< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:

Inhoudsindicatie:

Herplaatsingskandidaat. Appellant heeft geen overtuigende argumenten aangedragen waarom de Raad het onjuist moet achten dat de directeur-generaal in het kader van de reorganisatie de functies in een stramien schaal 8 en de functies in een stramien schaal 9 binnen dat functiestramien wel, maar tussen de verschillende functiestramienen niet uitwisselbaar heeft geacht. Aard en niveau van de functies kunnen duidelijk worden onderscheiden. Bij de functie van specialist ICT op het niveau schaal 10, de enige functie waarvoor appellant zijn belangstelling had kenbaar gemaakt, gaat het om een beduidend zwaardere functie dan de door appellant vervulde functie van medewerker ICT, schaal 8. Appellant heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij over de vereiste kennis en ervaring beschikt om die specialistenfunctie te kunnen vervullen. Er waren geen andere, eventueel wat lager gekwalificeerde functies beschikbaar waarin appellant herplaatst kon worden. Geen sprake van strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.

Uitspraak



10/1168 AW

10/1170 AW

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats], (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 13 januari 2010, 09/4114 en 09/4703 (hierna: aangevallen uitspraak),

in de gedingen tussen:

appellant

en

de directeur-generaal van de statistiek (hierna: directeur-generaal)

Datum uitspraak: 19 mei 2011

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

De directeur-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 april 2011. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. B.M. van Kerkvoorden, verbonden aan ARAG Rechtsbijstand. De directeur-generaal heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. B.A. van der Veer, werkzaam bij het Centraal Bureau voor de Statistiek (hierna: CBS).

II. OVERWEGINGEN

1. Op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende hier van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.1. In het kader van een reorganisatie bij het CBS is appellant, die al vanaf 1 juli 1978 bij het CBS werkzaam was en laatstelijk de functie vervulde van medewerker ICT op het niveau van salarisschaal 8, bij besluit van 15 januari 2009 (hierna: primair besluit) aangemerkt als niet-functievolger. Dat was het gevolg van het feit dat van de twee functies van medewerker ICT op schaal 8 in het hier aan de orde zijnde organisatie-onderdeel slechts één functie in de nieuwe organisatie terugkeerde. Het primaire besluit is gebaseerd op het zogenoemde last in first out-principe (hierna: lifo-principe) dat is opgenomen in de door de directeur-generaal toegepaste Regeling procedure bij reorganisaties EZ en dat is ontleend aan artikel 49e, tweede lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement . Het bezwaar tegen het primaire besluit is ongegrond verklaard bij besluit van 25 mei 2009 (hierna: bestreden besluit 1).

1.2. Na een gesprek met de Plaatsingsadviescommissie (hierna: Pac) is appellant aangewezen als herplaatsingskandidaat. Het daartegen gemaakte bezwaar is ongegrond verklaard bij besluit van 24 juni 2009 (hierna: bestreden besluit 2).

2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak de beroepen tegen de bestreden besluiten ongegrond verklaard.

3. Naar aanleiding van hetgeen appellant in hoger beroep heeft aangevoerd, overweegt de Raad het volgende.

3.1. Gelet op het rapport dat de basis is geweest voor de hier aan de orde zijnde reorganisatie, welk rapport de instemming heeft verkregen van het georganiseerd overleg en de ondernemingsraad, kan de Raad appellant niet volgen in zijn betoog dat de reorganisatie zo is ingekleed dat juist hij is aangemerkt als niet-functievolger en vervolgens is aangewezen als herplaatsingskandidaat. Dat geldt ook voor de stelling van appellant dat de directeur-generaal ten onrechte onderscheid heeft gemaakt tussen de functie van medewerker ICT en van specialist ICT, welke laatste functie was ingedeeld in salarisschaal 9.

3.2. Appellant heeft geen overtuigende argumenten aangedragen waarom de Raad het onjuist moet achten dat de directeur-generaal in het kader van de reorganisatie de functies in een stramien schaal 8 en de functies in een stramien schaal 9 binnen dat functiestramien wel, maar tussen de verschillende functiestramienen niet uitwisselbaar heeft geacht. Aard en niveau van de functies kunnen duidelijk worden onderscheiden. Dat het schaalniveau en functiestramien maken dat de medewerkers binnen een bepaalde categorie zich de verschillende werkzaamheden binnen een functiestramien snel eigen kunnen maken, zoals de directeur-generaal heeft aangevoerd, komt de Raad niet onhoudbaar voor. Omdat niet is betwist dat het lifo-principe hier juist is toegepast, komt de Raad met de rechtbank tot de conclusie dat het bestreden besluit 1 in rechte kan stand houden.

3.3. De Raad sluit zich aan bij het hetgeen de directeur-generaal in zijn verweerschrift heeft opgemerkt over de overige door appellant aangevoerde gronden. Dat geldt in het bijzonder ook voor de weerlegging van de gronden tegen de procedure bij de Pac en tegen het door de directeur-generaal gevolgde advies van de Pac. Bij de functie van specialist ICT op het niveau schaal 10, de enige functie waarvoor appellant zijn belangstelling had kenbaar gemaakt, gaat het om een beduidend zwaardere functie dan de door appellant vervulde functie van medewerker ICT, schaal 8. Appellant heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij over de vereiste kennis en ervaring beschikt om die specialistenfunctie te kunnen vervullen. Zoals ter zitting is gebleken, waren er geen andere, eventueel wat lager gekwalificeerde functies beschikbaar waarin appellant herplaatst kon worden. Omdat daarom (ook) geen sprake is van strijd met de door appellant genoemde algemene beginselen van behoorlijk bestuur, acht de Raad, evenals de rechtbank, ook het bestreden besluit 2 in rechte houdbaar.

4. Omdat de aangevallen uitspraak dus voor bevestiging in aanmerking komt, ziet de Raad, tot slot, geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht inzake vergoeding van proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door H.A.A.G. Vermeulen als voorzitter en M.C. Bruning en A.J. Schaap als leden, in tegenwoordigheid van M.C. Nijholt als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 19 mei 2011.

(get.) H.A.A.G. Vermeulen.

(get.) M.C. Nijholt.

HD


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature