Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebieden:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Vindplaats:

Inhoudsindicatie:

De Raad overweegt dat hij de redenering van de rechtbank en het college niet volgt dat de onherroepelijke beslissing over het ontheffingsbesluit en de daaraan ten grondslag liggende conflictsituatie zonder meer als basis mag worden genomen voor een besluit betreffende ontslag. Nog daargelaten of de conflictsituatie een voldoende basis bood voor een definitief einde aan de detachering, moet worden vastgesteld dat appellant na de beëindigde detachering weer de plaats had van medewerker van het Facilitair Bedrijf. Van verstoorde verhoudingen aldaar is in het geheel niet gebleken. Voor zover het college de stelling heeft betrokken dat er voor appellant geen daadwerkelijke functie meer was bij het Facilitair Bedrijf en dat er daarom terecht een herplaatsingsonderzoek is gehouden, overweegt de Raad dat dat onderzoek te summier en, gelet op de loopbaan van appellant, van te korte duur is geweest. Vernietiging uitspraak voor zover daarbij is bepaald dat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand blijven. Herroept het primaire besluit.

Uitspraak



08/4853 AW

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant], wonende te [woonplaats], (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Almelo van 7 juli 2008, 07/777 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

het College van Bestuur van de Universiteit Twente (hierna: college)

Datum uitspraak: 15 april 2010

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 4 maart 2010. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. L.P.F.M.C. Leeters, advocaat te Haaksbergen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. B.H. Willems-Holshof en ir. M.W. [F.], beiden werkzaam bij de Universiteit Twente (hierna: UT).

II. OVERWEGINGEN

1. Voor een uitgebreid overzicht van de hier van belang zijnde feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak. Hij volstaat hier met het volgende.

1.1. Appellant is vanaf 1986 werkzaam geweest bij de UT, sedert 1994 als medewerker van het Facilitair Bedrijf. Hij heeft daar in de functie van projectmanager goede beoordelingen gehad. In verband met een reorganisatie is appellant in juni 2001 tijdelijk belast met werkzaamheden in het buiten het Facilitair Bedrijf geplaatste nieuwe organisatieonderdeel [naam organisatieonderdeel] (hierna: [het organisatieonderdeel]). Appellant is niet definitief en formeel bij [het organisatieonderdeel] tewerkgesteld; er is gekozen voor de vorm van een interne detachering. De leidinggevende van appellant bij [het organisatieonderdeel] was ir. [F.].

Bij de afronding van de reorganisatie heeft appellant het besluit van 11 februari 2003 gekregen dat hij geplaatst is in de eenheid Facilitair Bedrijf en dat hij vanuit deze eenheid per 15 januari 2003 wordt gedetacheerd naar de [het organisatieonderdeel].

1.2. Bij de [het organisatieonderdeel] heeft appellant in oktober 2003 een goede beoordeling gekregen op grond waarvan hij is bevorderd van schaal 11 naar 12. Eerste beoordelaar was appellants leidinggevende [F.]. In maart 2004 heeft een functioneringsgesprek plaatsgevonden tussen appellant en [F.]. Daarbij is deze laatste tot de conclusie gekomen dat er voor appellant en de [het organisatieonderdeel] een onwerkbare situatie was ontstaan en dat er sprake was van een conflictsituatie.

1.3. Na een periode van medische arbeidsongeschiktheid en niet geslaagde mediation is appellant in december 2004 ontheven uit zijn functie bij de [het organisatieonderdeel]. Die ontheffing is in rechte onaantastbaar geworden.

1.4. Nadat de herplaatsingscommissie van de UT blijkens een brief van 9 september 2005 een herplaatsingsonderzoek voor appellant zonder succes had afgesloten, is appellant bij besluit van 30 januari 2006 (hierna: primaire besluit) met ingang van 1 mei 2006 ontslagen op grond van artikel 8.4 van de CAO Nederlandse Universiteiten 2004-2005 (CAO NU). De in dit artikel vereiste redelijke grond voor het ontslag berust op de (gestelde) aanwezigheid van onherstelbaar verstoorde arbeidsverhoudingen en het feit dat er binnen de UT geen andere werkzaamheden voorhanden zijn. Na bezwaar is dat ontslag gehandhaafd bij het bestreden besluit van 1 juni 2007, waarbij een bedrag van € 20.000,- is gereserveerd ten behoeve van re-integratieactiviteiten.

2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep tegen het bestreden besluit gegrond verklaard en dat besluit vernietigd. Tevens heeft zij bepaald dat de rechts-gevolgen van het bestreden besluit in stand blijven. De rechtbank heeft daartoe overwogen dat het bestreden besluit ten onrechte door dezelfde functionaris, de secretaris van de UT, in mandaat is genomen als het primaire besluit. In de bekrachtiging van het bestreden besluit bij brief van de voorzitter van het college van 10 maart 2008 heeft de rechtbank aanleiding gezien voor een materiële beoordeling van het geschil. Zij heeft daarbij tot uitgangspunt genomen dat de in rechte vaststaande conflictsituatie die basis was voor de ontheffingsbeslissing, ook zonder meer ten grondslag gelegd mag worden aan het ontslag. Daarbij had de rechtbank het oog op de functie bij de [het organisatieonderdeel].

De rechtbank heeft een veroordeling uitgesproken tot vergoeding van proceskosten en van griffierecht.

3.1. Appellant heeft in hoger beroep in de eerste plaats betoogd dat de besluitvorming betreffende het ontslag wegens onherstelbare formele gebreken niet in stand kan blijven. In het bijzonder heeft hij erop gewezen dat het (bestreden) besluit door het college (zelf) genomen had behoren te worden. Appellant acht de bekrachtiging door de voorzitter van het college ondeugdelijk. Hij acht het onjuist dat het college niet zelf over zijn rechtspositie heeft beslist.

Appellant beoogt een vernietiging van de aangevallen uitspraak voor zover daarbij de rechtsgevolgen van het door de rechtbank vernietigde bestreden besluit in stand zijn gelaten en wenst ongedaanmaking van het ontslag.

3.2. Appellant acht het gehandhaafde ontslag ook inhoudelijk onhoudbaar. Naar zijn opvatting mag uit het bestaan van de conflictsituatie die aanleiding was voor het ontheffingsbesluit, niet (zonder meer) worden afgeleid dat die situatie ook de basis mocht bieden voor de conclusie dat de arbeidsverhouding bij de [het organisatieonderdeel] onherstelbaar verstoord was zodat terugkeer naar de [het organisatieonderdeel] onmogelijk was geworden. Ook en vooral is appellant van opvatting dat van verstoorde verhoudingen bij het Facilitair Bedrijf, waar appellant weer zijn functie had nadat hij kennelijk definitief was ontheven uit de tewerkstelling bij de [het organisatieonderdeel], geen sprake was. Verder was er zijns inziens bij een deugdelijk herplaatsingsonderzoek zonder twijfel een passende functie voor hem gevonden.

4.1. Het college is van mening dat de bekrachtiging van het bestreden besluit door de voorzitter van het college wel deugdelijk is. Daartoe is gewezen op artikel 12, derde lid, van het Bestuurs- en beheersreglement Universiteit Twente 2007, waarin is bepaald dat de voorzitter van het college de universiteit in en buiten rechte vertegenwoordigt. Als daarover anders moet worden geoordeeld, is toepassing van artikel 6:22 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepleit.

4.2. Het college is verder van mening dat uit de onherroepelijke uitspraak van de rechtbank waarbij het beroep tegen het ontheffingsbesluit ongegrond is verklaard, mag worden afgeleid dat die conflictsituatie ook vaststaat als basis voor het verleende ontslag. Verder was er naar de zienswijze van het college geen sprake meer van een functie van appellant bij het Facilitair Bedrijf. Er restte dus slechts een herplaatsingsonderzoek en dat is op zorgvuldige wijze geschied door de herplaatsingscommissie die daarmee gebruikelijk is belast. Verder had appellant zelf via de website van de UT kunnen zien of er wel een passende functie was geweest. Deze zou appellant ongetwijfeld aangeboden zijn. Dat dit niet is gelukt, is gelet op de formatieve bezetting en de hoge inschaling van appellant niet zo vreemd, aldus het college.

5. De Raad overweegt naar aanleiding hiervan als volgt.

5.1. Hij volgt het college niet in zijn mening dat de in 4.1 genoemde bepaling dat de voorzitter van het college de UT in rechte vertegenwoordigt, een deugdelijke grondslag biedt voor de stelling dat met de door de voorzitter geschreven bekrachtigingsbrief sprake is geworden van een beslissing van het college. Daarbij wordt aangetekend dat de gemachtigde van het college ter zitting bij de rechtbank heeft gezegd dat in dit geval, anders dan gebruikelijk, niet alle leden van het college de bekrachtigingsbeslissing hebben genomen maar dat de voorzitter zich bevoegd achtte dit namens de collegeleden te doen.

De Raad acht daarom het bevoegdheidsgebrek van het bestreden besluit niet geheeld. Hij acht het niet juist toepassing te geven aan artikel 6:22 van de Awb omdat zich niet de daar bedoelde situatie voordoet. Het is dus niet juist dat de rechtbank de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand heeft gelaten.

5.2. Met het oog op een definitieve afdoening van het geschil overweegt de Raad verder dat hij de redenering van de rechtbank en het college niet volgt dat de onherroepelijke beslissing over het ontheffingsbesluit en de daaraan ten grondslag liggende conflictsituatie zonder meer als basis mag worden genomen voor een besluit betreffende ontslag. Nog daargelaten of de conflictsituatie een voldoende basis bood voor een definitief einde aan de detachering, moet worden vastgesteld dat appellant na de beëindigde detachering weer de plaats had van medewerker van het Facilitair Bedrijf. Van verstoorde verhoudingen aldaar is in het geheel niet gebleken. Voor zover het college de stelling heeft betrokken dat er voor appellant geen daadwerkelijke functie meer was bij het Facilitair Bedrijf en dat er daarom terecht een herplaatsingsonderzoek is gehouden, overweegt de Raad dat dat onderzoek te summier en, gelet op de loopbaan van appellant, van te korte duur is geweest.

De Raad komt daarom tot de conclusie dat ook het primaire besluit niet in stand kan worden gelaten.

5.3. Gelet op het bovenstaande zal de Raad de aangevallen uitspraak vernietigen voor zover daarbij de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand zijn gelaten en zal hij het primaire besluit herroepen.

6. De Raad ziet aanleiding het college met toepassing van artikel 8:75 van de Awb te veroordelen in de proceskosten van appellant in hoger beroep. Deze worden begroot op € 644,- aan kosten van rechtsbijstand en € 34,40 wegens reiskosten, in totaal € 678,40. De Raad ziet geen reden voor een vergoeding van kosten van het overgelegde deskundigen-rapport betreffende pensioenschade na ontslag. Dat rapport levert immers geen relevante bijdrage aan een voor appellant gunstige beantwoording door de Raad van een voor de uitkomst van het geschil mogelijk relevante vraag. Daarbij neemt de Raad in aanmerking dat appellant primair herstel van zijn dienstverband bepleit, welk pleidooi is gehonoreerd.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Vernietigt de aangevallen uitspraak voor zover daarbij is bepaald dat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand blijven;

Bevestigt de aangevallen uitspraak voor het overige;

Herroept het primaire besluit;

Veroordeelt het college in de proceskosten van appellant tot een bedrag van € 678,40;

Bepaalt dat het college aan appellant het door hem in hoger beroep betaalde griffierecht van € 216,- vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door H.A.A.G. Vermeulen als voorzitter en K.J. Kraan en G.P.A.M. Garvelink-Jonkers als leden, in tegenwoordigheid van M. Koopman als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 15 april 2010.

(get.) H.A.A.G. Vermeulen.

(get.) M. Koopman.

HD

Q


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature