< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:

Inhoudsindicatie:

De Raad is van oordeel dat appellant zich op goede gronden op het standpunt heeft gesteld dat betrokkene functievolger is voor de functie waarin hij is geplaatst. Betrokkene is terecht niet aangemerkt als functievolger voor de gewenste functie, reeds omdat in die functie sprake is van leidinggeven op een niveau en in een omvang die in betekenende mate verschilt van zijn oude functie. De nieuwe afdeling is samengesteld uit drie oude afdelingen, is daarom multidisciplinair en aanzienlijk groter dan de oude afdeling van betrokkene. Daardoor staat het afdelingshoofd/ de clustercoördinator meer op afstand dan de voormalige hoofden, die optraden als meewerkend voorman, en is hij tevens belast met taken op strategisch en tactisch gebied. Vernietiging uitspraak. Beroep ongegrond. Vernietiging besluit van 13 mei 2009.

Uitspraak



09/1637 AW en 09/3256 AW

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

de Minister van Verkeer en Waterstaat, thans de Minister van Infrastructuur en Milieu (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 5 maart 2009, 08/2596 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

[Betrokkene], wonende te [woonplaats], (hierna: betrokkene)

en

appellant

Datum uitspraak: 28 april 2011

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Betrokkene heeft een verweerschrift ingediend.

Bij besluit van 13 mei 2009 heeft appellant, ter uitvoering van de aangevallen uitspraak, een nieuwe beslissing op bezwaar genomen.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 17 maart 2011. Appellant is - zonder bericht - niet verschenen. Betrokkene is in persoon verschenen, bijgestaan door mr. M.A. Billiet-de Jonge, werkzaam bij het Ambtenarencentrum.

II. OVERWEGINGEN

1. Dit geding, dat aanvankelijk is gevoerd ten name van de Minister van Verkeer en Waterstaat is in verband met een wijziging van taken voortgezet door de Minister van Infrastructuur en Milieu. Waar in deze uitspraak wordt gesproken van appellant, wordt daaronder in voorkomend geval (mede) verstaan de Minister van Verkeer en Waterstaat.

2. Op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende hier van belang zijnde feiten en omstandigheden.

2.1. Betrokkene was werkzaam als hoofd stafgroep Informatie van de afdeling Informatie Water van Rijkswaterstaat directie [naam regio] (salarisschaal 10). Als gevolg van een reorganisatie van het centraal apparaat van de directies Water en Scheepvaart en Wegen en Verkeer is het aantal van vijf afdelingen teruggebracht naar drie. De afdeling van betrokkene (informatievoorziening) is samengevoegd met de afdelingen milieu en hydrografie/hydraulica.

2.2. Op 14 december 2006 is betrokkene meegedeeld dat het voornemen bestond hem, in overeenstemming met het advies van de plaatsingscommissie, te plaatsen in de functie van Adviseur/specialistisch medewerker MID (meet- en informatiedienst) hydrografie/hydraulica, salarisschaal 10 (hierna: nieuwe functie). Nadat betrokkene hiertegen bedenkingen had ingebracht, is hij bij besluit van 23 februari 2007 op grond van artikel 57, tweede lid, aanhef en onder a, van het Algemeen Rijksambtenaren-reglement (ARAR) definitief in de nieuwe functie geplaatst. Dit besluit is gehandhaafd bij besluit van 23 april 2008 (hierna: bestreden besluit).

3. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van betrokkene tegen het bestreden besluit gegrond verklaard en dat besluit vernietigd.

4. Appellant heeft in hoger beroep naar voren gebracht dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat onvoldoende duidelijk is geworden dan wel aannemelijk is gemaakt dat de oude functie van betrokkene voor twee derde deel overeenkomt met de nieuwe functie, zodat hij in het kader van de reorganisatie ten onrechte zou zijn aangemerkt als functievolger. Appellant heeft voorts betoogd dat zelfs indien betrokkene geen functievolger zou zijn, deze functie in elk geval passend is voor hem. Betrokkene kon in ieder geval niet als functievolger worden beschouwd voor de functie van Adviseur/specialistisch medewerker (MID coördinatie infovoorziening watersystemen, salarisschaal 11) in de nieuwe organisatie (hierna: gewenste functie).

Betrokkene heeft dit gemotiveerd weersproken.

5.1. Ingevolge artikel 57, tweede lid, aanhef en onder a, van het ARAR is de ambtenaar verplicht, wanneer het belang van de dienst zulks vordert een andere passende functie te aanvaarden overeenkomstig het bepaalde in artikel 49h, indien het gaat om een verplaatsing in het kader van een reorganisatie.

Bij de reorganisatie heeft appellant gehanteerd het Personeelsplan WS en WV Centraal RWS-ON van 21 september 2006, waarin zijn vervat de plaatsingsprocedure en het sociaal kader. Uitgangspunt bij de reorganisatie is mens volgt functie. Functievolger is volgens dit personeelsplan, punt 2.1.3, de medewerker, wiens functie niet of nauwelijks gewijzigd terugkomt in de nieuwe organisatie, hetgeen wil zeggen dat tenminste twee derde van de opgedragen taken terugkeert in de nieuwe functiebeschrijving. Dit brengt mee dat taken/resultaten, kennis (opleidingsniveau) en vaardigheden vergelijkbaar moeten zijn.

5.2. De Raad volgt niet het oordeel van de rechtbank dat onvoldoende duidelijk is wat de taken van betrokkene in zijn oude functie waren en welke van die taken terugkomen in de nieuwe functie. De gedingstukken, waaronder de betrokken functiebeschrijvingen, bieden dat inzicht wel. Het had op de weg van de rechtbank gelegen om, zou dit inderdaad anders zijn, daarover bij appellant en betrokkene nadere inlichtingen in te winnen.

5.3. Vergelijking van beide functies, zoals door appellant gemaakt en bijvoorbeeld toegelicht in de brief van 2 april 2007 aan betrokkene, laat zien dat betrokkene in de nieuwe functie niet meer werkzaam is als afdelingshoofd, maar als senior projectleider in het nieuwe cluster. Als zodanig functioneert betrokkene als primus inter pares voor het werkveld informatievoorziening. Betrokkene heeft ter zitting verklaard dat hij in de praktijk samen met twee anderen werkt aan een project. Gelet op zijn rol als projectleider kan er daarbij vanuit worden gegaan dat betrokkene verantwoordelijk is voor de eindresultaten van het project, alsook dat hij richting geeft aan de werkzaamheden en deze coördineert. Betrokkene is voorts, volgens de functiebeschrijving, verantwoordelijk voor de kwaliteitsborging van de meetopdrachten. Dat hier in de praktijk geen sprake van is, zoals door betrokkene ter zitting is verklaard, kan zo zijn maar dat acht de Raad niet doorslaggevend. Het gaat immers, volgens punt 2.1.3, om de vergelijking van de functiebeschrijvingen.

5.4. Betrokkene is in de nieuwe functie niet meer belast met HRM-taken, zoals voorheen wel het geval was. Gelet echter op het feit dat de afdeling van betrokkene (volgens de gedingstukken) bestond uit vier medewerkers, onderschrijft de Raad de conclusie van appellant dat die taken - waaronder de Raad verstaat het bijhouden van verlofkaarten, het controleren van reisdeclaraties en het voeren van RKW-gesprekken en dus niet het operationeel leidinggeven - niet meer dan een beperkt onderdeel vormden van de oude functie.

5.5. In de functiebeschrijving van de nieuwe functie is niet met zoveel woorden opgenomen de verzorging van het accountmanagement. De Raad stelt echter vast dat de taken die in de oude functie onder dit kopje zijn opgenomen, voor een groot deel terugkeren in de functiebeschrijving van de nieuwe functie, zoals de kwaliteitsborging, het overleg met de opdrachtgevers, het opstellen van de uitvoeringsplannen en evaluaties van methoden, technieken en middelen. Appellant heeft in dit verband nog opgemerkt dat conform de nieuwe werkwijze van RWS het principe “markt, tenzij…” vereist dat alle specialistisch medewerkers een goede kennis hebben van hun werkomgeving teneinde enerzijds invulling te kunnen geven aan professioneel opdrachtgeverschap en anderzijds een goede operationele sturing te kunnen geven aan de medewerkers binnen het project. De Raad acht daarmee voldoende aannemelijk dat betrokkene vanuit zijn nieuwe functie als projectleider met dit soort accountmanagement taken te maken krijgt.

5.6. Gelet op het vorenstaande en in aanmerking genomen dat de nieuwe functie qua niveau vergelijkbaar is met de oude functie, is de Raad van oordeel dat appellant zich op goede gronden op het standpunt heeft gesteld dat betrokkene functievolger is voor de functie waarin hij is geplaatst. Betrokkene is terecht niet aangemerkt als functievolger voor de gewenste functie, reeds omdat in die functie sprake is van leidinggeven op een niveau en in een omvang die in betekenende mate verschilt van zijn oude functie. De nieuwe afdeling is samengesteld uit drie oude afdelingen, is daarom multidisciplinair en aanzienlijk groter dat de oude afdeling van betrokkene. Daardoor staat het afdelingshoofd/ de clustercoördinator meer op afstand dan de voormalige hoofden, die optraden als meewerkend voorman, en is hij tevens belast met taken op strategisch en tactisch gebied.

6. De rechtbank heeft het bestreden besluit dus ten onrechte vernietigd. De aangevallen uitspraak moet daarom worden vernietigd en doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen zal de Raad het beroep van betrokkene tegen het bestreden besluit ongegrond verklaren.

7. Dit betekent dat aan de nieuwe beslissing op bezwaar, die de Raad op grond van artikel 6:19 van de Algemene wet bestuursrecht in de beoordeling betrekt, de grondslag is komen te ontvallen. De Raad zal dit besluit vernietigen.

8. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht inzake vergoeding van proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Vernietigt de aangevallen uitspraak;

Verklaart het beroep van betrokkene tegen het bestreden besluit ongegrond;

Vernietigt het besluit van 13 mei 2009.

Deze uitspraak is gedaan door J.G. Treffers als voorzitter en K. Zeilemaker en J.Th. Wolleswinkel als leden, in tegenwoordigheid van M.C. Nijholt als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 28 april 2011.

(get.) J.G. Treffers.

(get.) M.C. Nijholt.

HD


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature