< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Uitleg planregels bestemmingsplan "West 2007" en "Herziening voorschriften West 2007" van de gemeente Renswoude. Niet alle voorgevels van de afzonderlijke woningen van het appartementencomplex zijn naar de straatzijde zijn gericht. Er is geen strijd met het bestemmingsplan nu als voorgevel van het appartementencomplex moet worden beschouwd de gevel waar zich de hoofdingang bevindt. Deze bevindt zich aan de straatzijde. Daarnaast legt de rechtbank de term 'uitsluitend' uit, bij de categorie woningen waarbij sprake is van 'uitsluitend gestapelde bouw'. Deze term wordt ook gebruikt bij de andere categorieën woningen. Met deze term is door de planwetgever niet bedoeld dat slechts één woning per bouwlaag mogelijk is, maar dat het bouwen van woningen als genoemd in een van de andere categorieën dan de categorie die is bestemd op het perceel, wordt uitgesloten.

Uitspraak



RECHTBANK UTRECHT

Sector bestuursrecht

zaaknummers: SBR 10/4401

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

1. [eiser sub 1]

2. [eiser sub 2]

3. [eiser sub 3]

4. [eiser sub 4]

5. [eiser sub 5]

6. [eiser sub 6]

wonende te [woonplaats], eisers,

gemachtigde: A.M. van Laar, werkzaam bij Vanel Advies,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Renswoude, verweerder,

gemachtigde: mr. F.M.G.M. Leyendeckers, werkzaam bij CMS Derks Star Busmann.

Inleiding

1.1 Verweerder heeft bij besluit van 30 maart 2010 aan Van Geresteijn & De Koning v.o.f.

(hierna: vergunninghouder) een reguliere bouwvergunning verleend voor het oprichten van een appartementencomplex van tien appartementen op het perceel [adres] kadastraal bekend gemeente Renswoude, sectie [sectie], nummer [nummer] (hierna: perceel).

1.2 Tegen dit besluit hebben eisers bezwaar gemaakt. Dit bezwaar heeft verweerder bij besluit van 12 november 2010 (hierna: bestreden besluit), ongegrond verklaard. Tegen laatstgenoemd besluit richt zich het beroep.

1.3 Het beroep is behandeld ter zitting van 24 maart 2011, waar eisers 1 tot en met 4 zijn

verschenen met hun gemachtigde. Eisers 5 en 6 zijn verschenen bij gemachtigde. Namens verweerder zijn J.C. van Essen en voornoemde gemachtigde verschenen.

Overwegingen

2.1 Op 18 november 2009 is door vergunninghouder een aanvraag voor een bouwvergunning ingediend voor de oprichting van een appartementencomplex. Het bouwplan voorziet in de oprichting van tien appartementen, waarvan vier op de begane grond, vier op de eerste etage en twee op de tweede etage. Zes van de tien appartementen zijn met de voorgevel gericht naar de straatzijde en de vier overige appartementen naar de zij- of achtergevel. De hoofdingang van het appartementencomplex is naar de straatzijde gericht.

2.2 Gelet op de datum van de aanvraag om bouwvergunning (18 november 2009) is het recht van toepassing zoals dat gold voor de inwerkingtreding van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) per 1 oktober 2010.

2.3 Op grond van artikel 40, eerste lid, van de Woningwet is voor het realiseren van een bouwplan een bouwvergunning vereist.

Artikel 44, eerste lid, van de Woningwet bepaalt wanneer een bouwvergunning moet worden geweigerd. Dit is onder meer het geval wanneer het bouwplan in strijd is met het bestemmingsplan (onderdeel c).

Doet zich geen van de weigeringsgronden voor als omschreven in artikel 44, eerste lid, van de Woningwet, dan moet de bouwvergunning worden verleend. Dit is het zogenoemde ‘limitatief-imperatieve stelsel’.

2.4 Ter plaatse geldt het bestemmingsplan "West 2007", en het bestemmingsplan “Herziening voorschriften West 2007”, vastgesteld door de raad van de gemeente Renswoude . Ingevolge de plankaart van het bestemmingplan West 2007 rust op het perceel waar het bouwplan op ziet de bestemming “Wonen”.

Ingevolge artikel 5, eerste lid, onder a, van de planregels bij het bestemmingsplan West 2007, zijn de op de plankaart als “Wonen” aangewezen gronden bestemd voor wonen.

Op grond van artikel 5, tweede lid, aanhef en onder a van de planregels bij het bestemmingsplan West 2007 mogen, voor zover relevant, op de gronden als bedoeld in het eerste lid, uitsluitend woningen worden gebouwd.

Ingevolge artikel 5, derde lid, van de planregels bij het bestemmingsplan West 2007, voor zover relevant, gelden voor het bouwen van bouwwerken als bedoeld in het tweede lid, de volgende bepalingen:

“woningen

a. woningen mogen uitsluitend binnen op de plankaart aangegeven bouwvlakken worden gebouwd met de voorgevels in of gekeerd naar de naar de weg gekeerde bouwgrenzen;

b. binnen bouwvlakken met op de plankaart als code de letter(s):

a mogen woningen uitsluitend aaneen worden gebouwd, in niet-gestapelde vorm,

g mogen woningen uitsluitend gestapeld worden gebouwd,

hv mogen woningen uitsluitend half-vrijstaand of vrijstaand worden gebouwd,

v mogen woningen uitsluitend vrijstaand worden gebouwd;”

Ingevolge artikel 3.1 van de planregels van het bestemmingsplan Herziening voorschriften West 2007, wordt de begripsomschrijving van “voorgevel”, zoals staat opgenomen in artikel 1, onder 23, van de planregels West 2007, gewijzigd in:

de naar de weg gekeerde of aan de voorzijde van een gebouw gelegen gevel of, indien het een gebouw betreft met meerdere zodanige gevels, één van de gevels. Bij een woongebouw is de plaats van de hoofdingang maatgevend.

2.5 Eisers betogen dat het bouwplan in strijd is met het bestemmingsplan, nu niet alle voorgevels van de afzonderlijke woningen van het appartementencomplex naar de weg gekeerd zijn, zoals is vereist in artikel 5, derde lid, onder a van het bestemmingsplan West 2007.

2.6 De beroepsgrond faalt. Het bestemmingsplan Herziening voorschriften West 2007 is met de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 6 oktober 2010 (LJN: BO0202) onherroepelijk geworden. Nu het bestreden besluit na die datum is genomen, dient de rechtbank zowel het bestemmingsplan West 2007 als het bestemmingsplan Herziening voorschriften West 2007 in haar beoordeling te betrekken.

Aan de begripsbepaling van voorgevel is door middel van het bestemmingsplan Herziening voorschriften West 2007 een zin toegevoegd, waaruit volgt dat, wanneer sprake is van een woongebouw, de plaats van de hoofdingang maatgevend is voor de vraag wat de voorgevel van dat gebouw is. Het begrip woongebouw als zodanig is niet gedefinieerd, echter, uit de toelichting bij de Herziening voorschriften West 2007 blijkt dat de zin uitsluitend is toegevoegd omdat voor het oprichten van dit appartementencomplex aan de [adres] twijfel ontstond over wat als voorgevel van het gebouw diende te worden aangemerkt. Gelet daarop staat naar het oordeel van de rechtbank vast dat het de bedoeling van de planwetgever is geweest om onder het begrip woongebouw mede een appartementencomplex te verstaan. Nu de hoofdingang van het appartementencomplex naar de straatzijde is gericht, is verweerder er terecht vanuit gegaan dat de voorgevel, zoals is vereist in artikel 5, derde lid, onder a van het bestemmingsplan West 2007, naar de weg gekeerd is. Er is dan ook geen strijd met het bestemmingsplan.

2.7 Eisers hebben in beroep verder naar voren gebracht dat het bouwplan in strijd is met artikel 5, derde lid, onder b, van het bestemmingsplan West 2007, aangezien daarin vermeld staat dat op percelen waarop de bestemming ‘g’ ligt, uitsluitend gestapeld mag worden gebouwd. Volgens eisers dient het woord ‘uitsluitend’ letterlijk te worden gelezen en is het bijgevolg niet toegestaan om, zoals in dit bouwplan, op de begane grond vier aaneengesloten woningen te realiseren en daarbovenop gestapeld de overige zes woningen. Daarmee is per verdieping sprake van meerdere niet-gestapelde woningen, hetgeen in strijd is met het bestemmingsplan. Eisers hebben gesteld dat, wanneer het de bedoeling was geweest meerdere woningen per bouwlaag toe te staan, de raad dit in de planregels had moeten opnemen. Bij tien appartementen zou voor 500 m² aan- en bijgebouwen kunnen worden gebouwd. Dit is onwenselijk.

2.8 Ter zitting heeft verweerder hierover opgemerkt dat, nu de raad heeft gekozen voor gestapelde bouw en 2 onder 1 kap-woningen niet meer mogelijk is op dit perceel het volume van het gebouw met het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan een gegeven is. De planwetgever heeft niet bedoeld dat slechts één woning per bouwlaag mogelijk is.

2.9 De rechtbank volgt eisers niet in de enge uitleg van de term ‘uitsluitend’ in dit planvoorschrift. In de begripsomschrijvingen van het bestemmingsplan is geen definitie gegeven wat moet worden verstaan onder gestapelde woningen, noch is hierover in de toelichting iets vermeld. Met verweerder is de rechtbank van oordeel dat de zinsnede ‘uitsluitend gestapelde bouw’ dient te worden begrepen in samenhang met de andere in artikel 5, derde lid, sub b, van het bestemmingsplan West 2007 genoemde categorieën, zoals genoemd in rechtsoverweging 2.4. De term ‘uitsluitend’ wordt ook bij de andere woningen genoemd en heeft naar het oordeel van de rechtbank als doel dat het bouwen van woningen, als genoemd in één van de andere categorieën dan de categorie die is bestemd op het betreffende perceel, wordt uitgesloten. Niet bedoeld is door de planwetgever dat slechts één woning per bouwlaag mogelijk is. In de overige door eisers aangevoerde gronden die betrekking hebben op strijd met de zinsnede ‘uitsluitend gestapelde bouw’ ziet de rechtbank evenmin aanknopingspunten om tot een andere conclusie te komen. De beroepsgrond slaagt daarom niet.

2.10 Ter zitting hebben eisers nog gewezen op de parkeeroverlast die zal plaatsvinden als gevolg van het op te richten appartementencomplex. Verweerder heeft hierover gedurende de bezwaarprocedure opgemerkt dat het aantal parkeerplaatsen dat binnen de bestemming ‘wonen’ wordt gerealiseerd, niet de CROW-norm van 1,4 parkeerplaats per woning overstijgt. De rechtbank kan verweerder volgen in deze uitleg. Ook op dit punt is daardoor geen sprake van strijd met het bestemmingsplan.

2.11 Eisers voeren voorts aan dat er strijd is met de beleidsparagrafen behorende bij het bestemmingsplan West 2007 aangezien in het kader van deze ‘nieuwe ontwikkeling’ een nadere ruimtelijke afweging en onderbouwing vereist was. Vanwege die nieuwe ontwikkeling had er tevens een akoestisch onderzoek in het kader van de Wet geluidhinder plaats moeten vinden. Voorts betogen eisers dat er strijd is met de aanbevelingen voor de planopzet vanuit functionele structuur, die in het bestemmingsplan West 2007 worden gegeven. Voor de onderbouwing van deze gronden verwijzen eisers onder meer naar het bestemmingsplan Renswoude West 1975.

2.12 Wat er ook zij van de gronden genoemd onder punt 2.11, verweerder kan in zijn beoordeling niet aan de geldende planregels voorbij gaan. Reeds uit de planregels en de daarop gegeven toelichting volgt dat er geen strijd is met de geldende bestemmingsplannen, zodat verweerder het bouwplan terecht niet heeft getoetst aan de beleidsparagrafen en de aanbevelingen voor de planopzet. Voorts kan het bestemmingsplan Renswoude West 1975 in deze procedure geen rol spelen, aangezien ten tijde van het bestreden besluit de bestemmingsplannen West 2007 en Herziening voorschriften West 2007 reeds in werking waren getreden en als zodanig het toetsingskader voor de definitief te nemen beslissing op bezwaar vormden. De beroepsgronden genoemd onder 2.11 falen.

2.13 Eisers hebben voorts aangevoerd dat er geen enkele aandacht is besteed aan de belangen van de omwonenden, zoals bijvoorbeeld de privacy-aspecten.

2.14 Nu uit het voorgaande niet is gebleken dat één van de in artikel 44 van de Ww limitatief genoemde weigeringsgronden zich voordoet, was verweerder, gelet op het dwingendrechtelijke karakter van deze bepaling, gehouden de bouwvergunning verlenen. Onder deze omstandigheden was er voor verweerder geen ruimte om de belangen van eisers daarbij te betrekken en af te wegen. Dit betekent dat verweerder terecht geen betekenis heeft toegekend aan het betoog van eisers met betrekking tot de gestelde aantasting van die belangen.

2.15 Gelet op het voorgaande kunnen de door eisers aangevoerde gronden niet leiden tot

vernietiging van het bestreden besluit. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. J.R. van Es- de Vries, als rechter, en in het openbaar uitgesproken op 4 mei 2011.

De griffier: De rechter:

mr. L.N. Foppen mr. J.R. van Es- de Vries

afschrift verzonden op:

Tegen de beslissing op beroep staat, binnen zes weken na de dag van verzending hiervan, voor belanghebbenden hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde jurisprudentie

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature