Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Vordering tot nakoming van betalingsverplichting uit overeenkomst.

Uitspraak



Vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 206472 / HA ZA 10-1977

Vonnis van 20 april 2011

in de zaak van

[eiseres],

wonende te [woonplaats],

eiseres,

advocaat mr. T.J.C. Bueters te Wijchen,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

LANDGOED RHEDERHOF B.V.,

gevestigd te Laren,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BC PROJECT B.V.,

gevestigd te Laren,

gedaagden,

advocaat mr. F.J.M. Kobossen te Apeldoorn.

Partijen zullen hierna [eiseres] en Rhederhof en BC genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 5 januari 2011

- het proces-verbaal van comparitie van 4 maart 2011.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. [eiseres] handelend onder de naam HDcommunicatie heeft op 8 februari 2010 een overeenkomst van opdracht gesloten met BC waarbij zij de opdracht kreeg de marketing en PR activiteiten rondom Landgoed Rhederhof ten behoeve van een televisieprogramma te verzorgen (hierna: de overeenkomst).

2.2. De overeenkomst is ondertekend door de heer [adres ] [betrokkene]. In de overeenkomst staat, voor zover relevant:

Projectbeschrijving

HDcommunicatie zal [ ] [betrokkene] ondersteunen bij werkzaamheden rondom de promotie van Landgoed Rhederhof. Hierbij zal [eiseres] verantwoordelijk zijn voor de aan haar gegeven opdrachten op het gebied van communicatieadvies, marketing- en promotionele activiteiten. (…)

Tijdsplanning

Dit project gaat op 8 februari 2010 in en loopt tot en met de finale van het televisieprogramma op 14 april 2010. Voor een adequate begeleiding, goed uitgewerkt concept en juiste marketingacties, wordt tussen de 12 en 24 uur benodigde uren per week ingeschat. Gezien het onvoorspelbare karakter van deze wedstrijd is een precieze inschatting op voorhand lastig. Daarom wordt uitgegaan van minimaal 12 uur per week. Bij extra benodigde uren dient wekelijks in overleg goedkeuring door [ ] [betrokkene] te worden verleend.

Kosten & Facturering

Gezien het unieke karakter van dit project, kan ik bij deze een afwijkend voorstel doen. Afhankelijk van de winst op 14 april 2010, wordt een laag- of standaardtarief in rekening gebracht. Voor deze opdracht bied ik een laagtarief van € 30,00 per uur. Met de minimale 12 uur per week, gedurende 9,5 week komt dit uit op een totaalbedrag van € 3.420,00. Mocht Landgoed Rhederhof als winnaar uit de bus komen, worden met terugwerkende kracht de gewerkte uren gefactureerd tegen het standaard uurtarief van € 75,00. (…)

2.3. Landgoed Rhederhof is op 14 april 2010 als winnaar van het televisieprogramma uit de bus gekomen.

2.4. De door [eiseres] gehanteerde algemene voorwaarden maken deel uit van de overeenkomst. Hierin staat, voor zover relevant:

Artikel 7. Betalingstermijn

(…)

4. Indien de opdrachtgever niet binnen de afgesproken termijn aan zijn betalingsverplichting jegens de opdrachtnemer voldoet, is hij – zonder dat voorafgaande sommatie en ingebrekestelling vereist is – rente over het factuurbedrag verschuldigd vanaf de dag, waarop de factuur betaald had moeten zijn. Deze rente bedraagt voor elke maand ( of gedeelte daarvan) van de overschrijding van de betaaltermijn een twaalfde gedeelte van het op het moment van facturering geldende promessedisconto plus 2%.

5. Alle kosten, zowel de gerechtelijke als de buitengerechtelijke, met betrekking tot de invordering van het door de opdrachtgever verschuldigde en niet tijdig betaalde gemaakt, zijn voor rekening van de opdrachtgever; als bewijs van de verschuldigdheid van deze kosten is voldoende overlegging van de desbetreffende facturen; deze kosten worden op minimaal 10% van het betrokken factuurbedrag gefixeerd en zullen ten minste € 70,-- per vordering bedragen.

(…)

Artikel 11. Reclames, klachten en bewijs

(…)

3. Reclames omtrent facturen moeten binnen acht dagen na de dag van de verzending van de facturen schriftelijk bij de opdrachtnemer worden ingediend. De betalingstermijn wordt ten gevolge van een dergelijke reclame niet opgeschort.

4. Na verloop van voornoemde termijnen worden klachten niet meer in behandeling genomen en heeft de opdrachtgever zijn rechten terzake verwerkt, tenzij de termijn in een bepaald geval redelijkerwijs verlenging behoeft.

2.5. De facturen zijn op naam van Rhederhof gesteld. Een aantal facturen van [eiseres] is betaald door Rhederhof. [eiseres] heeft onder meer de volgende facturen aan Rhederhof gestuurd:

Factuur d.d. 4 mei 2010 € 4.067,80

Factuur d.d. 4 mei 2010 € 10.290,80

Factuur d.d. 26 juli 2010 € 4.551,75

€ 18.910,35

2.6. Na dagvaarding heeft [eiseres] nog een bedrag van € 6.264,60 ter betaling ontvangen.

3. Het geschil

3.1. [eiseres] vordert na vermindering van eis met de onder 2.6. genoemde betaling samengevat - hoofdelijke veroordeling van Rhederhof en BC tot betaling van € 12.645,75, vermeerderd met (contractuele) rente en kosten.

3.2. De grondslag van de vordering van [eiseres] is nakoming van de betalingsverplichting uit hoofde van de overeenkomst. Dit betreft de facturen van 4 mei 2010 zoals hiervoor genoemd onder 2.5. Daarnaast stelt zij op basis van een mondelinge opdracht aanvullende werkzaamheden te hebben verricht. Ook hiervan vordert zij betaling. Dit betreft de factuur van 26 juli 2010.

3.3. Rhederhof en BC voeren verweer.

3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Nu daartegen door Rhederhof en BC geen bezwaar is gemaakt, zal de rechtbank recht doen op de grondslag van de verminderde eis.

De facturen van 4 mei 2010

4.2. In de eerste plaats voeren Rhederhof en BC verweer tegen het aantal gefactureerde uren. Volgens Rhederhof en BC had [eiseres] voor de extra benodigde uren boven de 12 uur per week vooraf toestemming nodig van [betrokkene] en is deze toestemming niet gegeven. Volgens [eiseres] berust dit verweer op een verkeerde lezing van de overeenkomst.

4.3. Volgens vaste jurisprudentie kan de vraag hoe in een schriftelijk contract de verhouding van partijen is geregeld en of dit contract een leemte laat die moet worden aangevuld, niet worden beantwoord op grond van alleen maar een taalkundige uitleg van de bepalingen van dat contract. In praktisch opzicht is de taalkundige betekenis die deze bewoordingen, gelezen in de context van dat geschrift als geheel, in (de desbetreffende kring van) het maatschappelijk verkeer normaal gesproken hebben, bij de uitleg van dat geschrift vaak wel van groot belang. (HR 20 februari 2004, JOR 2004, 157 LDSN / Fox) Tevens is van belang de uitleg die partijen in de gegeven omstandigheden over een weer redelijkerwijs aan elkaars verklaringen en gedragingen mochten toekennen hen hetgeen zij redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten ( het zogenaamde Haviltexcriterium).

4.4. De tekst van de overeenkomst is niet geheel duidelijk. De term “extra benodigde uren” onder het kopje tijdsplanning kan doelen op de uren boven de minimaal te declareren 12 uur of doelen op de uren boven de geschatte 24 uur.

4.5. [eiseres] heeft ter onderbouwing van haar lezing van de overeenkomst het volgende aangevoerd. [eiseres] heeft in eerste instantie facturen gestuurd aan Rhederhof tegen het basistarief ad € 30,-- per uur. Hierbij is 24 uur per week in rekening gebracht. Deze facturen zijn betaald en er is geen bezwaar gemaakt tegen het aantal in rekening gebrachte uren. Toen Landgoed Rhederhof op 14 april 2010 als winnaar van het televisieprogramma uit de bus kwam, heeft [eiseres] de afgesproken verhoging ad € 45,-- per uur in rekening gebracht. Hiermee kwam het in rekening gebrachte tarief op € 75,-- per uur. Deze verhoging is gefactureerd op 4 mei 2010. [eiseres] heeft dit standpunt onderbouwd door de facturen van 4 mei 2010 te overleggen. Ter zitting hebben Rhederhof en BC verklaard dat hetgeen is gedeclareerd bij facturen van 4 mei 2010 de uren betreffen die boven de eerder genoemde 12 uur per week uitstijgen. Dit zijn volgens Rhederhof en BC de extra uren waarvoor geen goedkeuring is verleend en die dus niet hoeven te worden betaald.

4.6. Dit verweer faalt. Op één van de overgelegde facturen staat, voor zover relevant, het volgende:

Omschrijving Periode Bedrag

Volgens afspraak Maart 2010 € 5.700,00

76 uur tegen standaard tarief van € 75,00.

Reeds voldaan Maart 2010 - € 2.280,00

76 uur tegen laag tarief van € 30,00.

Deze factuur strookt met de lezing van [eiseres] dat de gewerkte uren al eerder tegen het lagere tarief in rekening waren gebracht en betaald en dat de factuur diende voor het factureren van de opslag. Daarbij komt dat het genoemde aantal uren van 76 niet strookt met de lezing van Rhederhof en BC dat eerst 12 uur per week in rekening is gebracht. Als over de maand maart 12 uur per week zou zijn gewerkt, zou het totaal aantal uren in de maand maart niet 76 kunnen zijn. Geen enkele maand bestrijkt immers ruim 6 weken. Nu er is gefactureerd volgens de lezing van [eiseres] en hieruit volgt dat Rhederhof en BC de factuur waarbij 24 uur per week tegen het lage tarief is gefactureerd, hebben voldaan, mocht [eiseres] er redelijkwijs op vertrouwen dat zij pas bij overschrijding van 24 uur per week toestemming behoefde van [betrokkene]. Nu de verschuldigdheid van de opslag niet is betwist, heeft [eiseres] recht op betaling van de facturen van 4 mei 2010 ad totaal € 14.358,60. Nu hierop reeds een bedrag ad € 6.264,60 is voldaan, resteert een bedrag ad € 8.094,-- dat kan worden toegewezen. Ten overvloede merkt de rechtbank nog op dat [eiseres] terecht aanvoert dat Rhederhof en BC niet binnen de termijn van 8 dagen na ontvangst van de factuur, zoals opgenomen in artikel 11.3 van de algemene voorwaarden, hebben geklaagd.

4.7. Rhederhof en BC hebben ter zitting nog aangevoerd dat met [eiseres] zou zijn afgesproken dat de verhoging pas behoefde te worden betaald als het prijzengeld binnen was. Dit is door [eiseres] betwist. Uit de overgelegde correspondentie tussen partijen blijkt niet dat deze afspraak eerder ter sprake is gekomen. Ook in de overeenkomst komt deze afspraak niet voor. Nu een nadere onderbouwing aan de zijde van Rhederhof en BC ontbreekt, dient hun stelling dat de verhoging pas behoefde te worden betaald als het prijzengeld binnen was als onvoldoende gemotiveerd te worden gepasseerd. Ten overvloede wordt opgemerkt dat voor een bewijsopdracht dan geen plaats meer is.

4.8. [eiseres] stelt dat zowel BC als Rhederhof gehouden zijn tot nakoming van de overeenkomst. De overeenkomst is gesloten met BC en Rhederhof is op grond van schuldoverneming naast BC aansprakelijk voor betaling. Volgens haar is BC aansprakelijk gebleven omdat [eiseres] niet heeft ingestemd met schuldoverneming door Rhederhof in plaats van BC. Nu Rhederhof en BC dit standpunt niet bestrijden, zijn zij beiden hoofdelijk aansprakelijk voor betaling van het toe te wijzen bedrag.

4.9. [eiseres] vordert vermeerdering van het toe te wijzen bedrag met de contractuele rente vanaf de datum van opeisbaarheid van de vorderingen. Hiervoor verwijst zij naar artikel 7.4 van de algemene voorwaarden en haakt zij aan bij de vervaltermijn van de facturen. Nu Rhederhof en BC geen verweer voeren tegen de verschuldigdheid van rente zal de contractuele rente worden toegewezen zoals gevorderd.

De factuur van 26 juli 2010

4.10. [eiseres] stelt dat [betrokkene] haar vervolgens mondeling opdracht heeft gegeven tot het verrichten van aanvullende werkzaamheden waaronder het maken van een filmpje en het bijhouden van de website. Deze werkzaamheden bestaan uit 51 uur welke zijn gefactureerd op 26 juli 2010.

4.11. Rhederhof en BC betwisten het geven van deze mondelinge opdracht. Zij erkennen wel dat de gedeclareerde werkzaamheden (deels) zijn uitgevoerd, maar betwisten dat zij daar profijt van hebben gehad.

4.12. In tegenstelling tot wat [eiseres] stelt, leest de rechtbank in de e-mails van [betrokkene] geen bevestiging van deze mondelinge opdracht. Niet duidelijk is of er een opdracht is gegeven, waartoe een opdracht is gegeven, door wie een opdracht is gegeven en onder welke voorwaarden een opdracht is gegeven. Vast staat wel dat [eiseres] na 14 april 2010, de dag waarop de (eerdere) overeenkomst afliep, nog werkzaamheden heeft verricht ten behoeve van Landgoed Rhederhof. Dit blijkt uit de door haar overgelegde e-mails van haar en [betrokkene] betreffende de nieuwsbrief over Landgoed Rhederhof en over krantenknipsels. Ook hebben Rhederhof en BC ter zitting erkend dat [eiseres] een filmpje heeft gemaakt voor Landgoed Rhederhof. Dit maakt echter nog niet dat deze werkzaamheden in opdracht van Rhederhof of BC zijn verricht. [eiseres] voert aan dat Rhederhof en BC niet binnen de in artikel 11.3 van de algemene voorwaarden genoemde termijn hebben geklaagd over de factuur van 26 juli 2010. Dit kan haar echter (nog) niet baten, nu het nog maar de vraag is of bij de mondelinge opdracht ook de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden is overeengekomen.

4.13. Overeenkomstig de hoofdregel van artikel 150 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering draagt [eiseres] de bewijslast van de door haar gestelde mondelinge overeenkomst. De rechtbank zal de zaak naar de rol verwijzen voor een akte zijdens [eiseres]. Bij deze akte dient zij zich uit te laten over de vraag of zij wil worden toegelaten tot het leveren van bewijs van feiten en omstandigheden waaruit volgt dat tussen partijen is overeengekomen dat [eiseres] nadere werkzaamheden zou verrichten ten behoeve van Landgoed Rhederhof en wat de verdere inhoud van de overeenkomst is. Ten slotte dient [eiseres] zich in de akte uit te laten over hoe zij het bewijs wenst te leveren (welke getuigen en/of stukken).

4.14. Na deze akte zal het schriftelijk debat tussen partijen in beginsel geëindigd zijn, omdat de door [eiseres] te nemen akte slechts een puur procesrechtelijke inhoud dient te hebben.

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 11 mei 2011 voor het nemen van een akte door [eiseres] over hetgeen is vermeld onder 4.13., waarna het schriftelijk debat tussen partijen in beginsel is geëindigd,

5.2. houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.J. Meijer en in het openbaar uitgesproken op 20 april 2011.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature