< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:

Inhoudsindicatie:

Beslissing op vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.

Uitspraak



Gerechtshof Leeuwarden

Sector strafrecht

Parketnummer: 24-001748-10

Uitspraak d.d.: 20 juli 2011

TEGENSPRAAK

ONTNEMINGSZAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Groningen van 8 juli 2010 op de vordering ingevolge artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht, in de zaak tegen

[veroordeelde],

geboren te [geboorteplaats] op [1970],

wonende te [woonplaats], [adres].

Het hoger beroep

De veroordeelde heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 6 juli 2011 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot vaststelling van het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat op negenentwintigduizend tweehonderddrieënnegentig euro en zeventig cent, en tot oplegging van een betalingsverplichting tot dat bedrag. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door veroordeelde en zijn raadsman, mr. C.V. van Overbeeke, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich niet met het vonnis waarvan beroep zodat dit behoort te worden vernietigd en opnieuw moet worden rechtgedaan.

Vordering

De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gevorderd dat het door veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat op EUR 29.293,70 (negenentwintigduizend tweehonderddrieënnegentig euro en zeventig cent) en dat aan veroordeelde wordt opgelegd de verplichting tot betaling aan de Staat van dat bedrag.

De vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel

De veroordeelde is bij vonnis van politierechter in de rechtbank Groningen van 8 juli 2010 (parketnummer 18-630493-09) terzake van onder meer opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod, gepleegd in de periode van mei 2009 tot en met 16 augustus 2009 veroordeeld tot straf.

Uit het strafdossier en bij de behandeling van de vordering ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken dat veroordeelde uit het bewezenverklaarde handelen financieel voordeel heeft genoten.

Aan de inhoud van wettige bewijsmiddelen ontleent het hof de schatting van dat voordeel. Het hof komt als volgt tot deze schatting:

Voordeelberekening

Het hof komt op grond van het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij d.d. 26 oktober 2009 opgemaakt door [verbalisant], en de door de veroordeelde afgelegde verklaringen, tot de volgende berekening.

De veroordeelde heeft zich in de bewezen verklaarde periode schuldig gemaakt aan hennepteelt.

Op grond van de verklaringen van veroordeelde en de stukken in het dossier gaat het hof ervan uit dat er één oogst is gerealiseerd. Voor het bepalen van de hoeveelheid hennepplanten gaat het hof uit van de verklaringen van de veroordeelde en van de stukken die hij ter onderbouwing van zijn stelling op dit punt heeft overgelegd. Het hof acht aannemelijk geworden dat er sprake is geweest van vierhonderdvijftig planten.

Voor het bepalen van de hennepopbrengst per plant gaat het hof uit van het gestelde in het BOOM-rapport "Wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij bij binnenteelt onder kunstlicht; Standaardberekening en normen", update 1 november 2010. Op basis van dit rapport gaat het hof uit van een opbrengst van drieëntwintig gram hennep per plant.

De totale opbrengst aan hennep komt daarmee op 10.350 gram.

De verkoopprijs van hennep stelt het hof eveneens vast op basis van het BOOM-rapport, te weten: € 3.280,- per kilogram.

De bruto opbrengst bedraagt dan:

450 planten x 23 gram = 10.350 kilogram x € 3.280,- = € 33.948,00

De kosten:

In voormeld BOOM-rapport "Wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij bij binnenteelt onder kunstlicht; Standaardberekening en normen" wordt de afschrijving van investeringen bij een kwekerij met een omvang als de onderhavige per oogst vastgesteld op een forfaitair bedrag van € 200,00. De ter zitting overgelegde nota's vormen echter voldoende onderbouwing voor de door of namens veroordeelde gestelde kosten. Gelet op deze specificaties acht het hof echter aannemelijk dat veroordeelde de navolgende bedragen heeft geïnvesteerd:

Voedingscomputer € 5.816,00

Materialen, op 22 april 2009 gekocht bij De Thuiskweker € 4.800,00

Materialen, op 22 april 2009 gekocht bij De Thuiskweker € 280,00

Materialen, op 22 april 2009 gekocht bij De Thuiskweker € 1.400,00

Materialen, op 22 april 2009 gekocht bij De Thuiskweker € 80,00

Een heteluchtkachel € 357,00

Materialen, op 22 april 2009 gekocht bij De Broyeurspecialist € 217,00

Materialen, op 22 april 2009 gekocht bij Wildkamp € 49,43

Materialen, op 22 april 2009 gekocht bij Elektro-kopen.nl € 200,10

Materialen, op 22 april 2009 gekocht € 331,79

Totaal € 13.531,32

Bij de vaststelling van het voordeel dat de veroordeelde uit zijn bewezenverklaarde handelen heeft genoten, houdt het hof slechts rekening met die kosten die rechtstreeks verband houden met dat bewezenverklaarde handelen en de daaruit voortvloeiende opbrengst. In het onderhavige geval is - als voormeld - sprake van één oogst van vierhonderdvijftig planten.

Met de advocaat-generaal is het hof van oordeel dat de kosten die samenhangen met de gebruikte schaftunit niet kunnen worden aangemerkt als kosten die in rechtstreeks verband staan met het genoten voordeel.

Anders dan de raadsvrouw is het hof, met de advocaat-generaal, van oordeel dat van de hiervoor gespecificeerde investeringen met een totaal van € 13.531,32 op grond van afschrijving een gedeelte van 25% hiervan kan worden aangemerkt als kosten die rechtstreeks verband houden met het genoten voordeel. Het hof zal daarom aan investeringskosten een bedrag van € 3.382,83 op de berekende opbrengst in mindering brengen.

Daarnaast zal het hof rekening houden met de volgende, met de geslaagde oogst gerelateerde, kosten:

Huur van de bedrijfsruimte (3 x € 833,00) € 2.499,00

Electriciteit (overeenkomstig rekening van Enexis) € 1.878,40

Personeelskosten (knippers) € 996,00

Variabele kosten per plant (€ 4,40 per plant) € 1.980,00

Totaal € 7.353,40

Met de bij de huurkosten door de veroordeelde opgevoerde kosten in verband met de borg van de gehuurde ruimte houdt het hof geen rekening. Deze borg wordt niet vermeld in de huurovereenkomst die zich in de stukken bevindt, en evenmin staat vast dat een borgsom - zo die al voldaan zou zijn - is vervallen.

Totaal in mindering te brengen aan (investerings-)kosten bedragen € 10.736,23

Voordeel

Op grond van het vorenstaande schat het hof het door veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel op een bedrag van € 33.948,00 - minus € 10.736,23 = € 23.211,77.

Het hof zal aan de veroordeelde de verplichting opleggen om drieëntwintigduizend tweehonderdelf euro en zevenenzeventig cent (€ 23.211,77) ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel aan de Staat te betalen.

Draagkracht

De raadsvrouw van veroordeelde heeft ter terechtzitting in hoger beroep aangevoerd dat het terug te betalen bedrag moet worden gematigd vanwege de huidige financiële situatie van veroordeelde, die werkt als ZZP-er en die als gevolg van de economisch onzekere tijden een uiterst matig inkomen heeft.

Het hof overweegt hieromtrent het volgende.

Sinds de wijziging met betrekking tot artikel 36e, vierde lid van het Wetboek van Strafrecht bij Wet van 8 mei 2003 (Stb. 2003, 202), in werking getreden op 1 september 2003, en gelet op de Memorie van Toelichting bij die wet, kan de draagkracht van de veroordeelde pas in de executiefase aan de orde worden gesteld, en wel op de voet van het bepaalde in artikel 577b van het Wetboek van Strafvordering.

Het hof kan - indien de huidige en de redelijkerwijs te verwachten toekomstige draagkracht van veroordeelde niet toereikend zullen zijn om het te betalen bedrag te voldoen - bij de vaststelling van het bedrag daarmee rekening houden en aldus gebruik maken van zijn matigingsbevoegdheid. Van dergelijke omstandigheden is niet gebleken. Opgemerkt wordt dat veroordeelde in het verleden betaalde arbeid heeft verricht en thans eenenveertig jaar oud is. Onvoldoende aannemelijk is geworden dat de veroordeelde op dit moment in het geheel geen draagkracht heeft en naar redelijke verwachting ook in de toekomst niet zal hebben. Het hof verwerpt het gevoerde draagkrachtverweer.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Stelt het bedrag waarop het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op een bedrag van EUR 23.211,77 (drieëntwintigduizend tweehonderdelf euro en zevenenzeventig cent).

Legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag van EUR 23.211,77 (drieëntwintigduizend tweehonderdelf euro en zevenenzeventig cent).

Aldus gewezen door

mr. J. Dolfing, voorzitter,

mr. T.H. Bosma en mr. F.W.J. den Ottolander, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. A. Meester, griffier,

en op 20 juli 2011 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Mrs. J. Dolfing en F.W.J. den Ottolander zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde wetgeving

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature