< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:

Inhoudsindicatie:

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het besturen van een motor, terwijl aan hem de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen was ontzegd. Daarnaast was de motorfiets waarop de verdachte reed niet verzekerd. De verdachte heeft zich voorts schuldig gemaakt aan het voeren van een valse kentekenplaat op zijn motorfiets.

Het hof is uit een oogpunt van normhandhaving en speciale preventie, alsmede ter vergelding van de door de verdachte begane strafbare feiten van oordeel dat een combinatie van een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van één maand, met een proeftijd van twee jaren, voorwaardelijke hechtenis voor de duur van drie weken, met een proeftijd van twee jaren, alsmede onvoorwaardelijke taakstraffen, in de vorm van werkstraffen, van 60 uren en 30 uren, passend en geboden is.

Uitspraak



parketnummer: 24-001173-09

parketnummer eerste aanleg: 19-606651-08

Arrest van 25 maart 2011 van het gerechtshof Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Assen van 24 april 2009 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1970] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman, mr. H.W. Knottenbelt, advocaat te Assen.

Het vonnis waartegen het hoger beroep is gericht

De politierechter in de rechtbank Assen heeft de verdachte bij het hierboven genoemde vonnis vrijgesproken ter zake van het onder 2 ten laste gelegde en heeft de verdachte wegens de onder 1 en 3 bewezen verklaarde misdrijven en de onder 4 bewezen verklaarde overtreding veroordeeld tot straffen, zoals in dat vonnis is omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

Voor zover het hoger beroep is gericht tegen de vrijspraak ter zake van het onder 2 ten laste gelegde, kan de verdachte daarin niet worden ontvangen.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte ter zake van het onder 1 en 3 ten laste gelegd zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van twee maanden en hem ter zake van het onder 4 ten laste gelegde zal veroordelen tot hechtenis voor de duur van zes weken.

De advocaat-generaal heeft voorts gevorderd dat het hof de in beslag genomen motorfiets zal verbeurdverklaren.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis, voor zover dat vatbaar is voor hoger beroep, vernietigen en in zoverre opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is, voor zover hier van belang, ten laste gelegd, dat:

1.

hij op of omstreeks 9 oktober 2008, te [plaats], althans in de gemeente [gemeente], terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat hem bij rechterlijke uitspraak of strafbeschikking de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen was ontzegd, gedurende de tijd dat hem die bevoegdheid was ontzegd, op de weg [straat], een motorrijtuig, te weten een motorrijwiel (merk Yamaha), heeft bestuurd;

3.

hij op of omstreeks 9 oktober 2008 te [plaats], althans in de gemeente [gemeente],, in elk geval in Nederland, op een motorrijtuig, (motorfiets), voorzien van het kenteken [kenteken], een teken, te weten een kentekenplaat met kenteken [kenteken], - niet zijnde een ingevolge artikel 36 van de Wegenverkeerswet 1994 aan de eigenaar of houder voor dat motorrijtuig opgegeven kenteken(s) - heeft aangebracht en/of heeft doen aanbrengen met het oogmerk dat teken te doen doorgaan voor een zodanig kenteken;

4.

hij op of omstreeks 9 oktober 2008 te [plaats], althans in de gemeente [gemeente], als bestuurder van een motorrijtuig (motorfiets), gekentekend [kenteken], daarmede heeft gereden op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, [straat], zonder dat er voor dit motorrijtuig een verzekering overeenkomstig de Wet aansprakelijkheids-verzekering motorrijtuigen was gesloten en in standgehouden.

Overweging met betrekking tot het bewijs van het onder 3 ten laste gelegde

De verdachte heeft ontkend dat hij het onder 3 ten laste gelegde delict heeft begaan. Meer in het bijzonder heeft de verdachte ter terechtzitting van het hof verklaard dat hij niet het kenteken [kenteken] op zijn motorfiets heeft aangebracht of heeft doen aanbrengen en dat de verbalisant [verbalisant], waar zij verklaard dat zij heeft gezien dat dit kenteken zich bevond op de motorfiets van de verdachte, zich moet hebben vergist.

Het hof heeft echter geen enkele aanwijzing bekomen op grond waarvan de desbetreffende waarneming van de verbalisant [verbalisant], zoals vastgelegd in het door [verbalisant] op ambtseed opgemaakte proces-verbaal van 13 oktober 2008, als niet accuraat, niet betrouwbaar, dan wel ongeloofwaardig kan worden bestempeld.

Het hof gaat, mede gelet op de herkenning van de motorfiets en de bestuurder van die motorfiets door de verbalisant [verbalisant], zoals beschreven in het eerdergenoemde proces-verbaal, uit van de juistheid van hetgeen de verbalisant [verbalisant] heeft waargenomen.

Het hof acht de ontkennende verklaring van de verdachte dan ook niet geloofwaardig.

Het hof betrekt hierbij tevens de omstandigheid dat het kenteken [kenteken] volgens de uitdraai van gegevens van de Rijksdienst voor het wegverkeer een gestolen kenteken betreft, dat de verdachte blijkens het strafdossier de tijd, ongeveer acht minuten, en de gelegenheid heeft gehad om dit kenteken van zijn motorfiets te verwijderen en onvindbaar te maken.

Op grond van het bovenstaande acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 3 ten laste gelegde, zoals hieronder nader aangegeven in de bewezenverklaring.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 3 en 4 aan hem ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op 9 oktober 2008 te [plaats], terwijl hij wist dat hem bij rechterlijke uitspraak of strafbeschikking de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen was ontzegd, gedurende de tijd dat hem die bevoegdheid was ontzegd, op de weg [straat], een motorrijtuig, te weten een motorrijwiel (merk Yamaha), heeft bestuurd;

3.

hij op 9 oktober 2008 te [plaats] op een motorrijtuig, (motorfiets), voorzien van het kenteken [kenteken], een teken, te weten een kentekenplaat met kenteken [kenteken],

- niet zijnde een ingevolge artikel 36 van de Wegenverkeerswet 1994 aan de eigenaar of houder voor dat motorrijtuig opgegeven kenteken - heeft aangebracht of heeft doen aanbrengen met het oogmerk dat teken te doen doorgaan voor een zodanig kenteken;

4.

hij op 9 oktober 2008 te [plaats] als bestuurder van een motorrijtuig (motorfiets), gekentekend [kenteken] daarmee heeft gereden op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, [straat], zonder dat er voor dit motorrijtuig een verzekering overeenkomstig de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen was gesloten en in standgehouden.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan de verdachte als voormeld onder 1, 3 en 4 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het onder 1 en 3 bewezen verklaarde levert respectievelijk op de misdrijven:

feit 1 -

overtreding van artikel 9, eerste lid van de Wegenverkeerswet 1994 ;

feit 3 -

overtreding van artikel 41, eerste lid, aanhef en onder c van de Wegenverkeerswet 1994 .

Het onder 4 bewezen verklaarde levert op de overtreding:

feit 4 -

als bestuurder van een motorrijtuig daarmee op een weg rijden zonder dat er voor dat motorrijtuig een verzekering overeenkomstig de Wet aansprakelijkheids-verzekering motorrijtuigen is gesloten en in stand gehouden.

Strafbaarheid

Het hof acht de verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de in hoger beroep op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van de bewezen verklaarde feiten, de omstandigheden waaronder deze feiten zijn begaan en de persoon van de verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het besturen van een motor, terwijl aan hem de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen was ontzegd. De verdachte heeft met zijn handelen een rechterlijke uitspraak met betrekking tot zijn rijbevoegdheid genegeerd en heeft het gezag van die rechterlijke uitspraak daarmee ondermijnd.

De verdachte heeft daarnaast de met die rechterlijke uitspraak beoogde veiligheid in het verkeer geschaad. Het hof hanteert ter zake van het delict van rijden tijdens een ontzegging van de rijbevoegdheid een landelijk oriëntatiepunt voor straftoemeting dat in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf impliceert.

Daarnaast was de motorfiets waarop de verdachte reed niet verzekerd. Door aldus te handelen heeft de verdachte zijn verantwoordelijkheid als verkeersdeelnemer veronachtzaamd.

De verdachte heeft zich voorts schuldig gemaakt aan het voeren van een valse kentekenplaat op zijn motorfiets. Voor de controle in het kader van de Wegenverkeers-wet 1994 en eventuele opsporingshandelingen is het van belang dat de juiste kentekenplaten worden gevoerd. De verdachte heeft dit met zijn handelen gefrustreerd c.q. trachten te frustreren.

De verdachte is blijkens een hem betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie van 13 januari 2011 meermalen veroordeeld ter zake van het plegen van de thans bewezen verklaarde delicten, alsmede ter zake van het plegen van andere delicten. Dit pleit niet in het voordeel van de verdachte. Aan de andere kant lijkt dit uittreksel er op te duiden dat de verdachte vanaf de maand januari 2010 geen nieuwe strafbare feiten meer heeft gepleegd, hetgeen als positief geduid kan worden, gelet op de omvangrijke strafrechtelijke geschiedenis van de verdachte in de periode daarvóór.

Het hof heeft tevens gelet op hetgeen uit het onderzoek ter terechtzitting omtrent de persoonlijke omstandigheden van de verdachte naar voren is gekomen. Het is het hof gebleken dat de verdachte tracht zijn leven op orde te krijgen en dat hij niet meer in aanraking wil komen met justitie. De omstandigheid dat niet is gebleken dat de verdachte vanaf de maand januari 2010 nieuwe strafbare feiten heeft gepleegd, lijkt er op te duiden dat de verdachte slaagt in dit streven.

Het hof heeft daarnaast rekening gehouden met het tijdsverloop, in die zin dat het al geruime tijd geleden is dat de strafbare feiten zich hebben voorgedaan en dat deze strafzaak de verdachte in die tijd voortdurend boven het hoofd heeft gehangen.

Het hof wil de huidige positieve ontwikkeling in het leven van de verdachte niet doorbreken en zal derhalve geen onvoorwaardelijke vrijheidsbenemende straffen aan hem opleggen.

Het hof is op grond van het bovenstaande en uit een oogpunt van normhandhaving en speciale preventie, alsmede ter vergelding van de door de verdachte begane strafbare feiten van oordeel dat een combinatie van een voorwaardelijke gevangenisstraf, voorwaardelijke hechtenis, alsmede onvoorwaardelijke taakstraffen, in de vorm van werkstraffen, telkens van hierna te noemen duur, passend en geboden is.

Verbeurdverklaring

Met betrekking tot de in beslag genomen motorfiets is uit het onderzoek ter terechtzitting komen vast te staan dat dit voorwerp toebehoort aan de verdachte en dat het een voorwerp betreft met betrekking tot hetwelk de bewezen verklaarde (strafbare) feiten zijn begaan.

Het hof is van oordeel dat gelet op de aard en de ernst van de bewezen verklaarde feiten en het strafrechtelijk verleden van de verdachte verbeurdverklaring van voornoemde motorfiets passend en geboden is.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 9, 14 a, 14b, 14c, 22c, 22d, 33, 33a, 57, 62 en 63 van het Wetboek van Strafrecht, artikel 30 van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen en de artikelen 9, 41 en 176 van de Wegenverkeerswet 1994 , zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

verklaart de verdachte niet ontvankelijk in zijn hoger beroep, voor zover dit is gericht tegen de vrijspraak ter zake van het onder 2 ten laste gelegde;

vernietigt het vonnis, waartegen het hoger beroep is gericht, voor zover dat vatbaar is voor hoger beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het aan de verdachte onder 1, 3 en 4 ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart deze feiten en de verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte als voormeld onder 1, 3 en 4 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte [verdachte] ter zake van het onder 1 en 3 bewezen verklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van één maand;

beveelt dat de gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op de grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

veroordeelt de verdachte ter zake van het onder 1 en 3 bewezen verklaarde tevens tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van zestig uren, met het bevel dat, voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van dertig dagen zal worden toegepast;

veroordeelt de verdachte ter zake van het onder 4 bewezen verklaarde tot hechtenis voor de duur van drie weken;

beveelt dat de hechtenis niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op de grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

veroordeelt de verdachte ter zake van het onder 4 bewezen verklaarde tevens tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van dertig uren, met het bevel dat, voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van vijftien dagen zal worden toegepast;

verklaart verbeurd:

een motorfiets, merk Yamaha, type YZF 750 r, kleur blauw, met het kenteken [kenteken].

Dit arrest is aldus gewezen door mr. O. Anjewierden, voorzitter, mr. J.A.A.M. van Veen en mr. J.H. Bosch, in tegenwoordigheid van H. Kingma als griffier. Mr. Bosch is buiten staat dit arrest te ondertekenen.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature