< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen. Nu van de zijde van verzoekster voorafgaande aan de behandeling van het onderzoek ter zitting alsnog een beroepschrift is ingediend, ziet de voorzieningenrechter aanleiding om het bezwaarschrift niet op de voet van artikel 6:15 van de Awb als een beroepschrift, maar als een ingebrekestelling als bedoeld in artikel 6:12, tweede lid, van de Awb aan te merken. Het beroep is gegrond nu eerst een BIBOB-advies is aangevraagd nadat de beslistermijn was verstreken. Gelet op de aanvraag van het BIBOB-advies geeft de voorzieningenrechter verweerder onder toepassing van de artikelen 8:55d, derde lid, en 8:72, vijfde lid, van de Awb een nadere termijn om alsnog te beslissen en koppelt daaraan een dwangsom van € 100 per dag met een maximum van € 15 000.

Uitspraak



RECHTBANK ROTTERDAM

Sector Bestuursrecht

Voorzieningenrechter

Reg.nrs.: AWB 09/4025 HOREC T2

AWB 09/4051 HOREC T2 (Hoofdzaak)

Uitspraak naar aanleiding van het verzoek om voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht , tevens uitspraak in de hoofdzaak als bedoeld in artikel 8:86, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht

in de gedingen tussen

[A] handelend onder de naam [B], te Spijkenisse, verzoekster, tevens eiseres (hierna: verzoekster),

gemachtigde mr. V.M. Weski, advocaat te Rotterdam,

en

de Burgemeester van de gemeente Rotterdam, de burgemeester (hierna: de burgemeester).

1 Ontstaan en loop van de procedure

Bij brief van 25 november 2009 heeft verzoekster een bezwaarschrift ingediend bij de burgemeester wegens het niet tijdig beslissen op haar aanvraag om een exploitatievergunning voor het exploiteren van de horeca-inrichting aan de Pretorialaan 66-68 in Rotterdam genaamd Café Dynasty.

Voorts heeft verzoekster bij brief van gelijke datum de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen, inhoudende dat zij kan beginnen met de exploitatie van Café Dynasty.

Bij griffiersbrief van 22 december 2009 is verzoekster bericht dat de voorzieningenrechter, gelet op de inwerking per 1 oktober 2009 van de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen (Stb. 2009, 383), ter zitting de vraag aan de orde zal stellen of het bezwaarschrift als een ingebrekestelling of als een beroepschrift zal moeten worden aangemerkt.

Op 16 december 2009 heeft verzoekster alsnog per faxbericht van 16 november 2009 beroep aangetekend tegen het niet tijdig nemen van een besluit op bovengenoemde aanvraag.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 17 december 2009. Aanwezig waren verzoekster en haar gemachtigde. De burgemeester heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. S.B. Fijneman.

2 Overwegingen

Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) kan, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

In artikel 8:86, eerste lid, van de Awb is bepaald dat, indien het verzoek om voorlopige voorziening wordt gedaan indien beroep bij de rechtbank is ingesteld en de voorzieningenrechter van oordeel is dat na de zitting, bedoeld in artikel 8:83, eerste lid, van de Awb , nader onderzoek redelijkerwijs niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak, hij onmiddellijk uitspraak kan doen in de hoofdzaak.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat in dit geval de feiten en omstandigheden geen nader onderzoek vergen, zodat geen beletsel bestaat voor toepassing van artikel 8:86, eerste lid, van de Awb .

Hij overweegt daartoe als volgt.

Op 1 oktober 2009 is de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen in werking getreden. Met die wet zijn onder meer de artikelen 6:12 en 7:1 van de Awb gewijzigd en is onder meer artikel 8:55d van de Awb ingevoerd.

Artikel 6:12 van de Awb luidt thans als volgt:

“1. Indien het beroep is gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit, is het niet aan een termijn gebonden.

2. Het beroepschrift kan worden ingediend zodra:

a. het bestuursorgaan in gebreke is tijdig een besluit te nemen, en

b. twee weken zijn verstreken na de dag waarop belanghebbende het bestuursorgaan schriftelijk heeft medegedeeld dat het in gebreke is.

3. Indien redelijkerwijs niet van de belanghebbende kan worden gevergd dat hij het bestuursorgaan in gebreke stelt, kan het beroepschrift worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is tijdig een besluit te nemen.

4. (…).”

Artikel 7:1, eerste lid, van de Awb luidt thans als volgt:

“1. Degene aan wie het recht is toegekend beroep bij een administratieve rechter in te stellen, dient alvorens beroep in te stellen bezwaar te maken, tenzij:

(…)

e. het beroep zich richt tegen het niet tijdig nemen van een besluit.”

Artikel 8:55d van de Awb luidt:

“1. Indien het beroep gegrond is en nog geen besluit is bekendgemaakt, bepaalt de rechtbank dat het bestuursorgaan binnen twee weken na de dag waarop de uitspraak wordt verzonden alsnog een besluit bekendmaakt.

2. De rechtbank verbindt aan haar uitspraak een nadere dwangsom voor iedere dag dat het bestuursorgaan in gebreke blijft de uitspraak na te leven.

3. In bijzondere gevallen of indien de naleving van andere wettelijke voorschriften daartoe noopt, kan de rechtbank een andere termijn bepalen of een andere voorziening treffen.”

Ingevolge Artikel III, tweede lid, van de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen blijft het oude recht van toepassing op een bezwaar- of beroepschrift tegen het niet tijdig nemen van een besluit dat is ingediend voor het tijdstip waarop afdeling 8.2.4a van toepassing is geworden.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat uit artikel 7:1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Awb in verbinding met artikel 6:12 van de Awb en het overgangsrecht van artikel III, tweede lid, van de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen volgt dat indien een aanvrager op of na 1 oktober 2009 een rechtsmiddel wenst aan te wenden tegen het niet tijdig nemen van een besluit in primo, dit slechts kan door rechtstreeks beroep in te stellen.

Hieruit volgt dat verzoekster op 25 november 2009 geen bezwaarschrift meer kon indienen.

Nu van de zijde van verzoekster voorafgaande aan de behandeling van het onderzoek ter zitting alsnog een beroepschrift is ingediend, ziet de voorzieningenrechter aanleiding om het bezwaarschrift niet op de voet van artikel 6:15 van de Awb als een beroepschrift, maar als een ingebrekestelling als bedoeld in artikel 6:12, tweede lid, van de Awb aan te merken.

Met betrekking tot het beroep tegen de termijnoverschrijding overweegt de voorzieningenrechter als volgt.

Uit de stukken blijkt dat de burgemeester een aanvraag om een exploitatievergunning ten behoeve van de exploitatie van Café Dynasty heeft ontvangen op 5 augustus 2009. Gelet op artikel 1.2, tweede lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Rotterdam (hierna: de APV) dient op een aanvraag om vergunning als bedoeld in artikel 2.3.2 van de APV binnen acht weken na de dag waarop de aanvraag is ontvangen te worden beslist. Dit betekent dat de burgemeester uiterlijk op 30 september 2009 op de aanvraag diende te beslissen.

Eerst bij brief van 17 november 2009 heeft de burgemeester verzoekster bericht dat hij heeft besloten een advies aan te vragen op grond van de Wet bevordering Integriteitsbeoordelingen door het Openbaar bestuur (hierna: Wet BIBOB) bij het Bureau BIBOB. In die brief is aangegeven dat daarvoor in beginsel een termijn van twee maal vier weken geldt en dat de termijn voor het geven van advies verder kan worden verlengd indien het Bureau BIBOB of de gemeente om andere gegevens verzoekt.

Uit artikel 31 van de Wet BIBOB volgt dat de wettelijke beslistermijn met de termijnen als bedoeld in artikel 15 van de Wet BIBOB worden opgeschort.

Nu het aanvragen van een BIBOB-advies heeft plaatsgehad na het verstrijken van de beslistermijn, is de burgemeester na 1 oktober 2009 in verzuim tijdig op de aanvraag te beslissen.

Gelet hierop is het beroep gegrond en dient het niet tijdig nemen van een besluit gelet op artikel 8:72, eerste lid, van de Awb te worden vernietigd.

Gegeven de omstandigheid dat de burgemeester advies heeft gevraagd bij het Bureau-BIBOB en van de zijde van de burgemeester ter zitting is aangevoerd dat het Bureau-BIBOB de burgemeester heeft bericht dat het uiterlijk op 13 januari 2009 een advies zal uitbrengen en dat de burgemeester gelet hierop uiterlijk op 22 januari 2010 een besluit op de aanvraag zal moeten kunnen nemen, ziet de voorzieningenrechter aanleiding om in de hoofdzaak onder toepassing van artikel 8:55d, derde lid, van de Awb te bepalen dat de burgemeester uiterlijk op 22 januari 2010 zal dienen te beslissen op de aanvraag.

De rechtbank ziet gelet op artikel 8:55d, tweede lid, van de Awb aanleiding om hier een dwangsom van € 100,- aan te verbinden per dag of gedeelte daarvan dat de burgemeester in gebreke is een besluit te nemen, met een maximum van € 15.000,-.

Gelet op het zwaarwegende belang van een inhoudelijk zorgvuldige besluitvorming van de burgemeester, welke is gediend met het afwachten van het gevraagde BIBOB-advies, ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding om onder toepassing van de artikelen 8:55d, derde lid, en 8:72, vijfde lid, van de Awb daarnaast een inhoudelijke voorziening te treffen.

Gelet hierop is er evenmin aanleiding tot het treffen van de verzochte voorlopige voorziening zoals is verzocht door verzoekster.

De voorzieningenrechter ziet gelet op het vorenstaande geen aanleiding om te bepalen dat door de burgemeester naast het griffierecht in de hoofdzaak ook het griffierecht in de voorlopige voorzieningprocedure wordt vergoed.

De voorzieningenrechter ziet ten slotte aanleiding de burgemeester te veroordelen in de kos¬ten die verzoekster in verband met de behandeling van het beroep tot aan deze uitspraak redelijkerwijs heeft moeten maken. De voorzieningenrechter bepaalt de pro¬ces¬kosten in verband met de indexering per 1 oktober 2009 op € 874,- aan kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

3 Beslissing

De voorzieningenrechter,

recht doende:

verklaart het beroep gegrond,

vernietigt het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een beslissing op de aanvraag van verzoekster,

bepaalt dat de burgemeester uiterlijk op 22 januari 2010 op de aanvraag beslist onder verbeurte van een dwangsom van € 100,- per dag of gedeelte daarvan dat de burgemeester nadien in gebreke blijft een besluit te nemen, met een maximum van € 15.000,-,

bepaalt dat de burgemeester aan verzoekster het betaalde griffierecht van € 150,- in de hoofdzaak vergoedt,

veroordeelt de burgemeester in de proceskosten tot een bedrag van € 874,- te betalen aan verzoekster,

wijst het verzoek om voorlopige voorziening op grond van artikel 8:81 van de Awb af.

Aldus gedaan door mr. T. Damsteegt, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van

mr. drs. R. Stijnen, griffier.

De griffier: De voorzieningenrechter:

Uitgesproken in het openbaar op 22 december 2009.

Afschrift verzonden op:

Een belanghebbende – onder wie in elk geval verzoekster wordt begrepen – en de burgemeester kunnen tegen deze uitspraak – voor zover daarin is beslist in de hoofdzaak – hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA 's-Gravenhage. De termijn voor het indienen van het beroepschrift is zes weken en vangt aan met ingang van de dag na die waarop het afschrift van deze uitspraak is verzonden.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature