< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:

Inhoudsindicatie:

Verdachte wordt ter zake van gekwalificeerde diefstal veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier maanden, waarvan één voorwaardelijk. Toewijzing bp.

Uitspraak



Parketnummer: 24-000783-10

Parketnummer eerste aanleg: 19-620062-09

Arrest van 25 januari 2011 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Assen van 17 maart 2010 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1988] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman mr. R.P. van der Graaf, advocaat te Utrecht.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Assen heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf, een maatregel opgelegd en op de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij beslist, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep d.d. 11 januari 2011, alsmede het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg d.d. 4 december 2009 en 17 maart 2010.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte ter zake van het primair ten laste gelegde zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van vier maanden, met aftrek van de tijd in verzekering doorgebracht, en de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij ad € 2500,00 hoofdelijk zal toewijzen met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

hij op of omstreeks 14 januari 2009 te [plaats], gemeente [gemeente], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit [benadeelde] heeft weggenomen een geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde] en/of [benadeelde], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, terzake dat

hij op of omstreeks 14 januari 2009 te [plaats], gemeente [gemeente], ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit [benadeelde] weg te nemen geld en/of goederen, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde] en/of [benadeelde], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot [benadeelde] te verschaffen en/of die/dat weg te nemen geld en/of goederen onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen

- de (gesloten) buitendeur toebehorende aan voornoemd restaurant te forceren, althans te openen, en/of

- de deur van de werkplek toebehorende aan voornoemd restaurant te forceren, en/of

- het rolluik van de kiosk toebehorende aan voornoemd restaurant te forceren, en/of

- de toegangsdeur naar de amusementshal toebehorende aan voornoemd restaurant te forceren, en/of

- het alarmsysteem toebehorende aan voornoemd restaurant te saboteren en/of onklaar te maken, en/of

- speelautomaten en/of gokkasten toebehorende aan voornoemd restaurant te forceren en/of open te breken, en/of

- de inhoud van een fooienpot toebehorende aan voornoemd restaurant weg te nemen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Bewijsoverweging

De advocaat-generaal heeft gerequireerd tot bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde.

De raadsman heeft integrale vrijspraak bepleit nu het wettig en overtuigend bewijs ontbreekt.

Bij de beoordeling van de bewijsvraag gaat het hof uit van de volgende, aan wettige bewijsmiddelen te ontlenen feiten en omstandigheden:

Op woensdag, 14 januari 2009, vond rond 04.30 uur een inbraak plaats in het restaurant [benadeelde] te [plaats]. Aangever [benadeelde] was vanwege een door hem ontvangen zgn. sabotagemelding omstreeks 04.37 uur ter plaatse. Hij zag toen nabij het restaurant een auto rijden, te weten een donkerblauwe Opel Corsa voorzien van het kenteken [kenteken]. Een door [benadeelde] gemaakt handgebaar om de auto te stoppen had niet het gewenste gevolg. [benadeelde] zag de auto met hoge snelheid wegrijden.

Omstreeks 05.30 uur zagen verbalisanten een blauwe Opel Corsa met voornoemd kenteken rijden over de A28 te Zwolle, komende uit de richting Meppel en gaande in de richting Amersfoort. Deze auto werd omstreeks 06.00 uur op de A28 te Putten tot stoppen gebracht, waarna de inzittenden werden aangehouden. De auto werd bestuurd door de medeverdachte en kentekenhouder [medeverdachte 1]. Verdachte was bijrijder. Medeverdachte [medeverdachte 2] zat als passagier op de achterbank.

Nadat de drie verdachten waren ingesloten zijn kleurenfoto's van hen gemaakt in de kleding waarin zij zijn aangehouden (behoudens schoeisel). Deze foto's maken deel uit van het dossier.

Het restaurant [benadeelde] was voorzien van meerdere beveiligingscamera's. Deze camera's hebben beelden gemaakt van de inbrekers. Een dvd waarop beelden van deze camera's zijn vastgelegd, maakt deel uit van het dossier. Op deze beelden zijn drie inbrekers te zien waarvan kenmerken qua postuur, lichaamsbouw en kleding kunnen worden vastgesteld.

Bij de inbraak is muntgeld (± € 23) uit een fooienpot buitgemaakt. Dit muntgeld, afkomstig uit de botenvijver, was geoxideerd, voorzien van een zwarte aanslag.

In de ophoudcel van medeverdachte [medeverdachte 1] zijn onder zijn matras geldmunten (ten bedrage van ± € 26) aangetroffen die smerig en dof uitgeslagen waren.

De verdachten hebben verklaard dat zij gedrieën in de Opel Corsa waarin zij werden aangetroffen vanuit [woonplaats] naar Groningen zijn gereden, dat zij daar omstreeks middernacht zijn aangekomen, dat zij vervolgens tot omstreeks 04.30 uur gedrieën op straat hebben gechild, waarna zij gedrieën in de Corsa over de A28 huiswaarts zijn gekeerd.

Het volgende wordt overwogen.

Het hof heeft de hiervoor vermelde beelden ter terechtzitting en in raadkamer nauwkeurig bekeken. Evenzeer nauwkeurig heeft het hof de foto's van de verdachten na hun aanhouding en de gedrieën ter terechtzitting van het hof verschenen verdachten bekeken. Vastgesteld wordt dat de beelden geen gezichtsherkenning kunnen opleveren - daarvoor schiet de kwaliteit van de beelden tekort terwijl bovendien de inbrekers, zich kennelijk bewust van de aanwezigheid van de camera's, hun gezichten afschermen met capuchon of hand. Dit staat er evenwel niet aan in de weg dat er meerdere overeenkomsten kunnen worden vastgesteld tussen de signalementen van de inbrekers en die van de verdachten. Een aantal van deze overeenkomsten zijn door het hof ter terechtzitting expliciet aan de orde gesteld en voorgehouden aan de verdachten. Waar specifieke overeenkomsten kunnen worden vastgesteld, zouden ook specifieke verschillen - indien aanwezig - moeten kunnen vastgesteld. Dergelijke verschillen heeft het hof niet kunnen waarnemen en de verdachten c.q. hun raadslieden hebben deze, ofschoon daartoe nadrukkelijk uitgenodigd, ook niet kunnen aanwijzen.

De kwaliteit en hoeveelheid van overeenstemmende typica in de signalementen, gevoegd bij ten eerste: het ten tijde van de inbraak nabij de plaats delict waarnemen van een qua merk, type, kleur en kenteken identieke auto als die waarin de verdachten - op een tijd en plaats, verenigbaar met hun aanwezigheid op de plaats delict ten tijde van de inbraak - zijn aangehouden, en ten tweede: de vondst van kennelijke buit bij één van de verdachten, brengen het hof tot de overtuiging dat het deze verdachten zijn geweest die zich schuldig hebben gemaakt aan de ten laste gelegde inbraak.

De verdediging heeft erop gewezen dat ontlastend technisch bewijs voorhanden is. In dat verband wordt aangevoerd dat "het DNA- en schoenspooronderzoek" geen match met de verdachten zou hebben opgeleverd, hetgeen daderschap van de verdachten zou uitsluiten.

Dit verweer overtuigt niet, ter zake waarvan het volgende moge dienen. Uit het proces-verbaal van de politie blijkt dat er

1) buiten, bij de ingang van het restaurant, aangetroffen sigarettenpeuken zijn veiliggesteld met het oog op eventueel DNA-onderzoek, en

2) schoensporen zijn aangetroffen op een diepvrieskist in één van de ruimten van het restaurant die kennelijk met de door de verdachten gedragen schoenen dienden te worden vergeleken.

In de eerste plaats verdient opmerking dat het dossier geen helderheid verschaft omtrent de mate van zekerheid dat het hier bruikbare dadersporen betreft.

In de tweede plaats bevat het dossier geen aanknopingspunten waaruit blijkt dat de hiervoor bedoelde (voorgenomen) vergelijkingsonderzoeken nadien ook feitelijk hebben plaatsgevonden althans tot een uitslag hebben geleid. In zoverre lijkt de conclusie dat er geen match zou zijn vastgesteld, wat de relevantie hiervan ook zou mogen zijn, wat voorbarig.

Tot slot verdient opmerking dat geen der procespartijen om uitvoering (alsnog) van het bedoeld onderzoek heeft verzocht, terwijl het hof - ambtshalve oordelend - de noodzaak daartoe niet is gebleken.

Op grond van het vorenstaande acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft gepleegd.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 14 januari 2009 te [plaats], gemeente [gemeente], tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit [benadeelde] heeft weggenomen een geldbedrag, toebehorende aan [benadeelde] en/of [benadeelde], waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld primair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een gekwalificeerd vermogensdelict. Hij heeft op 14 januari 2009 - samen met zijn twee medeverdachten - een geldbedrag gestolen uit het [benadeelde] te Zuidlaren. Een dergelijk strafbaar feit veroorzaakt niet alleen gevoelens van onrust en onveiligheid in de samenleving, maar ook hinder en, vooral, aanzienlijke schade bij de gedupeerde.

Uit het dossier komt het beeld naar voren van een verdachte die - samen met twee vrienden - bewust vanuit zijn woonplaats [woonplaats] op strooptocht is gegaan in Drenthe.

Daarbij komt dat verdachte het ten laste gelegde feit volledig ontkent. Hoewel deze opstelling hem rechtens toekomt, kan daaruit worden afgeleid dat verdachte iedere verantwoordelijkheid voor zijn gedragingen afwijst. De volharding waarmee wordt ontkend geeft aanleiding te veronderstellen dat de verdachte weinig hinder ondervindt van gewetensdruk of wroeging. De verdachte lijkt dan ook behoefte te hebben aan extra externe motivatie om zich van strafbare feiten te onthouden.

Het hof heeft voorts gelet op het de verdachte betreffend Uittreksel uit de Justitiële documentatie van 17 november 2010. Hieruit blijkt dat verdachte tweemaal eerder is veroordeeld ter zake van (soortgelijke) strafbare feiten, ondermeer ter zake van een poging tot diefstal in vereniging gepleegd op 15 december 2008 - slechts een maand voor dit feit - in Coevorden (Drenthe). Dit feit werd samen met medeverdachte [medeverdachte 2] gepleegd.

Alles afwegende is het hof van oordeel dat een gevangenisstraf de enige passende reactie is op hetgeen bewezen is verklaard. De oplegging van een gevangenisstraf van vier maanden, waarvan een maand voorwaardelijk, doet - mede gelet op verdachtes beperktere relevante justitiële documentatie dan medeverdachte [medeverdachte 2] - in voldoende mate recht aan de ernst van het feit. De deels voorwaardelijk op te leggen gevangenisstraf met een proeftijd van twee jaren dient tevens als stok achter de deur, teneinde te voorkomen dat verdachte opnieuw (soortgelijke) strafbare feiten zal begaan.

Benadeelde partij [benadeelde] (t.a.v. dhr. [benadeelde])

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, dat de benadeelde partij zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd en dat de vordering in eerste aanleg geheel is toegewezen. Derhalve duurt de voeging ter zake van de gehele vordering tot schadevergoeding in het geding in hoger beroep voort. Blijkens het voegingsformulier benadeelde partijen in het strafproces vordert de benadeelde partij vergoeding van materiële schade tot een bedrag van € 2500,-.

De benadeelde partij heeft door het bewezen verklaarde feit rechtstreekse schade geleden, welke schade aan de verdachte kan worden toegerekend. Het hof zal de met bewijsstukken gestaafde vordering toewijzen nu deze het hof niet onredelijk of ongegrond voorkomt. De vordering van € 2500,- zal derhalve worden toegewezen, met dien verstande, dat indien dit bedrag door één of meer van de mededaders geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, de verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd.

Gelet op het vorenstaande dient verdachte, als de in het ongelijk gestelde partij, te worden veroordeeld in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Schadevergoedingsmaatregel

Aan verdachte zal daarnaast de verplichting worden opgelegd tot betaling aan de Staat van het toegewezen bedrag ten behoeve van voornoemd slachtoffer, met dien verstande, dat indien dit bedrag door één of meer van de mededaders geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, de verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 63, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht , zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte primair ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld primair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot gevangenisstraf voor de duur van vier maanden;

beveelt, dat van de gevangenisstraf een gedeelte van één maand, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering wordt gebracht;

wijst toe de vordering van de benadeelde partij, [benadeelde] t.a.v. dhr. [benadeelde], wonende te [woonplaats], tot een bedrag van tweeduizend vijfhonderd euro;

met dien verstande, dat indien één of meer van de mededaders van veroordeelde dit bedrag of een gedeelte daarvan heeft betaald, de veroordeelde in zoverre is of zal zijn bevrijd;

veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt - tot aan deze uitspraak begroot op nihil - en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte tevens de verplichting op tot betaling aan de Staat van tweeduizend vijfhonderd euro ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde] t.a.v. dhr. [benadeelde], [woonplaats];

beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van vijfendertig dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt;

met dien verstande, dat indien één of meer van de mededaders van veroordeelde dit bedrag of een gedeelte daarvan heeft betaald, de veroordeelde in zoverre is of zal zijn bevrijd;

bepaalt dat indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van bovenvermeld bedrag, de verplichting om te voldoen aan de vordering van de benadeelde partij komt te vervallen, alsmede dat, indien veroordeelde aan de vordering van de benadeelde partij heeft voldaan, de verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. H. Heins, voorzitter, mr. W. Foppen en mr. W. van Houtum, in tegenwoordigheid van mr. J. Brink als griffier, zijnde mr. W. van Houtum buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde wetgeving

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature