< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Bij besluit van 5 oktober 2009 heeft de raad het bestemmingsplan "Medisch Spectrum Twente 2009" vastgesteld.

Uitspraak



200908554/1/R3.

Datum uitspraak: 2 maart 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

1. [appellant sub 1], wonend te Enschede,

2. [appellanten sub 2], wonend te Enschede,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Deltaborgh Investments B.V., gevestigd te Enschede,

4. [appellant sub 4], wonend te Enschede,

en

de raad van de gemeente Enschede,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 5 oktober 2009 heeft de raad het bestemmingsplan "Medisch Spectrum Twente 2009" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben [appellant sub 1] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 9 november 2009, [appellanten sub 2] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 9 november 2009, Deltaborgh bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 25 november 2009, en [appellant sub 4] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 25 november 2009, beroep ingesteld. [appellant sub 1] heeft zijn beroep aangevuld bij brief van 4 december 2009. [appellanten sub 2] hebben hun beroep aangevuld bij brief van 2 december 2009. Deltaborgh heeft zijn beroep aangevuld bij brief van 23 december 2009. [appellant sub 4] heeft zijn beroep aangevuld bij brief van 23 december 2009.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

Het Medisch Spectrum Twente, de raad en Deltaborgh hebben nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 13 januari 2011, waar Deltaborgh, vertegenwoordigd door [directeur] en J.A. Sanderink, bijgestaan door mr. J.H. Meijer, advocaat te Arnhem, [appellant sub 4], in persoon, bijgestaan door mr. H.U. van der Zee, werkzaam bij DAS-rechtsbijstand, en de raad, vertegenwoordigd door E.G.T. van 't Erve, J. Breteler en B. Olthof, allen werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen. Voorts is als derde-belanghebbende gehoord het Medisch Spectrum Twente, vertegenwoordigd door [stafmanager] (bij het Medisch Spectrum Twente), bijgestaan door mr. L.P.W. Mensink en mr. N. Cherif, beiden advocaat te Amsterdam.

2. Overwegingen

2.1. Ter zitting heeft Deltaborgh de beroepsgrond ter zake van de eigendom van de grond waarop de nieuwe in- en uitgang van de garage onder het Van Heekplein is voorzien, ingetrokken.

2.2. Het plan voorziet in de samenvoeging van twee ziekenhuizen tot één, op het terrein aan de Haaksbergerstraat 55 in Enschede, het "Medisch Spectrum Twente" (hierna: MST), alsook in actualisering van de planologische regeling voor de bestaande functies en bebouwing in het gebied dat wordt begrensd door de Koningstraat, Beltstraat, Borneostraat, Wooldriksweg, Getfertweg en Haaksbergerstraat.

2.3. [appellant sub 1], [appellanten sub 2], die respectievelijk wonen aan de [locatie 1, 2 en 3], betogen dat het plan hun woon- en leefklimaat ernstig zal aantasten.

Zij voeren daartoe aan dat de hoogte van het ziekenhuis zal toenemen van van 12 naar 35 meter, dat de bebouwing op 20 tot 25 meter van hun woningen vrijwel direct na de rooilijn 30 meter hoog is en dat de spreekkamers van de specialisten schuin tegenover de voorkant van hun woningen komen. Een en ander zal volgens hen leiden tot insluiting door hoogbouw, tot nadelige beïnvloeding van uitzicht en lichtinval en tot aantasting van hun privacy en woongenot. Betrokkenen wijzen voorts op de gevolgen van het plan voor de verkeers- en parkeersituatie in de omliggende straten en de bereikbaarheid van hun woningen. De situering van de EHBO- en goedereningang tegenover hun woningen zal volgens hen een aanzienlijke toename van het verkeer ter plaatse in de avond en nacht tot gevolg hebben. Zij pleiten in verband met het voorgaande voor een andere vormgeving van het gebouw, met name wat betreft de toegestane hoogte daarvan, en voor een andere locatie van de spoedeisende hulp. Zij zijn bovendien bevreesd dat tijdens de sloop- en bouwperiode, die circa 5 jaar gaat duren, ernstige geluid- en verkeershinder zal optreden. [appellant sub 1] heeft ten slotte nog aangevoerd dat de hoogbouw ter plaatse tot vermindering van de waarde en verkoopbaarheid van zijn woning zal leiden.

2.4. Ook [appellant sub 4], die woont aan de [locatie 4], vreest voor aantasting van zijn woon- en leefklimaat. Hij wijst op de te verwachten geluidoverlast van het verkeer van en naar het ziekenhuis, waaronder ambulances en van het overvliegen en landen van reddingshelikopters, verslechtering van de parkeersituatie ter plaatse en aanzienlijke vermindering van zon- en daglichttoetreding in zijn woning door de hoogbouw. Dit laatste is volgens hem onvoldoende onderzocht. Bovendien is niet duidelijk welke concrete maatregelen zullen worden genomen om de parkeerdruk voldoende te reguleren, aldus [appellant sub 4].

2.5. Deltaborgh, die kantoor houdt aan de Boulevard 1945, nrs. 20 - 34, betoogt dat een goede verkeersafwikkeling onvoldoende is gegarandeerd en dat op dit punt onvoldoende onderzoek aan het plan ten grondslag is gelegd. Zij voert aan dat afspraken over de regulering van het verkeer in de Beltstraat ter verbetering van de bereikbaarheid van haar kantoren en parkeerterrein niet zijn nagekomen, dat de verkeersproblemen door de vestiging van het MST zullen verergeren en dat ten onrechte het verkeerscirculatieplan dat voor het binnensingelgebied zou worden opgesteld nog steeds niet is vastgesteld. Volgens haar kunnen de uitgangspunten die ten grondslag liggen aan het akoestisch rapport en aan de notitie over de luchtkwaliteit bij gebrek aan een verkeerscirculatieplan niet juist zijn. Ook de in de plantoelichting en andere ter inzage gelegde stukken opgenomen gegevens ter zake van de parkeersituatie zijn niet op objectief onderzoek gebaseerd. Het bestreden besluit is daarmee volgens haar genomen in strijd met een goede ruimtelijke ordening en het zorgvuldigheidsbeginsel. Volgens haar zijn bovendien bepaalde gronden, waaronder het gebouw en parkeerterrein van Deltaborgh, ten onrechte niet in het plan opgenomen, terwijl die gronden kennelijk wel noodzakelijk worden geacht in het kader van de inrichting van de openbare ruimte en deze in bepaalde gemeentelijke stukken als zodanig zijn aangemerkt.

2.6. Het MST is een algemeen ziekenhuis in Enschede met als verzorgingsgebied de stad Enschede en het gebied daaromheen. De topklinische functies van het ziekenhuis, zoals hartchirurgie, neurochirurgie, traumatologie, hebben een groter verzorgingsgebied. Het MST is eind jaren tachtig ontstaan uit de fusie van drie ziekenhuizen, waarvan twee in Enschede, respectievelijk aan de Haaksbergerstraat en op het Ariënsplein. De Enschedese locaties zijn onderling verbonden met een brug van ongeveer 800 meter lang.

Volgens de toelichting op het plan wordt met de nieuwe huisvesting beoogd zogenoemde klinische centra of themagebieden te realiseren, waarin verschillende medische specialismen worden samengebracht rond bepaalde patiëntengroepen, met daarin een speciale plaats voor de topklinische functies, de zogeheten horizontale programmering van de ziekenhuisfuncties. Deze kenmerkt zich onder meer door een nauwe functionele samenhang tussen de afdelingen met operatie-afdelingen en zorgintensieve verpleegafdelingen. Hiertoe is een concentratie van de huisvesting van de patiëntgebonden functies noodzakelijk die met de huidige huisvesting niet mogelijk is. De bestaande situatie, waarin het verkeer van patiënten, medewerkers en goederentransport via de brug verloopt, is uit een oogpunt van patiëntenzorg en doelmatige bedrijfsvoering onwenselijk. De oudere gebouwen voldoen voorts niet aan de eisen die in de toekomst aan de technische infrastructuur zullen worden gesteld.

Om aan deze problemen tegemoet te komen is gekozen voor het realiseren van een nieuwbouwgedeelte op een deel van het huidige parkeerterrein aan de locatie Haaksbergerstraat en aangrenzende gronden. De bestaande gebouwen aan de Haaksbergerstraat zullen grotendeels gehandhaafd blijven waarvan een deel de huidige functie zal behouden, waaronder het Vrouw-Kindcentrum en radiotherapie, en waarin voor het overige de ondersteunende functies als laboratoria, een apotheek, facilitaire functies en kantoren zullen worden gevestigd. Voor deze oplossing is gekozen omdat het afstoten van de gebouwen aan de Haaksbergerstraat en volledige nieuwbouw elders in de stad financieel niet haalbaar is en omdat het MST aldus als service-instelling in de binnenstad een onderdeel kan uitmaken van het voorzieningenaanbod van de stad. Daarbij is gepoogd aan te sluiten bij de binnenstad van Enschede die geherstructureerd en gerenoveerd is, aldus de plantoelichting.

2.7. De raad staat op het standpunt dat de beoogde nieuwbouw van het MST voor de omwonenden weliswaar nadelige effecten tot gevolg kan hebben, maar dat de nieuwbouw, in relatie tot de mogelijkheden op basis van het geldende bestemmingsplan, past in de stedelijke omgeving en dat de geplande ruimtelijke ontwikkeling niet leidt tot een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat ter plaatse.

2.8. Blijkens de stukken zijn tegenover de woningen van [appellant sub 1], [appellanten sub 2] aan de [locatie 1, 2 en 3] thans een aantal eengezinswoningen en daarachter het Vrouw-Kindcentrum gelegen.

Op grond van het voorheen geldende bestemmingsplan was op de gronden achter de eengezinswoningen bebouwing toegestaan met een hoogte van 35 meter en op de hoek Beltstraat-Borneostraat met een hoogte van 12 meter.

De in het plan voorziene nieuwbouw bij de inrit aan de Borneostraat is 35 meter hoog. In de ruimten op de begane grond tegenover de woningen [locatie 1 en 2] zijn de behandelkamers en onderzoekkamers van hulpverleners gepland, op de eerste en tweede verdieping de spreek- en onderzoekkamers van artsen en andere hulpverleners en op de derde en hogere verdiepingen de patiëntenkamers.

2.9. Vast staat dat de nieuwbouw vermindering van de privacy, het uitzicht en de lichtinval voor [appellant sub 1], [appellanten sub 2] met zich zal brengen.

Om inkijk vanuit en in de behandel-, onderzoek- en spreekkamers op de lagere verdiepingen te voorkomen zullen deze worden voorzien van vitrage of lamellen. Inkijk in de woningen vanaf de derde etage en hoger zal zich vanwege het hoogteverschil nauwelijks voordoen. De Afdeling is derhalve met de raad van oordeel dat voor ernstige aantasting van de privacy van omwonenden niet behoeft te worden gevreesd.

Blijkens de stukken zal de bebouwing op de hoek Beltstraat-Borneostraat tegenover de woning van [appellant sub 1] inspringen, zodanig dat de bouwhoogte op de rooilijn ongeveer 20 meter en eerst enkele meters daarachter 35 meter bedraagt. De afstand van de woning van [appellant sub 1] tot het hoogste gedeelte van de nieuwbouw bedraagt ruim 22 meter. De afstand van de woningen van [appellanten sub 2] tot het hoogste deel van de nieuwbouw is ongeveer 15 meter. Tegenover de woningen aan de [locatie 2] en 48 zal het gebouw volgens het plan evenwel in een scherpe punt worden gebouwd, zodat het gebouw daar niet over de volle breedte hoog is maar met een schuine wand in de diepte wegloopt.

Vast is komen te staan dat een bouwhoogte van 35 meter op de hoek van de Borneostraat noodzakelijk is door de in 2.6 beschreven geplande horizontale programmering van de ziekenhuisfuncties. Ter zitting is namens MST meer specifiek verklaard dat de bouwhoogte hier noodzakelijk is om ter plaatse, onder meer op de Intensive Care-afdeling, het minimaal vereiste aantal bedden te kunnen huisvesten.

Gelet op het voorgaande heeft de raad zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de nadelige gevolgen van het plan voor zonlicht, privacy en uitzicht van [appellant sub 1], [appellanten sub 2] niet van een zodanige omvang zijn, dat hij daaraan doorslaggevende betekenis zou hebben moeten toekennen boven de belangen die met de voorgenomen bebouwing zijn gemoeid. Hun betoog slaagt op dit punt dan ook niet.

2.9.1. Met betrekking tot het beroep van [appellant sub 4] over de hoogbouw tegenover zijn woning aan de [locatie 4] overweegt de Afdeling allereerst, dat ingevolge het bestemmingsplan "Medisch Spectrum Twente 2005" ter plaatse eveneens bouwhoogten van 20 meter tot op de rooilijn aan de Beltstraat en 35 meter in de daarachter gelegen bebouwingszone waren toegestaan. Mitsdien stond ook het voormalige planologische regime in de weg aan ongehinderde zonlichttoetreding of vrij uitzicht. Dat de op dit moment aanwezige bebouwing slechts 12 meter hoog is, doet daaraan niet af, nu ter zake niet moet worden vergeleken met de feitelijk bestaande situatie maar met hetgeen mogelijk was onder het voorheen geldende planologische regime.

In het voorliggende plan is op de locatie Boulevard 1945-Beltstraat gekozen voor een getrapte volumeopbouw van de nieuwbouw, waarbij de maximale bouwhoogte van 35 meter eerst aanvangt op ongeveer 10 meter vanaf de rooilijn. De afstand van de woning van [appellant sub 4] tot de bouwgrens van waaraf tot 35 meter hoog mag worden gebouwd, is ongeveer 25 meter.

In opdracht van de raad is een studie verricht, waarin de schaduwwerking op verschillende locaties rond de geplande nieuwbouw is beoordeeld. Volgens het daarop gebaseerde rapport van 20 mei 2009 zal de verhoging van de maximale bouwhoogte aan de noordoostkant van het ziekenhuis leiden tot grotere schaduwwerking op de omgeving dan de onder het vorige regime toegestane bebouwing. De raad heeft erkend dat de bezonning van de woning van [appellant sub 4] met name in de winter in aanzienlijke mate zal afnemen, in die zin dat enkele maanden in het jaar sprake zal zijn van geen of onvoldoende zonlicht ter plaatse. Het in beroep aangevoerde geeft evenwel geen grond voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat dat verlies niet zo ernstig is dat de nieuwbouw hiervoor zou moeten wijken. De raad heeft daarbij in aanmerking mogen nemen dat het verlies van bezonning ten opzichte van de onder het vorige planologische regime toegestane bebouwing beperkt is en dat in een stedelijke omgeving andere eisen mogen worden gesteld aan lichtinval en bezonning dan in een minder bebouwde omgeving. Dat de raad niet bij de TNO-normen voor bezonning heeft aangesloten, levert evenmin grond op voor het oordeel dat het plan geen stand kan houden. Het in acht nemen van deze normen wordt niet in enige wettelijke regeling voorgeschreven en zij worden evenmin door de raad of verweerder als beleidsregels gehanteerd.

Het betoog van [appellant sub 4] ter zake faalt derhalve.

2.10. Met betrekking tot de door [appellant sub 1], [appellant sub 2 A], [appellant sub 2 B], [appellant sub 4] en Deltaborgh gestelde verkeers- en parkeeroverlast wordt het volgende overwogen.

Blijkens de plantoelichting is het huidige ziekenhuis thans voor personeel en bezoekers toegankelijk vanaf de Haaksbergerstraat naar het MST-terrein, vanaf de Beltstraat/Kuipersdijk naar de polikliniek en vanaf de Wooldriksweg naar de spoedeisende hulp, het traumacentrum, het Thoraxcentrum en het Vrouw-Kindcentrum. Vanuit het oosten en noordoosten bestaan geen specifieke routes naar het ziekenhuis. Het huidige ziekenhuis beschikt over 1055 parkeerplaatsen, waarvan 870 in een nieuwe garage aan de Getfertweg, en 470 en 1650 plaatsen op 300 tot 500 meter van de hoofdentree, respectievelijk in de openbare parkeergarage de Zuidmolen en de garage onder het Van Heekplein (hierna: Van Heekgarage).

2.11. De raad staat op het standpunt dat van het plan geen significante gevolgen voor de belasting van de verkeersinfrastructuur behoeven te worden verwacht, met name omdat het plan strekt tot concentratie van ziekenhuisvoorzieningen met aanverwante zorggerelateerde functies op één locatie. Wat betreft het knelpunt bij de bestaande hoofdingang van het ziekenhuis aan de Haaksbergerstraat zal het plan leiden tot verbetering van de verkeerssituatie. De parkeersituatie is voorts zodanig dat zowel op het eigen terrein van het MST als in de directe omgeving daarvan voldoende parkeercapaciteit aanwezig zal zijn, aldus de raad.

2.12. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting blijkt dat de verkeerskundige inpassing van de ontwikkeling van het MST is onderzocht in het kader van gemeentelijke ruimtelijke visies, waaronder de Mobiliteitsvisie en de Binnenstadsvisie als onderdeel van de herijking van de Ruimtelijke Ontwikkelingsvisie van 22 juni 2009. In genoemde stukken zijn uitgangspunten en maatregelen beschreven ten behoeve van de verkeerssituatie aan de zuidkant van het centrum. De beoogde nieuwbouw van het MST en de gevolgen daarvan voor de verkeerssituatie in de omgeving zijn daarbij betrokken. De raad heeft bij brief van 29 december 2010 nader cijfermatige gegevens verstrekt over de diverse verkeersstromen in het gebied rond het ziekenhuis.

2.13. Met betrekking tot het bezwaar van Deltaborgh dat ten onrechte geen verkeerscirculatieplan voor het binnensingelgebied aan het plan ten grondslag is gelegd is ter zitting gebleken dat de raad heeft verzocht de gevolgen van alle ruimtelijke ontwikkelingen in het binnensingelgebied voor het omliggende wegennet inzichtelijk te maken als een strategisch beleidskader op het gebied van mobiliteit, verkeer en vervoer voor de middellange termijn. Niet gebleken is dat het opstellen ervan een voorwaarde vormde voor de besluitvorming inzake het voorliggende plan. Het betoog van Deltaborgh betreffende het ontbreken van een circulatieplan slaagt dan ook niet.

2.14. Niet in geschil is dat het plan hoofdzakelijk voorziet in de verplaatsing van bestaande ziekenhuisactiviteiten van de locatie aan het Ariënsplein naar de Haaksbergerstraat. Gelet daarop heeft de raad zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat door het plan in beginsel noch het bezoekersaantal noch het aantal personeelsleden zal toenemen en derhalve voor een verkeersaantrekkende werking van betekenis niet behoeft te worden gevreesd.

Het standpunt van de raad dat het plan voornamelijk zal leiden tot wijziging van de verschillende verkeersstromen van en naar het MST en dat die verkeersstromen via het bestaande wegennet kunnen worden verwerkt zonder dat hierdoor knelpunten zullen optreden, komt de Afdeling voorts evenmin onredelijk voor. Daartoe is onder meer van belang dat het plan, onder meer door spreiding van de parkeervoorzieningen voor de bezoekers en werknemers van het ziekenhuis, voorziet in spreiding van de aanrijroutes.

De westelijke ontsluiting van het terrein aan de Haaksbergerstraat, dat voorheen een knelpunt vormde, zal als hoofdingang worden opgeheven en nog slechts door personeel van het MST worden gebruikt. Ook de parkeerplaatsen op het terrein zullen hoofdzakelijk nog door personeelsleden worden gebruikt. Voor bezoekers van het ziekenhuis zal een zuidelijke ingang van de Van Heekgarage aan de Kuipersdijk worden gerealiseerd. Bezoekers kunnen via een ondergrondse rolband vanuit de garage in de centrale hal van het ziekenhuis uitkomen.

Een en ander zal volgens de raad leiden tot verandering van de aanrijroutes naar het ziekenhuis en positieve gevolgen hebben voor de mobiliteit in het centrum, zowel voor ziekenhuisbezoekers als voor andere bezoekers van de binnenstad. Zo zal het plan volgens hem leiden tot een verminderde verkeersdruk op de Haaksbergerstraat, aangezien verwacht wordt dat de bezoekers van het ziekenhuis niet langer die straat als aanrijroute zullen gebruiken, maar middels het gemeentelijk parkeerverwijssysteem via de invalswegen naar de zuidelijke ingang van de Van Heekgarage zullen worden geleid. Ook andere bezoekers van de binnenstad zullen naar verwachting de zuidelijke ingang van de Van Heekgarage gaan gebruiken als alternatief voor de westelijke ingang. Voorts zal ook het aantal verkeersbewegingen in de Borneostraat naar verwachting afnemen ten opzichte van de huidige situatie, met name omdat de parkeerplaatsen van het MST langs de Koningstraat en het parkeerterrein achter de Beltstraat, waarvan tot voor kort ook personeel en klanten van winkels en kantoren en winkels aan de Beltstraat gebruik maakten, in het plan zullen komen te vervallen. Hiermee zal ook het intensieve verkeer naar de oostelijke ingang van het MST-terrein via de Beltstraat en de Edo Bergsmalaan naar deze parkeerplaatsen vervallen.

De toegang tot de spoedeisende hulp en de centrale huisartsenpost op de hoek van de Beltstraat en de Borneostraat zal in de toekomstige situatie hoofdzakelijk worden gebruikt door ambulanceverkeer, dienstdoende artsen en medewerkers die voor spoedgevallen zijn opgeroepen. Het toeleveringsverkeer zal met name gebruik maken van de goedereningang aan de Koningstraat en de ingang aan de Wooldriksweg en maar in beperkte mate van de ingang aan de Borneostraat.

De Afdeling acht de hiervoor weergegeven aannames en uitgangspunten, die door appellanten niet onderbouwd zijn weersproken, niet onredelijk. Gelet hierop hebben appellanten niet aannemelijk gemaakt dat de overlast van het verkeer door het plan dusdanig zal toenemen dat hieraan doorslaggevend gewicht had moeten worden toegekend. Hetzelfde geldt voor de bereikbaarheid van hun panden. Daarbij heeft de raad met recht betekenis kunnen toekennen aan het feit dat het pand van Deltaborgh ook in de huidige situatie in een zogenoemd verblijfsgebied ligt, hetgeen consequenties heeft voor de bereikbaarheid. De woningen van [appellant sub 1], [appellanten sub 2] blijven zowel van de noord- als de zuidkant op dezelfde wijze bereikbaar als voorheen.

Met betrekking tot het betoog van Deltaborgh ter zitting dat de raad ten onrechte het mogelijke extra verkeer ten gevolge van hergebruik van de locatie aan het Ariënsplein niet bij het plan heeft betrokken, heeft de raad verklaard dat de plannen voor die locatie nog onvoldoende concreet zijn om reeds in dit plan mee te kunnen nemen. Appellanten hebben dit niet onderbouwd weersproken. De raad heeft zich dan ook op het standpunt kunnen stellen dat de gevolgen van het hergebruik van de locatie aan het Ariënsplein in een nieuw plan zullen worden beoordeeld en afgewogen. Het betoog van [appellant sub 1], [appellant sub 2 A], [appellant sub 2 B], [appellant sub 4] en Deltaborgh ter zake van de van het plan te vrezen verkeersoverlast slaagt niet.

2.15. Met betrekking tot de parkeersituatie ter plaatse overweegt de Afdeling als volgt. Volgens de plantoelichting zullen na de ingebruikname van het MST zowel de polikliniekbezoekers als de zogenoemde bedbezoekers gaan parkeren in de Van Heekgarage. Per (werk)dag zullen gemiddeld ongeveer 2200 auto’s van MST-bezoekers in de Van Heekgarage worden geparkeerd. Hierbij moet worden uitgegaan van een maximale bezetting tussen 11.00u en 13.00u van ongeveer 630 geparkeerde auto’s, met incidentele pieken van 800 auto’s met name op drukke dagen met slecht weer. Volgens de raad kan deze parkeerbehoefte en ook een eventuele groei in de komende jaren van het aantal bezoekers van het MST ruimschoots worden opgevangen in de Van Heekgarage, die beschikt over 1650 parkeerplaatsen.

In de bestaande garage van het MST zal uitsluitend worden geparkeerd door het ziekenhuispersoneel en andere zakelijke gebruikers, met uitzondering van zaterdagen en donderdagavonden wanneer de Van Heekgarage tevens wordt gebruikt voor bezoekers van de binnenstad. Bij volledige bezetting van de Van Heekgarage wordt alsdan voor bezoekers van het ziekenhuis capaciteit in de MST-garage ter beschikking gesteld. De MST-parkeergarage beschikt over 900 parkeerplaatsen. Hiervan zijn ongeveer 50 in gebruik bij de bewoners van een naburig appartementencomplex. Gevoegd bij een aantal bovengrondse parkeerplaatsen, komt het aantal volgens de raad op 1100. Het aantal parkeerbewegingen van het MST-personeel en andere zakelijke gebruikers bedraagt ongeveer 700 op een werkdag, verspreid over 24 uur, en ongeveer een derde van dat aantal in de weekenden. De piekbezetting van de eigen parkeervoorzieningen bedraagt op dit moment ongeveer 460 plaatsen tijdens de kantooruren op werkdagen. Voor een groei van betekenis van deze aantallen behoeft volgens de raad niet te worden gevreesd, onder meer gezien het actieve mobiliteitsbeleid van het ziekenhuis om het gebruik van de auto door werknemers terug te dringen.

In een aantal bestaande gebouwen op het MST-terrein zullen bedrijven en instellingen op het gebied van kennis, technologie en zorg gehuisvest worden, met een maximaal aantal van 500 arbeids- en opleidingsplaatsen. Naar verwachting zullen 475 parkeerplaatsen nodig zijn voor medewerkers en bezoekers daarvan, met een piekbezetting van 360 auto’s tijdens kantooruren. Gezien de verbinding tussen de Van Heekgarage en de hal van het ziekenhuis en het feit dat een nieuwe voetgangers-in- en uitgang op het plein nabij de hoofdingang van het ziekenhuis zal worden gerealiseerd, zullen ook bezoekers van de zorggerelateerde bedrijven en instellingen op het MST-terrein gebruik kunnen maken van de Van Heekgarage.

Gelet op deze gegevens, die [appellant sub 1], [appellant sub 2 A], [appellant sub 2 B], [appellant sub 4] en Deltaborgh niet onderbouwd hebben bestreden, is de Afdeling van oordeel dat zij niet aannemelijk hebben gemaakt dat de raad aan hun vrees voor parkeeroverlast doorslaggevend gewicht had moeten toekennen. Hun betoog op dit punt kan dan ook niet slagen.

2.16. Ter zake van het betoog van [appellant sub 4] over geluidoverlast van ambulances en van overvliegende traumahelikopters wordt overwogen dat het helikopterplatform blijkens de bouwvergunning op de bestaande locatie gevestigd zal blijven. Het plan sluit dit niet uit. Volgens de raad zullen ook in het gebruik van het platform geen wijzigingen optreden. De helikopters worden uitsluitend gebruikt voor ernstige ongevallen en rampen in het kader van spoedeisende medische hulpverlening. Het gebruik van de helikopters wordt beheerst door de regels van het Besluit hefschroefvliegtuigen bij ziekenhuizen milieubeheer van 2002, dat onder meer registratie van het gebruik, doel en het aantal vluchten voorschrijft. Met betrekking tot overlast van ambulances moet voorop worden gesteld dat de spoedeisende eerste hulp dient te grenzen aan de afdeling radiologie, de operatiekamers en de intensive care. In het plan zijn twee toegangswegen voor de ambulances voorzien, te weten de bestaande route via de Wooldriksweg en via de hoek van de Borneostraat. Ook de laatste route is blijkens de stukken een bestaande verkeersroute die ook onder het voormalige planologische regime mocht worden gebruikt door ambulances.

Mede in acht nemende dat de situatie wat betreft de locatie van de traumahelikopters en de ambulance niet, dan wel niet wezenlijk afwijkt van die onder het vorige bestemmingsplan, acht de Afdeling niet aannemelijk gemaakt dat het plan voor [appellant sub 4] op genoemde punten tot zulke nadelige gevolgen zal leiden, dat de raad daaraan doorslaggevende betekenis zou hebben moeten toekennen boven de belangen die met het plan zijn gemoeid. Zijn betoog slaagt op dit punt dan ook niet.

2.17. Met betrekking tot het betoog van Deltaborgh dat bepaalde gronden, waaronder haar perceel, ten onrechte niet in het plan zijn opgenomen, overweegt de Afdeling dat, gelet op de systematiek van de Wet ruimtelijke ordening, de raad in beginsel een grote mate van beleidsvrijheid toekomt bij het bepalen van de begrenzingen van een bestemmingsplan. Deze vrijheid strekt echter niet zo ver dat de raad een begrenzing kan vaststellen die in strijd is met een goede ruimtelijke ordening of anderszins in strijd met het recht. In hetgeen Deltaborgh heeft aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de vastgestelde planbegrenzing strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. Met betrekking tot de door Deltaborgh genoemde situatieschetsen waarop haar perceel voorkomt, heeft de raad ter zitting verklaard dat bij de gemeente weliswaar voornemens bestaan om het gebied, waarin het perceel van Deltaborgh ligt, tot verkeersluw gebied te maken, maar dat daartoe niet zal worden overgegaan alvorens instemming met Deltaborgh is bereikt over de parkeerplaatsen op haar gronden. Dit betoog faalt dan ook.

2.18. Wat de eventueel nadelige invloed van het plan op de waarde van de woning van [appellant sub 1] betreft, bestaat geen grond voor de verwachting dat die waardevermindering zodanig zal zijn dat de raad bij de afweging van de belangen hieraan een groter gewicht had moeten toekennen dan aan de belangen die met de realisering van het plan aan de orde zijn.

2.19. De vrees van [appellant sub 1], [appellanten sub 2] voor geluid- en verkeershinder tijdens de sloop- en bouwperiode heeft geen betrekking op het plan zelf maar op de uitvoering daarvan. Uitvoeringsaspecten kunnen in deze procedure niet aan de orde komen. Deze beroepsgrond kan derhalve buiten beschouwing blijven.

2.20. Gelet op het vorenoverwogene ziet de Afdeling in hetgeen [appellant sub 1], [appellanten sub 2], Deltaborgh en [appellant sub 4] hebben aangevoerd geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening.

In het aangevoerde wordt evenmin aanleiding gevonden voor het oordeel dat het bestreden besluit anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht. De beroepen zijn ongegrond.

2.21. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart de beroepen ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. TH.C. van Sloten, voorzitter, en mr. B.P. Vermeulen en mr. J.C. Kranenburg, leden, in tegenwoordigheid van mr. N.T. Zijlstra, ambtenaar van staat.

w.g. Van Sloten w.g. Zijlstra

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 2 maart 2011

240.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature