< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Uitgever en schrijfster hebben niet onrechtmatig gehandeld, dan wel zijn tekortgeschoten in de nakoming van hun verplichtingen door het levensverhaal van schrijfster uit te geven.

Er is ook geen sprake van een inbreuk op auteursrechten van voormalige uitgever.

NB: Ten aanzien van de proceskosten is een herstelvonnis is gewezen.

Uitspraak



vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 464026 / HA ZA 10-2208

Vonnis van 30 maart 2011

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

RVP PUBLISHERS B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. M.R. de Zwaan te Amsterdam,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

AMBO/ANTHOS UITGEVERS B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde in conventie,

advocaat mr. Th.J. Bousie te Amsterdam,

2. [A],

wonende te --,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. C.J.M.A. Govers te Amsterdam.

Partijen zullen hierna RVP en Artemis c.s. (afzonderlijk ook Artemis en [A]) genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 13 oktober 2010;

- het proces-verbaal van comparitie van 14 februari 2011 en de daarin genoemde processtukken waaronder de conclusie van antwoord in reconventie van RVP;

- de brief van 16 maart 2011 van de zijde van mr. De Zwaan;

- de brief van 22 maart 2011 van de zijde van mr. Bousie.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. RVP is een uitgeverij opgericht door [B] (hierna: [B]).

2.2. [A] heeft in september 2006 RVP een manuscript van haar levensverhaal (hierna M1) ter uitgave aangeboden. Op 18 maart 2007 hebben [A] en RVP een overeenkomst tot uitgave (hierna: de overeenkomst) gesloten. De overeenkomst luidt, voor zover van belang, als volgt:

“ (..)

Artikel 1 Exclusieve licentie

1. De auteur verleent de uitgever met uitsluiting van zichzelf en alle andere een licentie om het door de auteur vervaardigd werk, waarvan de titel voorlopig is vastgesteld op ‘De winnares’ te exploiteren met inachtneming van de in dit artikel genoemde voorwaarden.

(…)

Artikel 3 Inlevering persklare kopij

1. Aangezien de uitgever bovenmatige (meer dan gebruikelijk) kosten moet maken voor het redigeren van de kopij zullen de kosten daarvan, zijnde € 3.000 (…), in mindering worden gebracht op het honorarium van de auteur.

(…)

Artikel 4 Termijn uitgave

1. De uitgever heeft het exclusieve recht verworven om binnen een termijn van achttien maanden na heden het werk voor zijn rekening en risico uit te geven in boekvorm. (…)

2. De uitgever heeft het recht om de in het vorige lid genoemde termijn eenmaal met maximaal zes maanden te verlengen. (…).

(…)

Artikel 16 Be ëindiging

De auteur heeft het recht om deze overeenkomst schriftelijk te beëindigen:

• indien na het verstrijken van de verlengde uitgave termijn als bedoeld in artikel 4 lid 2 het werk niet is verschenen,

• indien het werk langer dan een jaar niet in boekvorm voor het publiek beschikbaar is en de uitgever niet op korte termijn na een daartoe strekkend verzoek van de auteur een schriftelijke toezegging heeft gedaan dat het werk binnen redelijke termijn weer beschikbaar komt, dan wel deze toezegging niet nakomt.

De auteur dient zijn voorgenomen beëindiging onder opgave van de reden schriftelijk aan te kondigen bij de uitgever. Auteur en uitgever dienen vervolgens binnen twee maanden in redelijkheid overleg te voeren over de mogelijkheden voor een voortzetting van de exploitatie, tenzij beide partijen daarvan afzien. Indien dit overleg niet leidt tot afspraken over voortzetting, is de auteur gerechtigd om de overeenkomst met onmiddellijke ingang schriftelijk te beëindigen.

(..)”

2.3. RVP heeft [C] ( hierna: [C]) opdracht gegeven M1 te redigeren. De geredigeerde versie van M1 wordt hierna aangeduid als M2.

2.4. RVP heeft na ontvangst van M1 aan [A] gevraagd om materiaal dat haar beschuldigingen van kort gezegd geestelijke terrorisatie, opsluiting, verkrachting en mishandeling door haar ex-schoonfamilie kon onderbouwen. In het daarover tussen partijen gevoerde overleg heeft RVP op enig moment voorgesteld M2 aan ( een lid van) de ex-schoonfamilie van [A] ter lezing aan te bieden.

2.5. Op 6 september 2007 heeft [A] aan [B] het volgende bericht:

“De gegevens van de advocaat van mijn ex zijn als volgt:

(…)

Ik wil nog even kwijt dat ik het eigenlijk niet leuk vind dat mijn ex nu al stukjes van mijn boek gaat lezen, en ben bang juist omdat hij weet wat er allemaal gebeurt is en niet wil dat iedereen het gaat lezen dat alles hij gaat proberen om dat tegen te houden voor dat het boek in de winkels ligt.

Maar ja, omdat jullie het dat graag willen dan werk ik gewoon mee. (…)”

2.6. Een e-mail van 18 september 2007 van [B] aan [A] luidt, voor zover van belang, als volgt:

“Dank voor alle gegevens met betrekking tot de identiteit van je ex en zijn familie.

Mevrouw [D] (…) die een klein privedetective-bureau runt is vrijdag hier komen praten. (…) Op haar advies (ook [E], de jurist had dit geadviseerd) willen we bij een van de artsen/psychologen waarbij jij in therapie bent geweest, een bondig statement ophalen, waarin hij/zij aangeeft dat hij/zij er van overtuigd is dat jij bij je ex al die vreselijke dingen echt hebt meegemaakt (…).

[F] en ik zijn er inmiddels aan gewend dat ons concept voor de cover voor de traditioneel ingestelde doelgroep te bloot is. Heb je nog ‘spannende’ suggesties?”

2.7. Op 19 september 2007 bericht [A] [B] in reactie hierop als volgt:

“Sorry dat ik het zeg maar Ik vind het steeds gekker worden. [F] had het vorige keer ook over mijn ex zwager, ex schoonzus, pleegouders… iedereen wordt erbij gehaald. (..)

dat jullie juridische bescherming willen kan ik wel begrijpen en daarom werk ik ook mee, maar dat je aan mijn psychise gesteltheid twijfelt vind ik wel erg. want daar komt het op nier.

Jullie hebben me in het begin het gevoel gegeven dat jullie mij honderd procent geloven en achter mijn boek staan, maar nu blijkt dat het niet zo is, als ik wist dat dit ging gebeuren dan was ik geen contract met jullie aan gegaan.”

2.8. [A] heeft vervolgens in samenwerking met [G], een voormalig uitgever, (hierna [G]) haar verhaal aangepast en geanonimiseerd. Dit werk met als titel “Los Haar” zal hierna worden aangeduid als M3.

2.9. Op 4 november 2007 heeft er een bespreking plaatsgevonden tussen partijen. Daarbij was [G] aanwezig. Een door [G] opgemaakt besprekingsverslag luidt, voor zover van belang, als volgt:

“Het leek [A] en mij nuttig om de voornaamste punten uit onze langdurige maar constructieve bespreking van vandaag te bevestigen. (…)

• Zo spoedig mogelijk, maar in ieder geval voor 10 november a.s., zal [A] aan jou het geheel geredigeerde, gecorrigeerde en geanonimiseerde typoscript van haar boek Los haar per e-mail toesturen.

• Alleen deze versie is door [A] geautoriseerd. Eventuele verdere voorstellen voor correctie e.d. jouwerzijds zullen door [A] natuurlijk in overweging worden genomen; zij zal daar met spoed op reageren. Wij gaan ervan uit dat jouw correctievoorstellen bij voorbeeld binnen twee weken na ontvangst van het definitieve typoscript aan [A] worden gedaan.

• (..)

• Duidelijk is tijdens onze bespreking door [A] uitgesproken, dat zij onder geen beding akkoord gaat met jouw gedachte om eventueel haar ex-echtgenoot of zijn vader c.q. hun advocaten vóór publicatie te confronteren met het boek of met delen daaruit, om hen zodoende een reactie te ontlokken, waarmee volgens jou aan het principe van ‘hoor en wederhoor’ zou zijn voldaan. (…)

• Jij hebt toegezegd over een andere aanpak ter beperking of voorkoming van het eventuele (m.i. uiterst geringe) juridische risico te willen nadenken. Wij gaan ervan uit dat je bij voorbeeld binnen twee weken na ontvangst van het definitieve typoscript jouw definitieve voorstel daarover aan [A] kenbaar zult maken. Als er geen andere bevredigende alternatieve aanpak kan worden gevonden, verwacht [A] van je, dat je haar boek zonder meer uitgeeft, tenzij je ertoe zou besluiten om van publicatie af te zien. [A] zal dat laatste wel betreuren, omdat zij het liefst ziet dat je haar boek wel zult uitgeven, maar dan wel zonder het vooraf benaderen van haar ex-echtgenoot en diens familie. Als je vasthoudt aan de gedachte dat de inhoud voor commentaar dient te worden voorgelegd aan de ex-echtgenoot c.s. staat dat in feite gelijk aan het afzien van de publicatie.

• (..)

• (…) Zij gaat er mee akkoord dat de verschijningsdatum, die aanvankelijk aan haar was toegezegd voor september/oktober van dit jaar, zal moeten verschuiven naar februari/maart 2008, maar vindt een verdere vertraging niet redelijk meer.”

2.10. Bij brief van 23 november 2007 bericht mr. De Zwaan [A] als volgt:

“Kort en goed; cliënte ontkomt bij het uitgeven van het boek niet aan de noodzaak om zich ervan te vergewissen dat te publiceren beschuldigingen voldoende steun vinden in de feiten. (..). De vertraging bij de voorgenomen uitgave van uw manuscript wordt veroorzaakt door uw verzet tegen de aangegeven noodzaak om de belastende feiten te controleren.

(…)

Volgens uw adviseur is het kennelijke verschil van inzicht over de noodzaak van het nadere feitenonderzoek de oorzaak van een beweerd dreigend verlies van vertrouwen in cliënte.

(…) cliënte (…) wil (…) het boek zo snel mogelijk op de markt (…) brengen. Mocht dat evenwel (…) niet lukken dan zal cliënte zelfstandig een afweging maken hoe voort te gaan met het controleren van de feiten (…). In dat geval zal ik u namens cliënte aansprakelijk moeten houden voor alle geleden en mogelijk nog te leiden schade en wijs ik u er nadrukkelijk op dat het u niet vrij staat om het manuscript zonder toestemming van cliënte elders uit te geven. Dat laatste klemt voor alle duidelijkheid te meer omdat de redacteur van cliënte met uw medeweten en instemming het oorspronkelijk manuscript zeer ingrijpend heeft bewerkt tot de huidige opgemaakte versie. Deze bewerking is uitdrukkelijk niet uw eigendom.”

2.11. Bij brief van 29 november 2007 bericht [A] [B] als volgt:

“ Ik heb die versie van [H] absoluut niet goedgekeurd, zoals [E] ten onrechte schrijft in zijn brief.”

2.12. Een brief van Mr. De Zwaan aan [A] van 21 december 2007 luidt, voor zover van belang, als volgt:

“De ingrijpende bewerking van uw tekst is met uw instemming geschied. U bent enig eigenaar van de oorspronkelijke tekst en gezamenlijk eigenaar van de bewerking. Dat geschiedt van rechtswege en vereist niet een aanvullende afspraak.”

2.13. Een brief van [A] van 9 mei 2008 aan [B] luidt, voor zover van belang, als volgt:

“Sinds meer dan een half jaar blijf je volharden in het doen van voorstellen over mijn boek De winnares die voor mij onaanvaardbaar zijn en die bij het sluiten van het contract door ons samen absoluut niet zijn afgesproken. Je blijft doof voor mijn redelijke verlangens en standpunten. Je blijft uitgaan van een door mij verworpen versie van het manuscript, al zond ik je tijdig (op 9 november 2007) de door mij geschreven definitieve versie van het manuscript. Zodoende is de toegezegde publicatiedatum, die eerst september/oktober 2007 zou zijn en die je later verschoof naar februari/maart 2008, inmiddels volstrekt onzeker geworden.

(…)

Uit dat alles moet ik wel afleiden dat je mijn manuscript niet wilt uitgeven onder de voorwaarden van ons uitgeefcontract.

Hierbij bericht ik je daarom formeel, dat ik je voor de laatste maal in de gelegenheid wil stellen mij te bevestigen dat je mijn boek uiterlijk op 1 september 2008 op de markt zult brengen, en dan natuurlijk de door mij geautoriseerde definitieve tekst daarvan. Ik verzoek je mij deze bevestiging uiterlijk binnen twee weken te doen toekomen. Mocht ik deze bevestiging niet van je ontvangen binnen die termijn, dan ontbind ik hierbij het uitgeefcontract voor het boek De winnares met ingang van 26 mei a.s. Voor het geval dat vernietiging van de overeenkomst daarnaast nog noodzakelijk is, vernietig ik deze eveneens per genoemde datum. Ik zou de overeenkomst nooit zijn aangegaan als ik zou hebben geweten dat mijn uitgever allerlei aanvullende voorwaarden zou stellen om tot publicatie over te gaan. (..)”

2.14. Bij brief van 15 mei 2008 bericht [B] [A] als volgt:

“Wat betreft de in ons contract vermelde termijnen beschouw ik deze als opgeschort, gezien jouw niet coöperatieve opstelling die al tot veel vertraging en juridische kosten heeft geleid.

(…)

Ten leste wil ik nog benadrukken dat ik geen aanleiding zie onze overeenkomst op te zeggen en ik houd je dan ook aan de in ons contract vastgelegde afspraken. (…) ”

2.15. Bij brief van 13 juni 2008 bericht [A] RVP dat de overeenkomst is beëindigd en dat zij zich vrij voelt een andere uitgever te benaderen.

2.16. [A] heeft vervolgens in januari 2009 Artemis benaderd. Artemis maakt onderdeel uit van Ambo/Anthos Uitgevers en is in 2006 opgericht.

2.17. In september 2009 heeft Artemis een boek met het levensverhaal van [A] onder de titel de ‘Uitverkorene’ gepubliceerd.

2.18. Op verzoek van RVP heeft professor mr. [I] een advies uitgebracht over auteursrechtelijke aspecten.

3. Het geschil

in conventie

3.1. RVP vordert dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad te verklaren,

1. zal verklaren voor recht dat [A] toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de overeenkomst en inbreuk maakt op het aan RVP toekomend mede auteursrecht;

2. zal verklaren voor recht dat Artemis in strijd handelt met de ten aanzien van RVP te betrachten zorgvuldigheid door zonder nader onderzoek te doen over te gaan tot de uitgave van het aan haar aangeboden manuscript en inbreuk maakt op het aan RVP toekomend mede auteursrecht;

3. Artemis c.s. zal veroordelen tot vergoeding van de door RVP gemaakte kosten van EUR 4.468,00, te vermeerderen met de wettelijke rente;

4. Artemis c.s. zal veroordelen tot vergoeding van de door RVP geleden en nog te lijden schade evenals tot afdracht van de genoten winst voor zover deze hoger is;

5. Artemis c.s. zal veroordelen op basis van artikel 1019h Rv tot vergoeding van de volledige proceskosten.

3.2. RVP legt aan haar vorderingen het navolgende ten grondslag.

[A] is tekort geschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de overeenkomst doordat zij door haar weigerachtige houding RVP de mogelijkheid ontnam om het werk rechtmatig uit te geven. Ondanks ingebrekestelling heeft [A] geweigerd deze medewerking te verlenen, aldus RVP.

Artemis heeft onrechtmatige gehandeld jegens RVP doordat zij zonder nader onderzoek het manuscript heeft uitgegeven terwijl zij moest weten dat het haar aangeboden manuscript door een derde bewerkt moest zijn geweest en dus niet rechtenvrij was.

Artemis c.s. heeft met de uitgave inbreuk gemaakt op de auteursrechten van RVP op M2.

Als gevolg van het voorgaande heeft RVP schade geleden. De schade wegens gederfde winst bedraagt volgens RVP in ieder geval EUR 190.000,00.

3.3. Artemis c.s. voert verweer.

3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in reconventie

3.5. [A] vordert samengevat - veroordeling van RVP tot teruggave van alle eigendommen van [A] en tot betaling van de proceskosten.

3.6. [A] legt aan haar vordering ten grondslag dat RVP ondanks een verzoek daartoe weigert persoonlijke eigendommen aan [A] terug te geven.

3.7. RVP heeft na kennisname van de eis besloten de persoonlijke eigendommen alsnog voor de behandeling ter comparitie van 14 februari 2011 te retourneren.

4. De beoordeling

in conventie

Overeenkomst

4.1. Tussen RVP en [A] is in geschil of [A] op basis van de overeenkomst gehouden is mee te werken aan het door RVP gewenste feitenonderzoek naar de hiervoor onder 2.4. weergegeven beschuldigingen.

4.2. Vooropgesteld wordt dat een dergelijke verplichting als zodanig niet is opgenomen in de getekende schriftelijke overeenkomst. Een dergelijke verplichting kan evenwel ook voorvloeien uit de wijze waarop partijen bij de uitvoering van de overeenkomst gehouden zijn zich tegenover elkaar te gedragen. RVP stelt zich op het standpunt dat uit hoofde van de op haar als uitgever rustende zorgvuldigheid, [A] gehouden was mee te werken aan het door RVP gewenste verificatieproces.

4.3. Uit hetgeen partijen daaromtrent over en weer onweersproken hebben aangevoerd en de vaststaande feiten blijkt het volgende. In eerste instantie hebben beide partijen geprobeerd om aan de verificatiewens van RVP te voldoen. RVP verzocht allereerst om bewijsmateriaal waaruit de juistheid van de beschuldigingen kon blijken. Toen dat niet naar tevredenheid van RVP lukte, heeft zij toestemming gevraagd om haar ex-schoonfamilie te benaderen. Die toestemming heeft [A] in eerste instantie gegeven, maar later trok zij die toestemming weer in. Naar aanleiding van de bezwaren van [A] ten aanzien van de veiligheid heeft RVP haar een verblijf in het buitenland aangeboden gedurende de periode dat het hoor en wederhoor met haar ex-echtgenoot zou plaatsvinden. [A] heeft uiteindelijk om uit de impasse te komen een geanonimiseerde versie van haar verhaal gemaakt en deze aan RVP aangeboden. Partijen zijn er uiteindelijk niet uitgekomen omdat RVP vasthield aan haar eis om M2 voor te leggen aan haar ex-schoonfamilie en [A] dit weigerde.

4.4. Veronderstellenderwijs ervan uitgaande dat RVP als uitgever in dit geval gehouden was tot het doen van verificatie (hetgeen door RVP wordt gesteld en door Artemis c.s. wordt betwist), volgt uit het voorgaande niet dat [A] RVP niet in staat heeft gesteld het verificatieproces uit te voeren. Het enkele feit dat [A] heeft geweigerd om toestemming te geven M2 aan haar ex-schoonfamilie voor te leggen, is daartoe onvoldoende. Alleen al omdat niet valt in te zien welke zin het voorleggen van de publicatie aan de ex-schoonfamilie in dit geval bijdraagt aan het verificatieproces. Voor zover RVP heeft bedoeld aan te voeren dat [A] ook heeft geweigerd ander bewijsmateriaal aan RVP ter beschikking te stellen, dan is ook dat niet komen vast te staan. Tussen partijen is immers niet langer in geschil (zie proces-verbaal van comparitie) dat [A] bewijsmateriaal aan RVP wel onder voorwaarden is aangeboden. Nu niet is gesteld of gebleken dat die voorwaarden dusdanig waren dat dit gelijk moet worden gesteld aan een weigering, wordt daaraan voorbij gegaan.

4.5. Het voorgaande leidt ertoe dat voor zover [A] uit hoofde van de overeenkomst al jegens RVP gehouden was mee te werken aan het verificatieproces, niet is komen vast te staan dat zij deze verplichting heeft geschonden, zodat de vordering van RVP voor zover deze is gebaseerd op toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst door [A] niet toewijsbaar is.

Onrechtmatig handelen

4.6. RVP verwijt Artemis dat zij onzorgvuldig jegens haar heeft gehandeld door het boek “De Uitverkorene” te publiceren zonder nader onderzoek te doen naar de rechten en verplichtingen van [A] en de op M2 rustende auteursrechten.

4.7. Vast staat dat [A] Artemis begin 2009 heeft benaderd. Dit is ruim een half jaar nadat [A] RVP (bij brief van 13 juni 2008) had bericht dat de overeenkomst was beëindigd en zij zich vrij voelde om naar een andere uitgever te gaan. Uit hetgeen door partijen is gesteld volgt niet dat RVP zich na die datum daartegen nog heeft verzet. Zo blijkt niet van een schriftelijke reactie, evenmin blijkt van handeling waaruit dit verzet kan worden afgeleid. RVP stelt alleen dat zij op 15 december 2008 heeft laten weten dat zij zich bereid houdt tot overleg, mocht een andere uitgever geïnteresseerd zijn en dat zij zich alle rechten voorbehoudt. Voor zover al moet worden aangenomen dat de overeenkomst niet rechtsgeldig is beëindigd, hetgeen RVP kennelijk betoogd, mocht [A] er onder deze omstandigheden wel van uitgaan dat het haar vrijstond een andere uitgever te benaderen. Er was onder deze omstandigheden dan ook geen aanleiding voor Artemis om nader onderzoek te doen naar de verplichtingen van [A] uit de overeenkomst jegens RVP.

4.8. RVP verwijt Artemis verder nog dat zij nader onderzoek had moeten doen naar de auteursrechten. Daarbij gaat RVP ervan uit dat [A] M2 aan Artemis heeft aangeboden. Dit is echter door Artemis gemotiveerd betwist en nu RVP heeft nagelaten haar stelling te onderbouwen met voor bewijs vatbare feiten en omstandigheden, gaat de rechtbank ervan uit dat aan Artemis M3 is aangeboden. Volgens RVP is M3 gebaseerd op M2, maar zonder nadere toelichting, die ontbreekt, valt niet in te zien dat en waarom Artemis dat had moeten weten. In hetgeen door RVP is aangevoerd zijn dan ook onvoldoende aanknopingspunten voor het oordeel dat van Artemis had mogen worden verwacht dat zij nader onderzoek zou doen naar de totstandkoming van M3.

4.9. Het voorgaande leidt ertoe dat het door RVP gestelde onrechtmatig handelen door Artemis niet is komen vast te staan zodat de vordering die daarop zijn gebaseerd zullen worden afgewezen.

Auteursrecht

4.10. RVP stelt zich op het standpunt dat Artemis c.s. met het boek “De uitverkorene” inbreuk heeft gemaakt op een aan RVP toekomend auteursrecht op M2.

4.11. Artemis c.s. heeft allereerst aangevoerd dat RVP niet ontvankelijk is in haar vordering omdat voor zover er al sprake is van auteursrechten op M2 van de bewerker, niet RVP, maar [C] de rechthebbende zou zijn. RVP heeft in reactie daarop een door RVP en door [C] ondertekende verklaring overgelegd waarin [C] verklaart alle eventuele auteursrechten op de tekstbewerking exclusief en algeheel over te dragen aan RVP. Hierop is door Artemis c.s. niet meer gereageerd. Het beroep van Artemis c.s. wordt dan ook verworpen.

4.12. Tussen partijen is niet in geschil dat M2 een bewerking vormt van M1. Ingevolge het bepaalde in artikel 10 lid 2 Aw geniet een bewerking (als sprake is van een eigen karakter en persoonlijk stempel van de maker) bescherming onverminderd het auteursrecht op het oorspronkelijke werk. Dat betekent dat als moet worden geoordeeld dat de bewerking (hierna de bewerking) bescherming geniet, op M2 twee auteursrechten rusten, te weten die van de maker van de bewerking en die van [A]. Daarop ziet, zo begrijpt de rechtbank RVP, de stellingen van RVP dat sprake is van mede auteursrecht, dan wel gezamenlijk eigendom van M2.

4.13. RVP betwist niet dat [A] het auteursrecht heeft op de stukken uit M2 die zijn overgenomen uit M1, maar stelt zich op het standpunt dat zij het eigen auteursrecht heeft op de bewerkte stukken. Artemis c.s. heeft allereerst betwist dat de bewerking auteursrechtelijke bescherming geniet. Subsidiair is Artemis c.s. van mening dat [A] de maker van de bewerking is en meer subsidiair is volgens Artemis c.s. ten aanzien van de bewerking sprake van een gezamenlijk werk.

4.14. In M2 zijn stukken en aspecten uit M1 overgenomen, maar -anders dan Artemis c.s. betoogt- is aan de bewerking ook een eigen karakter gegeven. Het gaat immers om meer dan een tekstcorrectie. Zo is er een indeling in hoofdstukken gemaakt en zijn stukken herschreven. De bewerking draagt als zodanig een eigen persoonlijk karakter en een persoonlijk stempel van de maker. De bewerking geniet dan ook auteursrechtelijke bescherming.

4.15. Artemis c.s. stelt zich vervolgens op het standpunt dat [A] de rechthebbende is van de auteursrechten op de bewerking omdat zij als maker van de bewerking moet worden aangemerkt, nu de bewerking onder haar leiding en toezicht tot stand is gekomen. Het beroep van [A] op artikel 6 Auteurswet faalt. Ingevolge dat artikel wordt als maker van een werk aangemerkt, degene naar wiens ontwerp en onder wiens leiding en toezicht dat werk tot stand is gebracht. De uitvoerder geldt dus niet als (mede) maker. Voor zover Artemis c.s. heeft bedoeld aan te voeren dat [C] in dit geval slechts uitvoerder was, blijkt dat niet uit hetgeen zij in dat verband heeft aangevoerd. Volgens [A] zijn alle veranderingen met haar toestemming tot stand gekomen en hebben zij daarbij nauw samengewerkt, maar daarmee is nog niet voldaan aan het vereiste van artikel 6 Aw . Onvoldoende is gesteld of gebleken dat [C] alleen uitvoerder was.

4.16. Ter beoordeling staat dan nog de vraag of met de bewerking sprake is van een gezamenlijk werk. Van een gemeenschappelijk (gezamenlijk) werk is sprake als de verschillende elementen niet scheidbaar zijn. Van onscheidbaarheid wordt gesproken als de samenwerking zo ver gaat dat de auteurs (in overleg) elkaars concepten aan elkaar aanpassen en corrigeren, waardoor onderdeel voor onderdeel van een gezamenlijk creatief product gesproken kan worden. Volgens [A] was de samenwerking tussen [C] en haar zodanig dat gesproken kan worden van een gezamenlijke bewerking. Alles werd aldus [A] in overleg tussen [C] en [A] veranderd. RVP betwist dat sprake is van een gezamenlijke bewerking, maar zij heeft nagelaten haar betwisting te onderbouwen met voor bewijs vatbare feiten en omstandigheden. Zij heeft niet toegelicht hoe de bewerking dan wel tot stand is gekomen en is evenmin ingegaan op de samenwerking tussen [C] en [A]. Nu RVP heeft nagelaten feiten en omstandigheden aan te voeren waaruit volgt dat sprake is van scheidbaarheid en RVP evenmin voldoende heeft weersproken dat [A] ook zelf stukken heeft herschreven en bijgeschreven, is niet komen vast te staan dat ten aanzien van de bewerking sprake is van één creatie door [C], en gaat de rechtbank ervan uit dat sprake is van een gemeenschappelijk werk.

4.17. Het voorgaande leidt ertoe dat [C] en [A] gezamenlijk eigenaar zijn van het auteursrecht op de bewerking. Voor zover [C] zijn aandeel daarin al rechtsgeldig heeft overgedragen aan RVP, zijn zij alleen mede eigenaar van het auteursrecht op de bewerking en alleen al om die reden stranden de door RVP ingestelde vorderingen. Deze zijn immers gebaseerd op de stelling dat RVP (enig) eigenaar is van het auteursrecht op de bewerking.

Slotsom

4.18. De vorderingen van RVP worden afgewezen en RVP zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskoten.

4.19. Artemis c.s. vordert volledige proceskostenvergoeding op grond van artikel 1019h van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Deze kosten kunnen uitsluitend worden toegewezen voor zover het gaat om kosten samenhangend met de inbreuk op intellectuele eigendomsrechten en voor zover deze kosten redelijk en evenredig zijn. Artemis heeft specificaties van gedeclareerde kosten overgelegd tot 1 februari 2011 van in totaal EUR 22.443,09. [A] heeft specificaties van gedeclareerde kosten overgelegd tot en met 31 januari 2011 van in totaal EUR 15.392,78

4.20. RVP betwist de hoogte van de door Artemis c.s. gestelde kosten. Zij verwijst daartoe naar het geïndiceerde tarief volgens Indicatietarieven in IE-zaken in eenvoudige zaken. Verder wijst RVP op het feit dat beide gedaagden ieder een eigen advocaat hebben.

4.21. Het maximale geïndiceerde tarief volgens Indicatietarieven in IE-zaken bedraagt voor een bodemzaak in eenvoudige zaken zonder re- en dupliek EUR 8.000,- en in overige zaken zonder re- en dupliek EUR 20.000,=. Voor zover RVP heeft bedoeld aan te voeren dat in dit geval sprake is van een eenvoudige zaak, dan wordt dat verweer als onvoldoende toegelicht verworpen. Overigens gaat RVP bij haar eigen vordering tot vergoeding van de volledige proceskosten evenmin uit van een eenvoudige zaak. De rechtbank gaat uit van het geïndiceerde tarief van EUR 20.000,00. De kosten van [A] gaan dit tarief niet te boven. De kosten van Artemis wel. Er zijn echter geen redenen aangevoerd om aan te nemen dat deze extra kosten redelijk zijn, zodat wordt uitgegaan van redelijke kosten van in totaal EUR 20.000,00, vermeerderd met een bedrag van EUR 405,00 aan vastrecht. De kosten van [A] bedragen in totaal EUR 15.797,78 en van Artemis EUR 20.405,00.

Er is geen aanleiding om de vergoeding voor de proceskosten te verminderen omdat Artemis c.s. beiden een eigen advocaat hebben.

4.22. De vorderingen van RVP zijn deels gebaseerd op een inbreuk op intellectuele eigendomsrechten. De rechtbank gaat er in dit geval vanuit dat de advocaten de helft van hun tijd daaraan hebben besteed. De helft van de opgegeven kosten zullen dan ook in aanmerking worden genomen. Voor het overige zullen de proceskosten conform het normale liquidatietarief worden vastgesteld.

4.23. De kosten aan de zijde van [A] en Artemis worden ieder conform het liquidatietarief begroot op:

- vast recht 405,00

- salaris advocaat 904,00 (2,0 punten × tarief EUR 452,00)

Totaal EUR 1.309,00

4.24. Dit betekent dat de proceskosten aan de zijde van [A] worden begroot op EUR 7.898,89 (1/2 van EUR 15.797,78) + 654,50 (1/2 van EUR 1.309,00) = EUR 8.553,39. De kosten van Artemis worden begroot op EUR 10.202,50 (1/2 van EUR 20.405,00) + 654,50 (1/2 van EUR 1.309,00) = 10.857,00.

4.25. De door Artemis gevorderde nakosten zullen als na te melden worden toegewezen.

in reconventie

4.26. [A] vordert teruggave van persoonlijke eigendommen. Nu daaromtrent niets anders is gesteld of gebleken wordt ervan uitgegaan dat deze goederen voor de behandeling ter comparitie zijn teruggegeven. De vordering van [A] wordt dan ook afgewezen.

4.27. [A] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van RVP worden begroot op:

- salaris advocaat 226,00 (1,0 punt × factor 0,5 × tarief EUR 452,00)

Totaal EUR 226,00

5. De beslissing

De rechtbank

in conventie

5.1. wijst de vorderingen af,

5.2. veroordeelt RVP in de proceskosten, aan de zijde van [A] tot op heden begroot op EUR 1.309,00, en aan de zijde van Artemis tot op heden begroot op EUR 1.309,00,

5.3. veroordeelt RVP in de na dit vonnis ontstane kosten aan de zijde van Artemis, begroot op:

- EUR 131,00 aan salaris advocaat,

- te vermeerderen, onder de voorwaarde dat betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden en de veroordeelde niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan, met een bedrag van EUR 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak,

5.4. verklaart dit vonnis in conventie wat betreft de kostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad,

in reconventie

5.5. wijst de vorderingen af,

5.6. veroordeelt [A] in de proceskosten, aan de zijde van RVP tot op heden begroot op EUR 226,00.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. Vrakking, mr. J. Thomas en mr. J.M. van Hall en in het openbaar uitgesproken op 30 maart 2011.?

NB: Ten aanzien van de proceskosten is een herstelvonnis gewezen.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde wetgeving

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature