< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:

Inhoudsindicatie:

Art. 8.40 Wet milieubeheer, art 5 Besluit landbouw milieubeheer. Niet naleven van voorschrift 1.3.2 van de Bijlage van het Besluit landbouw milieubeheer.

Art. 7 Wet bodembescherming, art. 5 Besluit gebruik meststoffen. Niet emissiearm aanwenden van dierlijke meststoffen. Beroep op ontbreken materiële wederrechtelijkheid verworpen.

Uitspraak



Gerechtshof Leeuwarden

Sector strafrecht

Parketnummer: 24-001527-10

Uitspraak d.d.: 4 juli 2011

TEGENSPRAAK

Arrest van de economische kamer

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de economische politierechter in de rechtbank Groningen van 22 april 2010 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 18-994818-09 en 18-994736-09, tegen

[verdachte],

gevestigd te [vestigingsplaats], [adres],

ter terechtzitting vertegenwoordigd door [gemachtigde], maat van verdachte.

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 20 juni 2011 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot vernietiging van het vonnis, bewezenverklaring van het onder 1 en 2 ten laste gelegde en veroordeling ter zake hiervan tot een geldboete van 1.000 euro, waarvan 500 euro voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen namens verdachte door haar vertegenwoordiger [gemachtigde] naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen en opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

Zaak met parketnummer 18-994818-09:

zij op of omstreeks 3 juli 2009 te [plaats], al dan niet opzettelijk, als degene die een inrichting dreef, te weten een melkveebedrijf, gelegen aan de [adres], er geen zorg voor heeft gedragen dat een voorschrift genoemd in de Bijlage behorende bij het Besluit landbouw milieubeheer werd nageleefd, immers werden in strijd met voorschrift 1.3.2. afvalstoffen zoals houtafval (oude planken en /of oude deuren) en/of kunststofafval (plastic speciekuip en/of plastic schrootafval) en/of groenafval (tuin- en/of snoeiafval) niet van elkaar gescheiden en/of gescheiden gehouden.

Zaak met parketnummer 18-994736-09 (gevoegd):

zij op of omstreeks 06 april 2009 in de gemeente [gemeente] in de provincie Groningen, al dan niet opzettelijk, dierlijke meststoffen en/of een mengsel met dierlijke meststoffen heeft gebruikt op een of meer percelen grasland, gelegen aan of nabij de [adres], terwijl die dierlijke meststoffen en/of dat mengsel niet emissiearm werd(en) aangewend.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel - ook in onderdelen - slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging verkregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het in de zaak met parketnummer 18-994818-09 en in de zaak met parketnummer 18-994736-09 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

Zaak met parketnummer 18-994818-09:

zij op 3 juli 2009 te [plaats], opzettelijk, als degene die een inrichting dreef, te weten een melkveebedrijf, gelegen aan de [adres], er geen zorg voor heeft gedragen dat een voorschrift genoemd in de Bijlage behorende bij het Besluit landbouw milieubeheer werd nageleefd, immers werden in strijd met voorschrift 1.3.2. afvalstoffen zoals houtafval (oude planken) en kunststofafval (plastic speciekuip en plastic schrootafval) en groenafval (tuin- en/of snoeiafval) niet van elkaar gescheiden en gescheiden gehouden.

Zaak met parketnummer 18-994736-09 (gevoegd):

zij op 06 april 2009 in de gemeente [gemeente] in de provincie Groningen, opzettelijk, dierlijke meststoffen heeft gebruikt op een of meer percelen grasland, gelegen aan of nabij de [adres], terwijl die dierlijke meststoffen niet emissiearm werden aangewend.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

het in de zaak met parketnummer 18-994818-09 bewezenverklaarde levert op:

overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 8.40 van de Wet milieubeheer , opzettelijk begaan door een rechtspersoon.

het in de zaak met parketnummer 18-994736-09 bewezenverklaarde levert op:

overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 7 van de Wet bodembescherming , opzettelijk begaan door een rechtspersoon.

Strafbaarheid van de verdachte

De vertegenwoordiger van verdachte heeft ter terechtzitting ten aanzien van de zaak met parketnummer 18-994736-09 (zakelijk weergegeven) aangevoerd dat de methode van aanwenden van mest die de maatschap toepast de gezondheid van mensen en dieren beter dient dan de door de wetgever voorgeschreven methoden. Het hof vat het verweer op als een beroep op het ontbreken van de (materiële) wederrechtelijkheid wegens het bestaan van een buitenwettelijke rechtvaardigingsgrond, op grond waarvan verdachte - bij honorering van het beroep - zou moeten worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

Het hof verwerpt dit verweer op grond van het volgende.

Vooropgesteld wordt dat de wijze waarop verdachte dierlijke meststoffen aanwendt niet kan worden aangemerkt als emissiearm, zoals omschreven in Bijlage II bij het Besluit gebruik meststoffen (hierna te noemen: het Besluit).

Voor het gebruik van een andere methode dan de in Bijlage II van het Besluit genoemde methoden is in artikel 64 van de Wet bodembescherming en artikel 7 van het Besluit voorzien in de mogelijkheid van vrijstelling respectievelijk ontheffing van het verbod in artikel 5 van het Besluit.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is niet op grond van feiten en omstandigheden aannemelijk geworden dat verdachte ten tijde van de hem verweten gedraging over een ontheffing c.q. een vrijstelling beschikte.

Onder deze omstandigheden kan niet worden gezegd dat aan het feit de materiële wederrechtelijkheid ontbreekt. Het hof is van oordeel dat reeds daarom het verweer van verdachte niet kan slagen.

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op het maatschappelijk functioneren van verdachte en haar financiële draagkracht, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft opzettelijk hout-, kunststof- en groenafval niet van elkaar gescheiden en gescheiden gehouden. Hiermee heeft zij zich schuldig gemaakt aan overtreding van de Wet milieubeheer, welke wet strekt tot bescherming van het milieu.

Verdachte heeft daarnaast opzettelijk niet emissiearm dierlijke meststoffen aangewend op grasland. Zij heeft zich daarmee onttrokken aan de Nederlandse regelgeving op milieugebied, die dwingend voorschrijft dat het niet toegestaan is dierlijke meststoffen te gebruiken op grasland, tenzij deze meststoffen emissiearm worden aangewend op de wijze als aangegeven in artikel 5 van het Besluit gebruik meststoffen .

De maten van verdachte achten de door de maatschappij gehanteerde methode beter voor het milieu en de gezondheid van mens en dier dan de bemestingsmethoden die zijn voorgeschreven in het genoemde Besluit.

Ter terechtzitting is aannemelijk geworden dat het niet de intentie van verdachte en haar maten is geweest om aan de doelen die met de wettelijke normen worden nagestreefd, in het bijzonder de vermindering van de emissie van ammoniak, voorbij te gaan. Het hof heeft de indruk dat verdachte op gewetensvolle wijze tracht de doelen van de milieubeschermende wettelijke bepalingen na te streven door middel van een samenstel van alternatieve methoden. Verdachte is echter onverminderd gehouden de toepasselijke wettelijke bepalingen na te leven.

Het hof houdt bij de straftoemeting rekening met een verdachte betreffend uittreksel uit het algemeen justitieel documentatieregister van 11 april 2011, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld wegens strafbare feiten.

Gelet op hetgeen doorgaans voor dergelijke feiten wordt opgelegd acht het hof de in eerste aanleg opgelegde geldboete te laag. Het hof acht, uit het oogpunt van normhandhaving, een (deels voorwaardelijke) geldboete zoals door de advocaat-generaal is gevorderd passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24 en 57 van het Wetboek van Strafrecht , de artikelen 1a, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten , artikel 8.40 van de Wet milieubeheer , artikel 7 van de Wet bodembescherming , artikel 5 van het Besluit gebruik meststoffen en artikel 5 van de Besluit landbouw milieubeheer.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 18-994818-09 en in de zaak met parketnummer 18-994736-09 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het in de zaak met parketnummer 18-994818-09 en in de zaak met parketnummer 18-994736-09 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van EUR 1.000,00 (duizend euro).

Bepaalt dat een gedeelte van de geldboete, groot EUR 500,00 (vijfhonderd euro), niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Aldus gewezen door

mr. J.J. Beswerda, voorzitter,

mr. A. Dijkstra en mr. E. de Witt, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. I.N. Koers, griffier,

en op 4 juli 2011 ter openbare terechtzitting uitgesproken.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature