Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

eiseres heeft in het kader van de uitvoering Wet werk en bijstand een overeenkomst gesloten met WorkNet4U. Aanvraag eiseres tot overname betalingsverplichtingen wegens betalingsonmacht werkgever afgewezen. Onderzoek door verweerder niet zorgvuldig, vernietiging bestreden besluit, in stand laten rechtsgevolgen. Uit het feit dat eiseres niet daadwerkelijk productieve arbeid heeft verricht ten behoeve van WorkNet4U leidt de rechtbank af dat op haar niet de verplichting rustte om arbeid te verrichten ten behoeve van een werkgever.

Dat eiseres zich beschikbaar heeft gehouden om conform de met haar gesloten overeenkomst “iedere gepaste functie te aanvaarden” en dat eiseres op verzoek van WorkNet4U uitzendbureaus heeft gebeld kan niet tot een ander oordeel leiden. Geen sprake van een privaatrechtelijke dienstbetrekking zodat eiseres niet is aan te merken als werknemer in de zin van artikel 3 van de WW .

Uitspraak



RECHTBANK ROTTERDAM

Sector Bestuursrecht

Meervoudige kamer

Reg.nr.: AWB 09/1879 WW - T1

Uitspraak in het geding tussen

[naam], wonende te [plaats], eiseres,

gemachtigde mr. J.J.A. Jansen, medewerker FNV Bondgenoten,

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (vestiging Utrecht), verweerder.

1 Ontstaan en loop van de procedure

Bij formulier gedagtekend op 3 november 2008 heeft eiseres een aanvraag ingediend bij verweerder om overname van de betalingsverplichtingen vanwege betalingsonmacht van de werkgever in de zin van hoofdstuk IV van de Werkloosheidswet (WW). Bij besluit van 5 december 2008 heeft verweerder deze aanvraag afgewezen.

Tegen dit besluit heeft eiseres bij brief van 7 januari 2009 bezwaar gemaakt.

Bij besluit van 9 april 2009 heeft verweerder het bezwaar ongegrond verklaard.

Tegen dit besluit (hierna: het bestreden besluit) heeft eiseres bij brief van 19 mei 2009 beroep ingesteld.

Bij brief van 5 oktober 2009 heeft verweerder een rapportage van de Belastingdienst overgelegd en een verweerschrift ingediend.

Bij brief van 2 februari 2010 zijn door eiseres aanvullende beroepsgronden ingezonden.

Bij brief van 16 maart 2010 heeft verweerder een aanvullend verweerschrift ingediend en daarbij de begeleidende brief bij de rapportage van de Belastingdienst overgelegd.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 juni 2010. Eiseres en haar gemachtigde zijn - met kennisgeving - niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden A.M.M. Schalkwijk en J. Kouveld, bijgestaan door A.A. de Ronde, werkzaam bij de Belastingdienst Utrecht-Gooi.

2 Overwegingen

Eiseres heeft op 8 juni 2007 in het kader van de uitvoering van de Wet werk en bijstand (WWB) een overeenkomst gesloten met WorkNet4U te Weesp om met ingang van 1 juli 2007 voor de duur van 12 maanden iedere gepaste functie te aanvaarden. WorkNet4U is op 16 september 2008 failliet verklaard.

Eiseres heeft bij verweerder een aanvraag om overname van de betalingsverplichtingen van WorkNet4U ingediend. Bij het primaire besluit, gehandhaafd bij het bestreden besluit, heeft verweerder deze aanvraag afgewezen. Verweerders standpunt is dat eiseres geen werknemer in de zin van de WW is, omdat er geen sprake is van een arbeidsovereenkomst, en zij derhalve niet als verzekerde in de zin van de WW kan worden aangemerkt.

Verweerder heeft in beroep bij brief van 6 juli 2009 de rechtbank bericht dat het onderzoek naar de verzekeringsplicht van - onder meer - eiseres niet zorgvuldig is geweest en heeft de rechtbank verzocht om toestemming een onderzoek door de Belastingdienst te laten verrichten. De rapportage van dit onderzoek is met het verweerschrift overgelegd.

Verweerder heeft verklaard dat het onderzoek in de zaak niet zorgvuldig is geweest. De rechtbank ziet geen termen daarover anders te oordelen. Het moet er daarom voor worden gehouden dat het bestreden besluit niet zorgvuldig is voorbereid en voor vernietiging in aanmerking komt wegens strijd met artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht . De rechtbank zal beoordelen of de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand kunnen blijven.

In artikel 61 van de WW is bepaald:

“Een werknemer heeft recht op een uitkering op grond van dit hoofdstuk, indien hij van een werkgever, die in staat van faillissement is verklaard, aan wie surseance van betaling is verleend, ten aanzien van wie de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is, of die anderszins verkeert in de blijvende toestand dat hij heeft opgehouden te betalen, loon, vakantiegeld, of vakantiebijslag te vorderen heeft of indien hij geldelijk nadeel kan ondervinden doordat deze werkgever bedragen die hij in verband net de dienstbetrekking met de werknemer aan de derden verschuldigd is, niet heeft betaald.”

Ingevolge artikel 3, eerste lid, van de WW is werknemer de natuurlijke persoon, jonger dan 65 jaar, die in privaatrechtelijke of in publiekrechtelijke dienstbetrekking staat.

Onder privaatrechtelijke dienstbetrekking als bedoeld in artikel 3 van de WW moet worden verstaan de arbeidsovereenkomst zoals omschreven in artikel 7:610 van het Burgerlijk Wetboek de overeenkomst waarbij de ene partij, de werknemer, zich verbindt in dienst van de andere partij, de werkgever, tegen loon gedurende zekere tijd arbeid te verrichten.

Uit het verweerschrift blijkt dat - zoals door de gemachtigden van verweerder ter zitting is bevestigd - tussen partijen niet meer in geschil is dat voldaan is aan twee van de drie kenmerken van een dienstbetrekking, namelijk de loonbetalingsverplichting en de gezagsverhouding. Het geschil spitst zich toe op de vraag of eiseres verplicht was persoonlijk arbeid te verrichten ten behoeve van WorkNet4U.

Onder arbeid als bedoeld in artikel 3 van de WW in verbinding met artikel 7:610 van het BW moet worden verstaan: arbeid die in het economisch verkeer wordt verricht en waarmee het verkrijgen van enig geldelijk voordeel wordt beoogd of volgens de in het maatschappelijk verkeer geldende normen kan worden verkregen. Het gaat er dus om dat de werknemer productieve arbeid in economische zin ten behoeve van de werkgever verricht.

Eiseres stelt, kort weergegeven, dat zij aan het vereiste van arbeid heeft voldaan door zich beschikbaar te houden om conform de met haar gesloten overeenkomst “iedere gepaste functie te aanvaarden”. Ook heeft zij op verzoek van WorkNet4U uitzendbureaus gebeld.

De rechtbank stelt vast dat eiseres op de “vragenlijst WorkNet4U” van verweerder heeft vermeld dat zij tijdens de duur van de overeenkomst geen productieve arbeid heeft verricht. Uit het verslag van de hoorzitting in bezwaar van 6 april 2009 blijkt dat zij heeft verklaard wel opdrachten te hebben gedaan die bestonden uit het bellen van diverse uitzendbureaus, maar niet te hebben gewerkt. Uit het feit dat eiseres niet daadwerkelijk productieve arbeid in de boven aangeduide zin ten behoeve van WorkNet4U heeft verricht leidt de rechtbank af, dat op haar niet de verplichting rustte om arbeid te verrichten ten behoeve van een werkgever. Dat eiseres zich beschikbaar heeft gehouden om conform de met haar gesloten overeenkomst “iedere gepaste functie te aanvaarden” en dat eiseres op verzoek van WorkNet4U uitzendbureaus heeft gebeld kan niet tot een ander oordeel leiden.

De rechtbank is dan ook van oordeel dat er geen sprake is van een privaatrechtelijke dienstbetrekking, zodat eiseres niet is aan te merken als een werknemer in de zin van artikel 3 van de WW . Verweerder heeft daarom terecht beslist dat zij geen recht heeft op overname van de betalingsverplichtingen als bedoeld in hoofdstuk IV van de WW.

De rechtbank ziet dan ook aanleiding de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand te laten.

De rechtbank ziet voorts aanleiding verweerder te veroordelen in de kosten die eiseres in verband met de behandeling van het beroep tot aan deze uitspraak redelijkerwijs heeft moeten maken. De rechtbank bepaalt de proceskosten op € 644,--, aan kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

3 Beslissing

De rechtbank,

recht doende:

verklaart het beroep gegrond,

vernietigt het bestreden besluit,

bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven,

bepaalt dat verweerder aan eiseres het betaalde griffierecht van € 41,--, vergoedt,

veroordeelt verweerder in de proceskosten tot een bedrag van € 644,--, te betalen aan eiseres.

Aldus gedaan door mr. H. Bedee, voorzitter, en mr. C.A. Schreuder en mr. A.C. Hendriks, leden, in tegenwoordigheid van mr. M. Traousis - van Wingaarden, griffier.

De griffier: De voorzitter:

Uitgesproken in het openbaar op 16 september 2010.

Een belanghebbende - onder wie in elk geval eiseres wordt begrepen - en verweerder kunnen tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht. De termijn voor het indienen van het beroepschrift is zes weken en vangt aan met ingang van de dag na die waarop het afschrift van deze uitspraak is verzonden.

Afschrift verzonden op:


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde advocaten

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature