< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Onvoldoende gebleken van gronden die een ondertoezichtstelling en een uithuisplaatsing rechtvaardigen; niet gebleken dat hulpverlening in een vrijwillig kader heeft gefaald dan wel zal falen.

Uitspraak



GERECHTSHOF ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.077.041

(zaaknummer rechtbank 203655 / JE RK 10-16439)

beschikking van de familiekamer van 5 april 2011

inzake

[verzoeker],

wonende te [woonplaats],

verzoeker in hoger beroep, verder te noemen "de vader",

advocaat: mr. P.J.J. Engbertsen te Arnhem,

en

Raad voor de Kinderbescherming,

gevestigd te Arnhem,

verweerder in hoger beroep, verder te noemen "de raad".

Als overige belanghebbende is aangemerkt:

Stichting Bureaus Jeugdzorg Gelderland,

gevestigd te Arnhem,

verder te noemen "de stichting".

1. Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de kinderrechter in de rechtbank Arnhem van 11 augustus 2010, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.

2. Het geding in hoger beroep

2.1 Bij beroepschrift, ingekomen ter griffie van het hof op 9 november 2010, is de vader in hoger beroep gekomen van voormelde beschikking. De vader verzoekt het hof die beschikking integraal te vernietigen en, zoals namens de vader tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep aangevuld, het verzoek in eerste aanleg alsnog af te wijzen.

2.2 Bij verweerschrift, ingekomen ter griffie van het hof op 6 december 2010, heeft de raad het verzoek in hoger beroep van de vader bestreden. De raad verzoekt het hof de bestreden beschikking te bekrachtigen.

2.3 Ter griffie van het hof is op 30 december 2010 binnengekomen een brief van mr. Engbertsen van 29 december 2010 met een bijlage.

2.4 Op 10 januari 2011 is na te noemen [kind 2] verschenen, die buiten aanwezigheid van partijen en belanghebbenden door het hof is gehoord.

Bij brief, ingekomen ter griffie van het hof op 11 januari 2011, heeft na te noemen [kind 1] bericht dat hij niet naar het hof wil komen en hij ook niets wil schrijven.

2.5 De mondelinge behandeling heeft op 11 januari 2011 plaatsgevonden. De vader is in persoon verschenen bijgestaan door zijn advocaat. Namens de raad is [...] verschenen. Namens de stichting is [...], gezinsvoogd, verschenen.

2.6 Omdat voor de vader geen tolk is verschenen heeft het hof de mondelinge behandeling aangehouden.

2.7 De mondelinge behandeling is voortgezet op 1 maart 2011. De vader is in persoon verschenen bijgestaan door zijn advocaat. Namens de raad is [...] verschenen. Tevens is verschenen A. Stamtiou, tolk in de Engelse taal. Namens de stichting is niemand verschenen.

3. De vaststaande feiten

3.1 Uit de verbroken relatie van de vader en [betrokkene A.] zijn geboren te [geboorteplaats] te Dominica:

- [kind 1] op [geboortedatum] 1994 (verder te noemen “[kind 1]”), en

- [kind 2] op [geboortedatum] 1995 (verder te noemen “[kind 2]”). De vader is belast met het gezag over [kind 1] en [kind 2].

3.2 Bij beschikking van 26 juli 2010 heeft de kinderrechter in de rechtbank Arnhem [kind 2] hangende het onderzoek door de raad voorlopig onder toezicht gesteld van de stichting voor de termijn van drie maanden, de raad verzocht om binnen twee maanden advies uit te brengen en machtiging verleend tot uithuisplaatsing van [kind 2] in een voorziening voor pleegzorg, met ingang van 26 juli 2010, voor de duur van vier weken.

3.3 De stichting heeft op 2 juni 2010 en 28 juli 2010 indicatiebesluiten genomen als bedoeld in artikel 6 lid 1 van de Wet op de jeugdzorg (verder te noemen “WJZ”).

3.4 Bij verzoekschrift, ingekomen bij de rechtbank Arnhem op 29 juli 2010, heeft de raad de rechtbank verzocht bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren beschikking [kind 1] en [kind 2] voor een periode van twaalf maanden onder toezicht te stellen van de stichting, machtiging te verlenen om [kind 1] te plaatsen in verblijf accommodatie zorgaanbieder 24-uurs en machtiging te verlenen om [kind 2] te plaatsen in een verblijf pleeggezin 24-uurs.

3.5 Bij de bestreden - uitvoerbaar bij voorraad verklaarde - beschikking heeft de kinderrechter in de rechtbank Arnhem [kind 1] en [kind 2] tot 26 juli 2011 onder toezicht gesteld van de stichting, machtiging verleend tot plaatsing van [kind 1] in een verblijf accommodatie zorgaanbieder 24-uurs tot uiterlijk 26 juli 2011 en machtiging verleend tot plaatsing van [kind 2] in een voorziening voor pleegzorg tot uiterlijk 26 juli 2011.

3.6 Op 20 mei 2010 zijn [kind 1] en [kind 2] in een crisisopvang geplaatst. Op 27 mei 2010 is [kind 2] teruggekeerd naar de vader. [kind 1] is met instemming van de vader ter observatie en behandeling geplaatst in het flexibel verblijf van Lindenhout in Ede. Sinds 26 juli 2010 verblijft [kind 2] bij mevrouw [betrokkene B.], de ex-partner van de vader (verder te noemen “[betrokkene B.]”). [kind 1] verblijft inmiddels ook bij [betrokkene B.].

4. De motivering van de beslissing

4.1 Een minderjarige kan ingevolge artikel 1:254 lid 1 BW onder toezicht worden gesteld van de stichting indien hij zodanig opgroeit dat zijn zedelijke of geestelijke belangen of zijn gezondheid ernstig worden bedreigd, en andere middelen ter afwending van deze bedreiging hebben gefaald of, naar is te voorzien, zullen falen.

4.2 Ingevolge artikel 1:261 lid 1 BW kan de kinderrechter de stichting op haar verzoek machtigen de minderjarige gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen indien dit noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige of tot onderzoek van diens geestelijke of lichamelijke gesteldheid.

4.3 Op grond van de stukken en hetgeen tijdens de mondelinge behandeling naar voren is gekomen, is het hof van oordeel dat onvoldoende is gebleken van gronden die een ondertoezichtstelling van [kind 1] en [kind 2] rechtvaardigen. Tevens is onvoldoende gebleken dat de vader op dit moment niet in staat is [kind 1] en [kind 2] een opvoedingsklimaat te bieden waarin de continuïteit van en veiligheid in hun dagelijkse verzorging en opvoeding is gewaarborgd en een uithuisplaatsing noodzakelijk is in het belang van de opvoeding en verzorging van [kind 1] en [kind 2].

Hiertoe wordt het volgende overwogen.

4.4 Gebleken is dat er op 20 mei 2010 een incident tussen de kinderen op school heeft plaatsgevonden waarbij [kind 1] [kind 2] heeft geslagen. Bij de bemiddeling ter oplossing van het incident is [betrokkene B.] betrokken. Omdat de kinderen aangaven niet naar huis te durven en zij bang waren voor de reactie van de vader heeft de raad spoedeisende hulp verzocht van de stichting, hetgeen tot de huidige ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing heeft geleid. Voorafgaand aan het incident van 20 mei 2010 zijn bij [kind 1] gedragsproblemen gesignaleerd. Wat [kind 2] betreft is gebleken dat er geen duidelijke voorgeschiedenis was van zorgen toen zij nog bij de vader woonde. De vader heeft onbetwist aangevoerd dat [kind 1] nadat hij uit huis is geplaatst in het flexibel verblijf van Lindenhout, betrokken is geweest bij een strafrechtelijk onderzoek in verband met het in het bezit hebben van drugs. Ten aanzien van [kind 2] heeft de vader gesteld dat op dit moment bij [kind 2] sprake is van gedragsproblemen en ernstig schoolverzuim.

De raad heeft de stellingen van de vader tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep inhoudelijk niet betwist omdat de raad niet op de hoogte is van de huidige opvoedingssituatie van de kinderen. Weliswaar heeft de raad erop gewezen dat de vader weinig inzicht heeft in de behoefte van de kinderen en zijn eigen rol als opvoeder, maar op grond van het voorgaande is het hof van oordeel dat de vader voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de ondertoezichtstelling en de uithuisplaatsing van de kinderen niet heeft geleid tot verbetering van de situatie van de kinderen. Dit klemt te meer nu de vader onweersproken heeft aangevoerd dat de kinderen hebben aangeven alleen bij [betrokkene B.] te willen wonen, omdat [betrokkene B.] hen niets in de weg legt, de kinderen zelf kunnen bepalen wat zij doen en [betrokkene B.] de kinderen niet stimuleert. Het hof is dan ook van oordeel dat niet is gebleken dat [betrokkene B.] de kinderen die structuur biedt waarbij zij ook volgens de raad gebaat zijn.

Ten aanzien van de kinderen bestaan er nog steeds zorgen. Niet is gebleken dat de gedragsproblemen van [kind 1] niet de nodige aandacht krijgen wanneer hij weer bij de vader woont. De vader heeft in het verleden al hulp ingeschakeld voor [kind 1]. Tevens neemt [kind 1] deel aan alle gesprekken die bij de Gelderse Roos worden gepland. De vader staat achter deze gesprekken waarbij de gedragsproblemen van [kind 1] worden besproken en de vader staat hulpverlening voor [kind 1] door de reclassering niet in de weg. De raad heeft dan ook naar het oordeel van het hof onvoldoende onderbouwd dat bij de vader thans nog sprake is van een onveilige opvoedingssituatie. Gelet op het voorgaande bieden de zorgen met betrekking tot de kinderen thans onvoldoende rechtvaardiging om hen nog langer onder toezicht te stellen en uit huis te plaatsen.

Bovendien is niet gebleken dat hulpverlening in een vrijwillig kader heeft gefaald dan wel zal falen nu de vader instemt met de inzet van de noodzakelijke hulpverlening.

4.5 Uit het voorgaande volgt dat het hof de beschikking, voor zover aan zijn oordeel onderworpen, dient te vernietigen en het verzoek van de raad dient af te wijzen met ingang van heden.

5. De beslissing

Het hof, beschikkende in hoger beroep:

vernietigt de beschikking van de kinderrechter in de rechtbank Arnhem van 11 augustus 2010, voor zover daarbij de duur van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van de kinderen is verleend voor de periode vanaf heden, en in zoverre opnieuw beschikkende:

wijst het inleidend verzoek van de raad alsnog af;

bekrachtigt de voornoemde beschikking voor het overige.

Deze beschikking is gegeven door mrs. M.H.H.A. Moes, H. van Loo en A.J.H. Blaisse-Ozinga, bijgestaan door W.W.M.W. van den Bosch als griffier, en is op 5 april 2011 uitgesproken ter openbare terechtzitting in tegenwoordigheid van de griffier.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature