< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

eiser heeft in het kader van de uitvoering Wet werk en bijstand een overeenkomst gesloten met WorkNet4U. Aanvraag eiser tot overname betalingsverplichtingen wegens betalingsonmacht werkgever afgewezen. Onderzoek door verweerder niet zorgvuldig, geen aanleiding rechtsgevolgen in stand te laten.

Verweerder stelt dat uit de statusoverzichten van eiser blijkt dat deze maximaal 13 dagen heeft gewerkt. Uitgaande van 260 werkbare dagen voortvloeiend uit de overeenkomst tussen eiser en WorkNet4U acht verweerder daarmee geen sprake van het verrichten van substantiële arbeid. De rechtbank is van oordeel dat voor het kennelijk door verweerder gehanteerde criterium (substantiële arbeid is meer dan de helft van het aantal werkbare dagen) ter bepaling of de door eiser verrichte werkzaamheden al dan niet substantieel van aard zijn, wat daar verder ook van zij, geen steun is te vinden in het recht. Gelet op hetgeen thans bekend is moet er voorshands vanuit worden gegaan dat eiser tijdens zijn overeenkomst met WorkNet4U voor deze gedurende dertien dagen productieve arbeid heeft verricht. De rechtbank leidt hieruit af dat in de overeenkomst tussen eiser en WorkNet4U tevens is voldaan aan het derde kenmerk van een dienstbetrekking, namelijk de verplichting tot het persoonlijk verrichten van arbeid. Er moet dan ook van worden uitgegaan dat eiser verzekerd was op grond van de WW. De rechtbank stelt vast dat de benodigde gegevens ontbreken om zelf te voorzien in de zaak. Verweerder zal een nieuwe beslissing op het bezwaar dienen te nemen met inachtneming van deze uitspraak.

Uitspraak



RECHTBANK ROTTERDAM

Sector Bestuursrecht

Meervoudige kamer

Reg.nr.: AWB 09/1327 WW - T1

Uitspraak in het geding tussen

[naam], wonende te [plaats], eiser,

gemachtigde G.H. Amstelveen, advocaat te Capelle aan den IJssel,

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (vestiging Utrecht), verweerder.

1 Ontstaan en loop van de procedure

Eiser heeft bij verweerder een aanvraag ingediend om overname van de betalingsverplichtingen vanwege betalingsonmacht van de werkgever in de zin van hoofdstuk IV van de Werkloosheidswet (WW). Bij besluit van 14 november 2008 heeft verweerder deze aanvraag afgewezen.

Tegen dit besluit heeft eiser bij brief van 22 december 2008 bezwaar gemaakt.

Bij besluit van 17 maart 2009 heeft verweerder het bezwaar ongegrond verklaard.

Tegen dit besluit (hierna: het bestreden besluit) heeft eiser bij brief van 23 april 2009 beroep ingesteld.

Bij brief van 28 oktober 2009 heeft verweerder een rapportage van de Belastingdienst overgelegd en een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 juni 2010. Eiser en zijn gemachtigde zijn verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden A.M.M. Schalkwijk en J. Kouveld, bijgestaan door A.A. de Ronde, werkzaam bij de Belastingdienst Utrecht-Gooi.

2 Overwegingen

Eiser heeft in het kader van de uitvoering van de Wet werk en bijstand (Wwb) een overeenkomst gesloten met WorkNet4U te Weesp om met ingang van 1 januari 2007 voor de duur van 12 maanden iedere gepaste functie te aanvaarden. WorkNet4U is op 16 september 2008 failliet verklaard.

Eiser heeft bij verweerder een aanvraag om overname van de betalingsverplichtingen van WorkNet4U ingediend. Bij het primaire besluit, gehandhaafd bij het bestreden besluit, heeft verweerder deze aanvraag afgewezen. Verweerders standpunt is dat eiser geen werknemer in de zin van de WW is, omdat er geen sprake is van een arbeidsovereenkomst, en hij derhalve niet als verzekerde in de zin van de WW kan worden aangemerkt.

Verweerder heeft in beroep bij brief van 6 juli 2009 de rechtbank bericht dat het onderzoek naar de verzekeringsplicht van - onder meer - eiser niet zorgvuldig is geweest en heeft de rechtbank verzocht om toestemming een onderzoek door de Belastingdienst te laten verrichten. Na afronding van dit onderzoek heeft verweerder zijn verweerschrift ingediend.

Verweerder heeft verklaard dat het onderzoek in de zaak niet zorgvuldig is geweest. De rechtbank ziet geen termen daarover anders te oordelen. Het moet er daarom voor worden gehouden dat het bestreden besluit niet zorgvuldig is voorbereid en voor vernietiging in aanmerking komt wegens strijd met artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht . De rechtbank zal beoordelen of de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand kunnen blijven.

In artikel 61 van de WW is bepaald:

“Een werknemer heeft recht op een uitkering op grond van dit hoofdstuk, indien hij van een werkgever, die in staat van faillissement is verklaard, aan wie surseance van betaling is verleend, ten aanzien van wie de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is, of die anderszins verkeert in de blijvende toestand dat hij heeft opgehouden te betalen, loon, vakantiegeld, of vakantiebijslag te vorderen heeft of indien hij geldelijk nadeel kan ondervinden doordat deze werkgever bedragen die hij in verband net de dienstbetrekking met de werknemer aan de derden verschuldigd is, niet heeft betaald.”

Ingevolge artikel 3 van de WW is werknemer de natuurlijke persoon, jonger dan 65 jaar, die in privaatrechtelijke of in publiekrechtelijke dienstbetrekking staat.

Onder privaatrechtelijke dienstbetrekking als bedoeld in artikel 3 van de WW moet worden verstaan de arbeidsovereenkomst zoals omschreven in artikel 7:610 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW): de overeenkomst waarbij de ene partij, de werknemer, zich verbindt in dienst van de andere partij, de werkgever, tegen loon gedurende zekere tijd arbeid te verrichten.

Naar uit het verweerschrift blijkt en ter zitting door verweerder is bevestigd, is tussen partijen niet meer in geding dat in de verhouding tussen eiser en WorkNet4U werd voldaan aan twee van de drie kenmerken van een dienstbetrekking, namelijk de loonbetalingsverplichting en de gezagsverhouding. Het geschil spitst zich toe op de vraag of eiser verplicht was tot het persoonlijk verrichten van arbeid.

Onder arbeid als bedoeld in artikel 3 van de WW in verbinding met artikel 7:610 van het BW moet worden verstaan: arbeid die in het economisch verkeer wordt verricht en waarmee het verkrijgen van enig geldelijk voordeel wordt beoogd of volgens de in het maatschappelijk verkeer geldende normen kan worden verkregen. Het gaat er dus om dat de werknemer productieve arbeid in economische zin ten behoeve van de werkgever verricht.

Eiser heeft bij zijn aanvraag tot overname van de betalingsverplichtingen vermeld dat hij productiewerkzaamheden heeft verricht en op de “vragenlijst WorktNet4U” van verweerder heeft hij vermeld in de periode van oktober 2007 tot en met december 2007 productiewerk te hebben verricht bij Delrose B.V.

In het verweerschrift van 28 oktober 2009 heeft verweerder - onder verwijzing naar het hierboven genoemde onderzoek door de Belastingdienst - gesteld dat de arbeid die eiser heeft verricht bij Delrose B.V. was gericht op het opdoen van ervaring, een zogeheten werkervaringsplek.

Ter zitting is van de zijde van verweerder desgevraagd toegelicht dat - anders dan bij eiser - bij enkele personen die werkzaam zijn geweest bij Delrose B.V. wel verzekeringsplicht is aangenomen, omdat uit de statusoverzichten is gebleken dat deze personen substantiële arbeid hebben verricht. Uit de statusoverzichten van eiser blijkt dat deze maximaal 13 dagen heeft gewerkt bij Delrose B.V. Uitgaande van 260 werkbare dagen voortvloeiend uit de overeenkomst tussen eiser en WorkNet4U acht verweerder daarmee geen sprake van het verrichten van substantiële arbeid. De heer De Ronde heeft ter zitting verklaard dat onder substantiële arbeid is verstaan: meer dan de helft van het aantal werkbare dagen. Desgevraagd heeft hij verklaard dat aan dit criterium geen jurisprudentie of beleid ten grondslag ligt, maar is geformuleerd in samenspraak met twee collega’s die ook aan het onderzoek hebben meegewerkt.

Verweerder heeft ter zitting nog verklaard dat de statusoverzichten de stelling dat er geen sprake is van substantiële arbeid onderbouwen, maar dat verweerder te laat de beschikking heeft gekregen over de statusoverzichten om deze tijdig in geding te brengen. Verweerder heeft de rechtbank verzocht om - indien nodig - het beroep aan te houden, zodat de statusoverzichten alsnog kunnen worden overgelegd.

De rechtbank heeft geen reden gezien voor heropening van het onderzoek, zoals door verweerder verzocht. Verweerder heeft ampel de gelegenheid gehad om stukken ter onderbouwing van het bestreden besluit aan het dossier toe te voegen, maar heeft dit nagelaten.

De rechtbank overweegt verder dat verweerder ter zitting, anders dan verwoord in het verweerschrift, het standpunt heeft ingenomen dat eiser wel productieve arbeid heeft verricht, maar dat deze niet substantieel genoeg is om een privaatrechtelijke dienstbetrekking en dus verzekeringsplicht aan te nemen. De rechtbank is van oordeel dat voor het kennelijk door verweerder gehanteerde criterium ter bepaling of de door eiser verrichte werkzaamheden al dan niet substantieel van aard zijn, wat daar verder ook van zij, geen steun is te vinden in het recht. Gelet op hetgeen thans bekend is moet er voorshands vanuit worden gegaan dat eiser tijdens zijn overeenkomst met WorkNet4U voor deze gedurende dertien dagen productieve arbeid bij Delrose B.V. heeft verricht. De rechtbank leidt hieruit af dat in de overeenkomst tussen eiser en WorkNet4U tevens is voldaan aan het derde kenmerk van een dienstbetrekking, namelijk de verplichting tot het persoonlijk verrichten van arbeid. Er moet dan ook van worden uitgegaan dat eiser verzekerd was op grond van de WW.

Uit het voorgaande volgt dat de rechtbank geen grond ziet om gebruik te maken van haar bevoegdheid om de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand te laten.

Het bestreden besluit komt - onder gegrondverklaring van het beroep - voor vernietiging in aanmerking. De rechtbank stelt vast dat de benodigde gegevens ontbreken om zelf te voorzien in de zaak. Verweerder zal een nieuwe beslissing op het bezwaar dienen te nemen met inachtneming van deze uitspraak.

De rechtbank ziet voorts aanleiding verweerder te veroordelen in de kosten die eiser in verband met de behandeling van het beroep tot aan deze uitspraak redelijkerwijs heeft moeten maken. De rechtbank bepaalt de proceskosten op € 644,--, aan kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

3 Beslissing

De rechtbank,

recht doende:

verklaart het beroep gegrond,

vernietigt het bestreden besluit,

bepaalt dat verweerder een nieuwe beslissing op het bezwaar neemt met inachtneming van deze uitspraak,

bepaalt dat verweerder aan eiser het betaalde griffierecht van € 41,--, vergoedt,

veroordeelt verweerder in de proceskosten tot een bedrag van € 644,--, en bepaalt dat, nu aan eiser een toevoeging is verleend, deze kosten rechtstreeks aan de griffier (rekeningnummer 56 99 90 688) worden betaald.

Aldus gedaan door mr. H. Bedee, voorzitter, en mr. C.A. Schreuder en mr. A.C. Hendriks, leden, in tegenwoordigheid van mr. M. Traousis - van Wingaarden, griffier.

De griffier: De voorzitter:

Uitgesproken in het openbaar op 16 september 2010.

Een belanghebbende - onder wie in elk geval eiser wordt begrepen - en verweerder kunnen tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht. De termijn voor het indienen van het beroepschrift is zes weken en vangt aan met ingang van de dag na die waarop het afschrift van deze uitspraak is verzonden.

NB. In deze uitspraak is het beroep (deels) gegrond verklaard en is het bestreden besluit vernietigd. Als de rechtbank daarbij gronden van het beroep en/of (een deel van) de grondslag van het bestreden besluit uitdrukkelijk heeft verworpen en belanghebbende en/of verweerder daarin niet wil(len) berusten, moet daartegen binnen bovengenoemde termijn hoger beroep worden ingesteld.

Afschrift verzonden op:


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde advocaten

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature