< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:

Inhoudsindicatie:

Geschil omtrent een voorlopige omgangsregeling. Appel ontvankelijk.: niet voor de hand liggend, dat rechter, na 6 jaar van geen contact, zonder onderzoek een onbegeleide omgangsregeling zal vaststellen.

Uitspraak



GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE

Familiesector

Uitspraak : 2 maart 2011

Zaaknummer : 200.068.599/01

Rekestnr. rechtbank : FA RK 09-7685

[appellante],

wonende te [woonplaats],

verzoekster in hoger beroep,

hierna te noemen: de moeder,

advocaat mr. P.C. Smit te Utrecht,

tegen

[geintimeerde],

wonende te [woonplaats],

verweerder in hoger beroep,

hierna te noemen: de vader,

advocaat voorheen mr. G.W. Mettendaf te Amsterdam, thans zonder advocaat.

Op grond van het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:

de raad voor de kinderbescherming,

regio Zuid-Holland Zuid en Zeeland,

locatie Dordrecht,

hierna te noemen: de raad.

PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP

De moeder is op 11 juni 2010 in hoger beroep gekomen van een beschikking van 26 mei 2010 van de rechtbank Dordrecht.

De vader heeft geen verweerschrift ingediend.

Bij het hof in voorts het volgende stuk ingekomen:

van de zijde van de moeder op 14 juli 2010 een brief van 14 juli 2010 met bijlage.

Van de zijde van de raad is bij het hof op 29 november 2010 een brief van 24 november 2010 ingekomen, waarbij is medegedeeld dat de raad niet ter terechtzitting zal verschijnen.

De zaak is op 26 januari 2011 mondeling behandeld.

Ter zitting was aanwezig:

de moeder, bijgestaan door haar advocaat.

PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN

Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de bestreden beschikking.

Bij die beschikking is, uitvoerbaar bij voorraad, de volgende voorlopige omgangsregeling bepaald:

- drie uren per 2 weken, op zaterdagmiddag, waarbij de vader de hierna te noemen minderjarige ophaalt bij de moeder om 15.00 uur en hem bij de moeder terugbrengt om 18.00 uur, vier maal;

- vervolgens geldt dat omgang zal plaatsvinden vier uren per 2 weken, op zaterdagmiddag (van 14.00 uur tot 18.00 uur), vier maal;

- ten slotte zal gelden dat de vader de minderjarige een gehele zondag per 2 weken bij zich heeft (van 10.00 uur tot 18.00 uur), voorlopig voor onbepaalde tijd.

De zaak is verwezen naar de schriftelijke vrijdagrol van 1 oktober 2010 met het verzoek aan de advocaten van partijen zich uiterlijk een week voor deze datum uit te laten over de resultaten van de voorlopige omgangsregeling en aan te geven of er behoefte bestaat aan een nadere mondelinge behandeling. Iedere verdere beslissing is aangehouden.

Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten, voor zover daar in hoger beroep geen grief tegen is gericht.

ONTVANKELIJKHEID VAN HET HOGER BEROEP

Uit vaste rechtspraak volgt dat ten aanzien van de ontvankelijkheid van een hoger beroep tegen een voorlopige beslissing doorslaggevend is of de - bij voorraad uitvoerbaar verklaarde - voorlopige beslissing een onherroepelijk karakter heeft in die zin dat de beschikking, eenmaal geëffectueerd, in haar gevolgen niet meer ongedaan kan worden gemaakt. Naar het oordeel van het hof heeft de beslissing van de rechtbank aangaande de voorlopige omgangsregeling in haar gevolgen een onherroepelijk karakter. Gelet hierop acht het hof de moeder ontvankelijk in haar hoger beroep.

BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP

1. Gelet op de wettelijke terminologie sedert 1 maart 2009 zal het hof in deze zaak, daar waar nog gesproken wordt over “omgang”, dit verstaan als “toedeling van de zorg- en opvoedingstaken”, in het hierna volgende eenvoudigheidshalve aangeduid met het begrip contact of contactregeling.

2. In geschil is het contact tussen de vader en de minderjarige [de minderjarige], geboren [in 2000] te [geboorteplaats], hierna te noemen: de minderjarige. De moeder en de vader oefenen gezamenlijk het gezag uit over de minderjarige.

3. De moeder verzoekt bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad, de bestreden beschikking te vernietigen en, opnieuw beschikkende, het verzoek van de vader tot vaststelling van een contactregeling af te wijzen.

4. De vader heeft geen verweer gevoerd.

5. De moeder stelt zich op het standpunt dat de rechtbank ten onrechte een voorlopige contactregeling tussen de vader en de minderjarige heeft vastgesteld. Zij wijst erop dat de vader de minderjarige na het feitelijk uiteengaan van partijen in 2004 nog slechts tweemaal heeft gezien. Daarna heeft de moeder niets meer van de vader vernomen. De moeder heeft zich er altijd voor ingespannen dat de minderjarige contact houdt met de twee oudere kinderen van de vader. De vader heeft ook met deze kinderen al jaren geen enkel contact meer. De moeder is ervan overtuigd dat de vader de opgelegde contactregeling niet zal naleven. Zij is bang dat de minderjarige wederom teleurgesteld zal worden in de vader en wenst de minderjarige hiertegen in bescherming te nemen.

Ter terechtzitting is namens de moeder verklaard dat de moeder geen uitvoering geeft aan de bestreden beschikking en dat de vader ook niets heeft ondernomen.

6. Het hof overweegt als volgt. Uit de overgelegde stukken en het verhandelde ter terechtzitting is het hof gebleken dat de minderjarige de vader al ruim zes jaar niet heeft gezien. Ter terechtzitting heeft de moeder te kennen gegeven dat de vader de afgelopen jaren niets van zich heeft laten horen, ook niet door bijvoorbeeld een kaartje naar de minderjarige te sturen. Naar het oordeel van het hof ligt het onder de gegeven omstandigheden niet voor de hand dat zonder enige vorm van onderzoek een onbegeleide contactregeling wordt vastgesteld. Gelet op het voorgaande zal het hof de bestreden beschikking vernietigen voor zover daarbij een voorlopige contactregeling is vastgesteld.

7. Het hof beslist als volgt.

BESLISSING OP HET HOGER BEROEP

Het hof:

vernietigt de bestreden beschikking voor zover deze de voorlopige regeling inzake de toedeling van de zorg- en opvoedingstaken betreft en, in zoverre opnieuw beschikkende:

wijst het verzoek van de man voor zover dat inhoudt een voorlopige omgangsregeling zoals door de rechtbank in de bestreden beschikking is bepaald, alsnog af.

Deze beschikking is gegeven door mrs. Stille, Van Leuven en De Haan-Boerdijk, bijgestaan door mr. Verburg als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 maart 2011.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature