< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:

Inhoudsindicatie:

Vrijspraak van bedreiging van minister-president Balkenende. Geen reden tot vrees voor de minister-president

Uitspraak



parketnummer: 23-004268-09

datum uitspraak: 12 mei 2010

TEGENSPRAAK

ARREST VAN HET GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kinderrechter in de rechtbank Haarlem van 11 augustus 2009 in de strafzaak onder parketnummer 15-760559-09 tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1994],

adres: [adres]

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg van 11 augustus 2009 en op de terechtzitting in hoger beroep van 29 april 2010.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

de tenlastelegging 1: "hij op of omstreeks 09 januari 2009 te 's-Gravenhage en/of Purmerend, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, [minister-president] (minister-president van het Koninkrijk der Nederlanden) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) opzettelijk dreigend die [minister-president] een (priv?)e-mailbericht (via de website hyves.nl) verzonden met daarin de tekst: "ey bolle vet zak met je kanker bolle kanker bril je gaat died bitch ik kom je halen";"

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in zijn vervolging

De raadman van verdachte heeft betoogd dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging omdat het openbaar ministerie in strijd met het gelijkheidsbeginsel zou hebben gehandeld.

Het hof stelt voorop dat de keuze om al dan niet tot vervolging over te gaan voorbehouden is aan het openbaar ministerie en dat het hof deze beslissing slechts marginaal kan toetsen.

Het hof verwerpt het verweer van de raadsman en overweegt daartoe als volgt.

De beslissing van het openbaar ministerie om verdachte te vervolgen en de zaak tegen [medeverdachte] te seponeren, dient te worden beoordeeld aan de hand van de omstandigheden zoals deze golden ten tijde van deze beslissing. Op dat moment had verdachte bij de politie verklaard dat hij een 'bedreigaccount' had aangemaakt op het vriendennetwerk Hyves, dat dit account was gebruikt voor het bericht aan [minister-president]en dat zowel hijzelf als [medeverdachte] hiervoor verantwoordelijk waren. [medeverdachte] heeft daarentegen bij de politie, gehoord als getuige, verklaard dat hij niets te maken had met het bericht aan [minister-president].

Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat van schending van het gelijkheidsbeginsel en van willekeur bij het nemen van de beslissing niet is gebleken. Het hof acht het openbaar ministerie derhalve ontvankelijk in de vervolging van verdachte.

Vordering van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd de verdachte schuldig te verklaren zonder oplegging van straf of maatregel.

Vrijspraak

Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte is ten laste gelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken. Het hof overweegt hiertoe als volgt.

Ten laste is gelegd dat verdachte [minister-president] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht dan wel met zware mishandeling. Voor een bewezenverklaring van dit feit is vereist dat de bedreiging van dien aard is geweest en onder zodanige omstandigheden is geschied dat bij de bedreigde de redelijke vrees kon ontstaan dat hij het leven zou kunnen verliezen dan wel zwaar mishandeld zou worden. Gelet op de gebruikte bewoordingen, het feit dat het bericht afkomstig was van een jongerennetwerk en het feit dat aan het bericht vijftien, verschillende soorten 'smileys' waren toegevoegd, komt het hof tot het oordeel dat een dergelijke vrees in redelijkheid niet bij [minister-president] heeft kunnen ontstaan.

Het valt het hof overigens op dat niet (ook) het misdrijf 'belediging' ten laste is gelegd.

Het hof merkt geheel ten overvloede nog op dat de thans 15-jarige verdachte ter terechtzitting er blijk van heeft gegeven zich verantwoordelijk te voelen en spijt te hebben van zijn gedraging.

Beslissing

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij.

Dit arrest is gewezen door de zevende meervoudige strafkamer van het gerechtshof te Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R.H.J. de Vries, mr. J.P.W. Helmonds en

mr. J.G.W. Willems-Morsink, in tegenwoordigheid van mr. S.M. van Zanten, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 12 mei 2010.

mr. J.G.W. Willems-Morsink is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



∧ naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature