Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Zittingsplaats:
Vindplaats:

Inhoudsindicatie:

Onrechtmatig handelen staatssecretaris van infrastructuur en milieu in het kader van de acceptatie van een Maleisisch certificaat voor duurzaam bosbeheer. Ontvankelijkheid belangengroeperingen (artikel 3:305 a BW ). In het verleden is door de toenmalige Minister van VROM bewust en uitdrukkelijk gekozen voor een toetsingsprocedure van (inter)nationale certificaten - inclusief de mogelijkheden van bezwaar, beroep en voorlopige voorzieningen - door onafhankelijke deskundigen, teneinde deze te laten plaatsvinden zonder enige politieke lading. Die toetsingscommissie adviseert de betreffende bewindspersoon. Daarmee is - ondanks dat sprake is van een advies - niet alleen het gerechtvaardigde vertrouwen gewekt dat de betreffende bewindspersoon het advies zwaar zal laten wegen bij de uiteindelijke besluitvorming, maar ook dat - alvorens tot besluitvorming zal worden overgegaan - wordt gewacht totdat de toetsingsprocedure geheel is afgerond, behoudens in geval van dwingende en/of spoedeisende omstandigheden die meebrengen dat de afloop van de procedure niet kan worden afgewacht. Bij beslissing op bezwaar heeft de toetsingscommissie negatief geadviseerd over het onderhavige Maleisisch certificaat. De beroepsprocedure tegen die beslissing loopt nog. De Staatssecretaris wil nu hangende die procedure het Maleisisch certificaat accepteren. Dat is onrechtmatig, nu de vereiste dwingende en/of spoedeisende omstandigheden zich niet voordoen. Ook geen sprake van zwaarwegende maatschappelijke belangen in de zin van artikel 6:168 BW .

Uitspraak



RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector civiel recht - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: 394978 / KG ZA 11-585

Vonnis in kort geding van 20 juni 2011

in de zaak van

1. de stichting

STICHTING GREENPEACE NEDERLAND,

gevestigd te Amsterdam,

2. de stichting

STICHTING NEDERLANDS CENTRUM VOOR INHEEMSE VOLKEN,

gevestigd te Amsterdam,

3. de stichting

ICCO,

Stichting Interkerkelijke Organisatie voor Ontwikkelingssamenwerking,

gevestigd te Utrecht,

4. de vereniging

VERENIGING MILIEUDEFENSIE,

gevestigd te Amsterdam,

eiseressen,

advocaat mr. A.H.J. van den Biesen te Amsterdam,

tegen:

DE STAAT DER NEDERLANDEN,

(Ministerie van Infrastructuur en Milieu, meer speciaal de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu),

zetelend te 's-Gravenhage,

gedaagde,

advocaat mr. J.H. Geerdink te 's-Gravenhage.

Partijen zullen hierna worden aangeduid als enerzijds "Greenpeace cs" en anderzijds "de Staat".

1. De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting van 8 juni 2011 wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

1.1. Krachtens hun statuten behartigen Greenpeace cs de belangen van het milieu, waaronder begrepen flora en fauna in de tropische bossen, alsmede de belangen van inheemse volken die van het voortbestaan van die bossen rechtstreeks afhankelijk zijn.

1.2. Voortvloeiend uit een in 2004 genomen kabinetsbesluit - inhoudend dat alle rijksinstanties, die onder de ministeriële verantwoordelijkheid vallen, zich er toe verplichten dat het door hen aangekochte of aanbestede hout zoveel mogelijk en op termijn volledig op aantoonbaar duurzame wijze is geproduceerd en bovendien van legale afkomst is - heeft de (toen nog zo geheten) Minister van Volkshuisvesting Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (hierna "de Minister van VROM") contact opgenomen met de Stichting Milieukeur te

's-Gravenhage (hierna "SMK") in verband met de ontwikkeling van een systeem met het oog op, onder meer, de toetsing van buitenlandse certificatiesystemen voor duurzaam bosbeheer aan de in Nederland gehanteerde duurzaamheidscriteria voor hout. In dat kader schreef de Minister van VROM op 1 november 2007 - onder andere - het volgende aan SMK:

"Voortbouwend op het persoonlijk overleg dat u op donderdag 18 oktober heeft gehad met [A]en [B] wil ik u hierbij verzoeken om voorbereidingen te treffen voor de organisatorische inbedding van de toetsingscommissie duurzaam bosbeheer bij de Stichting Milieukeur.

De toetsingscommissie zal certificatiesystemen voor duurzaam bosbeheer en de bijbehorende handelsketen moeten beoordelen aan de hand van een nog nader door de minister vast te stellen set inkoopcriteria voor hout. Vanwege de politiek gevoelige aard van die beoordelingen zal de toetsingscommissie uit onafhankelijke experts op het gebied van boscertificatie en de 3 p's (people, planet and profit) moeten bestaan."

1.3. Bij brief van 24 juni 2008 heeft de Minister van VROM - onder meer - het volgende bericht aan de Tweede Kamer:

"Inkoopcriteria voor duurzaam hout

Om duurzaam inkopen en aanbesteden van hout door de overheden vorm te geven, is reeds in 2004 kabinetsbreed besloten «dat alle rijksinstanties, welke onder de ministeriële verantwoordelijkheid vallen, zich er toe verplichten dat het door hen aangekochte of aanbestede hout zoveel mogelijk en op termijn volledig op aantoonbaar duurzame wijze geproduceerd is. Daarnaast verzekeren zij zich er minimaal van dat het hout van aantoonbaar legale afkomst is». Om dit kabinetsbesluit te kunnen implementeren is helderheid nodig over de vraag wat aantoonbaar duurzaam en wat aantoonbaar legaal hout is.

Duurzaam hout

Bijgevoegd¹ de inkoopcriteria voor hout die deze week door mij zijn goedgekeurd en door de gezamenlijke overheden zullen worden bekrachtigd. Het is gelukt om, op basis van de eerder overeengekomen beoordelingsrichtlijn voor duurzaam bosbeheer en de handelsketen voor hout uit duurzaam beheerd bos (BRL), een objectief en werkbaar toetsingssysteem (inkoopcriteria + beoordelingsmethode) voor duurzaam geproduceerd hout te ontwikkelen. Een mooi resultaat dat mede dankzij de inzet van de onafhankelijke Hout Inkoop Commissie en een constructieve bijdrage van alle betrokken stakeholders bereikt is. Ter informatie voeg ik de resultaten van de in mei gehouden consultatieronde bij.

De Hout Inkoop Commissie, onder gebracht bij de Stichting Milieukeur, zal aan de hand van de vastgestelde inkoopcriteria en beoordelingsmethode gaan beoordelen welke certificatiesystemen voldoen in het kader van

duurzaam inkopen. Vanwege het internationale karakter van de toetsingswerkzaamheden is besloten om de naam van de commissie om te dopen tot Timber Procurement Assessment Committee (TPAC) en Engelstalige criteria en procedures te hanteren. (…..)

Derhalve geef ik in mijn inkoopbeleid prioriteit aan duurzaam geproduceerd hout (goedgekeurd door de TPAC). (…..)".

1.4. De functie en werkwijze van TPAC zijn vastgelegd in het "Reglement toetsingscommissie inkoop hout". Daarin is een rol weggelegd voor relevante belanghebbenden (zogenaamde "stakeholders"). Het reglement vermeldt verder onder meer:

"(…..)

Artikel 2. Algemeen

(…..)

2. In deze commissie toetsen deskundigen of (inter)nationale certificatiesystemen voldoen aan de Nederlandse Inkoopcriteria voor Hout en de procescriteria voor certificatiesystemen.

(…..)

Artikel 4. Taak onder verantwoordelijkheid van de directeur

(…..)

3. De taak van de commissie betreft onder meer:

(…..)

b. het beoordelen of certificatiesystemen conform zijn aan de Nederlandse Inkoopcriteria voor Hout en de procescriteria voor certificatiesystemen en het uitbrengen van een advies aan de Minister hierover. (…..)

(…..)

Artikel 5. Procedure

(…..)

2. Ten aanzien van het oordeel over een certificatiesysteem brengt de commissie advies uit aan de Minister. De Minister neemt hierop een zelfstandig besluit of hij het betreffende certificatiesysteem opneemt in het duurzaam inkoopbeleid van de Nederlandse overheid.

(…..)

Met de in artikel 5 van het reglement bedoelde "Minister" werd destijds bedoeld de Minister van VROM. Thans wordt daaronder verstaan de Minister van Infrastructuur en Milieu. In het kader van de taakverdeling tussen deze minister en diens staatssecretaris, zijn de onderhavige bevoegd- en verantwoordelijkheden toegedeeld aan de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu (hierna "de Staatssecretaris").

1.5. Tegen een eindoordeel van TPAC kunnen belanghebbenden een bezwaarschrift indienen. Tegen een beslissing op bezwaar staat vervolgens beroep open, welk beroep wordt behandeld door een daartoe door SMK ingesteld College van Beroep. Het op de beroepsprocedure van toepassing zijnde "Reglement klachten, bezwaar en beroep" bepaalt in artikel 7 lid 8:

"De uitspraak op een bezwaar of een beroep dient te worden gedaan binnen zes maanden na indiening. (…..) Indien de omstandigheden dit vereisen, kunnen deze termijnen één keer met zes (…..) maanden worden verlengd."

en in artikel 10 lid 3:

"De uitspraken van het college van beroep gelden als een voor partijen bindend advies".

1.6. De Maleisische overheid heeft de certificering betreffende de productie van Maleisisch duurzaam hout ondergebracht bij het Malaysian Timber Certification Committee (hierna "MTCC"). MTCC beheert een certificaat dat wordt aangeduid als "MTCS" (Malaysian Timber Certification Scheme).

1.7. De Rijksoverheid heeft zich verplicht om vanaf 2010 alleen nog maar duurzaam hout in te kopen.

1.8. MTCC heeft aan TPAC verzocht om MTCS te toetsen aan de in Nederland geldende duurzaamheidscriteria voor de inkoop van hout. In de daaropvolgende procedure zijn Greenpeace cs aangemerkt als "stakeholders". TPAC heeft op 3 maart 2010 als eindoordeel gegeven dat MTCS in Nederland zou kunnen worden geaccepteerd. Greenpeace cs hebben tegen die beslissing bezwaar gemaakt. Dit heeft ertoe geleid dat TPAC op 22 oktober 2010 zijn oordeel herzag; volgens TPAC voldeed MTCS toch niet aan de in Nederland geldende duurzaamheidscriteria.

1.9. In verband daarmee berichtte TPAC de Staatssecretaris op 25 oktober 2010 het volgende:

"Begin dit jaar is de Toetsingscommissie Inkoop Hout (TPAC) tot het oordeel gekomen dat het Maleisische certificatiesysteem MTCS voldoet aan de Nederlandse Inkoopcriteria voor duurzaam hout. Tegen dit oordeel hebben vijf maatschappelijke organisaties in het kader van de bij SMK ondergebrachte reguliere bezwaarprocedure een bezwaar ingediend. Na zorgvuldige behandeling van dat bezwaar heeft TPAC haar oordeel herzien en stelt vast dat MTCS niet voldoet aan de Nederlandse inkoopcriteria. Dit besluit (en de daarbij behorende bijlagen) bieden wij u hierbij als advies aan. Het is aan u, als bewindpersoon, om op basis hiervan een besluit te nemen over het al dan niet als duurzaam inkopen van het onder MTCS gecertificeerde hout.

Hierbij willen wij ter aanvulling het volgende onder uw aandacht brengen. In de eerste plaats constateert TPAC dat MTCS de afgelopen jaren enorme verbeteringen tot stand heeft gebracht in haar eigen organisatie en in de 4 miljoen hectare bos die onder het systeem vallen. Voor een groot deel voldoet MTCS aan de Nederlandse Inkoopcriteria en het certificatiesysteem heeft naar de mening van de Commissie een belangrijke rol te vervullen in het verduurzamen van de exploitatie van het natuurlijk bos in Maleisië.

De belangrijkste reden om geen positief oordeel te geven is de beperkte interpretatie van de rechten van de inheemse bevolking in de onder MTCS gecertificeerde bossen. Het bos wordt door de inheemse bevolking in Maleisië - de Orang Asli - al eeuwenlang gebruikt voor jagen en verzamelen en is een belangrijk onderdeel van hun cultuur en identiteit. Aan dit traditionele gebruik kunnen, zo oordeelt TPAC, rechten worden ontleend. Dit betreft met name het recht van de Orang Asli om door de bosbeheerder te worden gehoord over voorgenomen houtkap en de eis aan zowel de bosbeheerder en Orang Asli om tot een overeenstemming te komen over de voorgenomen houtkap en mogelijke compensatie daarvoor.

Uit informatie van de maatschappelijke organisaties en met name uit recente gepubliceerde audit rapporten is gebleken dat deze rechten van de Orang Asli niet formeel worden erkend en maar gedeeltelijk gerespecteerd in MTCS bos. Omdat deze audit rapporten pas zeer kort geleden beschikbaar zijn gekomen, kon TPAC deze informatie pas in de bezwaarprocedure meewegen.

Het tweede belangrijke verbeterpunt van MTCS betreft de omzetting van gecertificeerd natuurlijk bos in andere landgebruikvormen zoals met name rubberplantages en infrastructuur. Deze zogenoemde conversie werd al eerder door TPAC aan de orde gesteld. MTCS biedt naar het oordeel van TPAC in de huidige vorm niet voldoende bescherming tegen deze conversie. Voor een effectieve bescherming is het nodig dat de stukken bos die inmiddels al geconverteerd zijn en de stukken waarvoor door de overheid conversie is gepland, buiten de gecertificeerde bosbeheereenheden worden gelaten. Voor het op deze manier opnieuw begrensde gecertificeerde bosgebied zal dan een helder en beperkt maximum voor conversie moeten worden vastgesteld.

Het is naar de mening van de Commissie goed mogelijk dat bovengenoemde bezwaarpunten door MTCC kunnen worden weggenomen. Het gaat daarbij zowel om het nemen van besluiten over deze punten, als om een toetsbare implementatie daarvan in de praktijk. Als dit inderdaad gebeurt zou MTCS binnen een afzienbare tijd kunnen voldoen aan de Nederlandse Inkoopcriteria voor hout. Wij zouden het zeer op prijs stellen als wij het bovenstaande in een gesprek met u nader zouden kunnen toelichten."

1.10. MTCC is op 3 december 2010 in beroep gegaan van het herziene eindoordeel van TPAC. Greenpeace cs hebben in die procedure incidenteel geappelleerd. De mondelinge behandeling door het College van Beroep was - na opgave van verhinderdata - gepland op 28 april 2011. Op verzoek van MTCC - en ondanks bezwaar van Greenpeace cs - is de behandeling op die datum niet doorgegaan, maar uitgesteld tot 5 augustus 2011.

1.11. Na brieven zijnerzijds van 29 november 2010 en 7 en 9 februari 2011, heeft de Staatssecretaris - bij brief van 12 mei 2011 - aan de Tweede Kamer bericht dat hij per 1 juli 2011 MTCS wil accepteren voor het inkoopbeleid van de overheid en dat hij daarover vóór 1 juli 2011 met de Tweede Kamer van gedachten wil wisselen. Dit overleg met de Tweede Kamer staat gepland op 28 juni 2011.

2. Het geschil

2.1. Greenpeace cs vorderen, zakelijk weergegeven:

primair:

- de Staat te verbieden enig goedkeuringsbesluit te nemen ten aanzien van MTCS, zolang niet onherroepelijk door het College van Beroep is beslist dat MTCS voldoet aan de Nederlandse ter zake geldende duurzaamheidscriteria;

subsidiair:

- de Staat te verbieden enig goedkeuringsbesluit te nemen ten aanzien van MTCS, zolang niet onherroepelijk door het College van Beroep is beslist, met dien verstande dat het verbod voorziet in een verlenging ervan met zes weken, indien het College van Beroep het negatieve oordeel van TPAC bevestigt, zodat Greenpeace cs in dat geval - en voor zover de Staat ook dan en desondanks tot goedkeuring van MTCS wil besluiten - de gelegenheid hebben de zaak opnieuw aan de rechter in kort geding voor te leggen;

meer subsidiair:

- een zodanig verbod c.q. gebod uit te spreken dat daarmee de belangen van Greenpeace cs in de onderhavige zaak recht wordt gedaan;

primair, subsidiair en meer subsidiair:

- de Staat te veroordelen in de proceskosten.

2.2. Naast de hiervoor vermelde feiten voeren Greenpeace cs daartoe - samengevat - het volgende aan.

Met het oog op zijn beleid om alleen maar duurzaam hout in te kopen heeft de Staat een zorgvuldige, onafhankelijke en niet door politieke inmenging gestoorde procedure in het leven geroepen, teneinde tot een afgewogen oordeel te (kunnen) komen over - onder meer - de duurzaamheidswaarde die kan worden toegekend aan hout waarvoor door een buitenlandse instantie een certificaat van duurzaamheid is afgegeven. In het kader van zo'n procedure heeft TPAC op goede gronden (uiteindelijk) geoordeeld dat Maleisisch hout, waaraan door MTCC het door haar beheerde MTCS-certificaat is toegekend, niet voldoet aan de in Nederland gehanteerde duurzaamheidscriteria. Dat hout komt dan ook niet in aanmerking voor inkoop/aanbesteding door de Staat. Volgens TPAC voldoet het hout niet op twee kernpunten, te weten (i) de garantie betreffende biodiversiteit en (ii) de garantie ter zake van de respectering van rechten van inheemse volkeren (in het bijzonder de Orang Asli). MTCC is van dat oordeel in beroep gegaan, welke procedure nog steeds aanhangig is bij het College van Beroep. De Staatssecretaris heeft onlangs aangekondigd het eindoordeel van TPAC naast zich neer te leggen en Maleisisch hout, voorzien van het MTCS-certificaat, nog hangende de beroepsprocedure te willen accepteren voor het inkoopbeleid van de rijksoverheid. Daarvoor bestaan echter geen gegronde redenen, zodat de Staatsecretaris onrechtmatig jegens Greenpeace cs handelt. De voorgenomen erkenning van MTCS per 1 juli 2011 maakt niet alleen inbreuk op de belangen en doelstellingen van Greenpeace cs, maar ook op de belangen en rechten die zij hebben bij een zorgvuldige voortgang van de toetsingsprocedure, waarin aan hen uitdrukkelijk een positie is toegekend. Het voornemen van de Staatssecretaris ondermijnt bovendien de betrouwbaarheid van de certificaten en de inspanningen die Greenpeace cs zich al vele jaren getroosten om op mondiaal niveau een halt toe te roepen aan de voor het milieu, biodiversiteit en inheemse volkeren desastreuze ongecontroleerde kap van tropische bossen. Ook de aanmoediging voor de consument en overheid om uitsluitend gebruik te maken van duurzaam geproduceerd hout komt daarmee op de tocht te staan. Bovendien wordt een oneerlijke concurrentiestrijd in het leven geroepen voor andere houtproducenten die wel aan alle Nederlandse duurzaamheidscriteria (moeten) voldoen.

2.3. De Staat heeft de vorderingen van Greenpeace cs gemotiveerd bestreden. Voor zover nodig zal zijn verweer hierna worden besproken.

3. De beoordeling van het geschil

Inleiding

3.1. Blijkens hun vorderingen beogen Greenpeace cs door middel van de onderhavige procedure te voorkomen dat de Staatssecretaris een aan het - herziene - eindoordeel van TPAC contrair besluit neemt (primair) zolang het College van Beroep niet anders heeft beslist, dan wel (subsidiair) binnen een termijn van zes weken nadat het College van Beroep het eindoordeel van TPAC heeft bevestigd.

Ontvankelijkheid

3.2. Als preliminair verweer heeft de Staat - met een beroep op het bepaalde in artikel 3:305a van het Burgerlijk Wetboek ("BW") - aangevoerd dat Greenpeace cs niet-ontvankelijk moeten worden verklaard in hun vorderingen, voor zover zij daaraan ten grondslag leggen dat het voornemen van de Staatssecretaris een oneerlijke concurrentiestrijd in het leven roept voor houtproducenten die wel aan alle Nederlandse duurzaamheidscriteria (moeten) voldoen. Dat verweer slaagt. Greenpeace cs hebben namelijk niet aannemelijk gemaakt dat zij ingevolge hun statuten tot doel hebben de belangen van houtproducenten te behartigen (zie onder 1.1). In zoverre zullen zij dan ook niet-ontvankelijk worden verklaard in hun vorderingen. Voor wat betreft de overige grondslagen is wel voldaan aan de vereisten van voormeld artikel; de Staat heeft dat ook niet weersproken. Dienaangaande wordt dan ook geconcludeerd dat Greenpeace cs een rechtens te respecteren belang hebben bij hun vorderingen, zodat zij daarin ontvankelijk zijn.

Onrechtmatig handelen

3.3. Teneinde te waarborgen dat wordt voldaan aan het rijksbrede overheidsbeleid om enkel nog duurzaam hout in te kopen c.q. aan te besteden heeft de toenmalige Minister van VROM in nauw overleg met de Tweede Kamer een procedure in het leven geroepen - inclusief de mogelijkheden van bezwaar, beroep en voorlopige voorzieningen - aan de hand waarvan wordt getoetst of (inter)nationale certificatiesystemen voldoen aan de in Nederland gehanteerde criteria voor duurzaam hout, welke procedure eindigt in een advies aan de betreffende bewindspersoon. Teneinde die toetsing te laten plaatsvinden zonder enige politieke lading, is er bewust en uitdrukkelijk voor gekozen om die geheel over te laten aan onafhankelijke deskundigen (te weten: TPAC en het College van Beroep).

3.4. Op zichzelf heeft de Staat het gelijk aan zijn zijde waar hij stelt dat het eindoordeel van TPAC (slechts) een advies is en dat een uitspraak van het College van Beroep hem niet bindt, nu hij geen "partij" is in de toetsingsprocedure. Door destijds uitdrukkelijk te kiezen voor zo'n zorgvuldige en a-politieke procedure, heeft de Staat - bij belanghebbenden - echter niet alleen het gerechtvaardigd vertrouwen gewekt dat hij het advies van TPAC, dan wel het College van Beroep zwaar zal laten wegen bij de uiteindelijke besluitvorming, maar ook dat - alvorens tot besluitvorming zal worden overgaan - wordt gewacht totdat de toetsingsprocedure, inclusief bezwaar en beroep, geheel is afgerond. Van dit laatste kan slechts worden afgeweken in geval van zodanige dwingende en/of spoedeisende omstandigheden die meebrengen dat de afloop van de procedure niet kan worden afgewacht. In het andere geval zou aan de door de Staat ingerichte toetsingsprocedure immers iedere betekenis (kunnen) worden ontnomen. Gelet op de aard van de vorderingen (zie onder 3.1) en het voornemen van de Staatssecretaris om hangende de toetsingsprocedure een besluit te nemen, zal worden onderzocht of zodanige omstandigheden zich hier voordoen.

3.5. De Staat heeft als verweer aangevoerd dat afspraken zijn gemaakt met MTCC teneinde de door TPAC in zijn (herziene) eindoordeel geconstateerde bezwaren tegen MTCS weg te nemen en dat MTCC die afspraken inmiddels is nagekomen. Aldus - zo stelt de Staat - voldoet MTCS thans volledig aan de in Nederland gehanteerde duurzaamheidscriteria voor hout, zodat er geen belemmeringen meer zijn om MTCS te accepteren. Dat verweer faalt, waarbij nog in het midden wordt gelaten of juistheid ervan zou meebrengen dat sprake van een dwingende en/of spoedeisende omstandigheid zoals hiervoor bedoeld. Nog los van de omstandigheid dat de door de Staat gestelde afspraken met MTCC niet zijn onderbouwd aan de hand van enig bewijsstuk, kan - gelet op de gemotiveerde betwisting van Greenpeace cs - in het bestek van dit kort geding niet worden aangenomen dat MTCC zodanige maatregelen heeft genomen dat daarmee de door TPAC geconstateerde bezwaren tegen MTCS inmiddels zijn opgeheven. Dat klemt te meer nu TPAC c.q. het College van Beroep, als (onafhankelijke) deskundige zich daarover geen oordeel heeft kunnen vormen, hetgeen zich niet verhoudt met het gekozen toetsingssysteem.

3.6. Daar komt bij dat de (beroeps)procedure is vertraagd doordat MTCC om uitstel van de op 28 april 2011 geplande mondelinge behandeling heeft verzocht. Daarnaar gevraagd heeft de Staat aangegeven dat de reden voor het verzoek om uitstel daarin was gelegen dat de betreffende medewerker(s) van MTCC direct voorafgaand aan de zitting een reis naar de Verenigde Staten maakte(n) en een directe doorreis naar Nederland te inspannend vond(en). Dat komt vooralsnog niet over als een overtuigende reden. Te minder nu juist MTCC alle belang heeft bij een spoedige uitspraak in beroep. Aangenomen moet worden dat het College van Beroep bij doorgang van de zitting op 28 april 2011 thans reeds een uitspraak zou hebben gedaan dan wel op zeer korte termijn zou doen. Voorts heeft MTCC geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om een voorlopige voorziening te vragen. Ook dit vormt allesbehalve een aanwijzing dat MTCC er serieus werk van maakt om zo snel mogelijk een - voor hem positief uitpakkende - beslissing te verkrijgen. De door de Staatssecretaris thans beoogde voortvarendheid, wordt in ieder geval niet ook door MTCC betracht.

3.7. Op grond van het voorgaande kan niet worden aangenomen dat de vereiste omstandigheden die meebrengen dat de afloop van de procedure niet kan worden afgewacht zich hier voordoen. In die situatie moet in het bestek van dit kort geding worden geoordeeld dat de Staatssecretaris onrechtmatig handelt jegens Greenpeace cs door - per 1 juli 2011 en dus hangende de beroepsprocedure - MTCS te accepteren voor het inkoopbeleid van de rijksoverheid.

Zwaarwegende maatschappelijke belangen

3.8. Onder verwijzing naar het bepaalde in artikel 6:168 BW heeft de Staat - subsidiair - een beroep gedaan op de navolgende zwaarwegende maatschappelijke belangen, die volgens hem meebrengen dat het onrechtmatig handelen van de Staatssecretaris moet worden geduld:

(i) langer uitstel van de acceptatie van MTCS werkt illegale houtkap in de hand;

(ii) vervreemding van Maleisië, met alle politieke gevolgen van dien;

(iii) kwetsbaarheid van de Nederlandse inkoopcriteria in Europees verband, nu het Verenigd Koninkrijk, Denemarken, Duitsland, Frankrijk en België MTCS al hebben geaccepteerd;

(iv) gewenste duidelijkheid voor de houthandel.

3.9. Veronderstellenderwijs ervan uitgaande dat MTCS inmiddels volledig aan de in Nederland geldende duurzaamheidscriteria voor hout voldoet en dat de door de Staat aangevoerde maatschappelijke belangen reëel zijn, wordt dat verweer verworpen. De door de Staat aangevoerde belangen moeten namelijk als onvoldoende zwaarwegend worden aangemerkt. Temeer indien zij worden afgezet tegen het belang van Greenpeace cs bij volledige afronding van de toetsingsprocedure. Daarbij is van belang dat de toetsingsprocedure al geruime tijd loopt (volgens de Staat ruim twee jaar) en dat op grond van artikel 7 lid 8 van het "Reglement klachten, bezwaar en beroep" kort na de behandeling op 5 augustus 2011 een uitspraak van het College van Beroep valt te verwachten. De in dat artikel vermelde termijn van zes maanden na indiening van het beroep is weliswaar niet meer haalbaar, maar aangenomen moet worden dat, nu de overschrijding van de termijn aan MTCC is te wijten, het College van Beroep snel na de mondelinge behandeling uitspraak zal doen. Mede nu geen omstandigheden zijn gesteld of gebleken die vereisen dat de termijn eenmalig wordt verlengd met zes maanden, die ook nog eens volledig zullen worden benut. De door Greenpeace cs gewenste voorzieningen, zoals samengevat onder 3.1, kunnen dus hooguit een periode van enkele maanden beslaan. Gelet hierop valt - mede bezien in het licht van hetgeen onder 3.6 is overwogen - niet in te zien waarom de Staatssecretaris zo'n haast heeft met het nemen van zijn beslissing betreffende de acceptatie van MTCS en daarmee niet nog een paar maanden zou kunnen wachten. Daarvan uitgaande heeft de Staat in ieder geval niet aannemelijk gemaakt dat de gestelde maatschappelijke belangen voldoende zwaarwegend zijn.

3.10. Overigens heeft de Staat - mede gelet op de gemotiveerde weerlegging door Greenpeace cs - niet aannemelijk gemaakt dat de gestelde maatschappelijke belangen reëel zijn. Daartoe geldt, onder meer, het volgende:

(i) vooralsnog valt niet in te zien dat verder uitstel van de acceptatie van MTCS er - zonder meer - toe leidt dat de handel in niet-duurzaam geproduceerd hout wordt gestimuleerd;

(ii) de omstandigheid dat Nederland van Maleisië vervreemdt dient - wat daar verder ook van zij - buiten beschouwing te worden gelaten, nu de inrichting van de toetsingsprocedure er uitdrukkelijk op is gericht om iedere politieke lading buiten te sluiten;

(iii) het argument van de kwetsbaarheid van de Nederlandse inkoopcriteria in Europees verband overtuigt reeds niet omdat - uitgaande van de juistheid van de stellingen van de Staat - slechts vijf van de zevenentwintig lidstaten van de Europese Unie MTCS hebben geaccepteerd voor hun inkoopbeleid;

(iv) de non-acceptatie van MTCS biedt voor de houthandel evenveel duidelijkheid als de acceptatie van het certificaat.

Afronding

3.11. Ondanks het bovenstaande is de primaire vordering van Greenpeace cs niet toewijsbaar. Die vordering strekt namelijk te ver. Strikt uitgelegd zou toewijzing ervan betekenen dat de Staatsecretaris met betrekking tot MTCS alleen een goedkeuringsbesluit zou kunnen nemen nadat het College van Beroep heeft beslist dat MTCS voldoet aan de in Nederland geldende duurzaamheidscriteria. Zo werkt de geldende toetsingssystematiek echter niet. De Staatssecretaris is immers niet gebonden aan een door dat college gedane uitspraak. Bovendien zou toewijzing consequenties kunnen hebben voor een eventuele toekomstige/nieuwe toetsingsprocedure ter zake van MTCS. De subsidiaire vordering is op grond van al het voorgaande wel toewijsbaar op de hieronder in het dictum opgenomen wijze. Te meer waar het niet onredelijk voorkomt om Greenpeace cs in de gelegenheid te stellen desgewenst een nieuw kort geding aanhangig te maken indien de Staatssecretaris wil afwijken van een uitspraak van het College van Beroep waarbij het TPAC-oordeel wordt bevestigd. De Staat heeft op dat punt ook geen verweer gevoerd. Overigens wil de voorzieningenrechter daarmee geenszins vooruitlopen op een beslissing in die procedure.

3.12. De Staat zal, als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de proceskosten.

4. De beslissing

De voorzieningenrechter:

- verklaren Greenpeace cs niet-ontvankelijk in hun vorderingen voor zover zij zich baseren op een oneerlijke concurrentiestrijd voor houtproducenten die (moeten) voldoen aan alle Nederlandse duurzaamheidscriteria;

- verbiedt de Staat enig goedkeuringsbesluit te nemen ten aanzien van MTCS, zolang niet onherroepelijk door het College van Beroep is beslist, met dien verstande dat die periode wordt verlengd met zes weken indien het College van Beroep het oordeel van TPAC bevestigt (al dan niet op andere gronden), zodat Greenpeace cs de gelegenheid hebben de zaak opnieuw aan de rechter in kort geding voor te leggen indien de Staatssecretaris desondanks tot goedkeuring van MTCS wil besluiten;

- veroordeelt de Staat in de proceskosten, tot op dit vonnis aan de zijde van Greenpeace cs begroot op € 1.474,81, waarvan € 816,-- aan salaris advocaat, € 568,-- aan griffierecht en € 90,81 aan dagvaardingskosten;

- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.J. Paris en in het openbaar uitgesproken op 20 juni 2011.

jvl


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature