< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:

Inhoudsindicatie:

Bewezenverklaring van medeplegen van moord en een tweetal misdrijven in het kader van de Wet wapens en munitie.

Opgelegd een gevangenisstraf van 10 jaar met aftrek voorarrest en vergoeding van de schade.

Gepubliceerde uitspraken in deze zaak:

Uitspraak



vonnis

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Sector Strafrecht

Parketnummer: 01/845566-09

Datum uitspraak: 22 september 2010

Vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1974,

wonende [woonplaats],

thans gedetineerd te: PI Zuid Oost - HvB Ter Peel.

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 17 maart 2010, 10 juni 2010 en 8 september 2010.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 04 maart 2010.

Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting van 08 september 2010 is gewijzigd is aan verdachte tenlastegelegd dat:

1.

zij op of omstreeks 06 december 2009 te Geldrop, gemeente Geldrop-Mierlo,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk

en al dan niet en met voorbedachten rade xxx van het leven heeft

beroofd, immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) haar

mededader(s) met dat opzet en al dan niet na kalm beraad en rustig overleg,

met een vuurwapen (meermalen) een of meer kogel(s) in de richting van

voornoemde xxx afgevuurd, waarbij die xxx door één van die

kogels is getroffen, tengevolge waarvan voornoemde xxx is overleden;

(artikel 289/287 jo. 47 Wetboek van Strafrecht )

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

x op of omstreeks 06 december 2009 te Geldrop, gemeente

Geldrop-Mierlo, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, opzettelijk en al dan niet en met voorbedachten rade xxx van

het leven heeft beroofd, immers heeft/hebben x en/of (een of meer van)

zijn mededader(s) met dat opzet en al dan niet na kalm beraad en rustig

overleg, met een vuurwapen een of meer kogel(s) in de richting van voornoemde

xxx afgevuurd, waarbij die xxx door één van die kogels is

getroffen, tengevolge waarvan voornoemde xxx is overleden,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf zij, verdachte, op of omstreeks 6

december 2009 te Geldrop, gemeente Geldrop-Mierlo en/of Gemert, gemeente

Gemert-Bakel, in elk geval in Nederland, opzettelijk gelegenheid, middelen

en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest,

door opzettelijk

- (op verzoek van die x ) te trachten telefonisch af te spreken met die

xxx en/of zich naar de woning van die xxx te begeven en/of bij

de woning van die xxx aan te bellen en/of

- (vervolgens) bij de ontmoeting met die xxx niet mede te delen dat ook

xxxx en/of x (met een vuurwapen) naar de woning van die xxx zou(den) komen en/of (vervolgens) (op verzoek van die x ) de

voordeur van de woning van xxx open te laten (staan), waardoor die

x en/of xxxx de mogelijkheid hadden om de woning van xxx te

betreden en/of woning van xxx betreden hebben en/of

- nadat die xxx heeft bemerkt dat die x en/of xxxx in zijn

woning waren en/of nadat in de woning geschoten is en/of nadat die xxx

naar buiten is gerend/gelopen, achter die xxx en/of die x is aan

te lopen en/of te roepen/zeggen "Schiet hem, schiet hem", althans woorden van

gelijke aard of strekking;

(artikel 289/287 jo. 48 Wetboek van Strafrecht )

2.

zij op of omstreeks 06 december 2009 te Geldrop, gemeente Geldrop-Mierlo en/of

Gemert, gemeente Gemert-Bakel, althans in Nederland, tezamen en in vereniging

met een ander of anderen, althans alleen, een wapen van categorie III, te

weten een revolver, en/of munitie van categorie III, te weten 52 patronen (van

het kaliber .22 long rifle), voorhanden heeft gehad;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

(artikel 26 Wet Wapens en Munitie)

3. primair

zij op of omstreeks 06 december 2009 te Geldrop, gemeente Geldrop-Mierlo,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee

(met inhoud) en/of een of meer sleutel(s), in elk geval enig goed, geheel of

ten dele toebehorende aan xxx , in elk geval aan een ander of anderen

dan aan verdachte en/of haar mededader(s);

(artikel 311 Wetboek van Strafrecht )

3. subsidiair

zij op of omstreeks 06 december te Geldrop, gemeente Geldrop-Mierlo en/of Helmond

en/of Gemert, gemeente Gemert-Bakel, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een portemonnee (met inhoud) en/of een of meer sleutel(s) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voornoemde portemonnee (met inhoud) en/of een of meer sleutel(s) wist(en) dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.

(artikel 416 Wetboek van Strafrecht )

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Ten aanzien van de feiten.

Het standpunt van de officier van justitie.

Feit 1 is wettig en overtuigend bewezen, in die zin dat verdachte en haar beide medeverdachten xxx hebben vermoord.

Feit 2 is wettig en overtuigend bewezen, in die zin dat verdachte en medeverdachte x een revolver en 52 patronen voorhanden hebben gehad.

Feit 3 is wettig en overtuigend bewezen, in die zin dat verdachte en haar beide medeverdachten zich schuldig hebben gemaakt aan opzetheling ten aanzien van de portemonnee en de sleutels.

Het standpunt van de verdediging.

Verdachte dient van alle tenlastegelegde feiten te worden vrijgesproken.

Het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank stelt op grond van wettige bewijsmiddelen1 de volgende feiten en omstandigheden vast.

Ten aanzien van feit 1.

Op 06 december 2009 overlijdt xxx op de galerij voor zijn woning op de vijfde verdieping van een flat aan de --- te Geldrop2. Uit sectie blijkt dat het overlijden van xxx is veroorzaakt door bloedverlies, longfunctieverlies en weefselschade ten gevolge van enkelvoudig schotletsel. In het lichaam van xxx wordt een kogel (kaliber .22 long rifle) aangetroffen en hij heeft een recente verwonding aan zijn elleboog3. De voordeur van zijn woning staat open4. Aan de buitenzijde van de voordeur van de woning worden geen braaksporen aangetroffen5. In het halletje achter de voordeur worden bloedsporen aangetroffen6. Het bovenste raam van de voordeur vertoont aan de binnenzijde twee beschadigingen. De bovenste beschadiging bevindt zich op ongeveer 1.80 meter vanaf de vloer en is zeer waarschijnlijk veroorzaakt door een inschot. Op de bodem van de isolatieruimte van deze ruit wordt een gefragmenteerd projectiel aangetroffen, waarvan alleen nog kan worden vastgesteld dat het een kogel betreft die het best past bij het kaliber .22 long rifle. Op een hoogte van ongeveer 1.33 meter vanaf de vloer bevindt zich de tweede beschadiging. De onderste beschadiging is zeer waarschijnlijk ontstaan door botsend geweld. In de onderste glasbreuk bevindt zich een scherf met bloed en vermoedelijk huidresten. Gelet op het breuklijnenspoor is het inschotspoor eerder ontstaan dan de onderste breuk7. Vanaf de voordeur van de woning van het slachtoffer tot enkele meters voorbij de plaats waar het stoffelijk overschot is aangetroffen is een groot aantal bloedsporen aanwezig8.

Getuige A is ooggetuige geweest van de gebeurtenissen rondom het fatale schot. Zij verklaart dat zij twee mannen schreeuwend achter elkaar aan heeft zien rennen op de galerij richting het trappenhuis, dat de voorste man zich omdraaide, een zilverkleurig voorwerp pakte en dit richtte op de romp van de achterste man. Er klonk een knal en de achterste man zakte in elkaar. De voorste man liep naar de achterste man en richtte het voorwerp nogmaals op die man. Daarna liep de man met het voorwerp naar het trapportaal en verdween. A zag direct na het schot uit de derde of vierde woning op de galerij een vrouw naar buiten komen en vervolgens weer naar binnen gaan. Nadat de schutter was vertrokken, kwam dezelfde vrouw weer naar buiten, gevolgd door een lange, slanke man. Deze man is volgens getuige A zeker niet de schutter9.

Getuigen B10 en C11 hebben verklaard dat zij kort voor de knal een vrouwenstem hebben horen roepen: "Schiet hem, schiet hem". Deze getuigen bevonden zich op dat moment in de woning voor welke het slachtoffer is aangetroffen.

Getuige D herkende de vrouw die hij na het schieten uit de woning van het slachtoffer heeft zien komen als de hem bekende xx , een ex-partner van xxx 12.

Nog dezelfde dag worden xx en haar huidige partner x aangehouden. Op de mouwen van de jas van xx worden schotresten aangetroffen die duiden op een vrijwel zekere relatie tussen de jas en een schietproces13. In de auto van x wordt een tonnetje aangetroffen met daarin onder meer een revolver en een bijpassend ronsel. In het ronsel zijn vier patronen en twee hulzen aanwezig14. De revolver is geschikt voor het afschieten van patronen van het kaliber .22 short en long rifle15. Op de revolver is DNA-materiaal van x en van xxx aanwezig16.

X heeft verklaard17 dat hij met xx en hun gezamenlijke vriend xxxx naar de woning van xxx is gereden om daar seksfoto's en -filmpjes waarop xx is afgebeeld te gaan ophalen. Tevens wilde hij een eind maken aan de bedreigingen die xxx naar hem bleef uiten. Hij nam zijn revolver mee, omdat hij problemen verwachtte. Xx heeft bij xxx aangebeld en werd binnen gelaten. X had tegen xx gezegd dat zij de voordeur van de woning moest openlaten. X en xxxx begaven zich korte tijd later naar de woning van xx . De voordeur van de woning stond op een kier. Er klonk muziek, onder meer een favoriet nummer van xx . x en xxxx betraden de woning van xxx . xxxx bleef achter in het halletje bij de voordeur en x ging verder de woning in. In de grote hal van de woning werd hij ontdekt door xxx . Er volgde een handgemeen. Xxx rende naar het halletje bij de voordeur. Hij schrok van xxxx die daar stond. Er ontstond een worsteling tussen xxx en x . x drukte xxx tegen de voordeur, pakte zijn revolver en bracht deze in de richting van het lichaam van xxx . xxx slaagde erin om het vuurwapen met zijn arm naar boven te slaan. x had op dat moment zijn vinger al om de trekker. Door de klap van xxx ging het vuurwapen af. xxx rende de galerij op. x rende er achteraan. xxx viel en x liep hem voorbij. x bevond zich op dat moment tussen xxx en het trappenhuis. x pakte zijn vuurwapen uit zijn jaszak en richtte dit met gestrekte arm op xxx . xxx maakte een beweging alsof hij x wilde slaan. x schoot. x stond op dat moment ongeveer op anderhalve meter afstand van xxx .

De rechtbank stelt op grond van het sporenbeeld op de plaats delict, de verklaring van getuige A, de bevindingen van de arts-patholoog, het onder verdachte x aangetroffen vuurwapen inclusief ronsel en de verklaring van verdachte vast dat x op 6 december 2009 in Geldrop J. xxx opzettelijk heeft doodgeschoten.

Moord of doodslag.

De rechtbank dient vervolgens te beslissen of sprake is geweest van moord of doodslag. De rechtbank acht voor de beantwoording van die vraag de navolgende feiten en omstandigheden van belang. x is met een geladen revolver naar de woning van xxx gegaan en is daar zonder zijn aanwezigheid kenbaar te maken naar binnen gegaan. Op het moment dat xxx zijn aanwezigheid bemerkte en naar buiten wilde vluchten, kwam het tot een handgemeen. Tijdens dit handgemeen viel een schot. x verklaart dat hij zijn vuurwapen in de richting van het lichaam van xxx had gebracht en zijn vinger om de trekker had, terwijl hij xxx tegen de voordeur duwde. De kogel kwam terecht in de voordeur (waartegen xxx zich bevond) op een hoogte van ongeveer 1.80 meter boven de vloer. xxx was 1.90 meter lang18. Dit betekent dat de kogel niet ver naast het hoofd van xxx moet zijn ingeslagen. xxx slaagde erin de woning te verlaten en rende in de richting van het trappenhuis. x rende er achteraan. Hij posteerde zich vervolgens tussen xxx en het trappenhuis, hij richtte op de romp van xxx en hij schoot.

Verdachte heeft kennelijk geen aanleiding gezien om van verder geweld af te zien nadat het eerste schot in de woning van het slachtoffer is afgegaan. Integendeel, hij heeft hierna zijn revolver weer op scherp gezet. Gelet op de eigenschappen van deze revolver zijn hiervoor enkele handelingen vereist. De vergrendelpen moet naar voren worden getrokken en het rondsel moet worden gedraaid. Alvorens weer te kunnen schieten moet de haan opnieuw worden gespannen19. x is achter xxx aan gerend. xxx was gewond, ongewapend en rende richting het trappenhuis. x haalde hem in en schoot hem van korte afstand dood.

De rechtbank is van oordeel dat onder deze omstandigheden ten aanzien van x sprake is van moord. In de tijdspanne tussen het eerste en het tweede schot heeft x voldoende gelegenheid gehad na te denken over de betekenis en gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap te geven.

Medeplegen.

Voor het aannemen van medeplegen is vereist dat twee of meer personen bewust samenwerken met het oog op het verrichten van een strafbare gedraging. Van medeplegen kan ook zonder het verrichten van enige uitvoeringshandeling sprake zijn. Voorwaarde is dan dat de samenwerkende personen gezamenlijk alle bestanddelen van de delictsomschrijving vervullen. Die samenwerking, die intensief moet zijn, kan blijken uit voorafgaande en/of stilzwijgende afspraken, taakverdelingen, de aanwezigheid ten tijde van het delict en het zich niet distantiëren hiervan. Bovendien moet blijken dat het opzet van de medeplegers zowel op de feitelijke gedraging als op de dood van het slachtoffer was gericht.

x en xx hadden sinds december 2008 een relatie en woonden samen. xxxx en x zijn al vele jaren goed bevriend. xxxx speelde sinds het najaar van 2009 een actieve rol in het seksleven van x en xx . xxx en xx hebben in het verleden een relatie gehad. xxx was op 06 december 2009 in het bezit van foto's en filmpjes bevattende seksueel getinte afbeeldingen van xx 20. Voor 06 december 2009 zijn tussen x en xxx wederzijds bedreigingen geuit. In mei 2009 heeft xxx bij de politie gemeld dat hij door x met een vuurwapen is bedreigd toen x met xx spullen kwam ophalen21. xxxx heeft verklaard dat hij op de hoogte was van bedreigingen vanuit xxx richting x 22.

De rechtbank leidt uit het vorenstaande af dat x , xx en xxxx allen op de hoogte waren van de problemen tussen xxx en x en ook dat het groepje dat naar xxx toeging, bestaande uit x , xx en xxxx , op intieme voet met elkaar verkeerde.

De rol van verdachte xx .

xx heeft verklaard23 dat zij met x en xxxx naar de woning van xxx is gegaan. De afspraak was dat zij naar binnen zou gaan om met xxx te praten en dat x en xxxx beneden op haar zouden wachten. Ze weet niets van een vuurwapen. Ze heeft niet de voordeur open laten staan. Ze bevond zich in de woonkamer toen zij tumult hoorde. Ze is niet gaan kijken. Ze heeft niets gezien van enige worsteling en ze heeft geen schot gehoord. De rechtbank hecht weinig geloof aan deze verklaring.

De rechtbank acht de navolgende feiten en omstandigheden ten aanzien van de rol van xx van belang.

xx wist dat sprake was van vijandigheid tussen x en xxx 24. In de vroege ochtend van 06 december 2009 belde zij xxxx met het verzoek om langs te komen25. Naar aanleiding van dit telefoontje besloot xxxx om een extra paar schoenen en handschoenen mee te nemen26. Gedrieën bespraken zij de bedreigingen die door xxx werden geuit.

xxxx heeft verklaard dat op die ochtend het vuurwapen van x op de salontafel lag27 en ook dat x dat wapen de laatste weken altijd in het zicht had liggen28. Dit wordt door xx en x ontkend. De rechtbank hecht desondanks geloof aan deze verklaring van xxxx , gelet op het feit dat deze verklaring ook voor hemzelf belastend is en er geen aanwijzingen zijn dat xxxx redenen heeft om hierover te liegen. Dit leidt tot de conclusie dat xx dit vuurwapen ook moet hebben gezien.

x , xx en xxxx besloten met zijn drieën naar de woning van xxx te vertrekken. xxxx heeft verklaard dat hij er van uitging dat x het vuurwapen mee zou nemen, omdat hij dit eigenlijk altijd bij zich had29. Dit moet xx ook bekend zijn geweest. xx heeft bovendien verklaard dat zij wel eens eerder met x bij xxx is geweest en dat x toen ook een vuurwapen in zijn broek had gedaan30.

xx heeft verklaard dat x voor het vertrek naar de woning de accu uit zijn mobiele telefoon heeft gehaald en tegen haar heeft gezegd dat zij haar mobiele telefoon (van het merk Alcatel) moest thuislaten31. Ook xxxx liet zijn mobiele telefoon in de woning van x en xx achter. xxxx verwisselde zijn schoenen32.

x parkeerde zijn auto niet bij de flat waar xxx woont, maar een stuk verderop33.

Afgesproken werd dat xx zou aanbellen bij xxx en alleen naar binnen zou gaan. x heeft verklaard dat hij tegen xx heeft gezegd dat zij de voordeur van de woning op een kier moest laten staan34. xx ontkent dit. De rechtbank stelt vast dat aan de buitenzijde van de voordeur geen braaksporen zijn aangetroffen, terwijl x en xxxx wel de flat zijn binnengegaan. Bovendien verklaren zowel x 35 als xxxx 36 dat de voordeur van de woning op een kier stond, toen zij bij de woning arriveerden. Dit kan worden verklaard door de afspraak die x zegt met xx te hebben gemaakt. xx bevond zich op dat moment in de woning van xxx , waar zij bier dronk en een sigaret rookte.

Toen in de woning de confrontatie tussen xxx en x plaatsvond, greep zij niet in. Ook niet nadat er een schot was gevallen. Twee getuigen, B en C, hebben verklaard dat zij vóór het tweede schot een vrouwenstem hebben horen roepen: "Schiet hem, schiet hem". De enige vrouw die hiervoor in aanmerking komt, is xx . xx ontkent dat zij deze woorden heeft geroepen. De rechtbank acht de verklaring van beide genoemde getuigen betrouwbaar. Getuige B verklaarde hier onmiddellijk over in haar 112-melding die zij vrijwel direct na het schot op de galerij deed. Deze getuige heeft dit ook kunnen horen. Zij bevond zich in de slaapkamer langs de galerij van de woning voor welke het slachtoffer is aangetroffen. xxxx verklaart bovendien dat xx vrijwel direct na x ook door de voordeur naar buiten is gestapt en dat hij buiten kwade stemmen hoorde, waaronder een vrouwenstem37. De rechtbank hecht geen geloof aan de verklaring van xx dat zij niets van het schieten heeft meegekregen. xx is vervolgens over het lichaam van xxx heen gestapt, zonder zich om hem te bekommeren. Ze begaf zich naar de auto van x en reed met hem en xxxx weg38.

xxxx haalde de simkaart uit haar telefoon en verbrandde deze met de mededeling dat dit nodig was in verband met traceerbaarheid39.

Op grond van het vorenstaande stelt de rechtbank vast dat xx er ernstig rekening mee moest houden dat er een gewelddadige confrontatie zou gaan plaatsvinden tussen x en xxx en dat x een vuurwapen bij zich zou hebben. Ze heeft zelf xxxx gebeld, die in hetgeen zij aan hem vertelde aanleiding zag om extra schoenen en handschoenen mee te nemen. Ze was aanwezig wanneer voorzorgsmaatregelen werden getroffen met het oog op het niet achterlaten van sporen en liet ook zelf desgevraagd een mobiele telefoon achter. Ze ging met haar beide medeverdachten naar de woning van xxx . Ze belde aan bij xxx en liet hem in de waan dat zij alleen was. Ze liet de voordeur van de woning van xxx open, zodat x en xxxx naar binnen konden gaan. Ze deed niets om xxx te waarschuwen. Toen xxx naar buiten rende, gevolgd door x , ging ook zij naar buiten en riep: "Schiet hem, schiet hem". Ze bekommerde zich niet om het slachtoffer, maar vertrok tezamen met x en xxxx . Ze stond toe dat xxxx hierna de simkaart van haar mobiele telefoon verbrandde.

Afgezet tegen de hierboven genoemde criteria voor medeplegen leidt dit alles tot het oordeel van de rechtbank dat xx als medepleger dient te worden aangemerkt van de moord op xxx .

De rol van verdachte xxxx .

xxxx heeft verklaard40 dat hij in de nacht van 5 op 6 december 2009 rond 03.00 uur is gebeld met verzoek om naar x en xx toe te komen. Toen hij daar arriveerde, zag hij het vuurwapen van x op de salontafel liggen. Er werd gesproken over bedreigingen door xxx en dat deze moesten ophouden. Er werd gezegd dat x en xx xxx iets duidelijk wilden maken. Ze besloten met zijn drieën naar de woning van xxx te rijden. xxxx ging mee omdat hij dacht dat hij x kon helpen als hij met xxx zou gaan vechten. xxxx verwisselde zijn schoenen, en liet zijn mobiele telefoon en zijn jas liggen. Hij nam zijn handschoenen mee, omdat hij geen vingerafdrukken achter wilde laten als x iets geks zou doen. xxxx ging ervan uit dat x zijn vuurwapen bij zich had, omdat hij dat altijd bij zich had. xx belde alleen aan, terwijl xxxx en x zich uit het zicht opstelden. Na enige tijd betraden ook x en xxxx het flatgebouw. Ze bleven een poosje staan op de begane grond en begaven zich dan naar de woning van xxx . De voordeur van deze woning stond op een kier. x gebaarde naar xxxx of hij mee kwam. x en xxxx ging stilletjes de woning van xxx binnen. x deed de voordeur zachtjes dicht. xxxx bleef in de hal en x ging stilletjes verder de woning in. Er volgde geschreeuw vanuit de woning. xxx rende in paniek het halletje in richting voordeur. x kwam er achteraan. xxx zag xxxx en maakte slaande bewegingen. Er ontstond een worsteling tussen x en xxx . Op dat moment zag xxxx het vuurwapen in de hand van x . xxx rende door de voordeur naar buiten, gevolgd door x en daarna xx . xxxx hoorde een schot, trok zijn handschoenen aan en deed zijn capuchon op. xx kwam de woning weer binnen. xxxx verliet de woning, gevolgd door xx . xxxx stapte over het lichaam van xxx heen en ging met xx naar de auto van x . Ze reden weg. Ergens onderweg werd de portemonnee van xxx door x in het water gegooid. xxxx verbrandde de simkaart van de mobiele telefoon die xx bij zich had.

x zette xx en xxxx af bij de woning van xxxx . xxxx zei tegen x en xx dat er niet over gepraat mocht worden. xxxx stopte zijn kleding in een zak evenals schoenen van x en/of xx en de jas van x . Hij zette deze zak op zolder. Op een later moment verspreidde hij de inhoud van deze zak over enkele verspreid liggende kledingcontainers.

Op grond van het vorenstaande stelt de rechtbank vast dat xxxx wist dat de confrontatie met xxx volledig uit de hand kon lopen. xxxx wist dat x een vuurwapen bij zich had. xxxx is meegegaan om x te kunnen helpen indien er zou worden gevochten. xxxx nam voorzorgsmaatregelen om geen sporen achter te laten. xxxx sloop met x de woning van xxx binnen via de openstaande deur en posteerde zich in het halletje bij de voordeur. Het halletje was niet veel breder dan de voordeur. Op deze manier versperde xxxx de vluchtweg van xxx . Hij bleef daar staan terwijl x met zijn vuurwapen verder de woning in sloop. Er was op dat moment geen enkele onenigheid te bespeuren tussen xxx en xx . Toen xxx in paniek naar het halletje vluchtte, kon hij niet direct bij de voordeur komen omdat xxxx in de weg stond. xxxx zag het vuurwapen in de hand van x , maar deed niets. Hij voorkwam niet dat x achter de wegvluchtende xxx aanging. De rechtbank acht niet aannemelijk dat xxxx , zoals deze zelf heeft verklaard, niet heeft gemerkt dat er in het halletje een kogel is afgevuurd, gelet op de beschadiging van het raam en de kleine afmetingen van het halletje. Toen xxxx een (tweede) schot hoorde, was zijn eerste reactie om zijn handen en zijn hoofd te bedekken alvorens naar buiten te gaan. xxxx bekommerde zich in het geheel niet om xxx , die levensgevaarlijk gewond op de galerij lag. Hij stapte over xxx heen en verliet de flat. x , xxxx en xx reden gezamenlijk weg. xxxx was erbij toen x de portemonnee van xxx weggooide. xxxx verbrandde de simkaart van de mobiele telefoon van xx . xxxx verstopte zijn kleding en onder meer de jas van x en zorgde ervoor dat deze spullen niet meer konden worden teruggevonden.

Afgezet tegen de hierboven genoemde criteria voor medeplegen leidt dit alles tot het oordeel van de rechtbank dat xxxx als medepleger dient te worden aangemerkt van de moord op xxx .

Ten aanzien van feit 2.

In de auto van x (inbeslaggenomen op 6 december 2009 te Gemert) is een tonnetje aangetroffen met daarin onder meer een revolver41. In een vuilniszak die x op 6 december 2009 vanuit zijn woning in Gemert bij xxxx afleverde, bevonden zich in totaal 52 patronen .22 long rifle42.

x heeft bekend dat hij op 06 december 2009 in Gemert een revolver en patronen van het kaliber .22 long rifle voorhanden heeft gehad43. Het wapen is onderzocht en kan worden gekwalificeerd als een wapen van categorie III in de zin van de Wet wapens en munitie. De patronen zijn eveneens onderzocht en kunnen worden gekwalificeerd als munitie van categorie III in de zin van de Wet wapens en munitie44.

De rechtbank is van oordeel dat dit feit ook ten aanzien van xx kan worden bewezenverklaard.

xxxx heeft verklaard dat x de weken voorafgaand aan 06 december 2009 altijd zijn vuurwapen bij zich had en dit in het zicht legde. xxxx heeft voorts verklaard dat dit hij op 06 december 2009 tijdens zijn bezoek aan x en xx dit wapen op de salontafel heeft zien liggen45. xx moet dit ook hebben gezien. De patronen zijn door x naar de woning van xxxx gebracht en waren afkomstig uit de gezamenlijke woning van x en xx . De wetenschap van de aanwezigheid van een geladen vuurwapen in hun woning maakt dat xx moet hebben geweten dat er ook patronen in de woning aanwezig waren. Zij had het in haar macht daar tegen op te treden. Door dit niet te doen aanvaardde zij dat er in haar woning een vuurwapen met munitie lag.

Ten aanzien van feit 3.

De rechtbank stelt vast dat de portemonnee van xxx door een van de verdachten is weggenomen. Zij kan echter niet vaststellen wie van hen deze diefstal heeft gepleegd.

De rechtbank kan voorts niet vaststellen of deze portemonnee op enig moment in de beschikkingsmacht van xx is geweest.

Ten aanzien van de sleutels kan de rechtbank niet vaststellen of er daadwerkelijk sleutels van xxx zijn gestolen.

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte onder feit 3 primair en feit 3 subsidiair is tenlastegelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

De bewezenverklaring.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen in onderling verband en samenhang bezien komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte

1.

op 06 december 2009 te Geldrop, gemeente Geldrop-Mierlo, tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk en met voorbedachten rade xxx van het leven heeft

beroofd, immers hebben verdachte en haar mededaders met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg met een vuurwapen meermalen een kogel in de richting van voornoemde xxx afgevuurd, waarbij die xxx door één van die kogels is getroffen, tengevolge waarvan voornoemde xxx is overleden;

2.

op 06 december 2009 te Gemert, gemeente Gemert-Bakel, tezamen en in vereniging met een ander een wapen van categorie III, te weten een revolver en munitie van categorie III, te weten 52 patronen (van het kaliber .22 long rifle), voorhanden heeft gehad;

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De kwalificatie.

Het bewezenverklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

De strafbaarheid.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van de feiten of van de verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen te hare laste bewezen is verklaard.

Oplegging van straf en/of maatregel.

De eis van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft ten aanzien van, kort gezegd, het medeplegen van moord, verboden wapenbezit en opzetheling een gevangenisstraf geëist voor de duur van twaalf jaren met aftrek van het voorarrest en toewijzing van de civiele vordering van de benadeelde partij xox tot een bedrag van € 6.904,31 hoofdelijk, met daarbij oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken. Bij de straftoemeting zou rekening moeten worden gehouden met de sterk verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte en de omstandigheid dat zij behandeld moet worden voor haar ernstige persoonlijkheidsproblematiek.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Voorts heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals tot uitdrukking komt in het wettelijke strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

De rechtbank stelt voorop dat het leven het meest wezenlijke en kostbare bezit is dat een mens heeft. Moord is derhalve één van de ernstigste misdrijven die het Wetboek van Strafrecht kent en is bedreigd met een levenslange gevangenisstraf.

Haar vriend x heeft aan xxx het leven ontnomen en zij heeft daar een belangrijke bijdrage aangeleverd. Tussen x en xxx was veel wrijving en over en weer zouden bedreigingen zijn geuit. Dit alles speelde zich af rondom verdachte. Zij was de ex-vriendin van het slachtoffer en voelde zich door hem bedreigd zoals zij ter zitting heeft verklaard.

Op de ochtend van de moord hebben x , verdachte en hun vriend xxxx besloten naar

xxx te gaan om een einde te maken aan de bedreigingen en gevoelige films en foto's van verdachte op te halen. Ieder van hen wist dat er een explosieve situatie zou kunnen ontstaan en dat x een geladen vuurwapen bij zich had. Ieder van hen heeft op diverse tijdstippen die ochtend gelegenheid gehad de loop der gebeurtenissen te wijzigen, maar geen van hen heeft dat gedaan, met alle noodlottige gevolgen van dien.

Verdachte heeft bij de flatwoning aangebeld en is door xxx binnengelaten. Terwijl zij in de woonkamer met xxx sprak en muziek luisterde, zijn x en xxxx de woning van het slachtoffer binnengeslopen. In de flatwoning heeft x zijn geladen revolver getrokken en een kogel op de onbewapende xxx afgevuurd. Deze kogel miste het slachtoffer, waarna deze aan x trachtte te ontkomen, maar op de galerij van de flat is hij alsnog neergeschoten door x met zijn dood tot gevolg. Verdachte heeft x hiertoe aangezet. Het gaat om een onbegrijpelijke en laffe daad. Vele flatbewoners hebben het schot gehoord en zijn getuige geweest van de dood van xxx . De verdachte is hierna met xxxx over het lichaam van haar vroegere partner gestapt en heeft zich zonder zich ook maar een moment om hem te bekommeren de flat verlaten.

Voor de nabestaanden moet het traumatisch zijn geweest om te vernemen wat het slachtoffer in die momenten heeft moeten meemaken. Verdachte heeft de mensen die xxx lief hadden, in het bijzonder zijn familie, in uitzonderlijke mate leed aangedaan. Zij zullen verder moeten leven zonder hem. Ook heeft zij met haar daad de rechtsorde ernstig geschokt, grote onrust teweeg gebracht onder de flatbewoners en buren en gevoelens van onveiligheid vergroot.

In de woning van verdachte en x was het vuurwapen met bijbehorende munitie aanwezig. In deze zaak is wederom gebleken welke gevaren het bezit van vuurwapens met zich brengt. Het heeft geleid tot de dood van een medemens. Weliswaar heeft zij gesteld tegen x te hebben gezegd het vuurwapen weg te doen, maar zij wist dat hij dit niet had gedaan en zij heeft daar niets tegen ondernomen.

Omtrent verdachte heeft psychiater Van Panhuis op 18 februari 2010 een rapport uitgebracht. Uit dit rapport komt naar voren dat verdachte een ernstige borderline persoonlijkheidsstoornis heeft en verslaafd is aan middelen. Dit was ook zo ten tijde van het tenlastegelegde, maar de psychiater doet geen uitspraak over haar toerekenbaarheid omdat zij zegt zich niets van het gebeuren te kunnen herinneren. Hij wijst er voorts op dat de borderlineproblematiek en het drankmisbruik met elkaar verweven zijn en schat de kans op herhaling niet hoog in. Hij acht een GGZ-behandeling en een behandeling voor haar verslaving aangewezen.

Psychologe Van Toorn heeft op 3 september 2010 een rapport uitgebracht. Anders dan de psychiater heeft zij verdachte op 27 augustus 2010 voor een derde maal gesproken en het eindproces-verbaal bij haar rapport betrokken. De psychologe constateert een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens in de vorm van een ernstige borderline persoonlijkheidsstoornis en een ziekelijke stoornis bestaande uit misbruik van alcohol en speed. Naar haar oordeel kan het tenlastegelegde daaruit worden verklaard omdat verdachte door de spanningen van de weken voorafgaande aan het delict uit psychisch evenwicht was geraakt, wat werd versterkt door het gebruik van grote hoeveelheden alcohol en drugs. De dissociaties, haar impulsiviteit en haar afhankelijkheid van haar partner namen toe. Zij moet als verminderd tot sterk verminderd toerekeningvatbaar worden beschouwd. De kans op herhaling van geweldsdelicten schat zij zeer laag. Omdat verdachte niet zelfredzaam is, ligt volgens de deskundige een klinisch traject voor de hand.

Ook de reclassering heeft ernstige problemen op vrijwel alle leefgebieden geconstateerd en adviseert in het rapport van 6 september 2010 een langdurig klinisch traject om tot gedragsverandering te kunnen komen.

Gelet op het verhandelde ter zitting en de indruk die verdachte maakte op de rechtbank, neemt de rechtbank de goed onderbouwde conclusie van de psychologe over. Verdachte is derhalve verminderd tot sterk verminderd toerekeningsvatbaar te achten en de rechtbank zal daarmee bij de straftoemeting in haar voordeel rekening houden.

De rechtbank is van oordeel, dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf welke vrijheidsbeneming meebrengt voor lange duur. De rechtbank zal een gevangenisstraf van een kortere duur opleggen dan de door de officier van justitie is geëist omdat die straf onvoldoende rekening houdt met de psychische gesteldheid van verdachte ten tijde van de moord. De verdachte zal ook worden vrijgesproken van opzetheling. Anderzijds is de ernst van het verwijt te groot om gelet op artikel 14a van het Wetboek van Strafrecht een straf mogelijk te maken waarbij aan verdachte als bijzondere voorwaarde een klinische behandeling kan worden opgelegd. Een gevangenisstraf van vier jaar zou volstrekt onvoldoende recht doen aan de gewelddadige dood van xxx en de rol die verdachte daarbij heeft gespeeld en het onherstelbare leed dat aan zijn familie en vrienden is aangedaan.

De vordering van de benadeelde partij xox

De rechtbank acht de vordering met inbegrip van wettelijke rente in haar geheel toewijsbaar. Deze vordering is na aanvulling ter zitting afdoende onderbouwd en ter zitting onvoldoende weersproken. De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert.

Aangezien aldus aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat verdachte van de schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde is bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot schadevergoeding.

Omdat er meerdere personen aansprakelijk zijn voor de schade zal deze hoofdelijk worden opgelegd.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Toepasselijke wetsartikelen:

De beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht: art. 10, 24c, 27, 36f, 47, 57, 289;

Wet wapens en munitie: art. 2, 26, 55.

DE UITSPRAAK

Ten aanzien van feit 3 primair en feit 3 subsidiair:

Vrijspraak, achtende de rechtbank het tenlastegelegde niet wettig en overtuigend bewezen.

Ten aanzien van feit 1 primair en feit 2:

Verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt haar daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

Ten aanzien van feit 1 primair:

medeplegen van moord

Ten aanzien van feit 2:

medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet

wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van

categorie III

en

medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet

wapens en munitie

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Legt op de volgende straf en maatregel:

Ten aanzien van feit 1 primair en feit 2:

Gevangenisstraf voor de duur van 10 jaar met aftrek overeenkomstig artikel 2 7

Wetboek van Strafrecht.

Ten aanzien van feit 1 primair:

Maatregel van schadevergoeding van EUR 6904,31 subsidiair 69 dagen hechtenis.

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat, ten

behoeve van de nabestaande xox, van een bedrag van EUR 6.904,31

(zegge: zesduizend negenhonderdvier euro en eenendertig cent), bij gebreke

van betaling en verhaal te vervangen door 69 dagen hechtenis. Het bedrag

betreft uitsluitend materiële schade.

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover dit bedrag door (een van)

haar mededader(s) is betaald.

De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor opgelegde

betalingsverplichting niet op.

Het totale bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van

het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij xox :

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte tot

betaling aan de benadeelde partij xox van een bedrag van EUR

6.904,31 (zegge: zesduizend negenhonderdvier euro en eenendertig cent). Dit

bedrag betreft uitsluitend materiële schade.

Het totale toegewezen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de

datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden

begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te

maken kosten.

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover dit bedrag door (een van)

haar mededader(s) is betaald.

Verdachte is van haar schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voor

zover zij heeft voldaan aan een van de haar opgelegde verplichtingen tot

vergoeding van deze schade.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J.G. Vos, voorzitter,

mr. Ch. Dunnewijk en mr. M.E. Smorenburg, leden,

in tegenwoordigheid van mr. A.W.A. Kap-Knippels, griffier,

en is uitgesproken op 22 september 2010.

1 Voor zover in de voetnoten wordt verwezen naar Eindpv. wordt hiermee bedoeld een einddossier van de regiopolitie Brabant Zuid-Oost, afdeling Divisie Recherche, OPS-dossiernummer: PL2233 2009202447, sluitingsdatum 11 mei 2010, aantal doorgenummerde pagina's: 1185.

Dit dossier is aangevuld met een forensisch dossier van de regiopolitie Brabant Zuid-Oost, BVH-nummer 2009202447 en enkele processen-verbaal van verhoor van verdachten en genummerd van pagina 1186 tot en met 1586 (eveneens te noemen Eindpv.).

2 Eindpv. pag. 520-521: proces-verbaal bevindingen van en . pag. 524: proces-verbaal bevindingen van .

3 Eindpv. pag. 1485-1486: deskundigenrapport NFI d.d. 15 februari 2010 van pag. 1421: proces-verbaal gerechtelijke sectie van jo. pag. 1545: deskundigenrapport NFI d.d. 24 februari 2010 van .

4 Eindpv. pag. 529: proces-verbaal bevindingen en .

5 Eindpv. pag. 1334: proces-verbaal sporenonderzoek van , en .

6 Eindpv. pag. 1335: proces-verbaal sporenonderzoek van , en .

7 Eindpv. pag. 1337: proces-verbaal sporenonderzoek van , en .

8 Eindpv. pag. 1248: proces-verbaal sporenonderzoek van , , en .

9 Eindpv. pag. 614-616: verklaring van A. pag. 879-880: proces-verbaal bevindingen van .

10 Eindpv. pag. 625-626: verklaring van B pag. 881-882: proces-verbaal bevindingen van .

11 Eindpv. pag. 575: verklaring van C .

12 Eindpv. pag. 607: verklaring van D.

13 Eindpv. pag. 1586-1571A: deskundigenrapport NFI d.d. 17 mei 2010 van dr. A. Brouwer-Stamouli.

14 Eindpv. pag. 1407: proces-verbaal sporenonderzoek van .

15 Eindpv. pag. 1547: deskundigenrapport NFI d.d. 24 februari 2010 van .

16 Eindpv. pag. 1504, 1509-1510: deskundigenrapport NFI d.d. 05 maart 2010 van dr. S. van Soest.

17 Eindpv. pag. 134-135, 163-165 en 1195: verklaring van x .

18 Eindpv. pag. 1488: deskundigenrapport NFI d.d. 15 februari 2010 van .

19 Eindpv. pag. 1544: deskundigenapport NFI d.d. 24 februari 2010 van W. Kerkhoff.

20 Eindpv. pag. 1003: proces-verbaal van bevindingen van .

21 Eindpv. pag. 946-947: proces-verbaal van bevindingen van en .

22 Eindpv. pag 454: verklaring van xxxx .

23 Eindpv. pag. 404, 412, 415, 418: verklaring van xx en proces-verbaal ter terechtzitting d.d. 08 september 2010.

24 Eindpv. pag. 401: verklaring van xx .

25 Eindpv. pag. 453: verklaring van xxxx .

26 Eindpv. pag. 494: verklaring van xxxx .

27 Eindpv. pag. 454: verklaring van xxxx .

28 Eindpv. pag. 498: verklaring van xxxx .

29 Eindpv. pag. 466: verklaring van xxxx .

30 Eindpv. pag. 1206: verklaring van xx .

31 Eindpv. pag. 421 verklaring van xx .

32 Eindpv. pag. 494: verklaring van xxxx .

33 Eindpv. pag. 454 jo 461: verklaring van xxxx .

34 Eindpv. pag. 164: verklaring van x .

35 Eindpv. pag. 164: verklaring van x .

36 Eindpv. pag. 455: verklaring van xxxx .

37 Eindpv. pag. 483-484: verklaring van xxxx .

38 Eindpv. pag. 457: verklaring van xxxx .

39 Eindpv. pag. 421: verklaring van xx en pag. 458: verklaring van xxxx .

40 Eindpv. pag. 453-458, 466-467, 473, 476, 483, 494, 496: verklaring van xxxx .

41 Eindpv. pag. 1407: proces-verbaal sporenonderzoek van .

42 Eindpv. pag. 434: proces-verbaal bevindingen van jo. pag. 1433: proces-verbaal sporenonderzoek van en pag. 923: proces-verbaal bevindingen van en pag. 130: verklaring van x .

43 Eindpv. pag. 130, 96: verklaring van x .

44 Pag. 1478-1479: Proces-verbaal bevindingen en buiten het Eindpv. opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van , pv-nr. PL2219 2009202447-236.

45 Eindpv. pag. 454 en pag. 498: verklaring van xxxx .


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde wetgeving

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature