< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:

Inhoudsindicatie:

diefstallen, meermalen gepleegd; bewijs- en strafmaatmotivering.

Uitspraak



RECHTBANK ZWOLLE - LELYSTAD

Sector Strafrecht - Meervoudige Strafkamer

Parketnummer: 07.653245-10 (P), 07.440183-09 (vtvv), 07.440168-08 (vtvv)

Uitspraak: 26 april 2011

VONNIS IN DE STRAFZAAK VAN:

het openbaar ministerie

tegen

(verdachte)

geboren (geboorte plaats)

wonende te(adres)

thans verblijvende in (detentieadres)

ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 11 januari 2011 en 12 april 2011.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. J.F. Gregoire, advocaat te ‘s-Gravenhage.

Als officier van justitie was aanwezig mr. A.E.M. Doedens.

TENLASTELEGGING

De verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 14 februari 2010 in de gemeente Deventer tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen geld , een laptop, een telefoontoestel en/of hennepplantjes, in elk geval enig goed en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan (benadeelde partij 1), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die (benadeelde partij 1), gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en):

- dat die (benadeelde partij 1) bij de armen werd beet- of vastgepakt en/of dat de armen van die (benadeelde partij 1) op de rug werden gedrukt en/of op de rug werden vastgebonden en/of

- dat die (benadeelde partij 1) op de grond werd geduwd en/of

- dat de benen van die (benadeelde partij 1) werden vastgebonden;

2.

hij op of omstreeks 06 maart 2010 in de gemeente Raalte tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een aan de (straatnaam) geparkeerd staande auto heeft weggenomen een navigatiesysteem (TomTom), in elk geval enig goed,geheel of ten dele toebehorende aan (benadeelde partij 2) , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s)zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

3.

hij op of omstreeks 06 maart 2010 in de gemeente Raalte tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een aan de (straatnaam) geparkeerd staande auto heeft weggenomen een navigatiesysteem (TomTom), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan (benadeelde partij 3) in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming.

4.

hij op of omstreeks 04 mei 2010 in de gemeente Deventer tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen toiletartikelen (merk Zwitsal), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan (benadeelde partij 4), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

5.

hij op of omstreeks 07 maart 2010 in de gemeente Raalte ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen meerdere, althans één fiets(en) (Gazelle herenfiets en/of zwarte omafiets), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan onbekend gebleven personen, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader die fiet(sen) weggepakt bij een de fietsenstalling van het station in Raalte en/of de/het slot(en) van die fiets(en) geforceerd en/of die fiets(en) dichtbij (de openstaande achterklep van) een in de directe nabijheid van die fietsenstalling geparkeerde bestelbus neergezet, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

6.

hij op of omstreeks 13 april 2010 in de gemeente Deventer tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen (onder meer) zeep en/of bodylotion en/of schuimbad en/of olie (merk Zwitsal) en/of vlees en/of wasmiddel, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan (benadeelde partij 5)., in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s

VOORVRAGEN

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

BEWIJSMOTIVERING

Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd verdachte te veroordelen ter zake van het onder 1, onder 2, onder 3, onder 4 en onder 6 ten laste gelegde.

Ten aanzien van het onder 5 ten laste gelegde heeft de officier van justitie vrijspraak gevorderd.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft zich gerefereerd aangaande de bewezenverklaring met betrekking tot het onder 1, onder 2, onder 3, onder 4 en onder 6 ten laste gelegde en heeft vrijspraak bepleit ten aanzien van het onder 5 ten laste gelegde.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank overweegt, op grond van de hierna in voetnoten vermelde bewijsmiddelen , het navolgende.

De rechtbank overweegt dat ten aanzien van het ten laste gelegde sprake is van een bekennende verdachte in de zin van artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering . De rechtbank zal daarom volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen die tot de bewezenverklaring hebben geleid.

De rechtbank acht - met uitzondering van de diefstal van de laptop - wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte onder 1 ten laste is gelegd, gelet op de volgende bewijsmiddelen:

• Het proces-verbaal van aangifte van (benadeelde partij 1) ;

• De bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 11 januari 2011 .

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte onder 2 ten laste is gelegd, gelet op de volgende bewijsmiddelen:

• Het proces-verbaal van aangifte van (benadeelde partij 2) ;

• De bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 11 januari 2011 .

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte onder 3 ten laste is gelegd, gelet op de volgende bewijsmiddelen:

• Het proces-verbaal van aangifte van (benadeelde partij 3) ;

• De bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 11 januari 2011 .

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte onder 4 ten laste is gelegd, gelet op de volgende bewijsmiddelen :

• Het proces-verbaal van aangifte van (benadeelde partij 4) ;

• De bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 11 januari 2011 .

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte onder 6 ten laste is gelegd, gelet op de volgende bewijsmiddelen :

• Het proces-verbaal van aangifte van (benadeelde partij 5) ;

• De bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 11 januari 2011 .

BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht derhalve wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder 1, 2, 3, 4 en 6 ten laste is gelegd, met dien verstande dat

1.

hij op 14 februari 2010 in de gemeente Deventer tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen, een telefoontoestel en hennepplantjes, toebehorende aan (benadeelde partij 1), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en zijn mededader, welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen die (benadeelde partij 1), gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld hierin bestond:

- dat die (benadeelde partij 1) bij de armen werd beet- of vastgepakt en dat de armen van die (benadeelde partij 1) op de rug werden gedrukt en op de rug werden vastgebonden en

- dat die (benadeelde partij 1) op de grond werd geduwd en

- dat de benen van die (benadeelde partij 1) werden vastgebonden;

2.

hij op 06 maart 2010 in de gemeente Raalte tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een aan de Lijster geparkeerd staande auto heeft weggenomen een navigatiesysteem (TomTom), in elk geval enig goed toebehorende aan (benadeelde partij 2), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en zijn mededader, waarbij verdachte en/of zijn mededader het weg te nemen goed onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak;

3.

hij omstreeks 06 maart 2010 in de gemeente Raalte tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een aan de Reiger geparkeerd staande auto heeft weggenomen een navigatiesysteem (TomTom), in elk geval enig goed toehorende aan (benadeelde partij 3), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader, waarbij verdachte en/of zijn mededader het weg te nemen goed onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak.

4.

hij op 04 mei 2010 in de gemeente Deventer met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen toiletartikelen (merk Zwitsal), toebehorende aan (benadeelde partij 4).

6.

hij op 13 april 2010 in de gemeente Deventer met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen zeep en/of bodylotion en/of schuimbad en/of olie (merk Zwitsal) en/of vlees en/of wasmiddel, toebehorende aan (benadeelde partij 6)

Van het onder 1, 2, 3, 4 en 6 meer of anders ten laste gelegde zal de verdachte worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen acht.

DE STRAFBAARHEID VAN HET FEIT

Het bewezene levert op:

Feit 1:

Diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om, bij betrapping op heter daad, aan zichzelf en andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen,

strafbaar gesteld bij artikel 312 van het Wetboek van Strafrecht.

Feit 2

Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak,

strafbaar gesteld bij artikel 311 juncto 310 van het Wetboek van Strafrecht.

Feit 3

Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak,

strafbaar gesteld bij artikel 311 juncto 310 van het Wetboek van Strafrecht.

Feit 4

Diefstal,

Strafbaar gesteld bij artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht

Feit 6

Diefstal,

Strafbaar gesteld bij artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht

Er zijn geen feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. Dit levert de genoemde strafbare feiten op.

DE STRAFBAARHEID VAN DE VERDACHTE

Er zijn geen feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is derhalve strafbaar.

OPLEGGING VAN STRAF EN/OF MAATREGEL

Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht gevorderd:

• verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht;

• toewijzing van de vordering van de benadeelde partij (benadeelde partij 1) tot een bedrag van

€ 710,--, alsmede oplegging van de maatregel tot schadevergoeding ten behoeve van dit slachtoffer tot voornoemd bedrag;

• toewijzing van de vordering van de benadeelde partij (benadeelde partij 7) tot een bedrag van € 275,85, alsmede oplegging van de maatregel tot schadevergoeding ten behoeve van dit slachtoffer tot voornoemd bedrag;

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat bij de op te leggen straf in positieve zin dient te worden meegewogen dat verdachte openheid van zaken heeft verschaft en zijn leven een positieve wending wil geven.

Het oordeel van de rechtbank

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden

waaronder verdachte zich daaraan heeft schuldig gemaakt en op de persoon van verdachte,

zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank de

na te noemen beslissing passend.

De rechtbank is in dit geval van oordeel dat een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf noodzakelijk is, omdat aard en ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, gelet ook op het strafrechtelijk verleden van de verdachte, door een lichtere strafrechtelijke afdoening van de zaak miskend zouden worden. Bijzondere omstandigheden die tot een ander oordeel zouden moeten voeren, acht de rechtbank niet aanwezig.

De rechtbank rekent het de verdachte met name zwaar aan dat hij met het oog op geldelijk gewin en zonder zich daarbij enige rekenschap te geven van de gevolgen van zijn handelen voor het slachtoffer (benadeelde partij 1)) samen met een medeverdachte is overgegaan tot het plegen van een gewelddadige diefstal uit een woning, waarbij het slachtoffer in een buitengewoon beangstigende situatie is gebracht. Hij is in zijn eigen woning overmeesterd en vastgebonden met tie rips, terwijl zijn zoontje van zes jaar oud in de huiskamer te slapen lag.

Dergelijke feiten hebben niet alleen een grote impact op het slachtoffer maar veroorzaken eveneens grote maatschappelijke onrust. Het mag als een feit van algemene bekendheid worden verondersteld dat slachtoffers van dergelijke misdrijven te kampen kunnen krijgen met psychische problemen, waardoor zij in hun (dagelijks) functioneren kunnen worden belemmerd.

Tevens heeft verdachte zich samen met een medeverdachte schuldig gemaakt aan een tweetal auto-inbraken en heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan een tweetal winkeldiefstallen, hetgeen feiten zijn die naast schade, veel hinder en ergernis veroorzaken voor de gedupeerden en in het algemeen bij benadeelden gevoelens van onrust en onveiligheid teweegbrengen. Ook dit rekent de rechtbank verdachte zwaar aan.

Uit het reclasseringsadvies van Tactus Verslavingszorg d.d. 29 maart 2011, opgemaakt door reclasseringswerker J. Groen blijkt dat verdachte, ondanks zijn eerdere uitlatingen daaromtrent ter terechtzitting van 11 januari 2011, niet wilde meewerken aan de totstandkoming van een klinische behandeling en dat het gesprek met de reclasseringswerker op verdachtes initiatief is beëindigd. Gelet hierop adviseert Tactus Verslavingszorg oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

Uit het Uittreksel Justitiële Documentatie van 24 november 2010 blijkt tevens dat verdachte eerder veelvuldig is veroordeeld voor soortgelijke feiten, zoals onder 2, 3, 4 en 6 ten laste gelegd.

Gelet op het kennelijke gemak waarmee verdachte desondanks is doorgegaan met het plegen van dergelijk feiten, gelet op voornoemde conclusies uit het reclasseringsadvies van Tactus Verslavingszorg en met name gelet ook op de ernst van met name het onder 1 ten laste gelegde en bewezen verklaarde feit, acht de rechtbank een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf zoals door de officier van justitie gevorderd passend.

De rechtbank heeft bij de vaststelling van de duur van de gevangenisstraf als uitgangspunt genomen dat zij voor een beroving in een woning tussen de 21 maanden en 30 maanden gevangenisstraf pleegt op te leggen.

In strafverzwarende zin heeft de rechtbank meegewogen dat het feit in vereniging is gepleegd. Verdachte en zijn medeverdachte hebben van te voren afgesproken dat verdachte het slachtoffer zou vasthouden. Voor het gebruikte geweld is verdachte in ernstige mate verantwoordelijk is te houden.

De rechtbank heeft tevens acht geslagen op het zorgelijke strafblad van verdachte. Dit weegt de rechtbank sterk in het nadeel van verdachte mee.

Bovendien heeft de rechtbank rekening gehouden met het in het reclasseringsrapport beschreven gevaar voor recidive en verdachtes weigering om mee te werken aan de totstandkoming van een klinische behandeling. De rechtbank zal bij de strafoplegging niet in het voordeel van verdachte betrekken diens gestelde voornemen om zijn leven te beteren nu verdachte de hem daartoe aangeboden kans op hulpverlening links heeft laten liggen.

De rechtbank heeft verder acht geslagen op de Oriëntatiepunten van het LOVS voor veelplegers. Als uitgangspunt voor diefstal uit een auto wordt, bij recidive binnen 2 jaar, een gevangenisstraf van 8 weken onvoorwaardelijk gehanteerd. Daarnaast hanteert de rechtbank als uitgangspunt voor de diefstallen, in overeenstemming met de Oriëntatiepunten van het LOVS voor veelplegers, rekeninghoudend met de recidive binnen 2 jaar, 4 weken gevangenisstraf per winkeldiefstal. De rechtbank ziet geen aanleiding om van deze richtlijnen af te wijken.

Bij haar beslissing heeft de rechtbank rekening gehouden met:

een de verdachte betreffend reclasseringsadvies d.d. 17 december 2010 uitgebracht door W.L. de Vos, werkzaam bij Tactus verslavingszorg;

- een de verdachte betreffende reclasseringsadvies d.d. 29 maart 2011 uitgebracht door J. Groen, werkzaam bij Tactus Verslavingszorg

- een de verdachte betreffend uittreksel justitiële documentatie d.d. 24 november 2010.

De oplegging van straf of maatregel is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 10, 27, 36f, 57 en 63 van het Wetboek van Strafrecht.

Benadeelde partij (benadeelde partij 1)

Bij het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan, dat de benadeelde partij (benadeelde partij 1) rechtstreeks schade heeft geleden ten gevolge van het ten laste van verdachte onder 1 bewezen verklaarde feit.

De hoogte van die schade is, gelet op de inhoud van het “voegingsformulier benadeelde partij in het strafproces” en gelet op hetgeen tijdens het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen, genoegzaam komen vast te staan tot een bedrag van € 710,-- (€ 640,-- aan immateriële schadevergoeding en € 70,-- aan materiële schadevergoeding), vermeerderd met de kosten die -tot op heden- worden begroot op nihil.

De vordering van de benadeelde partij, die in die vordering ontvankelijk is, is in dier voege toewijsbaar.

De verdachte is voor de schade, voor zover toegewezen, naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk.

De rechtbank zal voorts aan de verdachte op de voet van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van bovengenoemde geldsom van € 710,-- ten behoeve van het slachtoffer (benadeelde partij 1).

Benadeelde partij (benadeelde partij 7)

Bij het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan, dat de benadeelde partij (benadeelde partij 7) rechtstreeks schade heeft geleden ten gevolge van het ten laste van verdachte onder 3 bewezen verklaarde feit.

De hoogte van die schade is, gelet op de inhoud van het “voegingsformulier benadeelde partij in het strafproces” en gelet op hetgeen tijdens het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen, genoegzaam komen vast te staan tot een bedrag van € 275,85, vermeerderd met de kosten die -tot op heden- worden begroot op nihil.

De vordering van de benadeelde partij, die in die vordering ontvankelijk is, is in dier voege toewijsbaar.

De verdachte is voor de schade, voor zover toegewezen, naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk.

De rechtbank zal voorts aan de verdachte op de voet van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van bovengenoemde geldsom van € 275,85 ten behoeve van het slachtoffer (benadeelde partij 7)

Vordering tenuitvoerlegging voorwaardelijke veroordeling

Parketnummer: 07.440183-09:

Gelet op het voorgaande en op het bepaalde in artikel 14g van het Wetboek van Strafrecht acht de rechtbank termen aanwezig alsnog de tenuitvoerlegging te gelasten van de door de politierechter bij vonnis d.d. 11 januari 2010 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf van 30 dagen.

Parketnummer 07.440168-08

Gelet op het voorgaande en op het bepaalde in artikel 14g van het Wetboek van Strafrecht acht de rechtbank termen aanwezig alsnog de tenuitvoerlegging te gelasten van de door de meervoudige strafkamer bij vonnis d.d. 17 maart 2009 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf van 60 dagen.

BESLISSING

Ten aanzien van de tenlastelegging

Het onder 5 ten laste gelegde is niet bewezen en de verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

Het onder 1, 2, 3, 4 en 6 ten laste gelegde is bewezen zoals hiervoor aangegeven en levert de strafbare feiten op, zoals hiervoor vermeld. De verdachte is deswege strafbaar.

Het onder 1, 2, 3, 4 en 6 meer of anders ten laste gelegde is niet bewezen en de verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden.

De tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, zal bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering worden gebracht.

Schadevergoeding (benadeelde partij 1)

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij (benadeelde partij 1), wonende te Deventer van een bedrag van € 710,-- (zegge: zevenhonderden tien euro) vermeerderd met de wettelijke rente sinds de dag waarop het thans onder 1 bewezen verklaarde feit jegens de benadeelde partij werd gepleegd, te weten 14 februari 2010, tot die van de voldoening, hoofdelijk met dien verstande dat indien en voor zover zijn mededader betaalt, verdachte in zoverre van deze verplichting zal zijn bevrijd.

De verdachte wordt voorts veroordeeld in de kosten, door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

De rechtbank legt op aan verdachte de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag, groot € 710,--, ten behoeve van het slachtoffer (benadeelde partij 1), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 14 dagen hechtenis.

De rechtbank bepaalt dat, indien verdachte en/of zijn mededader heeft/hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat, daarmee verdachtes verplichting tot betaling aan de benadeelde partij (benadeelde partij 1) in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte en/of zijn mededader heeft/hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij (benadeelde partij 1), daarmee verdachtes verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Schadevergoeding (benadeelde partij 7)

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij (benadeelde partij 7) van een bedrag van € 275,85 (zegge: tweehonderd vijfenzeventig euro en vijfentachtig eurocent) vermeerderd met de wettelijke rente sinds de dag waarop het thans onder 3 bewezen verklaarde feit jegens de benadeelde partij werd gepleegd, te weten 6 maart 2010, tot die van de voldoening, hoofdelijk met dien verstande dat indien en voor zover zijn mededader betaalt, verdachte in zoverre van deze verplichting zal zijn bevrijd.

De verdachte wordt voorts veroordeeld in de kosten, door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

De rechtbank legt op aan verdachte de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag, groot € 275,85 ten behoeve van het slachtoffer (benadeelde partij 1), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 5 dagen hechtenis.

De rechtbank bepaalt dat, indien verdachte en/of zijn mededader heeft/hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat, daarmee verdachtes verplichting tot betaling aan de benadeelde partij (benadeelde partij 7). in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte en/of zijn mededader heeft/hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij (benadeelde partij 7) daarmee verdachtes verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Ten aanzien van de vorderingen tenuitvoerlegging voorwaardelijke veroordeling

De rechtbank wijst de vorderingen toe.

De rechtbank gelast de tenuitvoerlegging van de in de zaak met parketnummer 07.440183-09 bij vonnis van de politierechter d.d. 11 januari 2011 voorwaardelijk aan verdachte opgelegde straf, te weten 30 dagen gevangenisstraf.

De rechtbank gelast de tenuitvoerlegging van de in de zaak met parketnummer 07.440168-08 bij vonnis van de meervoudige strafkamer d.d. 17 maart 2009 voorwaardelijk aan verdachte opgelegde straf, te weten 60 dagen gevangenisstraf.

Aldus gewezen door mr. F.E.J. Goffin, voorzitter, mrs. G.A. Versteeg en L.J.C. Hangx , rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.W. Sijnstra - Meijer als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 april 2011.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature