< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Instantie:
Vindplaatsen:

Inhoudsindicatie:

Bij besluit van 15 mei 2009, kenmerk 2008-020683, heeft het college van gedeputeerde staten van Gelderland (hierna: het college) besloten over de goedkeuring van het door de raad van de gemeente Buren (hierna: de raad) bij besluit van 4 november 2008 vastgestelde bestemmingsplan &quot;Woongebied Lingemeer&quot; (hierna: het plan).

Uitspraak



200904633/1/R2.

Datum uitspraak: 31 maart 2010

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

1. [appellant sub 1], wonend te [woonplaats],

2. [appellant sub 2], wonend te [woonplaats],

en

het college van gedeputeerde staten van Gelderland,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 15 mei 2009, kenmerk 2008-020683, heeft het college van gedeputeerde staten van Gelderland (hierna: het college) besloten over de goedkeuring van het door de raad van de gemeente Buren (hierna: de raad) bij besluit van 4 november 2008 vastgestelde bestemmingsplan "Woongebied Lingemeer" (hierna: het plan).

Tegen dit besluit hebben [appellant sub 1] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 29 juni 2009, en [appellant sub 2] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 1 juli 2009, beroep ingesteld.

Daartoe in de gelegenheid gesteld, heeft het college van burgemeester en wethouders namens de raad een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

[appellant sub 2] en de raad hebben nadere stukken ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 28 januari 2010, waar [appellant sub 1], bijgestaan door mr. C.M. Hommersom, [appellant sub 2], bijgestaan door ir. F.C.A. van den Tempel, en het college, vertegenwoordigd door P.G.A.L. Evers, ambtenaar in dienst van de provincie, zijn verschenen. Voorts is ter zitting als partij gehoord de raad, vertegenwoordigd door mr. M.J. Padmos en drs. P. Hoek, ambtenaren in dienst van de gemeente.

2. Overwegingen

2.1. Het beroep van [appellant sub 2] voor zover gericht tegen de goedkeuring van de plandelen die zijn gelegen buiten de in de plantoelichting weergegeven geurcontour van 2,0 odour units per kubieke meter lucht, steunt niet op bij het college ingebrachte bedenkingen.

Ingevolge de artikelen 54, tweede lid, aanhef en onder d, en 56, eerste lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening en artikel 6:13 van de Algemene wet bestuursrecht , kan door een belanghebbende slechts beroep worden ingesteld tegen het besluit tot goedkeuring van het college voor zover dit beroep de goedkeuring van plandelen, voorschriften of aanduidingen betreft die de belanghebbende in een tegen het vastgestelde plan bij het college ingebrachte bedenking heeft bestreden. Dit is slechts anders indien een belanghebbende redelijkerwijs niet kan worden verweten dat hij ter zake geen bedenkingen heeft ingebracht. Deze omstandigheid doet zich niet voor.

Het beroep is dan ook in zoverre niet-ontvankelijk.

2.2. Ingevolge artikel 28, tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening , gelezen in samenhang met artikel 10:27 van de Algemene wet bestuursrecht , rust op het college de taak om - in voorkomend geval mede op basis van de ingebrachte bedenkingen - te onderzoeken of het plan niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Daarbij dient het rekening te houden met de aan de raad toekomende vrijheid om bestemmingen aan te wijzen en voorschriften te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. Daarnaast heeft het college erop toe te zien dat het plan en de totstandkoming daarvan niet in strijd zijn met het recht.

2.3. Het plan is een herziening van het bestemmingsplan "Park Lingemeer" en voorziet onder meer in de wijziging van de bestemming "Recreatie (R)" in de bestemming "Wonen (W)" waardoor de bestaande permanente bewoning van recreatiewoningen wordt gelegaliseerd. Daarnaast biedt het plan de mogelijkheid tot het bouwen van enkele nieuwe woningen.

2.4. [appellant sub 2] betoogt dat het college ten onrechte goedkeuring heeft verleend aan de plandelen met de bestemming "Wonen (W)" voor zover deze zijn gelegen binnen de in de plantoelichting berekende geurcontour vanwege zijn veehouderij op het perceel [locatie]. Hij wijst er op dat het plan, naast het bestemmen van recreatiewoningen als woningen, eveneens voorziet in nieuwe geurgevoelige objecten binnen de geurcontour van zijn veehouderij. Hij betoogt dat de bedrijfsvoering van zijn agrarische bedrijf daardoor ernstig wordt beperkt en ter plaatse van de bedoelde plandelen evenmin een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd.

2.4.1. Het college heeft goedkeuring verleend aan de desbetreffende plandelen. Het college stelt dat de situatie ter plaatse ten gevolge van het plan niet zal veranderen aangezien de recreatiewoningen reeds permanent bewoond werden.

2.4.2. Het plangebied is blijkens de plantoelichting niet gelegen in een concentratiegebied als bedoeld in artikel 1 van de Wet geurhinder en veehouderij (hierna: de Wgv). Voorts volgt uit de toelichting bij het plan dat het plangebied is gelegen binnen de bebouwde kom.

Ingevolge artikel 3, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wgv dient een vergunning voor een veehouderij te worden geweigerd indien de geurbelasting voor een geurgevoelig object, gelegen buiten een concentratiegebied, binnen de bebouwde kom meer bedraagt dan 2,0 odour units per kubieke meter lucht.

Ingevolge artikel 1 wordt als een geurgevoelig object aangemerkt een gebouw, bestemd voor en blijkens aard, indeling en inrichting geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf en die daarvoor permanent of op een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik, wordt gebruikt.

Ingevolge artikel 6, eerste lid, voor zover hier van belang, kan bij gemeentelijke verordening worden bepaald dat binnen een deel van het grondgebied van de gemeente een andere waarde van toepassing is dan de waarde genoemd in artikel 3, eerste lid.

2.4.3. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 23 september 2009 in zaak nr. 200900791/1/M2) dient een recreatiewoning, gelet op de in artikel 1 van de Wgv gegeven definitie, als een geurgevoelig object te worden aangemerkt. Omdat het permanent bewonen van de recreatiewoningen in strijd was met het vorige bestemmingsplan, is met het bestemmen van de recreatiewoningen als woningen in dit geval echter sprake van het toekennen van een nieuwe functie. Naar het oordeel van de Afdeling dient het college dan ook te beoordelen of deze nieuwe functie niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Voorts wordt overwogen dat het plan, naast het legaliseren van woningen, eveneens het bouwen van enkele nieuwe woningen binnen de vanwege het bedrijf van [appellant sub 2] berekende geurcontour mogelijk maakt.

Uit de toelichting bij het plan blijkt, dat de normen zoals die in de Wgv zijn weergegeven, worden overschreden. De Afdeling heeft bij uitspraak van 7 oktober 2009, zaak nr. 200900801/1/R3) overwogen dat indien de voor veehouderijen toepasselijke individuele geurnorm wordt overschreden, dit niet met zich brengt dat ter plaatse geen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Evenmin kan, indien de voor veehouderijen toepasselijke individuele norm niet wordt overschreden, er zonder meer van worden uitgegaan dat ter plaatse een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gerealiseerd. Gelet hierop is de Afdeling van oordeel dat ten tijde van het bestreden besluit inzichtelijk had moeten zijn gemaakt in hoeverre ter plaatse van de bestreden plandelen een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gerealiseerd. Hiervan is niet gebleken. Gelet op het voorgaande acht de Afdeling het bestreden besluit in zoverre onvoldoende gemotiveerd.

Zoals door de raad is erkend, kunnen bij het aanpassen van de milieuvergunning voor het bedrijf van [appellant sub 2] problemen ontstaan, omdat het niet meer voldoet aan de eis in de Wgv dat de geurbelasting niet meer mag bedragen dan 2,0 odour units per kubieke meter lucht. Zo kan het bedrijf van [appellant sub 2] als gevolg van de in het plan bestemde en voorziene woningen in haar bedrijfsvoering worden beperkt. Blijkens het bestreden besluit zal een eventueel probleem bij het aanpassen van de milieuvergunning voorkomen worden door een actief milieubeleid. Ter zitting is gesteld dat een gemeentelijke verordening als bedoeld in artikel 6 van de Wvg wordt voorbereid, op grond waarvan ter plaatse andere waarden van toepassing zouden zijn. Ten tijde van het bestreden besluit was er echter geen gemeentelijke verordening van kracht. Nu het college het belang van [appellant sub 2] bij voortzetting van zijn bedrijfsvoering onvoldoende bij het bestreden besluit heeft betrokken, is het besluit in zoverre evenmin met de vereiste zorgvuldigheid tot stand gekomen.

Hetgeen de raad in zijn brief van 12 januari 2010 over de toepasselijkheid van de Wgv naar voren heeft gebracht leidt niet tot een ander oordeel. De daarin aangekondigde geurverordening is immers nog altijd niet van kracht. In het bijgevoegde memo van SRE Milieudienst van 11 januari 2010 wordt, anders dan in het bestreden besluit, mede uitgegaan van de mogelijkheid dat het voormalige recreatiegebied Lingemeer vanwege de ligging in het buitengebied voor de toepassing van de Wgv niet moet worden aangemerkt als een bebouwde kom, waarvoor andere geurnormen zouden gelden. Dat gaat er echter aan voorbij dat het onderhavige woongebied met circa 348 woningen naar het oordeel van de Afdeling een gebied is dat door de aaneengesloten bebouwing overwegend een woon- en verblijffunctie heeft waarin veel mensen per oppervlakte-eenheid ook daadwerkelijk wonen of verblijven en daarom voor de toepassing van de Wgv tot de bebouwde kom moet worden gerekend. Voorts gaat de opmerking in het memo dat de bestaande recreatiewoningen als geurgevoelig object geen nieuwe belemmering vormen voor de bedrijfsvoering van de veehouderij er aan voorbij dat een deel van dit gebied binnen de voor de bebouwde kom geldende geurcontour van 2,0 odour units per kubieke meter lucht is komen te liggen.

Het betoog slaagt in zoverre.

2.4.4. De conclusie is dat hetgeen [appellant sub 2] heeft aangevoerd aanleiding geeft voor het oordeel dat het bestreden besluit, voor zover het betreft de goedkeuring van de plandelen met de bestemming "Wonen (W)", met betrekking tot de percelen gelegen aan de Linge Singel en de Gelderse Singel en de plandelen met de bestemming "Wonen (W)" en de aanduiding "gestapeld (gs)" met betrekking tot de percelen gelegen op de hoek Gelderse Singel/Liendense Singel en op de hoek Liendense Singel/Batouwse Singel, voor zover nader aangeduid op de bij de uitspraak behorende kaart, is genomen in strijd met de bij het voorbereiden van een besluit te betrachten zorgvuldigheid en niet berust op een deugdelijke motivering. Het beroep is in zoverre gegrond. Het bestreden besluit dient in zoverre wegens strijd met artikel 3:2 en 3:46 van de Awb te worden vernietigd.

2.5. [appellant sub 2] betoogt voorts dat het college ten onrechte goedkeuring heeft verleend aan de plandelen met de bestemming "Wonen (W)" gelegen aan de Batouwse Singel ter hoogte van zijn perceel gelegen ten westen van de Vogelenzangseweg. Volgens hem maakt het plan woningen en tuinen mogelijk op een kortere afstand dan 50 meter tot het perceel waarop hij een kersenboomgaard heeft, terwijl ingevolge de provinciale toetsingspraktijk inzake spuitzones de afstand van boomgaarden tot gevoelige functies minimaal 50 meter dient te bedragen.

2.5.1. Het college heeft zich, met betrekking tot de spuitzone ten behoeve van het kersenteeltbedrijf van [appellant sub 2], ter zitting op het standpunt gesteld dat gerechtvaardigd afgeweken kan worden van de provinciale toetsingspraktijk inzake spuitzones, dat uitgaat van een minimale afstand van 50 meter tussen een teeltbedrijf en een gevoelige functie.

2.5.2. Ten aanzien van de in acht te nemen spuitzone met betrekking tot het perceel gelegen ten westen van de Vogelenzangseweg wordt overwogen dat er geen wettelijke bepalingen zijn inzake de minimaal aan te houden afstanden tussen boomgaarden waarin met bestrijdingsmiddelen kan worden gespoten en nabijgelegen woningen en tuinen. Het college hanteert in de provinciale toetsingpraktijk de vuistregel dat tussen gevoelige functies en agrarische bedrijvigheid in de fruitsector in het algemeen een minimale afstand van 50 meter dient te worden aangehouden in verband met een eventuele schadelijke blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen, onder meer in haar uitspraak van 23 september 2009 in zaak nr. 200900570/1/R2, is toepassing van de vuistregel om een afstand aan te houden van 50 meter tussen gevoelige functies en agrarische bedrijvigheid in de fruitsector waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt, in het algemeen niet onredelijk.

Het college is in het bestreden besluit uitgegaan van een afstand van ongeveer 70 meter tussen de kersenboomgaard van [appellant sub 2] en de locatie waar de appartementencomplexen worden gebouwd, omdat ten tijde van het vaststellen van het plan pas vanaf 70 meter afstand bomen waren ingeplant. Het geldende plan voor het desbetreffende perceel, het bestemmingsplan "Buitengebied Lienden 1996", laat echter op het gehele perceel onder meer grondgebonden agrarische productie toe. In planologische zin is derhalve niet uitgesloten dat op het gehele perceel met bestrijdingsmiddelen kan worden gespoten. Ter zitting heeft het college zich aangesloten bij de in een nader stuk door de raad gemeten afstand van ongeveer 45 meter tussen de grens van de sloot langs het desbetreffende perceel van [appellant sub 2] en het dichtstbijzijnde plandeel met de bestemming "Wonen (W)". Het standpunt van zowel het college als de raad, dat niet tot de bouwgrens maar tot de bestemmingsgrens van het dichtstbijzijnde plandeel met de bestemming "Wonen (W)" moet worden gemeten, wordt gezien de ligging van tuinen binnen dit plandeel niet onredelijk geacht. Onvoldoende duidelijk is echter waarom de grens van de sloot als uitgangspunt is genomen. De door de raad gemeten afstand is voorts ter zitting door [appellant sub 2] weersproken. De Afdeling acht aannemelijk dat de bestemmingsgrens van het agrarische perceel op de perceelsgrens van het desbetreffende perceel van [appellant sub 2] ligt. Aan de hand van de plankaart kan tussen de grens van het desbetreffende perceel van [appellant sub 2] tot het dichtstbijzijnde plandeel met de bestemming "Wonen (W)" echter geen afstand van 45 meter worden gemeten.

Tussen partijen is niet in geschil dat van de in de vuistregel neergelegde indicatieve afstand van 50 meter wordt afgeweken. Op het college rust derhalve een plicht om te onderzoeken of bijzondere omstandigheden rechtvaardigen dat wordt afgeweken van die indicatieve afstand van 50 meter. Nu echter over de juistheid van de door de raad opgegeven afstand gelet op het voorgaande onzekerheid bestaat, kon het college zijn beslissing om af te wijken van de in de vuistregel neergelegde indicatieve afstand van 50 meter daarop niet zonder meer baseren.

Het betoog slaagt in zoverre.

2.5.3. De conclusie is dat hetgeen [appellant sub 2] heeft aangevoerd aanleiding geeft voor het oordeel dat het bestreden besluit, voor zover het betreft de goedkeuring van de plandelen met de bestemming "Wonen (W)", met betrekking tot de percelen Batouwse Singel 7, 9, 11, 13 en 15 en het plandeel met de bestemming "Wonen (W)" en de aanduiding "gestapeld (gs)" met betrekking tot het perceel gelegen op de hoek Liendense Singel/Batouwse Singel, een en ander zoals nader aangeduid op de bij de uitspraak behorende kaart, niet berust op een deugdelijke motivering. Het beroep is in zoverre gegrond. Het bestreden besluit dient in zoverre wegens strijd met artikel 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht te worden vernietigd.

2.6. [appellant sub 1] betoogt dat in het plan ten onrechte geen spuitzone van 50 meter afstand ten opzichte van zijn fruitboomgaard, die in nabijheid van het plangebied ligt, is opgenomen. Hoewel het college een minimale spuitzone van 50 meter tot woonpercelen aanhoudt, is aan het in het plangebied gelegen woonperceel Batouwse Singel 147, dat op een afstand van 25 meter van zijn fruitboomgaard ligt, een woonbestemming toegekend.

2.6.1. Het college heeft het plan niet in strijd met een goede ruimtelijke ordening of het recht geacht en heeft daaraan goedkeuring verleend. Het college stelt zich op het standpunt dat door de bestemmingswijziging van recreatiewoningen naar reguliere woningen voor [appellant sub 1] niets verandert.

2.6.2. De raad heeft aangevuld dat de bouwvergunning voor de desbetreffende dienstwoning aan de Batouwse Singel 147 uit 2001 op basis van het vorige bestemmingsplan "Park Lingemeer" moest worden verleend, omdat in dat plan geen spuitzone was opgenomen.

2.6.3. De Afdeling stelt vast en tussen partijen is niet in geschil dat het perceel Batouwse Singel 147, waaraan de bestemming "Wonen (W)" wordt toegekend, zich bevindt op een afstand van ongeveer 25 meter van het perceel van [appellant sub 1]. Het geldende plan voor het desbetreffende perceel, het bestemmingsplan "Buitengebied Lienden 1996", laat ter plaatse grondgebonden agrarische productie toe tot op de perceelsgrens.

Voor het oordeel van de Afdeling met betrekking tot het hanteren van de vuistregel van 50 meter tussen gevoelige functies en agrarische bedrijvigheid in de fruitsector, wordt naar 2.5.2. verwezen. De Afdeling overweegt, evenals hiervoor in 2.4.3., dat met het bestemmen van de recreatiewoningen (of in dit geval een bedrijfswoning) met de daarbij behorende tuinen voor "Wonen (W)" in dit geval sprake is van het toekennen van een nieuwe functie waarbij beoordeeld dient te worden of deze functie niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Het feit dat voor de woning op het perceel Batouwse Singel 147 onder de vigeur van het vorige plan "Park Lingemeer 1997" geen spuitzone gold, wat daarvan ook zij, doet daar niet aan af. Immers, bij het vaststellen van het voorliggende plan heeft die woning een nieuwe bestemming gekregen, ten aanzien waarvan een nieuwe beoordeling diende te worden gemaakt wat betreft woon- en leefklimaat. Vast staat dat het perceel Batouwse Singel 147 zich ruimschoots binnen de als vuistregel aangehouden zone van 50 meter tot de boomgaard bevindt. Niet is gebleken waarom het college een bestemming als "Wonen (W)" binnen de spuitzone niettemin uit een oogpunt van een goed woon- en leefklimaat aanvaardbaar heeft geacht. Nu het college niet heeft laten blijken waarom een aanzienlijke afwijking van de als vuistregel aan te houden afstand van 50 meter in dit geval gerechtvaardigd is, is het bestreden besluit in zoverre onvoldoende gemotiveerd.

2.6.4. De conclusie is dat hetgeen [appellant sub 1] heeft aangevoerd aanleiding geeft voor het oordeel dat het bestreden besluit, voor zover het betreft de goedkeuring van het plandeel met de bestemming "Wonen (W)", met betrekking tot het perceel Batouwse Singel 147, niet berust op een deugdelijke motivering. Het beroep is gegrond. Het bestreden besluit dient in zoverre wegens strijd met artikel 3:46 van de Awb te worden vernietigd.

2.7. Het college dient op na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het beroep van [appellant sub 2] niet-ontvankelijk voor zover het betrekking heeft op de plandelen die zijn gelegen buiten de in de plantoelichting weergegeven geurcontour van 2,0 odour units per kubieke meter lucht;

II. verklaart het beroep van [appellant sub 1] en het beroep van [appellant sub 2], voor zover ontvankelijk, gegrond;

III. vernietigt het besluit van het college van gedeputeerde staten van Gelderland van 15 mei 2009, kenmerk 2008-020683, voor zover het betreft de goedkeuring van de plandelen met de bestemming "Wonen (W)", met betrekking tot de percelen Batouwse Singel 7, 9, 11, 13 en 15 en het plandeel met de bestemming "Wonen (W)" en de aanduiding "gestapeld (gs)" met betrekking tot het perceel gelegen op de hoek Liendense Singel/Batouwse Singel, een en ander zoals nader aangeduid op de bij de uitspraak behorende kaart;

IV. vernietigt het besluit van het college van gedeputeerde staten van Gelderland van 15 mei 2009, kenmerk 2008-020683, voor zover het betreft de goedkeuring van de plandelen met de bestemming "Wonen (W)", met betrekking tot de percelen gelegen aan de Linge Singel en de Gelderse Singel en de plandelen met de bestemming "Wonen (W)" en de aanduiding "gestapeld (gs)" met betrekking tot de percelen gelegen op de hoek Gelderse Singel/Liendense Singel en op de hoek Liendense Singel/Batouwse Singel, een en ander voor zover nader aangeduid op de bij de uitspraak behorende kaart;

V. vernietigt het besluit van het college van gedeputeerde staten van Gelderland van 15 mei 2009, kenmerk 2008-020683, voor zover het betreft de goedkeuring van het plandeel met de bestemming "Wonen (W)", met betrekking tot het perceel Batouwse Singel 147;

VI. veroordeelt het college van gedeputeerde staten van Gelderland tot vergoeding van bij [appellant sub 1] in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 241,75 (zegge: tweehonderdeenenveertig euro en vijfenzeventig cent);

veroordeelt het college van gedeputeerde staten van Gelderland tot vergoeding van bij [appellant sub 2] in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 356,15 (zegge: driehonderdzesenvijftig euro en vijftien cent), waarvan een gedeelte groot € 322,00 is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

VII. gelast dat het college van gedeputeerde staten van Gelderland aan appellanten het door hen voor de behandeling van de beroepen betaalde griffierecht ten bedrage van € 150,00 (zegge: honderdvijftig euro) voor [appellant sub 1] en € 150,00 (zegge: honderdvijftig euro) voor [appellant sub 2] vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. R.J. Hoekstra, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.P.F. Boermans, ambtenaar van Staat.

w.g. Hoekstra w.g. Boermans

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 31 maart 2010

429-612.

&lt;HR&gt;

plankaart


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature