Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Bij besluit van 25 januari 2008 heeft de korpsbeheerder het verzoek van [wederpartij] om verstrekking van documenten betreffende een groep extreemrechtse jongeren in Velserbroek genaamd "Asfalt" gedeeltelijk afgewezen. Bij besluit van dezelfde datum heeft de korpsbeheerder het verzoek van [wederpartij] om verstrekking van documenten betreffende een vechtpartij tussen groepen jongens op 5 maart 2007 in IJmuiden gedeeltelijk afgewezen.

Uitspraak



200907348/1/H3.

Datum uitspraak: 19 mei 2010

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

de korpsbeheerder van de politieregio Kennemerland,

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Haarlem van 10 augustus 2009 in zaak nr. 08/7776 in het geding tussen:

[wederpartij]

en

de korpsbeheerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 25 januari 2008 heeft de korpsbeheerder het verzoek van [wederpartij] om verstrekking van documenten betreffende een groep extreemrechtse jongeren in Velserbroek genaamd "Asfalt" gedeeltelijk afgewezen. Bij besluit van dezelfde datum heeft de korpsbeheerder het verzoek van [wederpartij] om verstrekking van documenten betreffende een vechtpartij tussen groepen jongens op 5 maart 2007 in IJmuiden gedeeltelijk afgewezen.

Bij besluit van 12 november 2008 heeft de korpsbeheerder de door [wederpartij] daartegen gemaakte bezwaren ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 10 augustus 2009, verzonden op 11 augustus 2009, heeft de rechtbank Haarlem het door [wederpartij] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard en het besluit van 12 november 2008 vernietigd. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft de korpsbeheerder bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 21 september 2009, hoger beroep ingesteld. De gronden van het hoger beroep zijn aangevuld bij brief van 19 oktober 2009.

[wederpartij] heeft een verweerschrift ingediend.

Op 18 januari 2010 heeft de korpsbeheerder een nieuw besluit op bezwaar genomen.

Bij brief van 25 januari 2010 heeft [wederpartij] hierop een reactie ingediend.

Bij brief van 26 oktober 2009 heeft [wederpartij] toestemming verleend als bedoeld in artikel 8:29, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb).

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 22 maart 2010, waar de korpsbeheerder, vertegenwoordigd door mr. J.C.E. te Riele, werkzaam bij de politieregio Kennemerland, en [wederpartij], vertegenwoordigd door mr. H. van Drunen, werkzaam bij juridisch adviesbureau Maury, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 1 van de Wet politiegegevens (hierna: Wpg) wordt in deze wet en de daarop berustende bepalingen verstaan onder:

a. politiegegeven: elk gegeven betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon dat in het kader van de uitoefening van de politietaak wordt verwerkt;

[…]

d. verstrekken van politiegegevens: het bekend maken of ter beschikking stellen van politiegegevens;

e. ter beschikking stellen van politiegegevens: het verstrekken van politiegegevens aan personen die overeenkomstig deze wet zijn geautoriseerd voor het verwerken van politiegegevens;

[…].

Bij en krachtens de artikelen 16 tot en met 24 is bepaald aan welke personen politiegegevens moeten of mogen worden verstrekt.

Ingevolge artikel 1, aanhef en onder b, van de Wet openbaarheid van bestuur (hierna: de Wob) wordt in deze wet en de daarop berustende bepalingen verstaan onder bestuurlijke aangelegenheid: een aangelegenheid die betrekking heeft op beleid van een bestuursorgaan, daaronder begrepen de voorbereiding en de uitvoering ervan.

Ingevolge artikel 3, eerste lid, kan een ieder een verzoek om informatie neergelegd in documenten over een bestuurlijke aangelegenheid richten tot een bestuursorgaan of een onder verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan werkzame instelling, dienst of bedrijf.

2.2. Bij de in bezwaar gehandhaafde besluiten van 25 januari 2008 heeft de korpsbeheerder geweigerd mutatiegegevens en processen-verbaal betreffende een groep extreemrechtse jongeren in Velserbroek genaamd "Asfalt" en een vechtpartij tussen groepen jongens op 5 maart 2007 in IJmuiden aan [wederpartij] te verstrekken. Aan deze weigering heeft hij primair ten grondslag gelegd dat deze documenten vrijwel geheel uit persoonsgegevens bestaan en derhalve integraal onder de Wet politieregisters (hierna: Wpolr) vallen en niet onder de Wob. Nu [wederpartij] niet tot de in deze wet genoemde personen of instanties behoort aan wie gegevens uit een politieregister mogen worden verstrekt, heeft hij geen recht op de verzochte informatie, aldus de korpsbeheerder.

Subsidiair heeft de korpsbeheerder geweigerd de verzochte informatie te verstrekken omdat deze geen betrekking heeft op een bestuurlijke aangelegenheid als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder b, van de Wob .

2.3. De rechtbank heeft het besluit op bezwaar van 12 november 2008 vernietigd omdat de besluiten van 25 januari 2008 zijn genomen op grond van de Wpolr terwijl deze wet te dien tijde was vervangen door de Wpg. De rechtbank heeft de korpsbeheerder opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen met inachtneming van de Wpg. Zij heeft overwogen dat uit de geschiedenis van de totstandkoming van de Wpg en haar voorgangster de Wpolr en uit vaste jurisprudentie van de Afdeling volgt, dat de Wpg slechts van toepassing is op politiegegevens en niet mede op documenten waarin deze zijn vervat.

Met betrekking tot de subsidiaire weigeringsgrond heeft de rechtbank overwogen dat de verzochte informatie een bestuurlijke aangelegenheid betreft en dat derhalve de Wob van toepassing is.

2.4. De korpsbeheerder betoogt dat de rechtbank ten onrechte is voorbijgegaan aan zijn stelling dat het begrip politiegegeven als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder a, van de Wpg , ruimer dient te worden uitgelegd dan in de vaste jurisprudentie van de Afdeling wordt gedaan. Alle gegevens die zijn opgenomen in de processen-verbaal en mutatiegegevens zijn verkregen in het kader van de uitvoering van de politietaak en dienen daarom als politiegegevens te worden aangemerkt. De verzochte informatie valt derhalve integraal onder het regime van de Wpg en niet onder het regime van de Wob, aldus de korpsbeheerder.

2.4.1. Het betoog faalt. Uit de tekst van artikel 1, eerste lid, aanhef en onder a, d en e, van de Wpg blijkt dat het regime van de Wpg uitsluitend van toepassing is op gegevens betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon die in het kader van de uitoefening van de politietaak worden verwerkt. De geschiedenis van de totstandkoming van deze wet biedt geen grond om aan deze bepalingen een andere betekenis toe te kennen dan uit de tekst daarvan voortvloeit. Het verstrekkingenregime van de Wpg heeft derhalve uitsluitend betrekking op politiegegevens als bedoeld in artikel 1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wpg en, anders dan de Wob, niet op documenten waarin ze zijn vervat. In dit stelsel brengt de omstandigheid dat een document politiegegevens bevat, niet met zich dat het document als zodanig onder de werking van de Wpg valt, ook voor zover dit document andere dan persoonsgegevens in voormelde zin bevat. Er bestaat geen grond voor het oordeel dat gegevens welke zijn vervat in documenten die zijn opgesteld in het kader van de uitvoering van de politietaak, integraal onder het regime van de Wpg vallen.

2.4.2. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.5. Bij besluit van 18 januari 2010 heeft de korpsbeheerder, gevolg gevend aan de aangevallen uitspraak, opnieuw op het door [wederpartij] gemaakte bezwaar beslist. Bij dit besluit heeft de korpsbeheerder wederom geweigerd de processen-verbaal en mutatiegegevens te verstrekken, primair omdat de Wpg hierop van toepassing is en subsidiair omdat het geen bestuurlijke aangelegenheid betreft als bedoeld in artikel 1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wob .

Aangezien dit besluit niet aan de bezwaren van [wederpartij] tegemoetkomt, wordt het, gelet op artikel 6:24, eerste lid, van de Awb , gelezen in samenhang met de artikelen 6:18, eerste lid, en 6:19, eerste lid, van die wet, geacht eveneens voorwerp te zijn van dit geding.

2.6. [wederpartij] betoogt, onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 20 januari 2010 in zaak nr. 200904252/1, dat de korpsbeheerder ten onrechte de Wob niet van toepassing acht op de processen-verbaal en mutatiegegevens.

2.7. Uit hetgeen onder 2.4.1 is overwogen vloeit voort dat dit betoog slaagt. Ter zitting bij de Afdeling heeft de korpsbeheerder ook erkend dat het verzoek betrekking heeft op een bestuurlijke aangelegenheid en het besluit derhalve in zoverre in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel is genomen.

Na met toepassing van artikel 8:29, vijfde lid, van de Awb kennis te hebben genomen van de door de korpsbeheerder vertrouwelijk overgelegde documenten is de Afdeling van oordeel dat de processen-verbaal en mutatiegegevens niet uitsluitend politiegegevens bevatten in de zin van de Wpg. De korpsbeheerder heeft derhalve ten onrechte geen toepassing gegeven aan de Wob. Hieruit volgt dat de door de korpsbeheerder gehandhaafde weigering afschriften te verstrekken van de in geschil zijnde documenten op een onjuiste grondslag berust en mitsdien ondeugdelijk is gemotiveerd. De korpsbeheerder zal nader moeten vaststellen welke gegevens uit de documenten als politiegegevens zijn aan te merken. Ten aanzien van de documenten voor zover die geen politiegegevens behelzen, zal hij alsnog toepassing moeten geven aan de Wob. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (bijvoorbeeld in de uitspraak van 21 februari 2007 in zaak nr. 200604543/1), moet het mogelijk worden geacht om stukken die niet alle en niet geheel bestaan uit informatie waaruit kan worden afgeleid welk persoon aan het woord is of over wie wordt verklaard, zodanig te schonen dat daaruit vervolgens niet meer kan worden afgeleid wie over wie welke verklaring heeft afgelegd.

2.8. Het beroep is gegrond. Het besluit van 18 januari 2010 dient te worden vernietigd.

2.9. De korpsbeheerder dient overeenkomstig hetgeen hiervoor is overwogen een nieuw besluit op bezwaar te nemen. Aangezien hij daarbij alsnog toepassing moet geven aan de Wob, ziet de Afdeling geen aanleiding om, zoals [wederpartij] voorstaat, met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb zelf in de zaak te voorzien.

2.10. De korpsbeheerder dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. bevestigt de aangevallen uitspraak;

II. verklaart het beroep tegen het besluit van de korpsbeheerder van de politieregio Kennemerland van 18 januari 2010, kenmerk 09.04816, gegrond;

III. vernietigt dat besluit;

IV. veroordeelt de korpsbeheerder van de politieregio Kennemerland tot vergoeding van bij [wederpartij] in verband met de behandeling van het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 644,00 (zegge: zeshonderdvierenveertig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

V. bepaalt dat van de korpsbeheerder van de politieregio Kennemerland griffierecht ten bedrage van € 447,00 (zegge: vierhonderdzevenenveertig euro) wordt geheven.

Aldus vastgesteld door mr. M. Vlasblom, voorzitter, en mr. B.P. Vermeulen en mr. W. Konijnenbelt, leden, in tegenwoordigheid van mr. W. van Hardeveld, ambtenaar van Staat.

w.g. Vlasblom w.g. Van Hardeveld

Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 19 mei 2010

312-591.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature