< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

adoptiezaak (Haïti); omzetting zwakke Haïtaanse adoptie naar sterke Nederlandse adoptie (door de vrouw); uitspreken adoptie naar het Nederlandse adoptierecht (door de man, hij is echtgenoot van de vrouw); het juiste moment van naamskeuze geslachtsnaam van de man

Uitspraak



RECHTBANK DORDRECHT

Sector civiel recht

zaaknummer: 78266 / FA RK 08-9063

beschikking van de enkelvoudige kamer van 20 april 2011

in de zaak van

[verzoekster]

en

[verzoeker]

echtelieden, beiden wonende te [woonplaats], [adres],

verzoekers,

advocaat mr. A.C.M. den Ridder-van der Meijden, kantoorhoudende te Gorinchem.

Partijen worden hieronder aangeduid als de vrouw respectievelijk de man.

1. Het verdere procesverloop

1.1. De rechtbank heeft bij tussenbeschikking van 22 april 2009 het volgende beslist:

- voor recht wordt verklaard dat de beslissing zoals vervat in het stuk Extrait des Minutes du Greffe du Tribunal de Première Instance de Port-au-Prince waarbij het meisje [belanghebbende], geboren op 1 december 2004 te Kenscoff, Haïti als dochter van [betrokkene], door de vrouw, wonende te Gorinchem, is geadopteerd naar het recht van Haïti, vatbaar is voor inschrijving in het desbetreffende register van de burgerlijke stand;

- gelast de voornaamswijziging van de minderjarige in: [belanghebbende]

- verstaat dat voornoemde minderjarige de geslachtsnaam [X] zal hebben zodat haar volledige naam zal luiden: [belanghebbende] [X];

-gelast inschrijving in het register van geboorten van de gemeente ’s-Gravenhage van de aan deze beschikking aangehechte en gewaarmerkte akte van geboorte van de minderjarige [belanghebbende], geboren op 1 december 2004 te Kenscoff, Haïti;

- gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand te ’s-Gravenhage een latere vermelding van de adoptie en voornaamwijziging aan de daarvoor in aanmerking komende akte toe te voegen;

-houdt iedere overige beslissing aan en verwijst de zaak naar de schriftelijke rol familiezaken van vrijdag 26 juni 2009 voor het overleggen van stukken door vrouw.

De vrouw wordt in gelegenheid gesteld aanvullende stukken over te leggen inzake de tegenspraak en het toestemmingsvereiste.

1.2. Na het geven van de hierboven vermelde tussenbeschikking heeft de rechtbank nog de volgende processtukken ontvangen:

- het faxbericht van de advocaat van verzoekers, ingekomen ter griffie op

25 januari 2010;

- het faxbericht van de advocaat van verzoekers, ingekomen ter griffie op 16 juli 2010;

- het faxbericht van de advocaat van verzoekers, ingekomen ter griffie op

18 april 2011, waarin zij heeft verklaard geen bezwaar te maken indien terug wordt gekomen op het verzoek inzake de geslachtsnaam.

2. De verdere beoordeling

2.1. Bij tussenbeschikking is beslist conform het hiervoor onder punt 1.2 vermelde. Het verzoek tot omzetting is daarbij aangehouden.

2.2. De adoptie (lees: omzetting) kan worden uitgesproken indien geen van de biologische ouders het verzoek tegenspreekt. Bij faxberichten, ingekomen ter griffie op respectievelijk 25 januari 2010 en 16 juli 2010, heeft de advocaat van verzoekers bericht dat het niet mogelijk is aanvullende stukken uit Haïti te verkrijgen om meer duidelijkheid over het al dan niet tegenspreken van een van de ouders.

Thans liggen nog de volgende verzoeken c.q. punten voor:

A. de omzetting van de zwakke adoptie naar een sterke adoptie;

B. de adoptie door de man;

C. de heroverweging van de naamswijziging in de geslachtsnaam van de man.

2.3. Omzetting van zwakke naar sterke adoptie

Ten aanzien van een dergelijk verzoek geldt een aantal voorwaarden, zoals hieronder vermeld onder de punten 2.3.1 en 2.3.2.

2.3.1. Gewone verblijfplaats in Nederland

Verzoekster moet haar gewone verblijfplaats in Nederland hebben. Nu zij haar gewone verblijfplaats in Gorinchem heeft is aan deze voorwaarde voldaan.

2.3.2. Permanent verblijf in Nederland

Het kind moet ook voor permanent verblijf in Nederland zijn toegelaten. De minderjarige heeft haar gewone verblijfplaats in Nederland en beschikt over een geldige verblijfsvergunning tot 29 april 2013 met als doel “gezinshereniging”. Hoewel een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd is verleend is daarmee aan verzoekster en de minderjarige de mogelijkheid geboden de adoptieprocedure in Nederland in gang te zetten met de daaraan verbonden gevolgen zoals de mogelijkheid voor de minderjarige tot het verkrijgen van het Nederlanderschap en het recht op permanent verblijf in Nederland. De verblijfsvergunning strekt dus feitelijk tot toelating voor permanent verblijf in Nederland.

Het voorgaande brengt met zich mee dat is voldaan aan de formele vereisten van artikel

9 Wet Conflictenrecht Adoptie (hierna: WCAd).

Indien aan de hiervoor vermelde voorwaarden is voldaan is op grond van artikel

9 WCAd, artikel 11 lid 2 Wet tot uitvoering van het op 29 mei 1993 te ’s-Gravenhage tot stand gekomen verdrag inzake de bescherming van kinderen en de samenwerking op het gebied van de interlandelijke adoptie (hierna:Uitvoeringswet) van overeenkomstige toepassing. Op grond van artikel 11 lid 2 Uitvoeringswet geldt een aantal extra voorwaarden, zoals hieronder vermeld onder de punten 2.3.3 tot en met 2.3.7.

2.3.3. Tegenspraak van biologische ouders: artikel 1:228 lid 1 sub d juncto lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW)

Het vereiste van geen tegenspraak is geen instemmingsvereiste, het levert slechts een vetorecht op voor de biologische ouders. Als de biologische ouder voldoende op de hoogte is gesteld van de procedure (in de regel aangemerkt als belanghebbende en behoorlijk opgeroepen) zal bij gebreke aan tegenspraak hieraan zijn voldaan.

Voorts zal in de regel het belang van het kind om door de adoptanten te worden geadopteerd toenemen naar mate zij het kind langer hebben verzorgd en opgevoed. De minderjarige verblijft sinds 29 april 2008 in Nederland en wordt in het gezin van de vrouw en de man verzorgd en opgevoed.

Uit de processtukken en de verklaringen kan worden afgeleid dat de moeder de adoptie niet tegenspreekt, terwijl zij wel behoorlijk is opgeroepen tijdens de procedure in Haïti.

Nu aan de voorwaarde van artikel 1: 228 lid 1 sub d BW is voldaan doet zich één van de situaties vermeld in artikel 1: 228 lid 2 BW verder niet voor.

2.3.4. Belang van het kind: artikel 1: 227 lid 3 BW

De adoptie is in het belang van het kind. De minderjarige is reeds door de vrouw in Haïti geadopteerd. De Raad voor de Kinderbescherming heeft onderzoek verricht naar de woon- en leefomstandigheden van de vrouw en de Minister van Justitie heeft toestemming verleend tot opneming van een tweede buitenlands kind. Voorts is voor de toekomst redelijkerwijs te voorzien dat het kind niets meer van zijn biologische ouder in hoedanigheid van ouder (dat wil zeggen de opvoeding, de verzorging, het uitoefenen van gezag) te verwachten heeft. Het vereiste dat de adoptie in het belang van het kind moet zijn is voldoende komen vast te staan.

2.3.5. Horen van het kind: artikel 1: 228 lid 1 sub a BW

Van het kind, dat op 1 december 2004 geboren is (thans 6 jaar oud), kan nog niet worden verwacht in staat te zijn een redelijke waardering van haar belangen te maken. Aan dit vereiste kan worden voorbij gegaan.

2.3.6. Overige voorwaarden van artikel 1: 227 en 1: 228 BW

Ook aan de overige voorwaarden is voldaan.

2.3.7. Toestemming van de ouders: artikel 3 lid 2 WCAd

Het toepasselijk recht op de toestemming van de ouders.

Op grond van artikel 3 lid 2 WCAd is het recht van de nationaliteit van het kind van toepassing op de toestemming dan wel raadpleging of de voorlichting van de ouders van het kind dan wel andere personen of instellingen.

Op grond van artikel 6 van D écret du 4 avril 1974 sur l’adoption renfor?ant les droits du l’adopté dans sa nouvelle famille (vertaald het Besluit van 4 april 1974 betreffende versterking van de rechten van de geadopteerde in zijn/haar nieuwe gezin) moeten de biologische ouders van het kind instemmen met de adoptie.

De identiteit van de biologische vader is onbekend.

Er hoeft slechts beoordeeld te worden of de biologische moeder heeft ingestemd met de adoptie. Uit de Haïtaanse adoptie-uitspraak blijkt dat de moeder van het kind heeft ingestemd met de adoptie in Haïti.

Deze toestemming is echter voor de adoptie naar Haïtaans recht, hetgeen een zwakke adoptie is. De biologische moeder kan niet instemmen met een omzetting van een zwakke adoptie in een sterke adoptie omdat het instituut van de omzetting in Haïti niet bestaat. Indien het aldus aangewezen recht de adoptie (lees omzetting van zwakke naar sterke adoptie) niet kent, is het Nederlandse recht van toepassing, op grond van artikel 3 lid 2 WCAd . Het Nederlands recht zal ook van toepassing zijn op de toestemming dan wel raadpleging van de ouders.

De voorwaarden van artikelen 1: 227 en 1: 228 BW dienen dan in acht te worden genomen. Aan deze voorwaarden is, zoals al eerder is vermeld, voldaan, waardoor ook is voldaan aan de vereisten die gesteld worden aan de omzetting.

2.3.8. Conclusie

Aan alle voorwaarden (artikel 9 WCAd juncto artikel 11 lid 1 Uitvoeringswet, artikelen

1: 227 en 1: 228 BW en artikel 3 lid 2 WCAd) voor de omzetting van de zwakke adoptie in een sterke adoptie is voldaan. De omzetting zal worden uitgesproken.

Nadat de omzetting van de zwakke adoptie in een sterke adoptie is uitgesproken, rijst de vraag of het verzoek van de man/verzoeker kan worden gehonoreerd. In het kader van dit verzoek dient eerst de bevoegdheid van de Nederlandse rechter en het toepasselijk recht te worden beoordeeld.

2.4. De adoptie door de man

2.4.1. De bevoegdheid van de Nederlandse rechter

Bij gebreke aan internationale instrumenten op het gebied van de bevoegdheid betreffende adoptie, zijn de bevoegdheidsregels van het Wetboek van Rechtsvordering (hierna: RV) van toepassing. Op grond van artikel 3 RV is de Nederlandse rechter bevoegd inzake verzoekschriftprocedures indien de verzoeker zijn gewone verblijfplaats in Nederland heeft. De man heeft zijn gewone verblijfplaats in Gorinchem.

2.4.2. Het toepasselijk recht

Op grond van artikel 3 lid 1 WCAd is het Nederlandse recht van toepassing op een in Nederland uit te spreken adoptie, behoudens hetgeen in artikel 3 lid 2 WCAd is bepaald.

Artikel 3 lid 2 WCAd heeft betrekking op het recht dat van toepassing is op de toestemming dan wel raadpleging of de voorlichting van de ouders van het kind, zoals hiervoor reeds overwogen onder punt 2.3.7.

Echter het vereiste van artikel 3 lid 2 WCAd mist hier toepassing omdat het gaat om een partneradoptie, waar geen andere ouders betrokken zijn (de biologische moeder is op grond van de uitgesproken omzetting geen juridische ouder meer).

2.5. De voorwaarden van de artikelen 1: 227 en 1: 228 BW (het Nederlandse adoptierecht)

2.5.1. De verzorgingstermijn: artikel 1: 228 lid 1 sub f BW

De verzorgingstermijn voor éénouderadoptie is sinds de invoering van de Wet verruiming adoptiemogelijkheden gereduceerd tot één jaar. Omdat de verzoeker de echtgenoot is van de vrouw als ouder (de vrouw is ouder nadat de omzetting is uitgesproken en in kracht van gewijsde is gegaan), dan geldt dat de verzorgingstermijn ingaat op het moment van feitelijk gezamenlijk verzorgen en opvoeden.

Formeel gezien zou deze verzorgingstermijn pas ingaan op het moment dat de vrouw “ouder” is geworden. Een strikte lezing van artikel 1: 227 lid 1 sub f BW zou meebrengen dat de vrouw pas ouder is geworden op het moment dat de beslissing omtrent de omzetting in kracht van gewijsde is gegaan. Zulks wordt niet in het belang van het kind geacht.

In casu dient het belang van het kind voorop worden gesteld, welk belang vergt dat het met beide opvoeders en verzorgers gelijktijdig in een zelfde familierechtelijke relatie komt te staan en niet nog geruime tijd in onzekerheid over het juridische ouderschap verkeert.

Als ingangsdatum van de verzorgingstermijn wordt het moment van de gezamenlijke en feitelijke verzorging en opvoeding gehanteerd.

Het kind woont sinds 29 april 2008 bij de vrouw en de man op hetzelfde adres en wordt door hen beiden verzorgd en opgevoed. De man voldoet aan de gestelde verzorgingstermijn.

2.5.2. Het maximale leeftijdsverschil: artikel 1: 228 lid 1 sub c BW (oud)

Het maximale leeftijdsverschil is komen te vervallen, en speelt verder geen rol.

In artikel 5 lid 5 onder b van de Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie (hierna: Wobka) wordt een leeftijdsgrens gesteld.

Ten tijde van het indienen van het verzoek tot verlenen van de beginseltoestemming was de man vierenveertig jaar oud.

Indien wordt uitgegaan van een nationale adoptie mist de Wobka toepassing. Op het moment dat de omzetting van de zwakke adoptie in een sterke adoptie is uitgesproken, zal het kind aanspraak hebben op de Nederlandse nationaliteit omdat de adoptiefouder (de vrouw) de Nederlandse nationaliteit bezit. De Wobka vindt in casu geen toepassing.

2.5.3. Aan alle overige voorwaarden van de artikelen 1: 227 en 1: 228 BW is voldaan. Het verzoek van de man kan gelijktijdig met de omzetting van de zwakke in een sterke adoptie worden uitgesproken, met dien verstande dat de adoptie door de man effect zal hebben vanaf het moment dat de omzetting in kracht van gewijsde is gegaan.

2.6. Naamswijziging in de geslachtsnaam van de man

2.6.1. Beslissing in eerste instantie

Allereerst dient te worden vastgesteld welk recht van toepassing is op het verzoek tot geslachtsnaamwijziging. De Wet conflictenrecht namen (hierna: WCN) dient te worden gehanteerd.

Op grond van artikel 1 WCN dient het nationale recht van de betrokkene (het kind) te worden toegepast. Ten tijde van het wijzen van de tussenbeschikking van 22 april 2009 beschikte het kind enkel over de Haïtiaanse nationaliteit. Omdat de buitenlandse adoptie een zwakke adoptie betrof, dat wil zeggen geen verbreking bewerkstelligde van de familierechtelijke betrekkingen met de oorspronkelijke ouders, mist de adoptie in Nederland het gevolg van verbreking van de familierechtelijke betrekkingen met de oorspronkelijke ouder(s). De erkenning van een dergelijke zwakke adoptie mist dan ook nationaliteitsgevolg. Dit brengt met zich mee dat het kind op het moment van het wijzen van de tussenbeschikking niet over de Nederlandse nationaliteit beschikte waardoor het Nederlandse recht niet van toepassing was op het verzoek tot naamswijziging. Het gebruik van artikel 1: 5 lid 3 junto lid 8 BW was niet mogelijk, des te meer omdat de man op dat ogenblik niet in familierechtelijke betrekkingen stond met het kind (zijn verzoek was aangehouden).

2.6.2. Nederlandse nationaliteit

Op het moment dat de omzetting van een zwakke adoptie in een sterke adoptie in kracht van gewijsde is gegaan, levert dit een grondslag op voor het verkrijgen van de Nederlandse nationaliteit (artikel 5 b lid 2 van de Rijkswet op het Nederlanderschap). Om in aanmerking te komen voor het verkrijgen van de Nederlandse nationaliteit moet aan de volgende vereisten, zoals hieronder vermeld, worden voldaan:

- bij rechterlijke uitspraak wordt de zwakke adoptie omgezet in een sterke adoptie (artikel 9 WCAd);

- de buitenlandse adoptie voldoet aan de voorwaarden van artikel 7 WCAd ;

- ten minste één van de adoptiefouders is Nederlander; en

- het kind was minderjarig op het moment van het indienen van het verzoek.

Aan deze voorwaarden is voldaan, waardoor het kind Nederlander zal worden op het moment dat de beslissing omtrent de omzetting in kracht van gewijsde is gegaan. Op dat moment zal het kind over de Nederlandse nationaliteit beschikken.

Op grond van artikel 1 juncto 2 WCN wordt de geslachtsnaam van een persoon die de Nederlandse nationaliteit bezit, bepaald door het Nederlandse interne recht.

De beoordeling van de naamswijziging wordt beheerst door het Nederlandse materiële recht.

2.6.3. Het Nederlands namenrecht

Nu vaststaat dat het kind in familierechtelijke betrekkingen is komen te staan met zowel de vrouw (door erkenning van de Haïtiaanse adoptie, gevolgd door de omzetting van de zwakke adoptie in een sterke adoptie) als de man (door het uitspreken van de adoptie op grond van het Nederlandse materiële recht), zijn de bepalingen van artikel 1: 5 BW van toepassing.

De omzetting van de zwakke adoptie in een sterke adoptie leidt tot het doorbreken van de familierechtelijke betrekkingen met de biologische moeder en het doen ontstaan van familierechtelijke betrekkingen met de adoptiefmoeder. De omzetting dient te worden gelijkgesteld met een adoptie naar Nederlands recht. Op dat moment verkrijgt het kind de geslachtsnaam van de adoptiefmoeder op grond van artikel 1: 5 lid 1 BW .

Indien een kind door adoptie in familierechtelijke betrekking tot de echtgenoot van een ouder komt te staan, houdt het kind haar geslachtsnaam, tenzij de ouder en diens echtgenoot gezamenlijk verklaren dat het kind de geslachtsnaam van de man zal dragen (artikel 1: 5 lid 3 jo lid 8 BW).

2.6.4. Bij tussenbeschikking van 22 april 2009 is verstaan dat het kind de geslachtsnaam van de man zal hebben. Dit is in beginsel in een te vroeg stadium van de procedure gedaan. De beslissing is nog steeds geldig en geeft hetzelfde resultaat, echter worden partijen er op gewezen dat de naamskeuze van het kind waarbij gekozen wordt voor de geslachtsnaam van de man pas resultaat biedt zodra de omzetting in kracht van gewijsde is gegaan.

Uit het oogpunt van procesefficiency zal de geslachtsnaam van het kind niet opnieuw in dat van de adoptiefmoeder worden omgezet.

3. De beslissing

De rechtbank:

3.1. zet de adoptie naar het recht van Haïti, zoals vervat in het stuk Extrait des Minutes du Greffe Tribunal de Première Instance du Port-au-Prince waarbij het minderjarige meisje [belanghebbende], geboren op 1 december 2004 te Kenscoff, Haïti, als dochter van [betrokkene] door [verzoekster] wonende te [woonplaats], [adres], om in een adoptie naar Nederlands recht, met inachtneming van hetgeen hiervoor is overwogen onder punt 2.6.4;

3.2. spreekt uit de adoptie van het kind [belanghebbende], geboren op 1 december 2004 te Kenscoff, Haïti, door [verzoeker] wonende te [woonplaats], [adres], met inachtneming van hetgeen hiervoor is overwogen onder de punten 2.5.3 en 2.6.4;

3.3. verklaart de beschikking, voor zover van toepassing, uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. J. Visser, rechter tevens kinderrechter, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van woensdag 20 april 2011.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature