< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:

Inhoudsindicatie:

Bezwaar niet-ontvankelijkverklaard wegens niet verschoonbare termijnoverschrijding. Besluit is op de in de Awb voorgeschreven wijze bekend gemaakt.

Uitspraak



09/3345 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats], Turkije (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 11 mei 2009, 07/3349 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 23 juni 2010

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. N. Türkkol, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 mei 2010. Namens appellant is mr. Türkkol verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door A. Anandbahadoer.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Bij besluit van 3 juli 2007 heeft het Uwv appellant met ingang van 5 juli 2005 een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) toegekend, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Dit besluit is door het Uwv in het Nederlands en in de Turkse vertaling aan appellant toegezonden.

1.2. Bij ongedateerde brief, ter post bezorgd op 15 augustus 2007 en door het Uwv ontvangen op 21 augustus 2007, heeft appellant bezwaar gemaakt tegen dit besluit.

1.3. Op de schriftelijke vraagstelling van het Uwv waarom het bezwaarschrift te laat is ingediend heeft appellant bij brief van 18 oktober 2007 geantwoord dat hij, samen met zijn echtgenote, gedurende de zomerperiode om gezondheidsredenen op een ander adres in Turkije verblijft, zijn echtgenote bij terugkeer op het reguliere adres bij toeval het besluit heeft ontvangen en op ongeveer 10 augustus 2007 aan hem heeft doen toekomen, waarna hij een volmacht voor zijn zoon heeft moeten regelen om het bezwaar op te kunnen maken.

1.4. Bij beslissing op bezwaar van 30 oktober 2007 (hierna: bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van appellant tegen het besluit van 3 juli 2007 niet-ontvankelijk verklaard, aangezien het bezwaarschrift te laat is ingediend en niet is gebleken dat zich bijzondere omstandigheden hebben voorgedaan op grond waarvan de overschrijding van de bezwaartermijn verschoonbaar is te achten.

2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft daarbij overwogen dat sprake was van een late en ongeloofwaardige betwisting van de verzending van het besluit van 3 juli 2007. Voorts heeft zij overwogen dat de door appellant aangevoerde redenen van termijnoverschrijding niet kunnen leiden tot het oordeel dat sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding.

3.1. Namens appellant is in hoger beroep het in bezwaar en beroep verwoorde standpunt herhaald. Voorts is namens appellant aangevoerd dat het besluit van 3 juli 2007, gelet op artikel 33 van het Administratief Akkoord (AA) bij het Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Turkije (NTV), niet op de juiste wijze aan appellant bekend is gemaakt.

3.2. Het Uwv heeft zich op het standpunt gesteld dat zij zich kan verenigen met de aangevallen uitspraak. Ter zitting heeft de gemachtigde van het Uwv daaraan toegevoegd dat artikel 33 van het AA bij het NTV niet van toepassing is op arbeidsongeschiktheidsuitkeringen. Daarbij is gewezen op het feit dat het artikel is opgenomen in hoofdstuk 4 van het AA bij het NTV, welk hoofdstuk betrekking heeft op besluiten met betrekking tot ouderdom en overlijden, maar niet ziet op besluiten met betrekking tot arbeidsongeschiktheidsuitkeringen.

4. De Raad overweegt als volgt.

4.1. Op grond van artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bedraagt de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift zes weken. Op grond van artikel 6:8, eerste lid, van de Awb van gt de termijn aan met ingang van de dag na die waarop het besluit op de voorgeschreven wijze is bekend gemaakt. In artikel 3:41, eerste lid, van de Awb is bepaald dat de bekendmaking van besluiten die tot een of meer belanghebbenden zijn gericht, geschiedt door toezending of uitreiking aan hen. Ingevolge artikel 6:9, eerste lid, van de Awb is een bezwaarschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen. Ingevolge artikel 6:11 van de Awb blijft ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend bezwaarschrift niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.

4.2. In dit kader overweegt de Raad dat artikel 33 van het AA bij het NTV niet van toepassing is op de bekendmaking van besluiten ingevolge de WAO. Daartoe volgt de Raad het onder 3.2 weergegeven standpunt van het Uwv. De Raad verwijst ook naar zijn uitspraak van 11 mei 2007, LJN BA5096.

4.2.1. Rijst vervolgens de vraag of - nu niet is gebleken van aangetekende verzending door het Uwv - genoegzaam aannemelijk is gemaakt dat het Uwv het besluit van 3 juli 2007 per gewone post aan het haar bekende adres van appellant heeft verzonden, dat wil zeggen, op de in de Awb voorgeschreven wijze bekend heeft gemaakt.

4.2.2. Met de rechtbank is de Raad van oordeel dat in dit geval evident sprake is van een ongeloofwaardige ontkenning door appellant van de verzending van het besluit op het bij het Uwv bekende adres van appellant. De Raad acht de ontvangst van het besluit en bijgevolg de verzending van het besluit op 3 juli 2007 door het Uwv aan het bij haar bekende adres van appellant - zonder (nader) bewijs - genoegzaam aannemelijk gemaakt. Daarbij heeft de Raad het volgende in aanmerking genomen. In zijn brief van 18 oktober 2007 heeft appellant gesteld dat hij tijdelijk elders verbleef, zijn echtgenote het besluit van 3 juli 2007 bij terugkeer naar hun vaste woon- en verblijfplaats heeft ontvangen en ongeveer op 10 augustus 2007 aan hem heeft doen toekomen, waarna hij op 13 augustus 2007 in Ankara een volmacht voor zijn zoon heeft geregeld zodat deze namens hem bezwaar kon maken. Eerst ter zitting van de rechtbank heeft de gemachtigde van appellant de verzending van het besluit op 3 juli 2007 betwist. Gelet op de omstandigheid dat appellant heeft erkend dat hij tijdelijk elders verbleef, hij tevens de ontvangst van het besluit van 3 juli 2007 heeft erkend en gezien het late tijdstip van de ontkenning van het tijdstip van verzending is naar het oordeel van de Raad aannemelijk geworden dat het besluit van 3 juli 2007 op dezelfde datum is verzonden. De Raad verwijst ook naar zijn uitspraak van 28 december 2009, LJN BN8142.

4.3. Gelet op hetgeen onder 4.2 en 4.2.2 is overwogen moet als vaststaand worden aangenomen dat de termijn voor het maken van bezwaar is aangevangen op 4 juli 2007. De laatste dag waarop een bezwaarschrift kon worden ingediend was 14 augustus 2007. Appellant heeft bij ongedateerde brief, welke op 15 augustus 2007 ter post is bezorgd, tegen het besluit van 3 juli 2007 bezwaar gemaakt. De Raad stelt vast dat ten tijde van het indienen van dit bezwaarschrift de termijn om bezwaar te maken derhalve reeds was verstreken. Evenals de rechtbank en met onderschrijving van de overwegingen die daaraan ten grondslag liggen is de Raad van oordeel dat in hetgeen appellant heeft aangevoerd geen grond is gelegen voor het oordeel dat sprake is van verschoonbare termijnoverschrijding als bedoeld in artikel 6:11 van de Awb .

5. Uit het voorgaande volgt dat het hoger beroep niet kan slagen en dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

6. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb . Beslist wordt mitsdien als volgt.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J.P.M. Zeijen, in tegenwoordigheid van T.J. van der Torn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 23 juni 2010.

(get.) J.P.M. Zeijen.

(get.) T.J. van der Torn.

KR


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde jurisprudentie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature