bepalingen van de Leerplichtwet 1969 te zorgen dat voornoemde jongere(n), die als leerling(en) van een school, te weten basisschool [Y], was/waren ingeschreven, die school na inschrijving geregeld bezocht(en).

De kantonrechter acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

6. Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op de overtreding: niet nakomen van de verplichting opgelegd bij de Leerplichtwet 1969, artikel 2 eerste lid van de Leerplichtwet 1969 , meermalen gepleegd, zoals dit artikel gold ten tijde van het bewezen verklaarde.

7. De strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er zijn geen feiten en omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluiten, zodat dit strafbaar is.

8. De strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.

9. De strafoplegging

De kantonrechter houdt bij het bepalen van de aard en de hoogte van de straf rekening met de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van de verdachte. Uit de inhoud van een de verdachte betreffend uittreksel uit het documentatieregister d.d. 15 juni 2011 blijkt dat de verdachte niet eerder voor een dergelijk feit is veroordeeld.

Wat betreft de ernst van het feit weegt mee dat de Leerplichtwet 1969 het wettelijke kader biedt om te garanderen dat kinderen het onderwijs genieten waar zij recht op hebben. Als dat recht niet meer door het kind kan worden uitgeoefend doordat de verantwoordelijke ouder(s) het kind zonder toestemming van de school en de leerplichtambtenaar aan geregeld schoolbezoek onttrekken door de kinderen voor de duur van maar liefst acht en halve maand mee te nemen op een wereldreis, is een schuldig verklaring zonder oplegging van straf naar het oordeel van de kantonrechter niet op zijn plaats, maar daarentegen wel een hechtenis en geldboete.

Zijdens verdachte is bepleit dat op grond van het gezag over hun kinderen neergelegd in artikel 1:245 Burgerlijk Wetboek ouders kunnen beslissen dat hun kinderen een zekere tijd elders wonen dan in de ouderlijke woonplaats, bijvoorbeeld omdat zij vinden dat dat beter is voor hun opvoeding en (persoonlijkheids)ontwikkeling en dat de zorgplicht daarvoor hun toekomt krachtens artikel 1:247 Burgerlijk Wetboek .

De beide ouders dienen echter te beseffen dat de omvang van het ouderlijk gezag, zoals neergelegd in artikel 1:247 Burgerlijk Wetboek mede wordt begrensd door publiekrechtelijke bepalingen als onder meer neergelegd in de Leerplichtwet 1969.

De kantonrechter heeft kunnen vaststellen dat de beide ouders, zoals ook ter zitting naar voren gekomen, het beste voor hebben met hun kinderen en dat zij het belangrijk vinden dat hun kinderen onderwijs volgen en de kinderen middels het met behulp van door de school verstrekt lesmateriaal door de ouders zelf tijdens de wereldreis gegeven onderwijs geen leerachterstand hebben opgelopen.

Het vorenstaande is voor de kantonrechter aanleiding de hechtenis geheel voorwaardelijk op te leggen.

10. Beslissing

De kantonrechter beslist als volgt:

Verklaart het verdachte ten laste gelegde bewezen, zoals hierboven vermeld en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar.

Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij.

De opgelegde straf

Veroordeelt verdachte tot:

1. een geldboete van 1500 euro, subsidiair 30 dagen hechtenis;

2. hechtenis van 14 dagen;

Beveelt dat de hechtenis niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren aan een gelijksoortig strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

Aldus gewezen door mr. J.G.M. van Meel, kantonrechter, in aanwezigheid van M. Brok, griffier, en uitgesproken op 21 juli 2011.

Zaaknummer: 01/740135-11 blad 5


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature