< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Artikel 4:93, eerste lid, van de Awb en artikel 6:127, tweede lid, van het BW. Bevoegdheid van verrekening door het UWV.

Uitspraak



RECHTBANK GRONINGEN

Sector Bestuursrecht

Enkelvoudige kamer

Zaaknummer: AWB 10/1099 WAO en 10/1179 WAZ

Uitspraak in de geschillen tussen

[eiser], wonende te [woonplaats], eiser,

gemachtigde: mr. S.T. Dieters, advocaat te Hoogezand,

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), verweerder,

gemachtigde: mr. C. van den Berg, werkzaam bij het UWV.

1. Onderwerp van de geschillen

Inzake 10/1099 WAO

Eiser heeft op 4 november 2010 beroep ingesteld tegen het besluit van 24 september 2010. In dit (bestreden) besluit heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit van 1 april 2010 ongegrond verklaard en laatstgenoemd besluit gehandhaafd, inhoudende de afwijzing van eisers aanvraag om met ingang van 13 november 2009 voor een herziening van zijn uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) in aanmerking te komen.

Inzake 10/1179 WAZ

Eiser heeft op 6 december 2010 beroep ingesteld tegen het besluit van 9 november 2010. In dit (bestreden) besluit heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit van 27 juli 2010 gegrond verklaard en laatstgenoemd besluit herzien, in die zin dat een verrekening van € 7.888,81 aan na te betalen uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ) met een openstaande vordering van eiser plaatsvindt.

2. Zitting

De geschillen zijn gevoegd behandeld op de zitting van 24 maart 2011.

Eiser is aldaar in persoon verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde.

Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door de voornoemde gemachtigde.

3. Beoordeling van de geschillen

3.1 Feiten en procesverloop

Inzake 10/1099 WAO

Eiser ontvangt een WAO-uitkering, berekend naar een arbeidsongeschiktheidspercentage van 25-35%.

Eiser heeft op 25 november 2009 een melding van verslechterde gezondheid bij verweerder ingediend. In deze melding heeft eiser aangegeven dat hij met ingang van 13 november 2009 minder kan werken als gevolg van toegenomen klachten ten gevolge van dezelfde ziekteoorzaak.

Bij primair besluit van 1 april 2010 heeft verweerder eisers aanvraag om met ingang van 13 november 2009 voor een herziening van zijn WAO-uitkering in aanmerking te komen afgewezen. Daaraan heeft verweerder ten grondslag gelegd dat eiser niet voldoet aan de voorwaarde voor herziening van zijn WAO-uitkering, inhoudende dat het moment waarop de toeneming van de arbeidsongeschiktheid begint gelegen moet zijn binnen 5 jaar na de datum van toekenning of herziening van de uitkering.

Namens eiser is bij brief van 12 mei 2010 tegen dit besluit een bezwaarschrift bij verweerder ingediend. De gronden van bezwaar zijn bij brief van 24 juni 2010 aangevuld.

Eiser is in de gelegenheid gesteld het bezwaarschrift mondeling toe te lichten tijdens een hoorzitting van 15 september 2010, van welke gelegenheid namens hem gebruik is gemaakt. Een verslag van deze hoorzitting bevindt zich onder de gedingstukken.

Bij het thans bestreden besluit heeft verweerder het bezwaarschrift van eiser ongegrond verklaard en het primaire besluit gehandhaafd.

Inzake 10/1179 WAZ

Voor een relevant overzicht van de feiten en het procesverloop wordt allereerst verwezen naar de procedure bij deze rechtbank, geregistreerd onder het zaaknummer AWB 09/956 WAZ. Daaraan wordt het volgende toegevoegd.

Bij uitspraak van 16 februari 2010 heeft de rechtbank het beroep van eiser gegrond verklaard, het besluit op bezwaar van 18 september 2009 vernietigd, zelf in de zaak voorzien en de primaire besluiten van 12 februari 2009 en 2 maart 2009 van verweerder herroepen.

Naar aanleiding van deze uitspraak heeft verweerder bij brief van 1 april 2010 aan eiser medegedeeld dat hij met ingang van 1 januari 2008 onveranderd recht heeft op een WAZ-uitkering, berekend naar een arbeidsongeschiktheidsklasse van 80-100%. Voorts heeft verweerder in deze brief aan eiser laten weten dat in afwachting van de beoordeling van zijn inkomsten uit arbeid als zelfstandige zijn WAZ-uitkering per 1 januari 2008 voorlopig nog niet aan hem betaalbaar wordt gesteld om verdere terugvorderingen zo veel mogelijk te voorkomen.

In het kader van een herbeoordeling heeft de arbeidsdeskundige Huizinga een arbeidskundig onderzoek verricht. In een rapportage van 8 april 2010 komt deze arbeidsdeskundige tot de volgende bevindingen. Uit de aangifte inkomstenbelasting over 2008 komt naar voren dat de fiscale winst over het jaar 2008, inclusief de MKB-vrijstelling, € 36.061,50 bedraagt. Betrokkene werkt 40 uur per week tegen een bruto uurinkomen van € 17,33, inclusief toeslagen. Het maatmaninkomen van eiser bedraagt per 1 januari 2009 € 8,38 bruto per uur. Vergelijking van het maatmaninkomen met het gerealiseerde uurinkomen geeft een verlies aan verdiencapaciteit te zien van 0%.

Vervolgens komt de arbeidsdeskundige tot de conclusie dat de mate van arbeidsongeschikt-

heid van eiser onveranderd 80-100% bedraagt, maar dat hij over 2008 onder toepassing van artikel 58 van de WAZ dient te worden uitbetaald als ware hij minder dan 25% arbeidsongeschikt.

Bij primair besluit van 9 april 2010 heeft verweerder aan eiser medegedeeld dat hij over het jaar 2008 geen recht heeft op uitbetaling van zijn WAZ-uitkering onder toepassing van het bepaalde in artikel 58 van de WAZ .

Namens eiser heeft accountant R. Paans-Schokkenbroek bij brief van 10 juni 2010 een afschrift van het ingevulde aangiftebiljet voor de inkomstenbelasting/premieheffing 2009 bij verweerder ingediend.

In het kader van een herbeoordeling heeft de arbeidsdeskundige Huizinga een arbeidskundig onderzoek verricht. In een rapportage van 16 juli 2010 komt deze arbeidsdeskundige tot de volgende bevindingen. Uit de aangifte inkomstenbelasting over 2009 komt naar voren dat de fiscale winst over het jaar 2009, inclusief de MKB-vrijstelling, € 30.369,-- bedraagt. Het maatmaninkomen van eiser bedraagt € 17.798,--. Vergelijking van het maatmaninkomen met het gerealiseerde uurinkomen geeft een verlies aan verdiencapaciteit te zien van 0%. Sinds 1 januari 2005 wordt artikel 58 van de WAZ toegepast, als ware eiser minder dan 25 % arbeidsongeschikt. Aangezien de inkomsten uit arbeid van eiser per 13 november 2009 zijn gestopt worden de 5 jaar niet vol gemaakt. Naar de mening van de arbeidsdeskundige is er geen reden om een definitieve schatting uit te voeren. Omdat eiser na 13 november 2009 geen inkomsten meer heeft uit arbeid en dat over 2010 ook niet wordt verwacht, hetgeen door zijn accountant wordt bevestigd, is er geen reden meer de uitkering na 13 november 2009 te korten, aldus de arbeidsdeskundige.

Vervolgens komt de arbeidsdeskundige tot de conclusie dat de mate van arbeidsongeschikt-

heid van eiser onveranderd 80-100% bedraagt, maar dat hij met ingang van 1 januari 2009 onder toepassing van artikel 58 van de WAZ dient te worden uitbetaald als ware hij minder dan 25% arbeidsongeschikt. Per 13 november 2009 dient eiser volledig arbeidsongeschikt te worden beschouwd onder intrekking van de toepassing van artikel 58 van de WAZ .

Bij primair besluit van 19 juli 2010 heeft verweerder aan eiser medegedeeld dat hij met ingang van 13 november 2009 een hogere WAZ-uitkering ten bedrage van € 889,79 bruto per maand krijgt uitbetaald.

Bij primair besluit van 27 juli 2010 heeft verweerder aan eiser medegedeeld dat de nabetaling van € 8.070,99 over de periode van 13 november 2009 tot 1 mei 2010 wordt ingehouden in verband met een openstaande vordering. Voorts heeft verweerder in dit besluit aangegeven dat de maandelijkse inhouding van € 250,-- wordt geëffectueerd.

Namens eiser is bij brief van 17 augustus 2010 tegen dit besluit een bezwaarschrift bij verweerder ingediend. De gronden van bezwaar zijn bij brief van 13 september 2010 aangevuld.

Eiser is in de gelegenheid gesteld het bezwaarschrift mondeling toe te lichten tijdens een hoorzitting van 15 september 2010, van welke gelegenheid namens hem gebruik is gemaakt. Een verslag van deze hoorzitting bevindt zich onder de gedingstukken.

Bij het thans bestreden besluit heeft verweerder het bezwaarschrift van eiser gegrond verklaard en het primaire besluit van 27 juli 2010 herzien, in die zin dat een verrekening van € 7.888,81 aan na te betalen uitkering ingevolge de WAZ met een openstaande vordering van eiser plaatsvindt.

.

3.2 Toepasselijke regelgeving

Ingevolge artikel 37, eerste lid, van de WAO vindt herziening van een WAO-uitkering, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van minder dan 45%, ter zake van toeneming van arbeidsongeschiktheid, onverminderd de artikelen 39 en 39a, plaats zodra de toegenomen arbeidsongeschiktheid onafgebroken 104 weken heeft geduurd.

Het tweede lid van dit artikel bepaalt dat de in het eerste lid bedoelde herziening niet plaatsvindt, indien de uitkeringsgerechtigde bij het intreden van de arbeidsongeschiktheid uitsluitend verzekerd is op grond van artikel 7b, onderdeel a, en de toeneming kennelijk is voortgekomen uit een andere oorzaak dan die waaruit de ongeschiktheid ter zake waarvan de arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt ontvangen, is voortgekomen.

Ingevolge artikel 39, eerste lid aanhef en onder a en b, van de WAO vindt herziening van een WAO-uitkering ter zake van toeneming van de arbeidsongeschiktheid steeds plaats zodra de toeneming van de arbeidsongeschiktheid intreedt, indien deze intreedt:

a. binnen vier weken na de dag, met ingang van welke de arbeidsongeschiktheids-

uitkering werd toegekend;

b. binnen vier weken na de dag, met ingang van welke de arbeidsongeschiktheids-

uitkering reeds eerder wegens toegenomen arbeidsongeschiktheid werd herzien.

Ingevolge artikel 39a, eerste lid, van de WAO vindt herziening van de WAO-uitkering steeds plaats ter zake van toeneming van de arbeidsongeschiktheid die intreedt binnen vijf jaar na de datum van toekenning of herziening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering en die voortkomt uit dezelfde oorzaak als de arbeidsongeschiktheid ter zake waarvan uitkering wordt genoten, zodra de toegenomen arbeidsongeschiktheid onafgebroken vier weken heeft geduurd.

Ingevolge artikel 4:93, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geschiedt verrekening van een geldschuld met een bestaande vordering slechts voor zover in de bevoegdheid daartoe bij wettelijk voorschrift is voorzien.

Artikel 58, eerste lid, van de WAZ luidt als volgt:

‘Indien verzekerde, die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering inkomsten uit arbeid geniet, wordt die arbeid gedurende een aaneengesloten tijdvak van vijf jaar, vanaf de eerste dag waarover de inkomsten uit arbeid worden genoten, niet aangemerkt als arbeid, bedoeld in artikel 2, vierde lid, en wordt de arbeidsongeschiktheidsuitkering niet ingetrokken of herzien, doch wordt de uitkering:

a. niet betaald, indien de inkomsten uit arbeid zodanig zijn, dat als die arbeid wel arbeid als bedoeld in artikel 2, vierde lid, zou zijn, niet langer sprake zou zijn van arbeidsongeschiktheid van ten minste 25%; of,

b. indien onderdeel a niet van toepassing is, betaald tot een bedrag ter grootte van de arbeidsongeschiktheidsuitkering, zoals deze zou zijn vastgesteld, indien die arbeid wel arbeid als bedoeld in artikel 2, vierde lid, zou zijn.

Na afloop van het in de eerste zin genoemde tijdvak wordt de arbeid aangemerkt als arbeid, bedoeld in artikel 2, vierde lid. ’

Ingevolge artikel 63, eerste lid, van de WAZ wordt de uitkering, de loonsuppletie, bedoeld in artikel 67a, en de inkomenssuppletie, bedoeld in artikel 67b, die als gevolg van een besluit als bedoeld in artikel 18 onverschuldigd is verstrekt, alsmede hetgeen anderszins onverschuldigd is betaald, door het UWV teruggevorderd.

Ingevolge artikel 64, eerste lid, van de WAZ kan het UWV de onverschuldigd betaalde uitkering, bedoeld in artikel 63, eerste lid, invorderen bij dwangbevel.

3.3 Overwegingen

Inzake 10/1099 WAO

In het onderhavige geval dient beoordeeld te worden of verweerder eisers verzoek om herziening van zijn WAO-uitkering per 13 november 2009 terecht en op juiste gronden heeft afgewezen. Dienaangaande overweegt de rechtbank als volgt.

Tussen partijen is in geschil of verweerder in het onderhavige geval terecht toepassing heeft gegeven aan het bepaalde in de artikelen 37, 39 en 39a van de WAO .

Ter zitting heeft de gemachtigde van eiser erkend dat juridisch gezien niets valt af te dingen op het bestreden besluit en dat geen sprake is van schending van het bepaalde in de artikelen 37, 39 en 39a van de WAO . Gelet hierop komt het de rechtbank het meest aangewezen voor om het beroep van eiser ongegrond te verklaren.

Inzake 10/1179 WAO

In het onderhavige geval dient beoordeeld te worden of verweerder terecht en op juiste gronden een bedrag van € 7.888,81 aan na te betalen uitkering ingevolge de WAZ met een openstaande vordering van eiser heeft verrekend. Dienaangaande overweegt de rechtbank als volgt.

Ingevolge artikel 4:93, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geschiedt verrekening van een geldschuld met een bestaande vordering slechts voor zover in de bevoegdheid daartoe bij wettelijk voorschrift is voorzien.

Ingevolge artikel 6:127, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) heeft een schuldenaar de bevoegdheid tot verrekening, wanneer hij een prestatie te vorderen heeft die beantwoordt aan zijn schuld jegens dezelfde wederpartij en hij bevoegd is zowel tot betaling van de schuld als tot het afdwingen van de betaling van de vordering.

De rechtbank stelt vast dat het door verweerder na bezwaar gehandhaafde besluit tot verrekening gebaseerd is op artikel 6:127, tweede lid, van het BW . Voorts dient te worden vastgesteld dat er sprake is van een verplichting ingevolge de WAZ van verweerder tot een nabetaling aan eiser, terwijl verweerder tegelijkertijd een openstaande vordering op eiser heeft. Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat uit artikel 6:127, tweede lid, van het BW , in samenhang gelezen met artikel 4:93, eerste lid, van de Awb , voortvloeit dat verweerder in het onderhavige geval bevoegd was tot verrekening.

Eiser betoogt in dit verband dat het volledig aanwenden van een hem toekomende nabetaling in het kader van verrekening niet in overeenstemming is met het besluit op bezwaarschrift van 21 oktober 2009 van verweerder, waarin bepaald is dat maandelijks een bedrag van € 250,-- moet worden voldaan door eiser door middel van verrekening met de WAO-uitkering.

Ter zitting heeft de gemachtigde van verweerder aangegeven dat ten tijde van het besluit op bezwaarschrift van 21 oktober 2009 de juridische consequentie van de toenmalig lopende beroepsprocedure (AWB 09/956 WAZ) nog niet bekend was en dat het te verrekenen bedrag vastgesteld was naar aanleiding van de op dat moment bekende inkomensgegevens en de daaruit voortvloeiende aflossingscapaciteit. Als uitvloeisel van de uitspraak van de rechtbank inzake de voornoemde beroepsprocedure is nadien komen vast te staan dat eiser recht had op een nabetaling ingevolge de WAZ.

Voor zover eiser betoogt dat er in het onderhavige geval sprake is van schending van het vertrouwensbeginsel, kan de rechtbank hem daarin niet volgen. Weliswaar vloeit uit het vorenbedoelde besluit op bezwaarschrift voort dat eiser maandelijks een bedrag van € 250,-- dient te voldoen in het kader van de verrekening, maar daarmee is niet gezegd dat verweerder bij een relevante wijziging van de financiële omstandigheden gehouden is om vast te houden aan het meerbedoelde bedrag. Van een ondubbelzinnige, het bestuursorgaan bindende toezegging, waaruit eiser het gerechtvaardigde vertrouwen mocht ontlenen dat het maandelijks te verrekenen bedrag ook bij een relevante wijziging van de financiële omstandigheden onveranderd zou blijven, is in het onderhavige geval niet gebleken. In de juridische consequentie van de uitspraak van de rechtbank inzake de beroepsprocedure, geregistreerd onder AWB 09/956 WAZ, namelijk een nabetaling aan eiser, heeft verweerder naar het oordeel van de rechtbank dan ook terecht aanleiding gezien om tot verrekening over te gaan met de openstaande vordering op eiser.

De rechtbank stelt voorts vast dat verweerder in het bestreden besluit voor wat betreft de verrekening rekening heeft gehouden met de beslagvrije voet van eiser, als bedoeld in artikel 475b, derde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Voorts heeft verweerder bij de bepaling van de beslagvrije voet van eiser ingevolge artikel 475b, vijfde lid, van het Rv de kosten van zijn ziektekostenverzekering betrokken. Gelet hierop ziet de rechtbank in de door de gemachtigde van eiser naar voren gebrachte, maar niet met verifieerbare gegevens onderbouwde, stelling dat eiser door het volledig aanwenden van de hem toekomende nabetaling voor verrekening onder de minimumnorm zakt, geen aanleiding om het bestreden besluit voor ondeugdelijk te houden. Ook in zoverre kan de grond van eiser geen doel treffen.

Gelet op de voorgaande overwegingen zijn de beroepen van eiser ongegrond. De rechtbank ziet geen aanleiding om een proceskostenveroordeling, als bedoeld in artikel 8:75 van de Awb , uit te spreken.

Beslist wordt als volgt.

4. Beslissing

De rechtbank Groningen,

RECHT DOENDE,

- verklaart de beroepen ongegrond.

Aldus gegeven door mr. drs. A. Houtman, rechter, en in het openbaar door haar uitgesproken op 4 april 2011 in tegenwoordigheid van mr. H.L.A. van Kats als griffier.

De griffier De rechter

De rechtbank wijst er op dat partijen en andere belanghebbenden binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak daartegen hoger beroep kunnen instellen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA in Utrecht.

Afschrift verzonden op:

typ: hvk


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature