Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Instantie:
Vindplaats:

Inhoudsindicatie:

Bij brief van 11 augustus 2008 heeft de Landinrichtingscommissie [appellant] medegedeeld over te gaan tot realisering van de laagwatersloot in het fruittuingebied Grote Zomerdijk - Westeinderweg te Wognum, mits twee niet nader te noemen personen haar binnen één week na dagtekening van de brief berichten over de wijze waarop zij de tussen hen bestaande problemen over de verwerving dan wel ruiling van gronden hebben opgelost.

Uitspraak



201007796/1/H2.

Datum uitspraak: 13 april 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te Wognum, gemeente Medemblik,

tegen de uitspraak van de rechtbank Alkmaar van 1 juli 2010 in zaak nr. 09/110 in het geding tussen:

[appellant]

en

de Landinrichtingscommissie voor de ruilverkaveling "De Gouw".

1. Procesverloop

Bij brief van 11 augustus 2008 heeft de Landinrichtingscommissie [appellant] medegedeeld over te gaan tot realisering van de laagwatersloot in het fruittuingebied Grote Zomerdijk - Westeinderweg te Wognum, mits twee niet nader te noemen personen haar binnen één week na dagtekening van de brief berichten over de wijze waarop zij de tussen hen bestaande problemen over de verwerving dan wel ruiling van gronden hebben opgelost.

Bij besluit van 21 november 2008 heeft de Landinrichtingscommissie het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar gegrond verklaard en bepaald dat het laagwatertracé vanaf de opleider tot aan het eigendom van [appellant] conform het bestek wordt uitgevoerd.

Bij uitspraak van 1 juli 2010, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank, voor zover hier van belang, het door [appellant] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 21 november 2008 vernietigd, het door [appellant] gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard en bepaald dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 11 augustus 2010, hoger beroep ingesteld. De gronden van het hoger beroep zijn aangevuld bij brief van 8 september 2010.

De Landinrichtingscommissie heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 18 maart 2011, waar [appellant], bijgestaan door mr. ING. A.E. Noordhuis, juridisch adviseur, en de Landinrichtingscommissie, vertegenwoordigd door J.P.M. Verhoeven, vergezeld van B.J.A. Hakvoort, F. Wagemaker en A.I.L. Rennyngs, respectievelijk voorzitter, secretaris en lid van de Landinrichtingscommissie, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Bij brief van 11 augustus 2008 heeft de Landinrichtingscommissie belanghebbenden medegedeeld dat in het kader van de uitvoering van het Landinrichtingsplan "de Gouw", dat voorziet in een het instellen van een waterpeil van NAP - 1,90 meter ten behoeve van een betere drooglegging en betere beheersing van het waterpeil in het gebied, is besloten over te gaan tot realisering van de laagwatersloot in het fruittuingebied Grote Zomerdijk - Westeinderweg. Zij heeft daaraan evenwel de voorwaarde verbonden dat twee niet nader te noemen personen haar binnen één week na dagtekening van de brief berichten over de wijze waarop zij de tussen hen bestaande problemen over de verwerving dan wel ruiling van gronden hebben opgelost. Niet in geschil is dat dit laatste niet is gebeurd.

Naar aanleiding van het daartegen door [appellant] gemaakte bezwaar heeft de Landinrichtingscommissie op 6 november 2008 de in de brief van 11 augustus 2008 opgenomen beslissing om de laagwatersloot te realiseren als voldaan is aan voormelde voorwaarde ingetrokken en heeft zij bij besluit van 21 november 2008 het bezwaar gegrond verklaard en bepaald dat het laagwatertracé vanaf de opleider tot aan het eigendom van [appellant] conform het bestek alsnog wordt uitgevoerd.

2.2. De rechtbank heeft het tegen het besluit van 21 november 2008 ingestelde beroep - ambtshalve - gegrond verklaard, dat besluit vernietigd, het door [appellant] gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard en bepaald dat haar uitspraak in de plaats van het vernietigde besluit treedt. Zij heeft daartoe overwogen dat de brief van 11 augustus 2008 geen besluit inhoudt, nu het geen publiekrechtelijke rechtshandeling betreft.

2.3. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat de mededeling in de brief van 11 augustus 2008 geen publiekrechtelijke rechtshandeling behelst en die brief derhalve geen besluit is in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb), waartegen bezwaar open staat. Hij voert, samengevat weergegeven, aan dat met het de aanleg van een laagwatersloot uitvoering wordt gegeven aan het Landinrichtingsplan "de Gouw" en derhalve de beslissing om de sloot niet te realiseren een besluit is met rechtsgevolg op grond van het publiekrecht.

2.3.1. Ingevolge artikel 73, eerste lid, van de Landinrichtingswet , voor zover hier van belang, wordt voor een gebied, met betrekking waartoe het besluit tot ruilverkaveling is genomen, een landinrichtingsplan vastgesteld.

Ingevolge artikel 74, eerste lid, aanhef en onder d, voor zover hier van belang, bevat het landinrichtingsplan een omschrijving van de te treffen maatregelen en voorzieningen.

2.3.2. De beslissing om in het kader van de uitvoering van een landinrichtingsplan over te gaan tot uitvoering van de daarbij voorziene maatregelen betreft een feitelijke handeling, nu daarbij geen rechten, plichten en bevoegdheid worden gecreëerd of teniet gedaan. De rechtbank heeft dan ook met juistheid overwogen dat de - voorwaardelijke - mededeling bij brief van 11 augustus 2008 dat daartoe niet wordt overgegaan, een weigering tot feitelijk handelen inhoudt die niet op publiekrechtelijk rechtsgevolg is gericht. Van een besluit, als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Awb , is dan ook geen sprake, zodat tegen de brief van 11 augustus 2008 ingevolge het bepaalde in artikel 8:1, eerste lid, gelezen in samenhang met artikel 7:1, eerste lid, van de Awb , geen bezwaar en beroep open stond. Het door [appellant] ter zitting gevoerde betoog dat hem aldus niets meer ten dienste staat om uitvoering van het landinrichtingsplan te bewerkstelligen en derhalve omwille van de rechtsbescherming een besluit had moeten worden aangenomen, leidt niet tot een ander oordeel, reeds omdat hij bij de civiele rechter om uitvoering van de werkzaamheden kan vragen. De rechtbank heeft dan ook terecht overwogen dat de Landinrichtingscommissie het bezwaar van [appellant] tegen die brief ten onrechte niet niet-ontvankelijk heeft verklaard. Het betoog faalt.

2.4. [appellant] betoogt gelet op het vorenstaande tevergeefs dat de rechtbank ten onrechte niet is toegekomen aan de behandeling van de aangedragen beroepsgronden.

2.5. Het betoog van [appellant] dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat er geen aanleiding bestaat de Landinrichtingscommissie te veroordelen in de kosten van bezwaar, faalt evenzeer. Daartoe is van belang dat ingevolge artikel 7:15, tweede lid, van de Awb, voor zover hier van belang, de kosten, die de belanghebbende in verband met de behandeling van het bezwaar redelijkerwijs heeft moeten maken, door het bestuursorgaan uitsluitend worden vergoed op verzoek van belanghebbende voor zover het bestreden besluit wordt herroepen wegens aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid. Nu, zoals uit het in 2.3.2 overwogene volgt, geen sprake was van een besluit, bestond geen aanleiding de Landinrichtingscommissie te veroordelen in de kosten van bezwaar.

2.6. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J. Wieland, ambtenaar van staat.

w.g. Slump w.g. Wieland

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 13 april 2011

502.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature