< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Televisieuitzending niet onrechtmatig jegens hulpverlener in het alternatieve (jeugd)hulpverleningscircuit

Uitspraak



vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 469152 / HA ZA 10-2838

Vonnis van 4 mei 2011

in de zaak van

[A],

wonende te --,

eiser,

advocaat mr. P.H. Ruys,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

NOORDKAAP TV PRODUCTIES B.V.,

gevestigd te Zwolle,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SBS BROADCASTING B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagden,

advocaat mr. A. Knigge.

Partijen zullen hierna [A] respectievelijk Noordkaap, SBS en gezamenlijk Noordkaap c.s. genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 1 december 2010, waarbij ambtshalve een comparitie van partijen is gelast,

- het proces-verbaal van comparitie van 2 maart 2011.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Op 4 januari 2009 heeft SBS een uitzending van het programma “Undercover in Nederland”, geproduceerd door Noordkaap, op televisie uitgezonden (hierna: de uitzending).

2.2. Het relevante gedeelte van de uitzending heeft – zakelijk weergegeven – de volgende inhoud.

2.3. [A] (steeds geanonimiseerd door middel van het “blurren” van zijn gezicht en het vervormen van zijn stem, en steeds aangeduid als “de hulpverlener”) wordt door de presentator van het programma, [B], (hierna: [B]) aangekondigd met onder meer de woorden:

“Dan nu aandacht voor een hulpverlener die zijn macht misbruikt. Hij doet zich voor als een nobel man, die opkomt voor probleemkinderen en hun ouders.”

2.4. Er worden beelden getoond van de website “gratisadviseurs.nl” waarbij de account van [A] op die website in beeld verschijnt. De naam “[A]” is daarbij onzichtbaar gemaakt, zijn academische titel en beroep zijn zichtbaar. Ook worden er geanonimiseerde beelden in de uitzending getoond uit een (via Youtube beschikbaar) interview met [A].

2.5. [B] geeft een inleiding waarin verwezen wordt naar kritiek op de jeugdzorg en initiatieven van alternatieve hulpverleners – voornamelijk actief op het internet – die zijn ontstaan. Hij zegt:

“We kregen een aantal tips over één van deze zogenaamde hulpverleners. Hij zou zijn positie wel op een heel ernstige manier misbruiken.”

2.6. [B] deelt mee dat hij zich voordoet als het fictieve personage “Iris”, zogenaamd een veertienjarig meisje. In de uitzending worden beelden getoond van chatsessies en telefoongesprekken tussen [A] en [B], respectievelijk een redactrice van het programma die zich voordoen als “Iris”. Uit de getoonde beelden blijkt dat tussen “Iris” en [A] gechat en telefonisch gesproken is over seksueel getinte onderwerpen en naturisme. Ook worden vervormde beelden getoond, waaruit blijkt dat [A] zijn geslachtsdeel heeft ontbloot en dat dat voor “Iris” zichtbaar is via de webcam van [A].

2.7. Nadat tussen [A] en “Iris” een afspraak voor een ontmoeting is gemaakt, verschijnt [B] daarbij en confronteert hij [A] op de openbare weg met de inhoud van ondermeer de chatsessies en de beelden via de webcam. [B] zegt in de uitzending dat de ontmoeting tussen “Iris”en [A] plaats zou vinden in de camper van [A]. Een gedeelte van dat interview vindt plaats in de auto van [B], nadat [A] zijn laptop uit de camper heeft gehaald.

2.8. Onderdeel van de uitzending is tevens een interview met [C] van de brancheorganisatie jeugdzorg, over jeugdzorg, alternatieve hulpverleners en het ontbreken van controlemechanismen in het alternatieve hulpverleningscircuit. Nadat [C] is geconfronteerd met de beelden, vraagt [B]: “Komen jullie dit soort problemen vaak tegen?” Het antwoord van [C] luidt: “Wij komen internet-gerelateerde problematiek vaak tegen.”

2.9. Ook de beheerder van de website meldpuntjeugdzorg.nl wordt – geanonimiseerd – door [B] geïnterviewd.

2.10. Op 5 januari 2009 heeft [A] op zijn hyves-pagina een verklaring geplaatst, waarin hij kritiek uit op de werkwijze van Noordkaap c.s. en verklaart dat de uitzending op hem betrekking had.

3. Het geschil

3.1. [A] vordert samengevat – bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

­ een verklaring voor recht dat Noordkaap c.s. onrechtmatig hebben gehandeld door [A] als pedofiele hulpverlener neer te zetten;

­ Noordkaap c.s. te verbieden om de uitzending te herhalen in welke vorm dan ook danwel aan derden ter beschikking te stellen;

­ Noordkaap c.s. te gebieden dat zij het ten behoeve van de uitzending verkregen beeld- en geluidsmateriaal en kopieën daarvan, al dan niet aan derden verstrekt, vernietigt;

­ SBS te gebieden om de rectificatie als aan de dagvaarding gehecht te plaatsen op www.sbs.nl gedurende vier aaneensluitende maanden;

­ veroordeling van Noordkaap c.s. tot betaling van een schadevergoeding van

€ 20.000,00;

­ het voorgaande onder oplegging van een dwangsom van € 500,00 per dag dat Noordkaap c.s. niet aan het vonnis voldoet,

­ veroordeling van Noordkaap c.s. in de kosten van de procedure.

3.2. [A] stelt dat hij in de uitzending wordt beschuldigd van pedofilie, zonder dat die beschuldiging steun vindt in de feiten. Volgens [A] wordt in de uitzending verder ten onrechte de indruk gewekt dat hij met “Iris” afgesproken heeft in zijn camper, terwijl hij met “Iris” juist had afgesproken haar in een openbare omgeving, een bibliotheek, te ontmoeten. Ook dat laatste betreft dus een feitelijke onjuistheid die een suggestieve werking heeft. Daarbij komt volgens [A] dat hij herkenbaar in beeld is gebracht omdat slechts zijn hoofd is “geblurred”. Ook het via YouTube beschikbare interview en het in beeld gebrachte account op de website gratisadviseurs.nl zijn rechtstreeks naar hem herleidbaar, omdat zijn account de enige account is op die website waarin deze specifieke combinatie van titel en beroep voorkomt. Dat [A] in de uitzending herkenbaar is, blijkt uit de bedreigingen die hij na de uitzending heeft ontvangen. Doordat hij herkenbaar in beeld is gebracht, is er sprake van een schending van zijn portretrecht. De uitzending wordt volgens [A] niet gerechtvaardigd doordat daarin een misstand of kwestie die de samenleving raakt aan de kaak wordt gesteld. [A] is immers door “Iris” benaderd als privé-persoon, niet als hulpverlener. Dat er andere situaties zijn, waar wel sprake is van misbruik door hulpverleners, is niet gebleken en [A] is in ieder geval geen voorbeeld van een dergelijke misstand. [A] is in een val gelopen die Noordkaap c.s. voor hem heeft opengezet uitsluitend om de kijkcijfers te dienen. De uitzending is door middel van onzorgvuldige onderzoeksmethoden tot stand is gekomen, in het bijzonder overvaljournalistiek, het inzetten van een gefingeerd personage en het gebruik maken van (webcam)beelden die in de woning van [A] zijn opgenomen. Aldus – steeds – [A].

3.3. Noordkaap c.s. voert verweer.

3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Op grond van artikel 10 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) heeft een ieder recht op vrijheid van meningsuiting. Dit recht omvat de vrijheid een mening te koesteren en de vrijheid om inlichtingen of denkbeelden te ontvangen of te verstrekken, zonder inmenging van enig openbaar gezag.

4.2. De vorderingen zoals door [A] ingesteld, waaronder de vordering tot schadevergoeding wegens onrechtmatige daad, vormen een repressieve beperking van de uitingsvrijheid. Of een dergelijke beperking in overeenstemming is met artikel 10 EVRM, hangt af van de verdere toetsing. Lid 2 van artikel 10 EVRM bepaalt onder welke omstandigheden aan het recht op uitingsvrijheid beperkingen gesteld mogen worden. Een dergelijk recht kan slechts worden beperkt indien dit bij de wet is voorzien en noodzakelijk is in een democratische samenleving, bijvoorbeeld ter bescherming van de goede naam en de rechten van anderen.

4.3. Van een beperking die bij de wet is voorzien is sprake, wanneer de uitzending onrechtmatig is jegens [A] in de zin van artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Bij de beantwoording van de vraag of Noordkaap c.s. onrechtmatig heeft gehandeld jegens [A] dienen de wederzijdse belangen te worden afgewogen en moeten alle omstandigheden van het geval in aanmerking worden genomen.

4.4. Het belang van [A] is er in gelegen dat hij niet ongerechtvaardigd wordt blootgesteld aan aantasting van zijn eer en goede naam. Het belang van Noordkaap c.s. is daarin gelegen dat journalisten zich in het openbaar kritisch, informerend, opiniërend en waarschuwend moet kunnen uitlaten over kwesties die de samenleving raken.

4.5. Met de uitzending wordt beoogd aandacht te besteden aan hulpverleners die via het internet zorg aanbieden aan ouders en kinderen met problemen. Dat blijkt uit de inleiding van [B] op het betreffende item in de uitzending en het in de uitzending als voice-over verwerkte commentaar. In de uitzending wordt dat onderwerp verder uitgewerkt door middel van een interview met [C] van de brancheorganisatie jeugdzorg. In dat interview, dat geen ondergeschikte plaats in de uitzending inneemt, worden de risico’s van alternatieve (jeugd)hulpverlening ten opzichte van de reguliere (jeugd)hulpverlening besproken en het ontbreken van controlemechanismen in het alternatieve circuit. Ook spreekt [B] in de uitzending de beheerder van de website meldpuntjeugdzorg.nl aan op zijn verantwoordelijkheid als webbeheerder voor de vermelding van alternatieve hulpverleners op die website. Bij de geënsceneerde ontmoeting met “Iris” wordt [A] door [B] eveneens aangesproken op zijn verantwoordelijkheid als hulpverlener die bemoeienissen heeft met minderjarigen en ouders, zulks in relatie tot de eerder tussen hem en “Iris” gewisselde seksueel getinte chatsessies, telefoongesprekken en webcambeelden. Het standpunt van [A], hierop neerkomend dat de uitzending niet wordt gerechtvaardigd door enig journalistiek doel, maar uitsluitend is bedoeld om hem door middel van uitlokking en het openzetten van een val persoonlijk zwart te maken ten einde de kijkcijfers te dienen, zal niet worden gevolgd.

4.6. [A] wordt in de uitzending opgevoerd als voorbeeld van een hulpverlener uit het alternatieve hulpverleningscircuit. Daarbij wordt grensoverschrijdend gedrag van [A] jegens “Iris” in beeld gebracht. [A] wordt echter niet beschuldigd van pedofilie. Evenmin is [A] in de uitzending, anders dan hij stelt, zodanig in beeld gebracht dat hij voor het grote publiek herkenbaar was. Het overigens niet nader onderbouwde beroep van [A] op zijn portretrecht is reeds daarom ongegrond. Het verwijt van [A] aan Noordkaap c.s. dat zijn getoonde account op de website gratisadviseurs.nl en de beelden uit interviews op Youtube naar hem herleidbaar waren, legt – ook indien het juist zou zijn – onvoldoende gewicht in de schaal. Verder heeft [A] zelf op zijn voor derden toegankelijke Hyves-pagina de dag na de uitzending geschreven dat hij het onderwerp was van de uitzending. De omstandigheid dat bekend is geworden dat [A] de in de uitzending opgevoerde hulpverlener was, kan, in dat licht bezien, Noordkaap c.s. niet zonder meer worden verweten.

4.7. Op zichzelf genomen is juist dat, zoals [A] stelt, hij door “Iris” “privé” is benaderd via zijn Hyves-pagina en niet met een hulpvraag in zijn hoedanigheid als hulpverlener. Dat blijkt ook uit de uitzending zelf en is voor het publiek van de uitzending derhalve ook duidelijk. Voor beoordeling van de (on)rechtmatigheid van de uitzending is dat, anders dan [A] kennelijk meent, niet van betekenis. [A] afficheert zichzelf als hulpverlener voor ouders die betrokken zijn in geschillen met overheidsinstanties zoals bureau jeugdzorg. Dat hij in de uitzending wordt aangeduid als hulpverlener is dan ook gerechtvaardigd. In het veld dat [A] als hulpverlener betreedt zijn – per definitie – ook (de belangen van) minderjarigen betrokken. In dat licht bezien bestaat er dan ook een directe relatie tussen het in de uitzending getoonde grensoverschrijdend gedrag van [A] jegens “Iris” en zijn activiteiten als hulpverlener, ook nu er geen hulpverleningsrelatie was tussen [A] en “Iris”.

4.8. De uitingsvrijheid van Noordkaap c.s. omvat niet alleen de vrijheid een volgens haar bestaande misstand binnen het circuit van alternatieve (jeugd)hulpverlening in de uitzending aan de kaak te stellen, maar ook de vrijheid te bepalen op welke wijze zij dat doet. Bij de wijze van inkleding van de uitzending heeft Noordkaap er voor gekozen om [A] als geanonimiseerd voorbeeld op te voeren van een hulpverlener die actief is in het circuit van alternatieve (jeugd)hulpverlening en waar voor gewaarschuwd dient te worden. Dat is gelet op het gedrag van [A] jegens “Iris” ook gerechtvaardigd. Dat Noordkaap c.s. gebruikt heeft gemaakt van een gefingeerd personage en dat in de uitzending het seksueel geladen gedrag van [A] jegens deze 14-jarige “Iris” wordt getoond (inclusief de beelden die via de webcam van [A] zijn verkregen) en dat [A] in de uitzending met zijn grensoverschrijdend gedrag jegens “Iris” wordt geconfronteerd, maakt niet dat Noordkaap c.s. de grenzen van de jegens [A] in acht te nemen zorgvuldigheid heeft overschreden. Noordkaap c.s. heeft gelet op het doel van de uitzending en de rol die [A] daarbij in de uitzending vervult voldoende oog gehad voor het belang van [A] bij bescherming van zijn persoonlijke levenssfeer. Of juist is dat [A] met “Iris” heeft afgesproken haar in een openbare ruimte te ontmoeten of in zijn camper en of de uitzending op dat punt een feitelijke onjuistheid bevat, is bij de te maken afweging van belangen van ondergeschikte betekenis.

4.9. Uit het voorgaande volgt dat de afweging van de wederzijdse belangen, in het kader van artikel 10 lid 2 EVRM en artikel 6:162 BW, in het voordeel van de door artikel 10 beschermde vrijheid van meningstuiting van Noordkaap c. s. uitvalt. Er is geen plaats voor het oordeel dat de uitzending, ook gelet op het belang van de bescherming van [A]s persoonlijke levenssfeer, onrechtmatig is.

4.10. De vorderingen van [A] zullen derhalve worden afgewezen.

4.11. [A] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Noordkaap c.s. worden begroot op:

- explootkosten EUR 0,00

- griffierecht 440,00

- salaris advocaat 1.158,00 (2,0 punten × tarief EUR 579,00)

Totaal EUR 1.598,00

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. wijst de vorderingen af,

5.2. veroordeelt [A] in de proceskosten, aan de zijde van Noordkaap c.s. tot op heden begroot op EUR 1.598,00,

5.3. verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.C. van Harmelen en in het openbaar uitgesproken op 4 mei 2011.?


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature