< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

bekrachtiging voorlopige voogdij over kind van minderjarige moeder

zie ook 125452/JE RK 11-212 en 125460/JE RK 11-214

Uitspraak



RECHTBANK GRONINGEN

Sector Civielrecht

zaaknr.: 125412 / FA RK 11-641

beschikking kinderrechter d.d. 6 april 2011

inzake het kind D. van A..

De vader is onbekend.

PROCESGANG

De kinderrechter heeft op 23 maart 2011 een beschikking gegeven.

Op 6 april 2011 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld. Gehoord zijn daarbij: de moeder, mevrouw I. van Dijk namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad) en de heer A. Westra namens Bureau Jeugdzorg Groningen (bjz).

OVERWEGINGEN

De kinderrechter verwijst naar en neemt hier over hetgeen is overwogen en beslist bij beschikking d.d. 23 maart 2011.

Bij genoemde beschikking is bjz belast met de voorlopige voogdij over voornoemde minderjarige, ingaande 23 maart 2011 voor de duur van 12 weken.

Standpunt van de Raad

De Raad is van mening dat bjz met de voorlopige voogdij belast moet blijven. Moeder durfde niet te zeggen wie de vader van haar kind is. Uit dna-onderzoek is gebleken dat de vader van moeder hoogstwaarschijnlijk ook de vader van D. is. De Raad zal zo spoedig mogelijk haar onderzoek afronden.

Standpunt van bjz

Bjz moet belast blijven met de voorlopige voogdij. Er is wel affectie tussen moeder en kind, maar er zijn ook zorgen omtrent de hechting. Op dit moment is nog niet duidelijk in hoeverre de leeftijd van de moeder hierin een rol speelt en of het gegeven dat ze haar zwangerschap geheim heeft gehouden ook een rol speelt.

Standpunt van de moeder

Moeder en D. wonen momenteel samen in een pleeggezin en moeder verzorgt D. samen met haar pleegouders. Moeder vindt het goed dat de voogdij over D. bij bjz is neergelegd.

Beoordeling

De kinderrechter is op grond van de inhoud van het verzoekschrift alsmede het verhandelde ter zitting van oordeel dat de getroffen spoedeisende maatregel als bedoeld in artikel 1:241 van het Burgerlijk Wetboek , te weten het belasten van bureau jeugdzorg te Groningen met de voorlopige voogdij over de minderjarige D., dringend en onverwijld noodzakelijk is geweest en nog steeds is, aangezien de minderjarige moeder van D. vanwege haar leeftijd onbevoegd is tot het gezag. De kinderrechter merkt op dat, gelet op de spoedeisendheid van de maatregel, het onderzoek door de Raad niet kon worden afgewacht.

Gelet op het bovenstaande zal de kinderrechter de beschikking van 23 maart 2011 bekrachtigen en bepalen dat de voorlopige voogdij daarbij zal voortduren voor de duur van in totaal 12 weken vanaf de ingangsdatum van 23 maart 2011. De maatregel blijft van kracht totdat op het verzoek van de Raad, ingediend voordat de 12 weken termijn is afgelopen, tot het treffen van een voorziening in het gezag is beslist.

BESLISSING

bekrachtigt de beschikking van 23 maart 2011 waarbij bureau jeugdzorg Groningen is belast met de voorlopige voogdij over de minderjarige D. met alle bevoegdheden ten aanzien van de persoon en het vermogen van deze minderjarige, met ingang van 23 maart 2011 voor de duur van 12 weken.

Deze beslissing is gegeven te Groningen door mr. P.W.Th. Buijtenhuijs, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. K. Offerein-Hulshoff, griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 april 2011.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



∧ naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde wetgeving

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature