< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:

Inhoudsindicatie:

Klaagster verwijt de gerechtsdeurwaarders dat zij onrechtmatig beslag hebben gelegd op haar tegoeden.

Toen de gerechtsdeurwaarders de opdracht kregen tot executie van het kortgedingvonnis over te gaan, zagen zij zich geconfronteerd met de situatie dat aan de veroordeling in dat vonnis niet was voldaan en evenmin volledig was voldaan aan de voorwaarde die maatschap Van der Wel had gesteld aan haar bereidheid om van inning van de dwangsommen af te zien. Het was onder die omstandigheden niet aan de gerechtsdeurwaarders om zich te begeven in de discussie over de verschuldigdheid van het BTW-bedrag. De gerechtsdeurwaarders hebben juist gehandeld door klaagster te wijzen op de mogelijkheid van het aanspannen van een executiegeschil.

Evenmin is het verwijt terecht dat de gerechtsdeurwaarders onrechtmatig een bankrekening van klaagster hebben beslagen.

Het hof vernietigt de bestreden beslissing en verklaart de klacht ongegrond.

Uitspraak



GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

TWEEDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER

Beslissing van 3 mei 2011 in de zaak onder nummer 200.079.217/01 GDW van:

[gerechtsdeurwaarder 1], [gerechtsdeurwaarder 2] en [gerechtsdeurwaarder 3],

gerechtsdeurwaarders te [ ],

APPELLANTEN,

gemachtigde: C.P.M. Knüppe,

t e g e n

G.J. EN P. DEN HARTOGH B.V.,

gevestigd te Klaaswaal,

GEÏNTIMEERDE,

gemachtigde: G.J. den Hartigh.

1. Het geding in hoger beroep

1.1. Van de zijde van appellanten (hierna: de gerechtsdeurwaarders) is bij een op 22 december 2010 ter griffie van het hof ingekomen verzoekschrift – met bijlage – tijdig hoger beroep ingesteld tegen de aan deze beslissing gehechte beslissing van de kamer voor gerechtsdeurwaarders te Amsterdam (hierna: de kamer) van 23 november 2010, waarbij het verzet van geïntimeerde (hierna: klaagster) gegrond is verklaard, de beschikking van de voorzitter is vernietigd en de door klaagster tegen de gerechtsdeurwaarders ingediende klacht gegrond is verklaard onder oplegging van de maatregel van berisping.

1.2. Van de zijde van klaagster is op 29 december 2010 een verweerschrift ter griffie van het hof ingekomen.

1.3. De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 24 februari 2011. De beide gemachtigden zijn verschenen en hebben het woord gevoerd; de gemachtigde van de gerechtsdeurwaarders aan de hand van een aan het hof overgelegde pleitnota.

2. De stukken van het geding

Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie en de hiervoor vermelde stukken.

3. De feiten

Tussen de maatschap M.T.S. Wel van der J. Wel-Visser Van der E. (hierna: maatschap Van der Wel) als eiseres en vier gedaagden, waaronder klaagster, is op 30 december 2009 een kortgedingvonnis gewezen, waarbij de vier gedaagden hoofdelijk zijn veroordeeld tot (onder meer) aflevering van een volledige oogst selderijknollen, op straffe van een dwangsom van € 10.000,= per dag, met een maximum van € 125.000,=.

Bij brief van 12 januari 2010 heeft de advocaat van maatschap Van der Wel aan de advocaat van de vier gedaagden laten weten dat werd ingestemd met een termijn van drie weken voor het uitbrengen van de dagvaarding in de hoofdzaak, alsmede dat maatschap Van der Wel geen aanspraak zou maken op de dwangsom als een bedrag van € 150.000,= te vermeerderen met de BTW nog die week op haar derdengeldenrekening was ontvangen.

De maatschap Maatschap Gebr. G.J. en P. den Hartigh (hierna: maatschap Den Hartigh) heeft op 13 januari 2010 € 150.000,= betaald. Betaling van het BTW-bedrag is echter uitgebleven. Op 2 maart 2010 heeft G.J. den Hartigh de advocaat van maatschap Van der Wel verzocht om toezending van een BTW-factuur, hetgeen op 9 maart 2010 is geweigerd omdat de betaling geen koopsom voor de selderijknollen, doch een borg zou betreffen.

Het kantoor van de gerechtsdeurwaarders is belast met de executie van het kortgedingvonnis. Op 30 maart 2010 is een exploot uitgebracht waarin aanspraak is gemaakt op betaling van de maximale dwangsom. Toen dat bedrag niet werd betaald is op 13 april 2010 executoriaal beslag gelegd op een bankrekening van klaagster.

Bij gelegenheid van de mondelinge behandeling van de vordering tot opheffing van dat beslag hebben maatschap Van der Wel en voornoemde vier gedaagden op 27 mei 2010 een vaststellingsovereenkomst gesloten, die inhield dat aan maatschap Van der Wel nog een bedrag van € 9.000,= zou worden betaald en maatschap Van der Wel voor dat bedrag een BTW-factuur zou zenden. Het beslag is vervolgens opgeheven.

4. Het standpunt van klaagster

4.1. Klaagster verwijt de gerechtsdeurwaarders dat zij onrechtmatig beslag hebben gelegd op haar tegoeden. Niet zij, maar de maatschap Den Hartigh had de partij knolselderij van maatschap Van der Wel gekocht. Bovendien kon maatschap Van der Wel geen aanspraak maken op betaling van de BTW, zolang zij niet bereid was een BTW-factuur te zenden. De gerechtsdeurwaarders hadden moeten weigeren zich in te laten met dergelijke ongeoorloofde praktijken, namelijk het ontduiken van de Wet op de omzetbelasting.

4.2. Klaagster meent dat de gerechtsdeurwaarders ten onrechte verwijzen naar het vonnis van 30 december 2009, omdat dat vonnis door de koop van de partij knolselderij niet meer aan de orde was. Aan de niet nakoming van een geldvordering kan geen dwangsom worden verbonden. Het is buitensporig om tot een bedrag van € 125.000,= beslag te leggen om een vordering van € 9.000,= te innen. De gerechtsdeurwaarders hadden zich behoren af te vragen of de dwangsom naar redelijkheid en billijkheid ingevorderd kon worden.

5. Het standpunt van de gerechtsdeurwaarders

De gerechtsdeurwaarders voeren aan dat de vraag naar de verschuldigdheid van de BTW een kwestie is tussen maatschap Van der Wel en de vier gedaagden, waar zij buiten staan. Waar het om ging was dat er een titel lag, waaraan niet was voldaan, zodat geëxecuteerd kon worden. Het is niet aan de gerechtsdeurwaarders om te bepalen in hoeverre naar redelijkheid en billijkheid is voldaan aan de door maatschap Van der Wel met de vier gedaagden gemaakte afspraken; zij hebben een ministerieplicht. De gerechtsdeurwaarders hebben uitdrukkelijk opdracht gekregen om beslag te leggen op de bankrekening van klaagster en hebben klaagster steeds duidelijk gemaakt dat zij over de BTW-kwestie een executiegeschil aanhangig kon maken, zoals uiteindelijk ook is gebeurd.

6. De beoordeling

6.1. Toen de gerechtsdeurwaarders de opdracht kregen tot executie van het kortgedingvonnis over te gaan, zagen zij zich geconfronteerd met de situatie dat aan de veroordeling in dat vonnis niet was voldaan en evenmin volledig was voldaan aan de voorwaarde die maatschap Van der Wel had gesteld aan haar bereidheid om van inning van de dwangsommen af te zien. Het was onder die omstandigheden niet aan de gerechtsdeurwaarders om zich te begeven in de discussie over de verschuldigdheid van het BTW-bedrag. Het door hun opdrachtgeefster maatschap Van der Wel ingenomen standpunt dat zij aanspraak kon maken op de betaling van dat bedrag en bij niet-betaling daarvan op nakoming van het vonnis en dus op betaling van de dwangsommen, is niet zo kennelijk onjuist dat de gerechtsdeurwaarders hadden moeten weigeren het kortgedingvonnis te executeren. De gerechtsdeurwaarders hebben juist gehandeld door klaagster te wijzen op de mogelijkheid van het aanspannen van een executiegeschil.

6.2. Evenmin is het verwijt terecht dat de gerechtsdeurwaarders onrechtmatig een bankrekening van klaagster hebben beslagen. Klaagster was immers een van de vier gedaagden aan wie de dwangsom was opgelegd. Dat niet klaagster maar de maatschap Den Hartigh de “koopovereenkomst” met maatschap Van der Wel zou hebben gesloten - hetgeen overigens gelet op de brief van 12 januari 2010 nog niet zo evident is - was in dat verband niet van belang, omdat aan die overeenkomst niet was voldaan en dus werd teruggevallen op de aanspraken uit het vonnis. Het betoog van de gerechtsdeurwaarders dat maatschap Van der Wel uitdrukkelijk opdracht heeft gegeven ook op de bankrekening van klaagster beslag te leggen is door klaagster niet voldoende betwist.

6.3. Hetgeen partijen verder nog naar voren hebben gebracht, kan als in het voorgaande reeds behandeld dan wel als thans niet ter zake dienend buiten beschouwing blijven.

6.4. Het hiervoor overwogene leidt tot de volgende beslissing.

7. De beslissing

Het hof:

- vernietigt de bestreden beslissing;

- verklaart de klacht ongegrond.

Deze beslissing is gegeven door mrs. L. Verheij, J.C.W. Rang en A.W. Jongbloed en in het openbaar uitgesproken op dinsdag 3 mei 2011 door de rolraadsheer.

KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM 4

Beslissing van 23 november 2010 zoals bedoeld in artikel 43 van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake het verzet met nummer 606.2010 ingesteld door:

G.J. en P. den Hartigh B.V.,

gevestigd te Klaaswaal,

klaagster,

gemachtigde: G.J. den Hartigh,

tegen:

[ ], [ ] en [ ],

gerechtsdeurwaarders te [ ],

beklaagden,

gemachtigde: C.P.M. Knüppe.

1. Verloop van de procedure

Bij beschikking van 3 augustus 2010 (zaaknummer 287.2010) heeft de voorzitter van de Kamer voor gerechtsdeurwaarders (hierna: de voorzitter) beslist op een door klaagster tegen beklaagden ingediende klacht. Bij brief van 11 augustus 2010 is klaagster een afschrift van de beslissing van de voorzitter toegezonden. Op 17 augustus 2010 heeft klaagster tegen de beslissing van de voorzitter verzet ingesteld.

Het verzetschrift is behandeld ter openbare terechtzitting van 12 oktober 2010. Klaagster is verschenen bij haar gemachtigde (vergezeld door diens echtgenoot). Namens de gerechtsdeurwaarders is hun gemachtigde verschenen. Van de behandeling ter zitting is afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt. De uitspraak is bepaald op 23 november 2010.

2. De gronden van het verzet

In verzet heeft klaagster samengevat aangevoerd dat zij het niet eens is met de beslissing van de voorzitter. De gerechtsdeurwaarders hebben beslag gelegd zonder dat daaraan een titel ten grondslag lag. Afgezien daarvan was de beslaglegging gelet op de omvang van het verschuldigde bedrag aan BTW buitensporig. De executierechter heeft het beslag daarom terecht opgeheven.

3. De ontvankelijkheid van het verzet.

Klaagster heeft het verzet tegen voormelde beslissing van de voorzitter ingesteld binnen veertien dagen na de dag van verzending van een afschrift van voormelde beslissing van de voorzitter, zodat zij in haar verzet kan worden ontvangen.

4. De inleidende klacht

Klaagster verwijt de gerechtsdeurwaarders, kort samengevat, dat deze ten onrechte beslag hebben gelegd.

5. De beslissing van de voorzitter

De voorzitter heeft geoordeeld dat de gerechtsdeurwaarders niet in strijd hebben gehandeld met de tuchtrechtelijke norm. De voorzitter is van oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is.

6. De beoordeling van de gronden van het verzet

6.1 Gebleken is dat tussen de procespartijen, waarvan klaagster er één was, in een aan de bemoeienis van de gerechtsdeurwaarders voorafgaande procedure, nadat tussen hen op 30 december 2009 een vonnis was gewezen, een nadere vaststellingsovereenkomst is gesloten op 27 mei 2010. Die vaststellings-overeenkomst behelsde de afspraak dat geen aanspraak zou worden gemaakt op de in het vonnis opgenomen dwangsommen en de levering van de volledige oogst, indien een bedrag van € 150.000,00 te vermeerderen met BTW zou worden betaald.

In de vaststellingsovereenkomst is opgenomen: “partij (…) zal binnen 14 dagen een BTW-factuur voor de knollen sturen waarin de prijs voor de knollen wordt bepaald op € 150.000,00 en de BTW op € 9.000,- (6%)” Het bedrag van € 150.000,00 is tijdig betaald. Met betrekking tot de verschuldigde BTW heeft klaagster zich op het standpunt gesteld dat alvorens die BTW werd betaald en onder verwijzing naar daaraan conforme wetsbepalingen, daarvoor nog (apart) gefactureerd moest worden. Uit de aan de gerechtsdeurwaarders verleende opdracht, die ter zitting is overgelegd, is gebleken dat zij beslag dienden te leggen voor € 125.000,00 aan verschuldigde dwangsommen omdat de vaststellingsovereenkomst niet was nagekomen. Nu er tussen de betrokken partijen een vaststellingsovereenkomst bestond, kon het eerdere vonnis niet worden geëxecuteerd en bestond er derhalve geen titel voor de verbeurte van dwangsommen. Het had op de weg van de gerechtsdeurwaarders gelegen om hun opdrachtgever dienovereenkomstig te informeren. Bovendien hebben zij aanvankelijk ook voor een veel te hoog bedrag verbeurde dwangsommen aangezegd en vervolgens voor een disproportioneel en te hoog bedrag beslag gelegd. De nog verschuldigde BTW bedroeg € 9.000,00 en er is voor € 125.000,00 beslag gelegd. De gerechtsdeurwaarders hebben derhalve naar het oordeel van de Kamer onzorgvuldig gehandeld. Dit onzorgvuldig handelen was, gelet op de mogelijke gevolgen van beslaglegging voor dergelijke hoge bedragen, dermate ernstig dat sprake is van tuchtrechtelijk laakbaar handelen van de gerechtdeurwaarders. Het verzet is dan ook gegrond, de beschikking van de voorzitter van de kamer zal worden vernietigd en de klacht van klaagster is gegrond.

6.2 Gelet op de ernst van het verwijt dat de gerechtsdeurwaarders te maken valt kan niet worden volstaan met de enkele gegrondverklaring van de klacht. De Kamer acht na te melden maatregel op zijn plaats.

7. Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.

BESLISSING

De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders:

- verklaart het verzet gegrond;

- vernietigt de beslissing van de voorzitter;

- verklaart de klacht gegrond;

- legt aan de gerechtsdeurwaarders de maatregel van berisping op.

Aldus gegeven door mr. C.M. Berkhout, voorzitter, mr. H.M. Patijn en M.J.-M.L. Baudoin (plaatsvervangende) leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 november 2010 in tegenwoordigheid van de secretaris.

Tegen deze beslissing kan binnen dertig dagen na dagtekening van verzending van het afschrift van de beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde wetgeving

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature