< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:

Inhoudsindicatie:

Inbewaringstelling/ proportionaliteit/ medische zorg/artikel 16, derde lid, van de Terugkeerrichtlijn.

Naar het oordeel van de rechtbank valt uit de thans door eiser overgelegde medische stukken niet op te maken dat eiser detentieongeschikt is. Voorts valt uit de medische stukken niet op te maken dat eisers medische situatie (sinds zijn inbewaringstelling van 1 maart 2011) dusdanige is (verslechterd) dat verweerder daaruit heeft moeten afleiden dat het opleggen dan wel voortduren van die maatregel disproportioneel zou zijn. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat in de instelling waar eiser thans verblijft medische zorg beschikbaar is en niet is gebleken dat eiser aldaar niet de zorg kan krijgen die hij behoeft. Nu in de instelling waar eiser thans verblijft medische zorg beschikbaar is en niet is gebleken dat eiser aldaar niet de zorg kan krijgen die hij behoeft, is de rechtbank voorts niet gebleken dat verweerder in strijd handelt met het bepaalde in artikel 16, derde lid, van de Terugkeerrichtlijn.

Uitspraak



RECHTBANK ’s-GRAVENHAGE

Sector Bestuursrecht

Zittinghoudende te Amsterdam

zaaknummer: AWB 11/7080

uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken

V-nr: [V-nr]

in het geding tussen:

[eiser]

geboren op [geboortedatum] 1983, van (gestelde) Iraakse nationaliteit, eiser,

gemachtigde: mr. F.W. Verbaas, advocaat te Alkmaar

en:

de minister voor Immigratie en Asiel,

verweerder,

gemachtigde: mr. J.P. Lamfers, werkzaam bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst.

Procesverloop

Op 1 maart 2011 is eiser op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet ( Vw ) 2000 in bewaring gesteld.

Bij beroepschrift van 1 maart 2011 heeft eiser beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder tot oplegging van de vrijheidsontnemende maatregel.

Ingevolge artikel 94, eerste lid, van de Vw 2000 houdt het beroep tevens in een verzoek om toekenning van schadevergoeding.

De rechtbank heeft het beroep behandeld ter openbare zitting van 10 maart 2011. Eiser is in persoon verschenen, bijgestaan door mr. C. Chen, kantoorgenoot van zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door zijn voornoemde gemachtigde. Ook was ter zitting aanwezig S.R. Gaffaf als tolk in de Koerdische taal. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting geschorst teneinde verweerder in de gelegenheid te stellen te reageren op de door eiser overgelegde medische stukken. Bij faxbericht van 11 maart 2011 heeft verweerder gereageerd op voornoemde stukken. De gemachtigde van eiser heeft bij faxbericht van dezelfde datum een laatste reactie gegeven. Beide partijen hebben toestemming verleend de zaak zonder nadere zitting af te doen. De rechtbank heeft vervolgens het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. Eiser heeft zich op het standpunt gesteld dat hij dient te worden aangemerkt als een kwetsbare persoon die bijzondere aandacht behoeft als bedoeld in artikel 16, derde lid, van de Richtlijn 2008/115/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 over gemeenschappelijke normen en procedures in de lidstaten voor de terugkeer van onderdanen van derde landen die illegaal op hun grondgebied verblijven

(hierna: de Terugkeerrichtlijn) en dat in verband daarmee het opleggen van een vrijheidsbeperkende maatregel disproportioneel is dan wel dat verweerder kon volstaan met een lichter middel. Daartoe heeft eiser aangevoerd dat hij twee jaar geleden messteken heeft opgelopen welke hebben geleid tot ernstige chronische depressieve stoornis en een chronische posttraumatische stresstoornis. Uit de medische stukken blijkt dat sprake is van honger- en dorststaking, suïcidaal gedrag en dat zijn gezondheid zeer sterk achteruit is gegaan. Onder verwijzing naar artikel 15 van de Terugkeerrichtlijn en paragraaf A6 /1 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (hierna: de Vc 2000) had verweerder kunnen volstaan met de toepassing van een lichter middel, namelijk overplaatsing naar een Vrijheids Beperkende Locatie (hierna: VBL). Volgens eiser zal dit leiden tot verbetering van zijn medische situatie.

2. Verweerder aangevoerd dat hij op de hoogte was van eisers hongerstaking en om die reden is eiser (destijds) ook overgeplaatst naar het Justitieel Medisch Centrum (hierna: het JMC). Verweerder ziet thans geen aanleiding tot het toepassen van een lichter middel. Verweerder verwijst daartoe naar de gronden van de bewaring en naar de omstandigheid dat eiser weigert mee te werken aan zijn terugkeer. Ten aanzien van de door eiser overgelegde medische stukken heeft verweerder de rechtbank verzocht om hem in de gelegenheid te stellen nader

overleg met de regievoerder te voeren.

3. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting geschorst teneinde verweerder in de gelegenheid te stellen schriftelijk te reageren op eisers overgelegde medische stukken.

4. Bij faxbericht van 1 maart 2011 heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat, nu eiser medische zorg krijgt van de medische dienst op de locatie waar hij in bewaring zit en toen hij in hongerstaking was, is overgeplaatst naar een JMC, aan artikel 16 van de Terugkeerrichtlijn is voldaan. Ten aanzien van eisers beroep op een lichter middel heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat hiervoor geen aanleiding bestaat. Dit gelet op de omstandigheid dat eiser weigert medewerking te verlenen aan zijn terugkeer naar Irak, alsmede gelet op de gronden van de inbewaringstelling waarmee duidelijk is dat eiser de voorbereiding van de terugkeer heeft belemmerd en nog steeds belemmert. Wel geven de medische stukken aanleiding om zorgvuldigheidshalve bij Penitentiaire Inrichting Zeist een onderzoek te laten starten naar de detentiegeschiktheid van eiser.

5. Bij faxbericht van gelijke datum heeft eiser aangevoerd dat verweerders stelling dat een lichter middel niet aan de orde is, omdat hij heeft aangegeven niet te zullen meewerken aan zijn uitzetting, niet kan afdoen aan de disproportionaliteit van de maatregel. Plaatsing in een VBL voorkomt dat zijn gezondheid niet nog meer achteruit gaat en verweerder kan door hem in een VBL te plaatsen net zoveel bereiken als bij zijn huidige inbewaringstelling, aldus eiser.

De rechtbank overweegt het volgende.

6. Volgens vaste jurisprudentie van deze rechtbank (onder meer de uitspraak van

30 december 2010, LJN: BP1500) volgt uit artikel 15, eerste lid, van de Terugkeerrichtlijn dat verweerder in iedere zaak actief dient na te gaan of zich de situatie voordoet dat met een minder dwingend middel dan bewaring kan worden volstaan. Voor een terughoudende toets met betrekking tot de vraag of een lichter middel doeltreffend kan worden toegepast, is naar het oordeel van de rechtbank geen plaats.

6.1. Ingevolge artikel 16, derde lid, van de Terugkeerrichtlijn dient bijzondere aandacht te worden besteed aan de situatie van kwetsbare personen. In dringende medische zorg en essentiële behandeling van ziekte wordt voorzien.

6.2. Ingevolge paragraaf A6/1 van de Vc 2000, dient de toepassing van een vrijheidsbeperkende maatregel, vanwege het ingrijpende karakter, beperkt te blijven tot het strikt noodzakelijke. Steeds zal nagegaan moeten worden of met een lichter middel volstaan kan worden. De beginselen van proportionaliteit (doelmatigheid) en subsidiariteit (toepassen lichter middel indien mogelijk) dienen voortdurend in acht genomen te worden.

6.3. De rechtbank stelt vast dat verweerder op 1 maart 2011 aan de maatregel van bewaring ten grondslag heeft gelegd, dat eiser:

a. niet beschikt over een identiteitspapier als bedoeld in artikel 4.21 van het

Vreemdelingenbesluit 2000;

b. zich niet gehouden heeft aan zijn vertrektermijn;

c. weigert alle medewerking te verlenen voor zijn vertrek naar Irak.

6.4. Gelet op de door de vreemdeling niet betwiste gronden van de bewaring en het feit dat hij in het vertrekgesprek van 4 maart 2011 alsmede ter zitting te kennen heeft gegeven niet terug te gaan naar Irak en zich, ook indien hij in een vrijheidsbeperkende locatie wordt geplaatst, zal blijven verzetten tegen zijn terugkeer, heeft verweerder zich naar het oordeel van de rechtbank terecht op het standpunt gesteld dat een lichter middel in het geval van eiser niet doeltreffend kan worden toegepast. Deze beroepsgrond faalt.

7. Uit de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (onder meer de uitspraak van 7 december 2004, met kenmerk 200407830/1) volgt dat, ook indien verweerder zich op het standpunt stelt dat niet met een lichter middel dan bewaring kan worden volstaan, verweerder gehouden is, in het geval de vreemdeling bijzondere feiten en omstandigheden met betrekking tot zijn persoonlijke belangen heeft aangevoerd, te beoordelen of deze belangen het opleggen van de maatregel van vreemdelingenbewaring niettemin onevenredig bezwarend (disproportioneel) maken.

7.1. Eiser heeft ter onderbouwing van zijn medische situatie diverse medische stukken overgelegd. De rechtbank constateert dat uit de brieven van 25 mei 2010 van Maatschap Fysiotherapie Dollardlaan en van 1 juli 2010 van het Gemini Ziekenhuis blijkt dat eiser ten aanzien van de in 2009 opgelopen messteken is uitbehandeld, maar nog wel pijnklachten heeft behouden. Uit de brief van 1 februari 2011 van GGZ Noord-Holland blijkt dat eiser lijdt aan een ernstige chronische depressieve stoornis in samenhang met een chronisch posttraumatische stresstoornis. Eiser is overdag angstig, slaapt slecht en gaat gebukt onder nachtmerries. Uit de medische gegevens van DBV Soesterberg blijkt voorts dat sprake is van suïcidaal gedrag als gevolg van zijn dreigende uitzetting, dat eiser vanaf 1 maart 2011 is gestopt met eten en alleen water inneemt voor zijn medicijnen, op 2 maart 2011 weer is begonnen met eten en op 3 maart 2011 tijdelijk is overgeplaatst naar het JMC.

7.2. Naar het oordeel van de rechtbank valt uit de thans door eiser overgelegde medische stukken niet op te maken dat eiser detentieongeschikt is. Voorts valt uit de medische stukken niet op te maken dat eisers medische situatie (sinds zijn inbewaringstelling van 1 maart 2011) dusdanige is (verslechterd) dat verweerder daaruit heeft moeten afleiden dat het opleggen dan wel voortduren van die maatregel disproportioneel zou zijn. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat in de instelling waar eiser thans verblijft medische zorg beschikbaar is en niet is gebleken dat eiser aldaar niet de zorg kan krijgen die hij behoeft.

7.3. Nu in de instelling waar eiser thans verblijft medische zorg beschikbaar is en niet is gebleken dat eiser aldaar niet de zorg kan krijgen die hij behoeft, is de rechtbank voorts niet gebleken dat verweerder in strijd handelt met het bepaalde in artikel 16, derde lid, van de Terugkeerrichtlijn.

8. Na beoordeling van de door of namens eiser naar voren gebrachte beroepsgronden, concludeert de rechtbank dat de toepassing noch de tenuitvoerlegging van de vrijheidsontnemende maatregel in strijd is met de wet en dat deze bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid gerechtvaardigd is te achten. De rechtbank verklaart het beroep dan ook ongegrond.

9. Gelet op het vorenstaande acht de rechtbank geen gronden aanwezig om toepassing te geven aan artikel 106 van de Vw 2000 of artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

Beslissing

De rechtbank

- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.H.G. Odink, rechter, in tegenwoordigheid van

mr. A. El Markai, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 17 maart 2011.

Afschrift verzonden op:

Conc.: AEM

Coll: HB

D: B

VK

Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open op de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (adres: Raad van State, Afdeling bestuursrechtspraak, Hoger beroep vreemdelingenzaken, Postbus 16113, 2500 BC 's-Gravenhage). De termijn voor het instellen van hoger beroep bedraagt één week. Naast de vereisten waaraan het beroepschrift moet voldoen op grond van artikel 6:5 van de Awb (zoals het overleggen van een afschrift van deze uitspraak) dient het beroepschrift ingevolge artikel 85, eerste lid, van de Vw 2000 een of meer grieven te bevatten. Artikel 6: 6 van de Awb (herstel verzuim) is niet van toepassing.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde jurisprudentie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature