< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Instantie:
Vindplaats:

Inhoudsindicatie:

Notariskantoor geeft uitzendbureau opdracht een kandidaat te zoeken voor een functie op kantoor. Vervolgens neemt het notariskantoor de door het uitzendbureau voorgestelde kandidaat aan, buiten medeweten van het uitzendbureau. Algemene voorwaarden niet van toepassing. Notariskantoor is redelijk loon verschuldigd voor de door het uitzendbureau verrichte werkzaamheden.

Uitspraak



vonnis

RECHTBANK DORDRECHT

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 88063 / HA ZA 10-2585

Vonnis van 9 maart 2011

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

UITZENDBUREAU IJSSELMONDE B.V.,

gevestigd te Zwijndrecht,

eiseres,

advocaat mr. J.M. Visser,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

NOTARISPRAKTIJK [X]

gevestigd te Dordrecht,

gedaagde,

advocaat mr. J.R.L. van Gasteren.

Partijen zullen hierna IJsselmonde en de Notarispraktijk genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 27 oktober 2010, waarbij een comparitie van partijen is gelast, en de processtukken waarnaar in dat vonnis is verwezen;

- het proces-verbaal van comparitie, gehouden op 27 januari 2011, en de daarin genoemde stukken.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Op 7 april 2010 heeft de heer [betrokkene], statutair directeur van de Notarispraktijk, telefonisch contact opgenomen met IJsselmonde. De reden hiervoor was dat de Notarispraktijk iemand zocht voor de functie van juridisch secretaresse in verband met het zwangerschapsverlof van haar medewerker mevrouw. [werkneemster] (hierna: [werkneemster]). [werkneemster] is in 2002 (een half jaar) door IJsselmonde aan de Notarispraktijk ter beschikking gesteld.

2.2. IJsselmonde heeft vervolgens drie kandidaten aan de Notarispraktijk voorgesteld waaronder, per e-mail van 8 april 2010, [werkneemster 1] (hierna: [werkneemster 1]).

2.3. Op 9 april 2010 heeft [werkneemster 1] contact opgenomen met de Notarispraktijk.

2.4. Per e-mail van 21 april 2010 heeft IJsselmonde aan de Notarispraktijk geschreven – voor zover hier van belang –:

“Op 7, 8 en 9 april jl. heb ik een drietal kandidaten aan u voorgesteld, (..)

- (…)

- [werkneemster 1]

- (…)

Afgelopen vrijdag hebben wij elkaar gesproken over de kandidaten en u heeft aangegeven de vacature zo goed als zeker te hebben ingevuld met een kandidaat via eigen werving.

Ik wens u veel succes met deze kandidaat en ik hoop dat hij /zij een goede aanwinst voor uw bedrijf zal zijn. De drie bovengenoemde kandidaten zullen wij afbellen.”

2.5. [werkneemster 1] is per 1 mei 2010 bij de Notarispraktijk in dienst getreden.

2.6. Artikel 2.2 van de Algemene Voorwaarden NBBU, zoals die in 2002 golden (hierna: Algemene Voorwaarden NBBU 2002) luidt:

“De inlener met wie eenmaal op deze voorwaarden werd gecontracteerd wordt geacht stilzwijgend met de toepasselijkheid daarvan op een later met de uitzendonderneming gesloten overeenkomst in te stemmen.”

2.7. In de Algemene Voorwaarden NBBU, zoals die in 2010 golden (hierna: Algemene Voorwaarden NBBU 2010) staat onder meer – voor zover van belang –:

“Artikel 4. Betalingsvoorwaarden

(..)

4. Bij niet, niet tijdige of niet volledige betaling door de inlener van enig door hem verschuldigd bedrag, is hij met ingang van de vervaldatum van de betreffende factuur van rechtswege in verzuim. Vanaf dat moment is de inlener tevens een vertragingsrente van 1% per maand, een gedeelte van een maand voor een hele maand rekenende, over het bruto factuurbedrag aan de uitzendonderneming verschuldigd.

5. Alle kosten, zowel in als buiten rechte, de kosten van rechtskundige bijstand daaronder begrepen, die de uitzendonderneming moet maken ten gevolge van het niet nakomen van de betalingsverplichtingen door de inlener, zijn voor rekening van de inlener. De buitengerechtelijke incassokosten van de uitzendonderneming, te berekenen over het te incasseren bedrag, worden met een minimum van € 500,00 vastgesteld op ten minste 15% van de hoofdsom.

(…)

Artikel 12. Aangaan rechtstreekse arbeidsverhouding door inlener met de uitzendkracht

(…)

4. Als de inlener aansluitend aan de terbeschikkingstelling een arbeidsovereenkomst (…) met de betrokken uitzendkracht aangaat binnen een periode van 1040 na aanvang van de inleenovereenkomst door de uitzendkracht te werken uren, zal hij aan de uitzendonderneming een terstond opeisbare, niet voor matiging vatbare vergoeding verschuldigd zijn. Deze vergoeding bedraagt 25% van het laatstgeldende inlenerstarief voor de betrokken uitzendkracht, vermenigvuldigd met het aantal van de in de inleenovereenkomst overeengekomen uren, gelegen in de periode vanaf de aanvang van de voornoemde arbeidsverhouding tot het eind van de in de vorige volzin genoemde periode van 1040 te werken uren.

5. Als de inlener een arbeidsovereenkomst (…) met de betrokken uitzendkracht aangaat,

(…)

• zes maanden na voordracht van de door de uitzendonderneming geworven en geselecteerde uitzendkracht zonder dat er eerst sprake is geweest van terbeschikkingstelling,

is de inlener aan de uitzendonderneming de vergoeding verschuldigd als bedoeld in lid 4. Dit geldt in de situatie dat de inlener de betrokken uitzendkracht rechtstreeks of via derden heeft benaderd, alsmede in de situatie dat de betrokken uitzendkracht de inlener rechtstreeks of via derden heeft benaderd. Als er nog geen inlenerstarief was overeengekomen bedraagt de vergoeding als bedoeld in lid 4, 50% van het bruto-uurloon dat de uitzendkracht verdiend zou hebben volgens artikel 10, vermenigvuldigd met het aantal uren, als bedoeld in lid 4. ”

3. Het geschil

3.1. IJsselmonde vordert, na vermindering van eis, dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, de Notarispraktijk veroordeelt om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan IJsselmonde te betalen een bedrag van € 8.715,80, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente ex artikel 6:119a BW en contractuele rente van af 1 juni 2010 althans vanaf de dag van de dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening, althans enig bedrag in goede justitie te bepalen, alsmede in de kosten van de procedure.

3.2. IJsselmonde heeft aan haar vordering het volgende ten grondslag gelegd.

De Notarispraktijk heeft op 7 april 2010 een aanvraag uitgezet bij IJsselmonde. Op de rechtsverhouding tussen partijen zijn de Algemene Voorwaarden NBBU 2010 van toepassing, onder meer op grond van het bepaalde in artikel 2.2 van de Algemene Voorwaarden NBBU 2002. Nu de Notarispraktijk [werkneemster 1] rechtstreeks althans buiten medeweten van IJsselmonde in dienst heeft genomen, is zij op grond van artikel 12 van de Algemene Voorwaarden NBBU 2010 aan IJsselmonde een vergoeding verschuldigd van € 7.499,86 (incl. 19% BTW), althans is de Notarispraktijk dit bedrag aan IJsselmonde verschuldigd als schadevergoeding wegens onrechtmatig handelen. De Notarispraktijk is over dit bedrag vanaf 1 juni 2010, althans de dag van de dagvaarding, wettelijke rente verschuldigd alsmede, op grond van artikel 4 lid 4 van de Algemene Voorwaarden NBBU 2010, contractuele rente. De Notarispraktijk is voorts buitengerechtelijke kosten verschuldigd ad € 1.215,94 op grond van artikel 4 lid 5 van de Algemene Voorwaarden NBBU 2010.

3.3. Het verweer van de Notarispraktijk strekt tot afwijzing van de vorderingen van IJsselmonde met veroordeling van IJsselmonde, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, in de kosten van de procedure.

3.4. De Notarispraktijk heeft daartoe het volgende aangevoerd.

Zij heeft op 7 april 2010 slechts vrijblijvend geïnformeerd. Er zijn geen afspraken gemaakt. De gelding van de Algemene Voorwaarden NBBU 2010 is door haar niet aanvaard, zodat deze niet van toepassing zijn. Subsidiair beroept de Notarispraktijk zich op vernietiging van de artikelen 2.2, 4 leden 4 en 5 en 12 van de Algemene Voorwaarden NBBU 2002 /2010. Er is geen sprake van onrechtmatig handelen. De gestelde schade wordt betwist. De buitengerechtelijke kosten zijn niet onderbouwd en bovenmatig.

4. De beoordeling

4.1. Partijen twisten in de eerste plaats over de vraag of tussen hen een overeenkomst (van opdracht) tot stand is gekomen. Ter zake geldt het volgende. Een overeenkomst komt tot stand door aanbod en aanvaarding (artikel 6:217 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW)). Een overeenkomst van opdracht is de overeenkomst waarbij de ene partij, de opdrachtnemer, zich jegens de andere partij, de opdrachtgever, verbindt anders dan op grond van een arbeidsovereenkomst werkzaamheden te verrichten die in iets anders bestaan dan het tot stand brengen van een werk van stoffelijke aard, het bewaren van zaken, het uitgeven van werken of het vervoeren of doen vervoeren van personen of zaken (artikel 7:400 lid 1 BW).

4.2. [betrokkene] heeft ter comparitie verklaard:

“Op 7 april 2010 heb ik gebeld met uitzendbureau IJsselmonde om te informeren of zij iemand hadden voor de functie van juridisch secretaresse. Vermoedelijk heb ik gesproken met [belanghebbende]. Zij heeft aangegeven dat zij zou kijken of er iemand beschikbaar was.”

4.3. Op grond van deze verklaring, tegen de achtergrond van de eerdere plaatsing door IJsselmonde van [werkneemster] in 2002 (zie 2.1), mocht IJsselmonde er op vertrouwen dat haar door de Notarispraktijk in het telefoongesprek op 7 april 2010 opdracht was verstrekt tot het zoeken van een kandidaat voor de functie van juridisch secretaresse. Bij dit oordeel weegt mee dat, zoals door IJsselmonde gesteld en door de Notarispraktijk niet betwist, de kern van de activiteiten van een uitzendbureau als IJsselmonde betreft het zoeken van kandidaten voor opdrachtgevers. IJsselmonde heeft onbetwist gesteld dat zij de opdracht van de Notarispraktijk heeft aanvaard. Daarmee is tussen partijen een overeenkomst van opdracht tot stand gekomen als bedoeld in artikel 7:400 lid 1 BW . Dat, zoals uit de stellingen van beide partijen volgt, toen niet is gesproken over de voorwaarden waaronder IJsselmonde de opdracht zou uitvoeren (waaronder de beloning) doet daaraan niet af, nu dat geen vereiste is voor de totstandkoming van een overeenkomst van opdracht als de onderhavige.

4.4. IJsselmonde heeft gesteld dat op de rechtsverhouding tussen partijen de Algemene Voorwaarden NBBU 2010 van toepassing zijn. De Notarispraktijk heeft betwist dat de gelding van deze algemene voorwaarden is overeengekomen en heeft zich subsidiair beroepen op de vernietiging van (onder meer) artikel 4 leden 4 en 5 en artikel 12 van de Algemene Voorwaarden 2010.

4.5. De vraag of de gelding van algemene voorwaarden is overeengekomen, moet worden beoordeeld aan de hand van de bepalingen omtrent aanbod en aanvaarding (artikel 6:217 e.v. BW) en de totstandkoming van overeenkomsten in het algemeen (artikel 3:33 e.v. BW ). Voorts geldt dat een beding in algemene voorwaarden vernietigbaar is indien de gebruiker (in dit geval IJsselmonde) aan de wederpartij (in dit geval de Notarispraktijk) niet een redelijke mogelijkheid heeft geboden om van die algemene voorwaarden kennis te nemen (artikel 6:233 sub b BW). Als sprake is van een telefonisch gesloten overeenkomst heeft de gebruiker deze mogelijkheid geboden (en daarmee aan zijn informatieplicht voldaan) indien hij vóór de totstandkoming van de overeenkomst aan de wederpartij heeft medegedeeld waar de voorwaarden ter inzage liggen of zijn gedeponeerd, mits hij daarbij tevens meedeelt dat deze op verzoek zullen worden toegezonden (artikel 6:234 lid 1 sub b BW ). Als de wederpartij ten tijde van het sluiten van de overeenkomst bekend was of geacht kon worden bekend te zijn met (een beding in) de algemene voorwaarden, is voor een beroep op vernietiging wegens schending van de informatieplicht geen plaats.

4.6. Vast staat dat in het gesprek op 7 april 2010 niet is gesproken over de Algemene Voorwaarden NBBU 2010, en derhalve ook niet over het ter inzage liggen of gedeponeerd zijn van die voorwaarden dan wel het op verzoek toezenden daarvan. Reeds op grond hiervan slaagt het beroep van de Notarispraktijk op vernietiging van artikel 4 leden 4 en 5 en artikel 12 van de Algemene Voorwaarden NBBU 2010. Dat partijen in 2002 al eens zaken hebben gedaan leidt niet tot een ander oordeel. Ook al zou de stelling van IJsselmonde dat de Notarispraktijk destijds kennis heeft genomen van de algemene voorwaarden juist zijn (dit is door de Notarispraktijk betwist) dan is deze enkele omstandigheid onvoldoende om de Notarispraktijk op 7 april 2010 bekend te achten met die algemene voorwaarden (nog daargelaten dat de versie van de Algemene Voorwaarden NBBU waar IJsselmonde zich thans op beroept (2010) in 2002 nog niet bestond).

4.7. Het voorgaande leidt tot de slotsom dat IJsselmonde zich ten opzichte van de Notarispraktijk niet kan beroepen op artikel 4 leden 4 en 5 en artikel 12 van de Algemene Voorwaarden NBBU 2010. Gelet hierop kan het antwoord op de vraag of IJsselmonde in het kader van de overeenkomst van 7 april 2010 de gelding van de Algemene Voorwaarden NBBU 2010 (op voorhand) heeft aanvaard in het midden blijven.

4.8. Zoals hiervoor overwogen (zie 4.3), staat vast dat partijen op 7 april 2010 niet hebben gesproken over de beloning voor de in het kader van de overeenkomst door IJsselmonde te verrichten werkzaamheden. Op grond van artikel 7:405 lid 1 BW is de Notarispraktijk IJsselmonde echter wel loon verschuldigd voor die werkzaamheden. De hoogte van het loon is door partijen niet bepaald. Dat betekent dat de Notarispraktijk het op de gebruikelijke wijze berekende loon of, bij gebreke daarvan, een redelijk loon verschuldigd is (artikel 7:405 lid 2 BW).

4.9. Aanknopingspunten om het loon op de gebruikelijke wijze te berekenen zijn bijvoorbeeld het aantal gewerkte uren in combinatie met het gebruikelijke uurloon. Als er onvoldoende aanknopingspunten zijn om het loon op de gebruikelijke wijze te berekenen, is een redelijk loon verschuldigd. Wat in een concreet geval als een “redelijk” loon heeft te gelden, zal onder meer afhangen van de aard en – zo nodig schattenderwijs te bepalen – omvang van de verrichte werkzaamheden en van hetgeen in de desbetreffende branche in het algemeen gebruikelijk is.

4.10. De overeenkomst tussen partijen is met de mededeling van de Notarispraktijk dat de kandidaten konden worden afgebeld (zie 2.4), welke mededeling door de Notarispraktijk niet is betwist, opgezegd. Vast staat dat IJsselmonde op 7, 8 en 9 april 2010 drie kandidaten aan de Notarispraktijk heeft voorgesteld. Het ligt in de rede dat zij daaraan voorafgaand enige (selectie-)werkzaamheden heeft moeten verrichten. IJsselmonde heeft daartoe gesteld dat zij haar database heeft doorzocht, een advertentie heeft uitgezet en de vacature op haar vacaturesite heeft geplaatst. Na een selectie heeft zij drie kandidaten geselecteerd, waaronder [werkneemster 1], met wie zij een intakegesprek heeft gevoerd, alles aldus IJsselmonde. In de gegeven omstandigheden kon de Notarispraktijk niet volstaan met het verweer dat de gestelde werkzaamheden “bij gebrek aan wetenschap” worden betwist. Haar verweer op dit punt wordt dan ook als onvoldoende onderbouwd verworpen. Daarmee staat vast dat IJsselmonde de door haar gestelde werkzaamheden heeft verricht.

4.11. Partijen hebben onvoldoende aanknopingspunten verstrekt om het loon op de gebruikelijke wijze te berekenen. De rechtbank zal daarom het redelijk loon bepalen. Uitgaande van de verrichte werkzaamheden en de – zoals door IJsselmonde ter comparitie onbetwist gesteld – voor [werkneemster 1] aan de Notarispraktijk opgegeven salarisindicatie van € 2.100,-- bruto per maand wordt een bedrag van € 1.000,--, te vermeerderen met 19% BTW, als een redelijk loon aangemerkt. Dit bedrag zal dan ook worden toegewezen. De gevorderde handelsrente zal worden toegewezen met ingang van 1 juni 2010.

4.12. Ten aanzien van de vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten, voor zover gebaseerd op artikel 6:96 BW , geldt het volgende. Niet gebleken is dat IJsselmonde en de door haar ingeschakelde advocaat kosten hebben moeten maken voor incassowerkzaamheden die meer inhouden dat het versturen van een enkele (herhaalde) aanmaning, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen en/of het op de gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. Voor die kosten plegen de artikelen 238 tot en met 240 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering een vergoeding in te sluiten. Deze vordering zal derhalve worden afgewezen.

4.13. Aangezien elk van partijen als op enig punt in het ongelijk gesteld is te beschouwen, zullen de proceskosten worden gecompenseerd op de hierna te vermelden wijze.

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. veroordeelt de Notarispraktijk om aan IJsselmonde te betalen een bedrag van € 1.000,00 (duizend euro), te vermeerderen met 19% BTW, alsmede te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119a BW over € 1.000,00 vanaf 1 juni 2010 tot de dag van volledige betaling,

5.2. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.3. compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

5.4. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.M. van Kalmthout en in het openbaar uitgesproken op 9 maart 2011.?


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature