< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Vrijspraak medeplegen en medeplichtigheid voorhanden hebben van grote partij amfetamine. Veroordeling opzetheling.

Uitspraak



RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

parketnummer: 16/710600-08 [P]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 20 april 2011

in de strafzaak tegen

[verdachte].

geboren op [1963] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

raadsman mr. C.J.B. Rijser, advocaat te Amsterdam.

1. Onderzoek van de zaak

Overeenkomstig artikel 369 van het Wetboek van Strafvordering heeft de politierechter op 4 februari 2011 de zaak naar de meervoudige kamer verwezen. De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 6 april 2011, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2. De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte

ten aanzien van feit 1 primair en subsidiair

samen met anderen in de periode van 1 februari 2008 tot en met 31 juli 2008 een grote hoeveelheid amfetamine aanwezig heeft gehad, dan wel anderen daarbij behulpzaam is geweest of anderen daartoe gelegenheid heeft verschaft;

ten aanzien van feit 2

samen met anderen in de periode van 1 februari 2008 tot en met 31 juli 2008 een aantal goederen heeft geheeld.

3. De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4. De beoordeling van het bewijs

4.1. Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie is van mening dat verdachte vrijgesproken dient te worden van het onder feit 1 primair en subsidiair tenlastegelegde. De officier van justitie voert daartoe aan dat op basis van de in het dossier aanwezige bewijsmiddelen niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte op de hoogte was van de aanwezigheid van amfetamine in de tassen.

Ten aanzien van het onder feit 2 tenlastegelegde acht de officier van justitie wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de palletwagen en aanhanger-compressor heeft geheeld. Met betrekking tot de overige voorwerpen waarop de tenlastelegging betrekking heeft, is de officier van justitie van mening dat niet bewezen kan worden dat verdachte deze geheeld heeft, verdachte dient daarvan derhalve vrijgesproken te worden.

4.2. Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van het onder feit 1 primair en subsidiair tenlastegelegde. De verdediging refereert zich daarbij aan het standpunt van de officier van justitie en merkt daarbij op dat op basis van het dossier evenmin blijkt dat verdachte op de hoogte was van de aanwezigheid van de betreffende tassen. Verdachte dient derhalve daarvan vrijgesproken te worden.

Ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde refereert de verdediging zich, met uitzondering van de palletwagen, aan het standpunt van de officier van justitie. De verdediging verzoekt verdachte eveneens vrij te spreken van heling van de palletwagen. Op basis van het dossier en de verklaring van verdachte is, aldus de verdediging, niet uit te sluiten dat verdachte deze palletwagen al langer in zijn bezit had.

4.3. Het oordeel van de rechtbank

Feit 1 primair en subsidiair.

De rechtbank is, met de officier van justitie en de raadsman, van oordeel dat op basis van de in het dossier aanwezige bewijsmiddelen, niet vastgesteld kan worden dat verdachte op de hoogte was van de aanwezigheid van de tassen en de daarin aanwezige amfetamine. Verdachte dient derhalve vrijgesproken te worden van het onder feit 1 primair en subsidiair tenlastegelegde.

Feit 2:

Vrijspraak op onderdelen.

De rechtbank is met de officier van justitie en de raadsman, van oordeel dat op basis van de in het dossier aanwezige bewijsmiddelen niet vastgesteld kan worden dat verdachte ten aanzien van de schranklader, rolbezem, aanhanger/aanhangwagen en handgereedschappen enige zeggenschap had en/of ten tijde van het voorhanden krijgen van die goederen wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze door misdrijf waren verkregen. Verdachte dient derhalve vrijgesproken te worden van dat deel van de tenlastelegging.

Ten aanzien van de palletwagen overweegt de rechtbank dat zich hiervan slechts een algemene en summiere beschrijving in de aangifte bevindt, een serienummer of specifiek kenmerk wordt niet genoemd. Derhalve is niet vast te stellen of de aangetroffen palletwagen dezelfde palletwagen betreft als waarvan aangifte is gedaan. Voorts is de palletwagen voorzien van een oude naam(sticker) van het bedrijf van aangever, welke naam op het moment van de diefstal niet meer werd gevoerd door voornoemd bedrijf. Verdachte heeft verklaard dat hij de palletwagen al langer in zijn bezit had. Onder de hiervoor geschetste omstandigheden kan niet worden geoordeeld dat die stelling niet aannemelijk is. Verdachte dient derhalve vrijgesproken te worden van dit deel van de tenlastelegging.

Heling aanhang(wagen-)compressor.

Op 26 februari 2008 vindt er in een loods en op het daarbij behorende terrein, gelegen aan de [adres] te [woonplaats], een doorzoeking plaats. In de loods treft men onder meer een compressor-aanhangwagen aan van het merk Ingersoll-Rand, met serienummer [nummer]. Navraag bij de Rijksdienst voor het Wegverkeer wijst uit dat het kenteken [kenteken] was afgegeven voor een aanhangwagen/dieselcompressor van het merk Ingersoll-Rand met serienummer [nummer] aan het bedrijf [bedrijf]

Op 21 februari 2008 heeft [aangever 1], namens [bedrijf], aangifte gedaan van diefstal van een aantal machines en goederen, waaronder een compressor-aanhangwagen van het merk Ingersoll-Rand, kenteken [kenteken], in de periode 5/6 februari 2008 te Almere. De waarde van de compressor was op het moment van de diefstal € 7.610,00.

Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij de loods en het bijbehorende terrein gelegen aan de [adres] te [woonplaats] sedert november 2007 huurde en in gebruik had. De betreffende compressor-aanhangwagen van het merk Ingersoll-Rand had hij voor

€ 1.750,00 gekocht van [betrokkene 1].

Aanvullende bewijsoverweging

De rechtbank is op grond van het bovenstaande van oordeel dat verdachte op het moment dat hij de compressor-aanhangwagen kocht van de door hem genoemde [betrokkene 1] wist dat het een gestolen compressor betrof. De rechtbank overweegt daartoe dat verdachte heeft verklaard dat hij beroepsmatig met dergelijke apparatuur werkt. Het door verdachte genoemde bedrag van € 1.750,00 is dermate laag in vergelijking met de waarde van de compressor, te weten € 7.610,00, dat verdachte onder die omstandigheden willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de compressor-aanhangwagen van misdrijf afkomstig was. De rechtbank is op grond van het bovenstaande van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan opzetheling van voornoemde compressor-aanhangwagen.

De rechtbank stelt vast dat de compressor-aanhangwagen is weggenomen op 5 of 6 februari 2008 zodat verdachte op enig moment daarna de beschikking moet hebben gekregen over de compressor. De rechtbank zal om die reden bewezenverklaren dat verdachte de compressor voorhanden heeft gehad in de periode van 5 februari 2008 tot aan de datum van de doorzoeking van de door verdachte gehuurde loods te weten 26 februari 2008.

4.4. De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van hetgeen hiervoor is vastgesteld en overwogen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

in de periode van 1 februari 2008 tot en met 26 februari 2008 te Mijdrecht, gemeente De Ronde Venen, een aanhang(wagen-)compressor (merk Ingersoll-Rand) voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van die aanhang(wagen-)compressor wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5. De strafbaarheid

5.1. De strafbaarheid van het feit

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert het navolgende strafbare feit op.

Feit 2: Opzetheling

5.2. De strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6. De strafoplegging

6.1. De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen een werkstraf voor de duur van 80 uur, subsidiair 40 dagen vervangende hechtenis.

6.2. Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft de rechtbank verzocht rekening te houden met het lange tijdsverloop en de druk die verdachte heeft ervaren gedurende deze periode en verzoekt aan verdachte een geheel voorwaardelijke werkstraf, dan wel een lagere werkstraf dan geëist op te leggen.

6.3. Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van de verdachte.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan heling. Heling is een zeer hinderlijk feit en houdt het stelen van goederen in stand, waarbij schade en overlast wordt toegebracht aan de eigenaren van het gestolene.

Voor wat betreft de persoon van verdachte heeft de rechtbank rekening gehouden met het uittreksel uit het justitieel documentatie register van verdachte van 22 februari 2011 waaruit blijkt dat verdachte in het verleden veelvuldig is veroordeeld ter zake van het plegen van misdrijven, waaronder soortgelijke delicten als het onderhavige.

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank overeenkomstig het bepaalde in artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht, rekening gehouden met de omstandigheid, dat verdachte op 12 mei 2010 is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar voor de Wet wapens en munitie en vernieling, en nu opnieuw wordt schuldig verklaard aan een misdrijf, gepleegd voorafgaand aan de hierboven genoemde datum.

De rechtbank heeft voorts rekening gehouden met de ouderdom van het feit en de strafmaat in soortgelijke zaken. Een voorwaardelijke werkstraf is naar het oordeel van de rechtbank, gelet op het strafblad van verdachte, niet aan de orde.

De officier van justitie is bij haar eis uitgegaan van een bewezenverklaring van heling van een tweetal voorwerpen. Mede omdat de rechtbank slechts de heling van één voorwerp bewezen acht, zal zij een lagere straf opleggen dan door de officier van justitie is gevorderd.

Alles afwegende komt de rechtbank tot de conclusie dat voor het bewezenverklaarde een werkstraf van 40 uur passend en geboden is.

7. De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 22c, 22d, 63 en 416 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

8. De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van het onder 1 primair en subsidiair ten laste gelegde feit;

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

feit 2: opzetheling;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een werkstraf van 40 uren;

- beveelt dat indien verdachte de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 20 dagen;

- bepaalt dat de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de uitvoering van de werkstraf naar rato van twee uur per dag.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.P. den Otter, voorzitter, mr. J.M. Bruins en mr. C.S.K. Fung Fen Chung, rechters, in tegenwoordigheid van G. van Engelenburg, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 20 april 2011.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde wetgeving

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature