< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:

Inhoudsindicatie:

Verdachte wordt wegens het medeplegen van een gewapende overval op een juwelier en het medeplegen van een winkeldiefstal veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier jaren.

Uitspraak



Gerechtshof Leeuwarden

Sector strafrecht

Parketnummer: 24-000680-11

Uitspraak d.d.: 21 juli 2011

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Groningen van 25 maart 2011 in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1992],

zonder bekende vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,

thans verblijvende in [verblijfplaats].

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 7 juli 2011 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte ten aanzien van feit 1 en 2 tot een gevangenisstraf van 40 maanden met aftrek van voorarrest, en verbeurdverklaring van de inbeslaggenomen tas. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. L.S. Slinkman, naar voren is gebracht.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

Voor zover het hoger beroep van verdachte is gericht tegen de vrijspraak ter zake van het onder 3 ten laste gelegde, kan de verdachte daarin niet worden ontvangen.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep voorzover aan het oordeel van het hof onderworpen om proceseconomische redenen vernietigen en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is - voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen - tenlastegelegd dat:

feit 1:

hij op of omstreeks 27 november 2010, in de gemeente [gemeente 1], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een hoeveelheid horloges en/of (andere) sieraden en/of andere voorwerpen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of "[bedrijf]", in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en/of tegen [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte tezamen en in vereniging met verdachtes mededader(s), althans alleen,

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft gericht en/of gericht gehouden, althans aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft getoond, en/of

- tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] de woorden heeft toegevoegd: "Down, down" en/of "Get down" en/of "You must get down", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking, en/of

- een bijtende en/of prikkende vloeistof of gas, althans substantie, in het gezicht van, althans in de richting van, die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft gespoten;

feit 2:

hij op of omstreeks 03 november 2010 te [plaats 2], gemeente [gemeente 2], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een hoeveelheid aftershave en/of scheermesjes, althans cosmetica-artikelen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan het winkelbedrijf [bedrijf], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s).

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overweging met betrekking tot het bewijs ten aanzien van feit 1

Door en namens verdachte is ter zitting van het hof aangevoerd, dat verdachte het onder 1 ten laste gelegde feit niet heeft gepleegd. Er is onvoldoende overtuigend bewijs, verdachte dient derhalve te worden vrijgesproken, aldus de raadsman.

Het hof is van oordeel dat het door verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het tenlastegelegde onder 1 wordt weersproken door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.

Het hof stelt met betrekking tot de feiten het volgende vast.

Op 27 november 2010 werd omstreeks 16:00 uur juwelierszaak [bedrijf], gevestigd aan de [adres] te [woonplaats], overvallen door drie mannen. De mannen hadden zich vermomd. Ze droegen pruiken, capuchons en mutsen. Eén van de mannen had een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) bij zich en een busje met bijtende vloeistof of gas. Hiermee spoot hij de eigenaar en zijn eveneens aanwezige vrouw in hun gezicht. Ook bedreigde hij ze met het (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp). De andere twee mannen sloegen ondertussen de vitrines kapot en haalden deze leeg. Hierna renden ze gedrieën de winkel uit. Op klaarstaande fietsen reden zij vervolgens via het [straat] het [straat] op.

Op 27 november 2010 vertrok om 16:19 uur de trein vanuit [plaats 1] naar [plaats 3] (Duitsland). In deze trein vond een internationale controle plaats, gericht op de opsporing van verdovende middelen. Tijdens de actie werd een speurhond ingezet. Bij drie personen, allen afkomstig uit Litouwen, gaf de speurhond een teken dat er verdovende middelen werden geroken. De mannen werden vervolgens gefouilleerd. Bij twee van de drie mannen (verdachte en [medeverdachte 2]) werden goederen aangetroffen die naar later bleek afkomstig waren van de zojuist gepleegde overval op de juwelier. Dit betroffen onder meer horloges die nog in houders en klemmetjes zaten. De drie mannen werden aangehouden en bleken te zijn verdachte, [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2].

Was verdachte één van de drie mannen die voornoemde overval op de juwelier hebben gepleegd?

Medeverdachte [medeverdachte 2] heeft bij de politie onder meer verklaard dat hij met de twee andere personen met wie hij is aangehouden de overval heeft gepleegd. Verder heeft hij bij de politie - als antwoord op de vraag of hij zijn medeverdachten bij naam kent - verklaard dat 'het bij ons zo is dat we alleen over ons zelf verklaren en niet over vrienden'.

De verdediging heeft aangevoerd dat [medeverdachte 2] bij de politie weliswaar belastend over verdachte heeft verklaard, maar dat [medeverdachte 2], toen hij op zitting in eerste aanleg - in bijzijn van verdachte - als getuige in de zaak van verdachte werd gehoord, heeft verklaard dat er in de zittingszaal geen mensen waren met wie hij de overval samen had gepleegd. De verdediging acht de verklaring van [medeverdachte 2] hierdoor niet betrouwbaar.

Het hof overweegt hieromtrent, dat [medeverdachte 2] bij de politie en als getuige in de zaak van verdachte ter zitting in eerste aanleg een bekennende verklaring heeft afgelegd en tevens belastend over verdachte heeft verklaard. Nu [medeverdachte 2] naast verdachte ook zichzelf belast en zijn verklaringen bovendien worden ondersteund door andere bewijsmiddelen acht het hof de verklaring van [medeverdachte 2] geloofwaardig. Dat [medeverdachte 2] ter zitting verdachte niet (direct en herhaaldelijk) heeft aangewezen als mededader (hij noemde daar echter wel de voornamen van verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] als zijnde de mededaders), acht het hof verklaarbaar, gelet op wat hij bij de politie heeft verklaard over het niet verklaren over vrienden.

Daarnaast is bij de juwelier onder meer een schoenspoor op een stuk glas aangetroffen. Dit schoenspoor kan als daderspoor worden aangemerkt. De schoenen die verdachte droeg ten tijde van zijn aanhouding zijn onderzocht en vergeleken met de bij de juwelier aangetroffen schoensporen. Na dit vergelijkende schoensporenonderzoek concludeerde de onderzoeker1 dat het schoenspoor, aangetroffen bij de juwelier, waarschijnlijk is veroorzaakt door de schoen van verdachte. Deze conclusie betreft een bevestigende conclusie, waarbij de mate van zekerheid weliswaar niet de hoogste vorm van zekerheid, maar wel de één na hoogste vorm betreft.

Een ander bewijsmiddel dat verdachte één van de overvallers was is de buit die kort na de overval bij verdachte en bij één van zijn medeverdachten is aangetroffen.

Hierover heeft verdachte bij de politie verklaard dat hij op 27 november 2010 met een persoon genaamd [naam] op het station in [plaats 1] was. Twee Poolse mannen zouden om 16:00 uur aan verdachte en [naam] hebben gevraagd om de bewuste tassen mee te nemen naar Duitsland. Ter zitting van het hof heeft verdachte verklaard dat hij van de Poolse mannen geen informatie had gekregen omtrent de overdracht van de tas. Ook hadden ze hem niet verteld aan wie hij de tas moest afgeven, en had hij geen telefoonnummer gekregen waarop hij de Poolse mannen kon bereiken.

Toen verdachte ter zitting van het hof geconfronteerd werd met het feit dat verdachtes verklaring omtrent het tijdstip van verkrijgen van de tas op het station - gelet op het feit dat de overval om 16:00 uur in de binnenstad van [plaats 1] plaatsvond - aantoonbaar onjuist is, stelde verdachte zijn verklaring op dit punt bij door te stellen dat hij de tas iets na 16:00 uur had gekregen.

Het hof acht het door verdachte geschetste alternatieve scenario ongeloofwaardig, reeds omdat dit nauwelijks details bevat. Hierdoor maakt verdachte het anderen bovendien onmogelijk om deze verklaring te toetsen. Daarnaast is een van de weinige details die verdachte wel heeft genoemd, namelijk het tijdstip van verkrijgen van de tas, feitelijk onjuist gebleken.

Gelet op het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, kan wettig en overtuigend bewezen worden dat verdachte een van de personen is die de overval op [bedrijf] heeft gepleegd. Het hof verwerpt het verweer.

Overweging met betrekking tot het bewijs ten aanzien van feit 2

Door en namens verdachte is ter zitting van het hof aangevoerd, dat verdachte het onder 2 ten laste gelegde feit niet heeft gepleegd. Verdachte erkent dat hij op 3 november 2010 in de supermarkt in [plaats 2] was, maar er is geen sprake van medeplegen van de diefstal. Verdachte dient derhalve te worden vrijgesproken, aldus de raadsman.

Het hof is van oordeel dat het door verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het tenlastegelegde wordt weersproken door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.

Het hof overweegt hieromtrent het volgende.

Een winkelmedewerkster zag op 3 november 2010 drie personen, die later bleken te zijn [medeverdachte 2], [medeverdachte 3] en verdachte, (die allen de Litouwse nationaliteit hebben) de supermarkt binnenkomen. In de supermarkt stonden zij gedrieën bij de cosmetica-afdeling. De winkelmedewerkster zag hoe een van de medeverdachten een hoeveelheid aftershave in de tas van de andere medeverdachte stopte. Hierbij keken de drie personen om zich heen. Vervolgens verlieten de twee medeverdachten de supermarkt, zonder de goederen af te rekenen. Verdachte rekende nog een pak drinkyoghurt af en verliet daarna de winkel. De bedrijfsleider van de supermarkt zette de achtervolging in. Ook de politie was snel ter plaatse.

[medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] werden na een achtervolging in een maïsveld aangehouden. Op de vluchtroute werden scheermesjes en aftershave aangetroffen, waarvan bleek dat ze zojuist waren buitgemaakt bij voornoemde supermarkt. Verdachte werd in de nabijheid van de supermarkt aangehouden.

[medeverdachte 2], die ter zitting in eerste aanleg als getuige is gehoord, heeft een bekennende verklaring afgelegd. Hij heeft verklaard dat hij met twee anderen in de supermarkt was, en dat verdachte erbij was. Nu [medeverdachte 2] naast verdachte ook zichzelf belast en zijn verklaringen bovendien worden ondersteund door andere bewijsmiddelen acht het hof deze verklaring geloofwaardig.

Op het parkeerterrein bij de supermarkt werd een blauwe Volkwagen Golf aangetroffen met een Litouws kenteken. Bij de politie rees het vermoeden dat de drie personen met deze auto waren gekomen. In de auto werd een grote hoeveelheid toiletartikelen aangetroffen, nog in de verpakking. Na onderzoek bleek dat de auto van diefstal afkomstig was. Een getuige had de auto die middag zien rijden in [plaats 2]. Deze getuige zag drie mannen in de auto zitten. Nadat verdachte en zijn medeverdachten waren aangehouden is in de auto gezocht naar DNA-sporen. Zo werd onder andere een aangebroken fles frisdrank bemonsterd. Uit onderzoek door het NFI is vervolgens een match naar voren gekomen tussen het speekselspoor op deze frisdrankfles en een referentiemonster wangslijmvlies van verdachte. Hierbij is berekend dat de kans dat een willekeurig gekozen persoon hetzelfde DNA-profiel zou hebben, kleiner dan één op één miljard is. Hieruit volgt het vermoeden dat verdachte in de auto heeft gezeten.

Verdachte heeft ter zitting van het hof verklaard, dat hij die dag alleen, lopend van [plaats 4] naar de supermarkt in [plaats 2] was gekomen. Verdachte heeft verklaard dat hij niet met zijn medeverdachten in de supermarkt was, en dat hij ze daar niet eens heeft gezien. Ook heeft hij nooit in de auto gezeten waarmee zijn medeverdachten - aldus verdachte - die dag waren gekomen. Toen verdachte ter zitting van het hof werd geconfronteerd met het feit dat zijn DNA was aangetroffen op een frisdrankfles in voornoemde auto, verklaarde hij niet te weten hoe dit daar terecht was gekomen. Het hof weegt deze op meerdere punten kennelijk leugenachtige verklaring van verdachte mee voor het bewijs.

Daarnaast blijkt uit de hiervoor geschetste omstandigheden van een bewuste en nauwe samenwerking tussen verdachte en zijn mededaders, zodat aan de vereisten van medeplegen is voldaan. Op grond van voorgaande acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich samen met zijn twee medeverdachten heeft schuldig gemaakt aan de winkeldiefstal. Het hof verwerpt het verweer.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging verkregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

feit 1:

hij op 27 november 2010, in de gemeente [gemeente 1], tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een hoeveelheid horloges en andere sieraden, toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of "[bedrijf]", welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en tegen [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat verdachte tezamen en in vereniging met verdachtes mededaders

- een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] heeft gericht en/of gericht gehouden, en

- tegen die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] de woorden heeft toegevoegd: "Down, down" en/of "Get down" en/of "You must get down", en

- een bijtende vloeistof of gas in het gezicht van die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] heeft gespoten;

feit 2:

hij op 3 november 2010 te [plaats 2], gemeente [gemeente 2], tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een hoeveelheid aftershave en scheermesjes, toebehorende aan het winkelbedrijf [bedrijf].

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

het onder 1 bewezen verklaarde levert op:

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

het onder 2 bewezen verklaarde levert op:

diefstal door twee of meer verenigde personen.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich samen met zijn mededaders schuldig gemaakt aan een gewapende overval op een juwelier.

Het hof kenschetst het bewezenverklaarde als een brutale en professioneel voorbereide en uitgevoerde overval. Het hof tilt zwaar aan het bewezen verklaarde. Een overval als door verdachte en zijn mededaders gepleegd, wordt door slachtoffers in het algemeen als zeer ingrijpend ervaren en heeft gewoonlijk grote nadelige psychische gevolgen. Dat dit voor de slachtoffers in deze zaak ook geldt, blijkt uit de - maanden later - afgelegde verklaring van [slachtoffer 2]. Bovendien versterkt dergelijk openlijk gewelddadig optreden de gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving. De rechtsorde raakt ernstig geschokt door dergelijke feiten, die in toenemende mate worden gepleegd. Daarom staat de strafoplegging niet alleen in het teken van de vergelding van toegebracht leed maar ook in het teken van generale preventie. Daarbij baseert het hof zich op ressortelijke oriëntatiepunten voor diefstal met geweld.

Ook heeft verdachte zich met twee anderen schuldig gemaakt aan winkeldiefstal, een ergerlijke vorm van criminaliteit die voor winkeliers veel hinder en schade oplevert. Verdachte heeft door zijn handelen inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van het desbetreffende winkelbedrijf.

Het hof heeft bij de straftoemeting in aanmerking genomen dat verdachte - blijkens een hem betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 21 juni 2011 - niet eerder is veroordeeld in Nederland. Uit een brief d.d. 27 november 2010, afkomstig van de Bundespolizeiinspektion Kiel, is wel gebleken dat verdachte in Litouwen twee criminele antecedenten heeft op het gebied van fraude. Daar komt bij dat verdachte is blijven steken in ontkenning van de feiten en niet zijn verantwoordelijkheid heeft willen nemen voor zijn aandeel in het gepleegde diefstallen (al dan niet met geweld). Getoond besef van verantwoordelijkheid kan onder omstandigheden voor de rechter aanleiding zijn tot enige mildheid omdat strafvervolging mede ten doel heeft de norm opnieuw in te scherpen en dat doel in zo'n geval bereikt is. In het geval van verdachte geldt dat dus niet.

Gelet op voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, is het hof van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vier jaren een passende en geboden bestraffing is. De door de rechtbank opgelegde en ook de door de advocaat-generaal gevorderde straf doet onvoldoende recht aan de ernst van met name feit 1 en de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan.

Het onder 1 tenlastegelegde en bewezenverklaarde is begaan met behulp van het hierna te noemen inbeslaggenomen en niet teruggegeven voorwerp. Het behoort de veroordeelde toe. Het zal daarom worden verbeurd verklaard. Het hof heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van veroordeelde.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 24, 33, 33a, 57, 311 en 312 van het Wetboek van Strafrecht .

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen het onder 3 primair ten laste gelegde.

Vernietigt het vonnis voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 en 2 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) jaren.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Verklaart verbeurd het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:

Bruine tas met een 'd' logo aan de voorkant.

Aldus gewezen door

mr. K.J. van Dijk, voorzitter,

mr. A.J. Rietveld en mr. J.P. van Stempvoort, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. M. Zevenhuizen, griffier,

en op 21 juli 2011 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Mr. Van Stempvoort is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen

.

1 [naam], onderzoeker schoen- en bandensporen i.o., werkzaam bij de Forensische Opsporing regiopolitie Drenthe


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde wetgeving

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature