< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:

Inhoudsindicatie:

Bevoegdheidsincident:

De relatie tussen partijen wordt bepaald door huur.

Eiser kan niet door de grondslag onrechtmatige daad te kiezen de bevoegdheid van de rechtbank sector civiel zowel absoluut als relatief bepalen.

Verwezen naar sector kanton van woonplaats gedaagde.

Uitspraak



vonnis

RECHTBANK MIDDELBURG

" \* MERGEFORMAT

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 74755 / HA ZA 10-406

Vonnis in incident van 6 april 2011

in de zaak van

[eiser in conventie in de hoofdzaak, verweerder in reconventie in de hoofdzaak, verweerder in het incident],

wonende te Yerseke, gemeente Reimerswaal,

eiser in conventie in de hoofdzaak,

verweerder in reconventie in de hoofdzaak,

verweerder in het incident,

advocaat: mr. C.J. de Wit te Vlissingen,

tegen

1. [gedaagde sub 1 in conventie in de hoofdzaak],

wonende te Etten-Leur,

gedaagde in conventie in de hoofdzaak,

advocaat: mr. T.R.M. van Bussel te Breda,

2. [gedaagde sub 2 in conventie in de hoofdzaak],

wonende te Etten-Leur,

gedaagde in conventie in de hoofdzaak,

advocaat: mr. P.C.M. Dirven te Etten-Leur,

3. [gedaagde sub 3 in conventie in de hoofdzaak],

wonende te Etten-Leur,

gedaagde in conventie in de hoofdzaak,

advocaat: mr. M. Kortekaas te Breda,

4. [gedaagde sub 3 in conventie in de hoofdzaak, eiser in reconventie in de hoofdzaak, eiser in het incident],

wonende te Breda,

gedaagde in conventie in de hoofdzaak,

eiser in reconventie in de hoofdzaak,

eiser in het incident,

advocaat: mr. C.A.J.M. van Waes te Den Haag.

Partijen in het incident zullen hierna [eiser in conventie in de hoofdzaak, verweerder in reconventie in de hoofdzaak, verweerder in het incident] en [gedaagde sub 4 in conventie in de hoofdzaak, eiser in reconventie in de hoofdzaak, eiser in het incident] genoemd worden.

De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding;

- de incidentele conclusie houdende exceptie van onbevoegdheid, tevens conclusie van antwoord in conventie, tevens conclusie van eis in reconventie;

- de conclusie van antwoord in het bevoegdheidsincident;

- de antwoordakte van [gedaagde sub 4 in conventie in de hoofdzaak, eiser in reconventie in de hoofdzaak, eiser in het incident];

- de conclusie van dupliek in het bevoegdheidsincident.

Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

De feiten

Op zaterdag 22 augustus 2009 hebben gedaagden in de hoofdzaak van [eiser in conventie in de hoofdzaak, verweerder in reconventie in de hoofdzaak, verweerder in het incident] een vissloep met de naam “Anjo” gehuurd om daarmee vanuit Yerseke op de Oosterschelde te gaan varen en vissen.

Op de Oosterschelde is de vissloep in aanvaring gekomen met een duwboot. De vissloep is bij deze aanvaring onder de duwboot gekomen, omgeslagen en gezonken. Gedaagden in de hoofdzaak zijn uit het water opgepikt door een passerend zeiljacht.

In de hoofdzaak vordert [eiser in conventie in de hoofdzaak, verweerder in reconventie in de hoofdzaak, verweerder in het incident] gedaagden, hoofdelijk, te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 5.635,00, te vermeerderen met rente en kosten. Ter onderbouwing van zijn vordering stelt [eiser in conventie in de hoofdzaak, verweerder in reconventie in de hoofdzaak, verweerder in het incident] dat hij als gevolg van het incident schade heeft geleden, bestaande uit winstderving, omdat hij gedurende een periode van 26 weken waarin de vissloep is gerepareerd, geen vaartuig tot zijn beschikking heeft gehad. Volgens [eiser in conventie in de hoofdzaak, verweerder in reconventie in de hoofdzaak, verweerder in het incident] zijn gedaagden voor deze schade aansprakelijk, omdat zij onrechtmatig jegens hem hebben gehandeld c.q. zich niet als een goed huurder hebben gedragen.

Gedaagden sub 1 tot en met 3 in de hoofdzaak hebben geen incident opgeworpen en hebben inmiddels voor antwoord geconcludeerd.

Het geschil in het incident

[gedaagde sub 4 in conventie in de hoofdzaak, eiser in reconventie in de hoofdzaak, eiser in het incident] vordert dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart van de vordering van [eiser in conventie in de hoofdzaak, verweerder in reconventie in de hoofdzaak, verweerder in het incident] kennis te nemen, en de zaak verwijst naar de rechtbank Breda, sector kanton, met veroordeling van [eiser in conventie in de hoofdzaak, verweerder in reconventie in de hoofdzaak, verweerder in het incident] in de kosten van het incident.

[gedaagde sub 4 in conventie in de hoofdzaak, eiser in reconventie in de hoofdzaak, eiser in het incident] voert ter onderbouwing van zijn incidentele vordering het navolgende aan. De grondslag van de vordering van [eiser in conventie in de hoofdzaak, verweerder in reconventie in de hoofdzaak, verweerder in het incident] is geen onrechtmatige daad, maar een vermeende tekortkoming in de nakoming van een (mondeling) overeengekomen huurovereenkomst. Immers, [gedaagde sub 4 in conventie in de hoofdzaak, eiser in reconventie in de hoofdzaak, eiser in het incident] en de andere gedaagden in de hoofdzaak zijn een (mondelinge) huurovereenkomst met [eiser in conventie in de hoofdzaak, verweerder in reconventie in de hoofdzaak, verweerder in het incident] aangegaan, waarna zij de overeenkomst hebben uitgevoerd: gedaagden hebben de huurprijs betaald en [eiser in conventie in de hoofdzaak, verweerder in reconventie in de hoofdzaak, verweerder in het incident] heeft de boot ter beschikking gesteld. De beschadiging van die huurboot levert een tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst op. De huurovereenkomst vereist immers (impliciet) de teruggave van de boot in de staat waarin [eiser in conventie in de hoofdzaak, verweerder in reconventie in de hoofdzaak, verweerder in het incident] die ter beschikking heeft gesteld. [eiser in conventie in de hoofdzaak, verweerder in reconventie in de hoofdzaak, verweerder in het incident] had dan ook op grond van artikel 93 sub c van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) [gedaagde sub 4 in conventie in de hoofdzaak, eiser in reconventie in de hoofdzaak, eiser in het incident] moeten dagvaarden voor de sector kanton van de rechtbank Breda, zijnde het arrondissement waarin [gedaagde sub 4 in conventie in de hoofdzaak, eiser in reconventie in de hoofdzaak, eiser in het incident] woont.

[eiser in conventie in de hoofdzaak, verweerder in reconventie in de hoofdzaak, verweerder in het incident] voert verweer strekkende tot afwijzing van de incidentele vordering van [gedaagde sub 4 in conventie in de hoofdzaak, eiser in reconventie in de hoofdzaak, eiser in het incident], met veroordeling van [gedaagde sub 4 in conventie in de hoofdzaak, eiser in reconventie in de hoofdzaak, eiser in het incident] in de kosten van het incident. [eiser in conventie in de hoofdzaak, verweerder in reconventie in de hoofdzaak, verweerder in het incident] voert daartoe aan dat hij zijn vordering primair heeft gebaseerd op de actie uit onrechtmatige daad en slechts subsidiair op de huurovereenkomst, zodat deze rechtbank wel degelijk bevoegd is van zijn vorderingen kennis te nemen. [eiser in conventie in de hoofdzaak, verweerder in reconventie in de hoofdzaak, verweerder in het incident] heeft welbewust voor de grondslag van onrechtmatige daad gekozen nu deze veel ruimer is dan die van wanprestatie uit hoofde van de huurovereenkomst. Volgens [eiser in conventie in de hoofdzaak, verweerder in reconventie in de hoofdzaak, verweerder in het incident] mist artikel 93 sub c Rv in dit geval toepassing omdat het hier niet gaat om een zaak betreffende een huurovereenkomst.

De beoordeling in het incident

Voor zover voor de beantwoording van de vraag of de zaak naar de kantonrechter moet worden verwezen het onderwerp van het geschil bepalend is, geschiedt deze beantwoording volgens artikel 71 lid 3 Rv aan de hand van een voorlopig oordeel over het onderwerp van het geschil. De stellingen die eiser aan zijn inleidende dagvaarding ten grondslag heeft gelegd worden in dat oordeel betrokken, maar zijn daarbij niet doorslaggevend.

In het bevoegdheidsincident heeft [eiser in conventie in de hoofdzaak, verweerder in reconventie in de hoofdzaak, verweerder in het incident] uitdrukkelijk aangevoerd dat niet de huurovereenkomst de grondslag is van zijn vordering, maar de bij inleidende dagvaarding gestelde onrechtmatige daad. De rechtbank is vooralsnog een ander oordeel toegedaan. Dé kenmerken van huur zijn het verschaffen van het gebruik van een zaak door de verhuurder en het verrichten van een tegenprestatie hiervoor door de huurder. Op grond van hetgeen door zowel [gedaagde sub 4 in conventie in de hoofdzaak, eiser in reconventie in de hoofdzaak, eiser in het incident] als [eiser in conventie in de hoofdzaak, verweerder in reconventie in de hoofdzaak, verweerder in het incident] is aangevoerd, staat tussen partijen vast dat [eiser in conventie in de hoofdzaak, verweerder in reconventie in de hoofdzaak, verweerder in het incident] aan gedaagden in de hoofdzaak een vissloep ter beschikking heeft gesteld, waarvan gedaagden gebruik hebben gemaakt en dat gedaagden aan [eiser in conventie in de hoofdzaak, verweerder in reconventie in de hoofdzaak, verweerder in het incident] voor dit gebruik een vergoeding hebben betaald. Daarmee is voldaan aan de kenmerken van huur. Daarbij acht de rechtbank van belang dat [eiser in conventie in de hoofdzaak, verweerder in reconventie in de hoofdzaak, verweerder in het incident] ook zelf stelt dat hij de vissloep aan gedaagden heeft verhuurd. Naar het voorlopig oordeel van de rechtbank kan de vordering van [eiser in conventie in de hoofdzaak, verweerder in reconventie in de hoofdzaak, verweerder in het incident], die strekt tot het vergoeden van schade, daarom worden aangemerkt als een vordering betreffende huur, die op grond van artikel 93 aanhef en sub c Rv tot de competentie van de kantonrechter behoort. Ingevolge de hoofdregel van artikel 99 Rv is de rechtbank Breda thans bevoegd om van de vordering van [eiser in conventie in de hoofdzaak, verweerder in reconventie in de hoofdzaak, verweerder in het incident] tegen [gedaagde sub 4 in conventie in de hoofdzaak, eiser in reconventie in de hoofdzaak, eiser in het incident] kennis te nemen. De rechtbank zal zich dan ook onbevoegd verklaren van de vordering van [eiser in conventie in de hoofdzaak, verweerder in reconventie in de hoofdzaak, verweerder in het incident] kennis te nemen en de zaak verwijzen naar de sector kanton van de rechtbank Breda.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de incidentele vordering zal worden toegewezen, met veroordeling van [eiser in conventie in de hoofdzaak, verweerder in reconventie in de hoofdzaak, verweerder in het incident], als de in het ongelijk te stellen partij, in de kosten van het incident.

Ten aanzien van de vordering tegen de overige gedaagden geldt dat gedaagden sub 1 tot en met 3 de (relatieve) bevoegdheid van deze rechtbank niet hebben bestreden. Evenwel oordeelt de rechtbank zich ambtshalve onbevoegd van de vordering van [eiser in conventie in de hoofdzaak, verweerder in reconventie in de hoofdzaak, verweerder in het incident] tegen de overige gedaagden kennis te nemen. Vanuit het oogpunt van proceseconomie en om tegenstrijdige uitspraken te voorkomen acht de rechtbank een gezamenlijke behandeling van de vordering van [eiser in conventie in de hoofdzaak, verweerder in reconventie in de hoofdzaak, verweerder in het incident] tegen de verschillende gedaagden aangewezen. Gelet hierop zal de hoofdzaak - in de stand waarin deze zich bevindt - in zijn geheel worden verwezen naar de sector kanton van de rechtbank Breda.

De beslissing

De rechtbank:

in het incident

wijst de vordering toe,

veroordeelt [eiser in conventie in de hoofdzaak, verweerder in reconventie in de hoofdzaak, verweerder in het incident] in de kosten van het incident, aan de zijde van [gedaagde sub 4 in conventie in de hoofdzaak, eiser in reconventie in de hoofdzaak, eiser in het incident] tot op heden begroot op € 384,00 aan salaris advocaat,

in de hoofdzaak

verklaart zich onbevoegd van de vordering van [eiser in conventie in de hoofdzaak, verweerder in reconventie in de hoofdzaak, verweerder in het incident] op gedaagden sub 1 tot en met 4 kennis te nemen en verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar de rechtbank Breda, sector kanton,

wijst partijen erop dat zij in het vervolg van de procedure niet meer vertegenwoordigd hoeven te worden door een advocaat, maar ook persoonlijk of bij gemachtigde kunnen verschijnen.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.K. van der Lende-Mulder Smit en in het openbaar uitgesproken op 6 april 2011.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature