< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:

Inhoudsindicatie:

Bevestiging van vonnis eerste aanleg.

Uitspraak



Parketnummer: 24-001373-09

Parketnummer eerste aanleg: 17-885154-07

Arrest van 27 april 2011 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Leeuwarden van 26 mei 2009, in de zaak strekkende tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel tegen:

[veroordeelde],

geboren op [1945] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

verschenen in persoon, bijgestaan door haar raadsman, mr. T. Akkerman, advocaat te Joure.

Het vonnis waarvan beroep

De rechtbank Leeuwarden heeft bij voormeld vonnis, op tegenspraak gewezen, onder verwijzing naar het vonnis d.d. 29 april 2009 van voormelde rechtbank Leeuwarden in de strafzaak voor zover het betreft het parketnummer 17-885154-07, het door veroordeelde door middel van en/of uit baten van de door haar gepleegde strafbare feiten wederrechtelijk verkregen voordeel geschat op € 4.793,75 en haar de verplichting opgelegd dat bedrag aan de Staat te betalen, ter ontneming van dat voordeel.

Gebruik van het rechtsmiddel

De veroordeelde is op de voorgeschreven wijze en tijdig van voormelde uitspraak in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat zal worden vastgesteld op € 4.793,- en veroordeelde de verplichting wordt opgelegd dat bedrag aan de Staat te betalen, ter ontneming van dat voordeel.

De vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel

De veroordeelde is bij arrest van dit hof (parketnummer 24-001175-09) - voor zover van belang - veroordeeld tot straf ter zake van medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd in de periode van 1 juli 2005 tot en met 24 januari 2007.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis van de eerste rechter.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

bevestigt het vonnis, waarvan beroep.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. G. Dam, voorzitter, mr. L.T. Wemes en mr. P. Greve, in tegenwoordigheid van mr. E.M. Mulder als griffier.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde wetgeving

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature