< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Vervangende toestemming erkenning, eiceldonatie, 'family life', verwekker, belangenafweging, belang van het kind.

Vervangende toestemming erkenning; kind is geboren binnen de affectieve relatie van partijen. De vrouw is zwanger geraakt door middel van een anonieme eiceldonatie, welke donoreicel is geïnsemineerd met het sperma van de man. Partijen hebben hiervoor gekozen om medische redenen. Het kind heeft na de geboorte in gezinsverband met de man en vrouw gewoond. In onderhavig geval dient de man als biologische vader dezelfde mogelijkheden te hebben als de verwekker en is hij niet gelijk te stellen aan de (on)bekende spermadonor met ‘family life’ met het kind. Ondanks het feit dat er sprake is van een gebruikelijke situatie dat de vrouw het gezag heeft over het kind en haar verzorgt en opvoedt, geen toepassing van de enge maatstaf van de Hoge Raad of de vrouw geen enkel te respecteren belang heeft bij haar weigering de man toestemming voor de erkenning te verlenen hanteren, maar toepassing van de belangenafweging van partijen, met inachtneming van het belang van het kind.

Uitspraak



beschikking

RECHTBANK ARNHEM

Sector Familie en Jeugd

Zaakgegevens: 206834 / FA RK 10-12639

Datum uitspraak: 13 april 2011

beschikking

naar aanleiding van het verzoek van

[Man] (nader te noemen: de man),

wonende te [woonplaats],

advocaat mr. H.C.M. Schaeken te Eersel.

Belanghebbenden zijn:

- [Vrouw] (nader te noemen: de vrouw), verblijvende op een geheim adres in dit arrondissement, advocaat mr. R.T.A. Slof te Groesbeek;

- de minderjarige [dochter], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], (nader te noemen: dochter), in rechte vertegenwoordigd door de bijzonder curator mr. E.R.T. Tromp te Nijmegen (nader te noemen: de bijzonder curator).

De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift (met bijlagen), ingekomen op 11 oktober 2010;

- de beschikking benoeming bijzonder curator van deze rechtbank van 19 oktober 2010;

- het verweerschrift, ingekomen op 1 december 2010;

- een brief van de bijzonder curator, ingekomen op 2 december 2010

- een brief namens de vrouw (met als bijlage het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming), ingekomen op 21 februari 2011.

Gehoord ter terechtzitting van 2 maart 2011;

- partijen, bijgestaan door hun advocaten voornoemd;

- de bijzonder curator, mr. Tromp voornoemd;

- de officier van justitie, de heer W.V. Gerretsschen.

De feiten

Partijen zijn op 5 december 2003 te [plaats huwelijk] (België) met elkaar gehuwd. Het huwelijk van partijen is ontbonden op 2 maart 2005 door inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in het register van de burgerlijke stand van de gemeente 's-Gravenhage. Partijen zijn na de echtscheiding blijven samenwonen tot augustus 2007.

Uit de relatie van partijen is op 3 december 2006 de minderjarige [dochter] te [geboorteplaats] geboren. De vrouw is destijds zwanger geraakt door anonieme eiceldonatie, welke in Spanje is uitgevoerd. Daarbij is de gedoneerde eicel geïnsemineerd met het sperma van de man. De man heeft aangifte gedaan van de geboorte van [dochter]. Na het verbreken van de relatie in 2007, heeft de man tot het najaar/eind 2008 omgang gehad met [dochter]. Nadien is er tussen de man en [dochter] geen contact meer geweest. [dochter] woont bij de vrouw en de vrouw oefent van rechtswege het ouderlijk gezag uit over [dochter].

In de geboorteakte van [dochter] zijn geen vadergegevens opgenomen.

Alle betrokken partijen hebben de Nederlandse nationaliteit.

Het verzoek

De man verzoekt, voor zover wettelijk toegelaten uitvoerbaar bij voorraad, aan hem vervangende toestemming te verlenen om tot erkenning van [dochter] te kunnen overgaan. Voorts verzoekt hij de rechtbank te bepalen dat hij naast de vrouw wordt belast met het gezag over [dochter].

De man voert daartoe aan dat hij aangifte heeft gedaan van de geboorte van [dochter] en dat de vrouw geen toestemming heeft gegeven om [dochter] als zijn kind te erkennen. De man stelt dat hij de verwekker is van [dochter] en dat hij en [dochter] er belang bij hebben dat een familierechtelijke relatie tussen hen tot stand komt. De man is van mening dat erkenning van [dochter] door hem de belangen van de vrouw bij een ongestoorde verhouding met [dochter] of de belangen van [dochter] niet zal schaden. Door de man is aangevoerd dat partijen een relatie hebben gehad vanaf eind 1999 tot medio 2007. De man stelt dat partijen vanaf de geboorte van [dochter] in gezinsverband hebben samengewoond tot aan de verbreking van de samenwoning. De man heeft van medio 2007 tot eind 2008 op regelmatige basis omgang gehad met [dochter] waarbij partijen op neutrale locaties de wisselmomenten van de omgang regelden. De man stelt dat hij, na de beëindiging van de omgang door de vrouw in 2008, heeft getracht telefonisch contact met haar te krijgen teneinde tot hervatting van de omgangsregeling te komen. Dit heeft niet tot enig resultaat geleid. De man heeft daarop een verzoek tot vervangende toestemming erkenning ingediend bij de rechtbank in België, waarna bleek dat de vrouw naar Nederland was verhuisd met een onbekende bestemming. Ter zitting heeft de man toegelicht dat hij uiteindelijk heeft moeten berusten in het feit dat er geen contact was. Het was de wens van de vrouw haar eigen leven op te bouwen, hetgeen de man heeft gerespecteerd. Zo heeft de man, hoewel hij naar zijn zeggen al een half jaar bekend is met de verblijfplaats van de vrouw, haar niet opgezocht. Tot slot wenst de man dat hij naast de vrouw wordt belast met het gezag over [dochter]. Daartoe voert hij aan dat hij de band met [dochter] wenst te versterken en dat hij invulling wenst te geven aan zijn functie als ouder. De man is van mening dat de vrouw slechts zuiver emotionele bezwaren en geen objectieve bezwaren heeft aangevoerd tegen zijn verzoeken. De man wenst niet dat een andere man in de toekomst tot erkenning van [dochter] overgaat. Hij vindt het van belang dat [dochter] op latere leeftijd weet wie haar vader is en dat zij dan op dat moment zelf kan beslissen of zij hem komt opzoeken.

Voorts heeft de man op 4 juni 2010 bij afzonderlijk verzoekschrift een verzoek gedaan om een zorgregeling vast te stellen tussen hem en [dochter] (zaaknummer 201318). Dit verzoek is bij deze rechtbank behandeld op de zitting van 16 september 2010. Bij beschikking van 14 oktober 2010 van deze rechtbank is de beslissing ter zake van de zorgregeling aangehouden in afwachting van het onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming naar de mogelijkheden om een zorgregeling vast te stellen tussen de man en [dochter]. Daarbij is aan de Raad verzocht te bezien in hoeverre er sprake is van een nauwe persoonlijke betrekking tussen de man en [dochter]. Het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming is door de vrouw in deze procedure overgelegd. De Raad voor de Kinderbescherming heeft in het rapport van 17 december 2010 de rechtbank het advies gegeven om de man het recht op omgang met [dochter] te ontzeggen, omdat omgang ernstig nadeel oplevert voor de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van de minderjarige. De Raad acht het derhalve thans niet in het belang van [dochter] een omgangsregeling op te leggen. De nadere mondelinge behandeling van voornoemde zaak heeft plaatsgevonden op 7 april 2011.

De vrouw heeft tegen de verzoeken van de man gemotiveerd verweer gevoerd en zij verzoekt de man in zijn verzoeken niet ontvankelijk te verklaren dan wel deze af te wijzen. Zij stelt dat partijen een moeizame relatie hebben gehad en dat er tussen hen veel is voorgevallen. De vrouw is bang voor de man. Hij gebruikte drank en drugs en zij heeft meerdere malen aangifte tegen hem gedaan van mishandeling en bedreigingen. De vrouw heeft met [dochter] in een "blijf van mijn lijf" huis gezeten. Zij stelt dat zij onder druk van de man heeft ingestemd met een zorgregeling op incidentele basis, waarbij [dochter] naar wisselende plekken moest worden gebracht en worden opgehaald. Eenmaal heeft de man [dochter] niet teruggebracht bij de vrouw, waarop zij contact heeft opgenomen met de politie. Door middel van de tussenkomst van de moeder van de man is [dochter] uiteindelijk weer bij de vrouw teruggekomen. Toen de man [dochter] na een omgangscontact (eind 2008) terugbracht, zat [dochter] bij de oom van de man op schoot in een bestelbus vol met sigarettenrook. Sindsdien heeft de vrouw geen contact meer toegestaan tussen de man en [dochter] en heeft de man ook geen aanspraak meer gemaakt op omgang. Gelet op de incidentele omgang tussen de man en [dochter] is de vrouw van mening dat hij nooit een band met [dochter] heeft kunnen opbouwen en dat er tussen hen nooit een nauwe persoonlijke betrekking heeft bestaan. De man is nimmer betrokken geweest bij de verzorging en opvoeding van [dochter] en hij heeft in al die jaren nimmer belangstelling voor [dochter] getoond, aldus de vrouw. Bovendien heeft de man [dochter] gedurende de omgangscontacten vaak naar zijn moeder gebracht. Zij vermoedt dat de moeder van de man hem heeft bewogen tot indiening van de onderhavige verzoeken. Bovendien is de vrouw van mening dat de man veel eerder de mogelijkheid heeft gehad een verzoek in te dienen bij de rechtbank. Gelet op het voorgaande begrijpt de vrouw het belang van de man en [dochter] bij het verzoek om vervangende toestemming tot erkenning niet. Zij stelt dat zowel haar belangen als de belangen van [dochter] worden geschaad indien aan de man de vervangende toestemming voor erkenning zou worden verleend. De vrouw heeft er belang bij een eigen leven op te bouwen zonder dat zij bang hoeft te zijn voor de man. Daarnaast hebben de vrouw en [dochter] een hechte band opgebouwd. Zij betwist voorts dat de man de verwekker is van [dochter]. De verwekking van [dochter] heeft immers plaatsgevonden door middel van eicelbevruchting met sperma van de man. De man dient derhalve als donor te worden aangemerkt, nu er voor de verwekking van [dochter] geen geslachtsgemeenschap heeft plaatsgevonden, aldus de vrouw. Zij erkent dat de man de biologische vader is van [dochter]. Voorts is de vrouw bang voor de gevolgen van de erkenning. Indien de man de juridische ouder wordt van [dochter], verkeert hij in een betere positie waardoor de mogelijkheden teneinde onder meer omgang te krijgen met [dochter] groter zijn. Tot slot voert de vrouw aan dat zij wellicht in de toekomst [dochter] door een ander wil laten erkennen. Met het verzoek van de man ter zake van het gezamenlijk gezag over [dochter] kan de vrouw zich evenmin verenigen. De belangen van [dochter] verzetten zich tegen het gezamenlijk ouderlijk gezag. Bovendien heeft de man hen nimmer in financieel opzicht ondersteund. Voorts zou [dochter], gelet op de slechte verstandhouding tussen partijen, klem of verloren kunnen raken. Ter zitting heeft de vrouw naar voren gebracht dat zij thans een burn-out heeft en dat [dochter] onder behandeling is van een psycholoog vanwege haar driftbuien, welke de man ook had. De vrouw stelt dat [dochter] de man nu niet meer zou (her)kennen. De vrouw is bang voor de invloed van de man op [dochter], mede door zijn drank- en drugsgebruik. Zij is van mening dat hij [dochter] geen veilige en stabiele thuishaven kan bieden.

De bijzonder curator stelt zich op het standpunt dat erkenning door de man van [dochter] in beginsel in het belang is van [dochter], nu de man de verwekker is van [dochter] en er zodoende (juridische) duidelijkheid komt over wie haar vader is. Dit belang speelt in de onderhavige situatie temeer nu de biologische moeder van [dochter] vanwege de anonieme eiceldonatie niet bekend is en er in de toekomst erfelijkheidsvragen kunnen rijzen. Daarnaast komt [dochter] door de erkenning in een familierechtelijke betrekking tot de man te staan en dit heeft onder meer erfrechtelijke consequenties welke in haar belang kunnen zijn. Voorts blijkt duidelijk dat de geboorte van [dochter] uitdrukkelijk de wens en de bedoeling van beide partijen is geweest. De bijzonder curator is van mening dat de vrouw enkel zuiver emotionele bezwaren heeft geuit tegen het verzoek van de man om aan hem vervangende toestemming tot erkenning te verlenen. Uit de stukken blijkt dat de vrouw een aantal keer aangifte heeft gedaan tegen de man, maar van een veroordeling is niet gebleken. Teneinde te onderzoeken of de erkenning niet zal leiden tot een verstoorde verhouding tussen de vrouw en [dochter] acht de bijzonder curator een nader onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming aangewezen. De bijzonder curator kan ten aanzien van het verzoek ter zake van het gezag moeilijk beoordelen of [dochter] door toewijzing van het gezamenlijk gezag klem of verloren raakt. Primair acht zij een ruimer onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming aangewezen, subsidiair stelt zij voor de erkenning in het belang van [dochter] toe te wijzen.

De officier van justitie is van oordeel dat de man de verwekker is van [dochter]. De officier van justitie is van mening dat onderhavig geval niet vergelijkbaar is met de door de vrouw aangehaalde jurisprudentie, nu in deze jurisprudentie geen sprake was van een affectieve relatie. In casu is dit wel het geval geweest. De officier is van mening dat de vrouw niet nader heeft onderbouwd dat de verhouding tussen haar en [dochter] dan wel het belang van [dochter] zal worden geschaad indien [dochter] wordt erkend door de man. De officier adviseert de vervangende toestemming tot erkenning aan de man te verlenen.

De beoordeling van de verzoeken

De rechtbank is op grond van artikel 265 Rv bevoegd.

Verzoek verlening vervangende toestemming erkenning.

Op grond van artikel 4 lid 4 van de Wet Conflictenrecht Afstamming is op het verzoek van de man het Nederlandse recht van toepassing.

Het verzoek van de man is gebaseerd op artikel 1:204 lid 3 van het Burgerlijk Wetboek (BW).

Ingevolge artikel 1:204 lid 3 BW kan op verzoek van de man die het kind wil erkennen, de toestemming van de moeder door de toestemming van de rechtbank worden vervangen, indien de erkenning de belangen van de moeder bij een ongestoorde verhouding met het kind of de belangen van het kind niet zou schaden, en de man de verwekker is van het kind.

De rechtbank overweegt het volgende. Partijen hebben ten tijde van hun huwelijk en hun affectieve relatie getracht om op natuurlijke wijze een kind te krijgen. Dit is niet gelukt. Uiteindelijk hebben partijen na IVF-behandelingen in België waarop miskramen zijn gevolgd, besloten een kliniek in Spanje te bezoeken alwaar de vrouw zwanger is geraakt door middel van anonieme eiceldonatie. De donoreicel die bij de vrouw is ingebracht, is geïnsemineerd met het sperma van de man. Op [geboorte datum] is de vrouw vervolgens bevallen van [dochter]. De man is de biologische vader van [dochter]. Als onvoldoende weersproken is voorts komen vast te staan dat partijen vanaf de geboorte van [dochter] in gezinsverband hebben samengewoond tot aan de verbreking van de samenwoning in 2007. Gebleken is dat de man na verbreking van de samenwoning in 2007 tot eind 2008 op regelmatige basis omgang heeft gehad met [dochter]. De rechtbank is van oordeel dat hiermee voldoende vaststaat dat er sprake is geweest 'family life' tussen de man en [dochter].

De Hoge Raad heeft in het geval van een kind dat niet is verwekt uit geslachtsgemeenschap, maar is ontstaan ten gevolge van kunstmatige inseminatie met het zaad van de vader, geoordeeld dat art. 1:204 lid 3 BW niet geldt voor de biologische vader die niet de verwekker is van het kind (HR 24 januari 2003, NJ 2003, 386). Daarbij heeft de Hoge Raad overwogen dat dat echter onverlet laat dat de biologische vader die niet de verwekker is en die 'familiy life' heeft (gehad) met het kind, in beginsel recht heeft op bescherming van dit 'family life' ongeacht de wijze waarop de zwangerschap is ontstaan. Vervolgens heeft de Hoge Raad beoordeeld of de moeder in kwestie misbruik had gemaakt van haar recht om toestemming tot erkenning aan de biologische vader te weigeren. Daarvan zou sprake kunnen zijn indien de moeder geen enkel te respecteren belang had om toestemming tot erkenning te weigeren. In die zaak betrof het twee lesbische moeders, die door kunstmatige inseminatie met het zaad van een bekende donor, een kind hadden gekregen. De twee moeders hadden het gezamenlijk gezag over het kind en verzorgden het kind tezamen. De Hoge Raad oordeelde in die zaak dat de moeder een rechtens te respecteren belang had bij haar weigering toestemming tot erkenning aan de man te verlenen.

Aangezien de man de biologische vader is van [dochter] en hij 'family life' met [dochter] heeft gehad, is hij ontvankelijk in zijn verzoek.

De rechtbank is van oordeel dat in de onderhavige situatie de man, als biologische vader van [dochter], dezelfde juridische mogelijkheden dient te hebben als de verwekker, zoals bedoeld in artikel 1:204 lid 3 BW . Weliswaar is [dochter] niet verwekt op natuurlijke wijze, maar partijen hebben enkel om medische redenen gekozen voor genoemde eiceldonatie. Dit is een wezenlijk andere situatie dan de situatie waarover de Hoge Raad in het hiervoor vermelde arrest heeft geoordeeld. [dochter] is immers binnen de relatie van de man en de vrouw geboren, zij het wegens medische redenen door middel van anonieme eiceldonatie geïnsemineerd met sperma van de man, en heeft na haar geboorte in gezinsverband met de man en de vrouw gewoond. De man is derhalve niet gelijk te stellen aan een (on)bekende spermadonor met 'family life' met het kind. De rechtbank zal dan ook, ondanks het feit dat sprake is van een gebruikelijke situatie dat de vrouw het gezag heeft over [dochter] en haar verzorgt en opvoedt, niet de enge maatstaf van de Hoge Raad in voormeld arrest of de vrouw geen enkel te respecteren belang heeft bij haar weigering de man toestemming voor de erkenning te verlenen, hanteren, maar zal de belangen van de man en de vrouw afwegen, met inachtneming van de belangen van [dochter].

Daarbij neemt de rechtbank tot uitgangspunt dat zowel het kind als de man er aanspraak op heeft dat hun relatie rechtens wordt erkend als een familierechtelijke betrekking. Het belang van de man kan bij totstandkoming van genoemde familierechtelijke betrekking echter niet zo zwaar wegen dat de belangen van het kind of die van de moeder bij een ongestoorde verhouding met het kind geschaad zouden worden als de toestemming zou worden vervangen. Van schade aan de belangen van het kind is slechts sprake indien er ten gevolge van de erkenning voor het kind reële risico's zijn dat het wordt belemmerd in een evenwichtige sociaal-psychologische en emotionele ontwikkeling, Dit gaat om een verwachting omtrent toekomstige feiten, alsmede dat na verkregen toestemming gedane erkenning onomkeerbaar is.

Dat hiervan sprake is blijkt niet uit de door de vrouw gestelde feiten en/of omstandigheden. Het door de vrouw gestelde drank- en drugsgebruik van de man is door hem weersproken en de vrouw heeft haar stellingen op dat punt niet nader onderbouwd. De overgelegde aangiftes van de vrouw tegen de man dateren van 2004 en 2007. De rechtbank is niet gebleken van een strafrechtelijke veroordeling van de man. Bovendien is niet gebleken dat de man de vrouw daarna nog heeft lastiggevallen. De vrouw heeft haar stellingen op dit punt evenmin voldoende onderbouwd. Voorts heeft de vrouw niet weersproken dat de man al gedurende enige tijd op de hoogte is van haar adres en haar daar niet heeft lastiggevallen. De vrouw dient meer naar voren te brengen dan enkel emotionele weerstand tegen de erkenning. Ook het in het kader van de verzochte omgangsregeling opgemaakte rapport van de Raad voor de Kinderbescherming is onvoldoende om de man erkenning van [dochter] te ontzeggen. Alles overziende is de rechtbank van oordeel dat er geen feiten en/of omstandigheden zijn gesteld of gebleken die de conclusie rechtvaardigen dat de belangen van de vrouw bij een ongestoorde verhouding met [dochter] of de belangen van [dochter] door de erkenning door de man zullen worden geschaad. Alleen emotionele weerstand van de vrouw is zoals reeds overwogen daartoe onvoldoende. Daartegenover heeft de man voldoende aannemelijk gemaakt dat het in het belang van [dochter] is dat zij in een officiële familierechtelijke betrekking tot de man komt te staan. De rechtbank zal daarom het verzoek van de man in het belang van de minderjarige toewijzen.

De rechtbank ziet geen aanleiding om de beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren, nu de beslissing tot het verlenen van toestemming voor erkenning eerst in de registers van de burgerlijke stand zal worden verwerkt als deze beschikking in kracht van gewijsde is gegaan.

Verzoek tot toekenning van gezamenlijk gezag.

Ingevolge artikel 1:253c BW kan een dergelijk verzoek slechts worden gedaan door een tot het gezag bevoegde vader van het kind, dat wil zeggen door de juridische vader. Het verzoek kan derhalve pas worden beoordeeld, indien de man [dochter] heeft erkend. Daartoe dient deze beschikking in kracht van gewijsde te zijn gegaan, waarna de man [dochter] kan erkennen.

De beslissing over het verzoek tot gezagswijziging zal dan ook in afwachting van de erkenning van [dochter] door de man pro forma worden aangehouden tot 1 september 2011. De man dient de rechtbank dan te berichten, onder overlegging van een door de ambtenaar van de burgerlijke stand opgemaakte akte, over de erkenning door hem van [dochter].

De beslissing

De rechtbank

1. verleent vervangende toestemming tot erkenning door [man] wonende te [woonplaats], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], van het kind: [dochter] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats];

2. houdt de beslissing over de gezagswijziging pro forma aan tot 1 september 2011;

Deze beschikking is gegeven door mrs. S.J. Peerdeman, I. de Bruin en A.P. Vaatstra, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S. van Arkel als griffier en in het openbaar uitgesproken op 13 april 2011Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof te Arnhem.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature