Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebieden:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Zittingsplaats:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Niet verlengen aio-plaats door universiteit vanwege negatieve tussentijdse beoordeling. Beoordeling is voldoende onderbouwd. Niet gebleken dat beoordeling te maken heeft met negatieve waardering van eiseres op persoonlijk vlak.

Uitspraak



RECHTBANK GRONINGEN

Sector Bestuursrecht, enkelvoudige kamer

Zaaknummer: AWB 09/508

Uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geschil tussen

[eiseres], wonende te Grijpskerk,

eiseres,

gemachtigde: mr. E. van Bommel, advocaat te Appingedam

en

het College van Bestuur van de Rijksuniversiteit Groningen,

verweerder,

gemachtigde: mr. drs. A. Elgersma, advocaat te Groningen.

1. Onderwerp van geschil

Bij brief van 29 mei 2009 heeft verweerder eiseres mededeling gedaan van zijn besluit op bezwaar betreffende de beoordeling van haar werkzaamheden en het besluit om haar aanstelling aan de faculteit Wiskunde en Natuurwetenschappen niet te verlengen.

Tegen dit besluit heeft eiseres bij brief van 10 juni 2009 beroep ingesteld.

2. Zitting

Het geschil is behandeld op de zitting van 1 oktober 2009. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Als medegemachtigden van verweerder zijn verschenen [5 namen]

3. Beoordeling van het geschil

3.1 Feiten

Bij besluit van 11 december 2006 is eiseres conform artikel 2.3.3a van de Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling Nederlandse Universiteiten (hierna: CAO NU) met ingang van 1 januari 2007 tot en met 31 december 2010 aangesteld om als promovenda onderzoek te doen in een EU-project, genaamd ‘driving under the influence of drugs, alcohol and medicines’.

Bij besluit van 1 maart 2008 heeft het bestuur van de Faculteit Wiskunde en Natuurwetenschappen van verweerders universiteit eiseres meegedeeld dat haar werkzaamheden als promovenda onvoldoende zijn bevonden en dat is besloten de aanstelling niet te verlengen. Daarbij heeft verweerder zich gebaseerd op een schriftelijke beoordeling van de promotor over de werkzaamheden van eiseres in de periode 1 januari 2007 tot 9 augustus 2007.

Bij brief van 8 april 2008 heeft eiseres bezwaar gemaakt tegen het besluit van 1 maart 2008.

Bij het thans bestreden besluit van 29 mei 2009 heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken ingezonden en een verweerschrift ingediend. Afschriften van de gedingstukken zijn, voor zover niet door hen ingediend, aan partijen verzonden.

3.2 Standpunten van partijen

Verweerder heeft, onder meer en samengevat, aan zijn besluit ten grondslag gelegd dat eiseres niet geschikt is om als zelfstandig promovenda binnen het project te werken teneinde een proefschrift te schrijven binnen de daarvoor afgesproken termijn. Zij heeft onvoldoende resultaten getoond en onvoldoende samenwerking binnen het project tot stand gebracht.

Eiseres heeft, samengevat en voor zover hier van belang, naar voren gebracht dat zij zich niet kan vinden in de negatieve beoordeling, die gebaseerd is op onvoldoende functioneren en het niet kunnen samenwerken. Eiseres stelt zich op het standpunt dat zij slecht is begeleid door haar promotor en co-promotor. Zij voelde zich met name door de promotor onheus bejegend en ook de samenwerking met haar collega-onderzoeker verliep stroef. Zij heeft de indruk dat de negatieve beoordeling van haar onderzoek is gevoed door negatieve gevoelens over haar persoon en problemen op de afdeling waar zij werkzaam was.

Verweerder heeft zich in beroep op het standpunt gesteld dat het besluit op goede gronden is genomen.

3.3 Wettelijk kader

In artikel 8.3, tweede lid, van de CAO NU is bepaald dat een dienstverband voor bepaalde tijd tussentijds gemotiveerd kan worden opgezegd indien sprake is van een redelijke grond.

3.4 Beoordeling

De rechtbank stelt vast dat eiseres niet opkomt tegen het deel van het besluit dat ziet op het niet verlengen van de aanstelling. Ter zitting heeft eiseres desgevraagd bevestigd dat zij dit standpunt reeds in haar bezwaarschrift heeft ingenomen. Ter beoordeling door de rechtbank ligt daarom voor of verweerder op goede gronden zijn besluit heeft gehandhaafd om eiseres een negatieve beoordeling te geven ten aanzien van haar promotieonderzoek in de periode 1 januari 2007 tot 9 augustus 2007.

De rechtbank overweegt allereerst dat volgens vaste jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep (onder meer bij uitspraak van 13 juli 2006, LJN: AY5117) de rechterlijke toetsing van de inhoud van een beoordeling beperkt is tot de vraag of gezegd moet worden dat de beoordeling op onvoldoende gronden berust. In geval van negatieve oordelen geldt het uitgangspunt dat het betrokken bestuursorgaan aannemelijk moet maken dat die negatieve waardering niet op onvoldoende gronden berust. Daarbij is niet beslissend of elk feit ter adstructie van een waardering boven elke twijfel verheven is, en zelfs is niet van doorslaggevend belang of bepaalde feiten onjuist blijken te zijn vastgesteld of geïnterpreteerd. Het gaat erom of in het totale beeld van de in beschouwing genomen gezichtspunten de gegeven waarderingen de zo juist vermelde toetsing kunnen doorstaan.

Tussen partijen is niet in geding dat het onderzoek genaamd ‘driving under the influence of drugs, alcohol and medicines’ zou word verricht door twee promovendi. In dat kader is op 26 oktober 2006 tevens [naam] aangesteld. [naam] en eiseres dienden bij het onderzoek dan ook samen te werken. Voorts staat vast dat eiseres werd begeleid door een promotor, [naam], en een co-promotor, [naam] Voorafgaand aan de aanstelling hebben partijen afspraken gemaakt over de werkwijze. Deze afspraken zijn vastgelegd in het Aio opleidings- en begeleidingsplan. Hierin is opgenomen dat eiseres verplicht was haar promotor te rapporteren. In de vierde maand na haar aanstelling diende zij in de vorm van een literatuurreview een zogenaamd ‘state of the art’ te geven. In de zesde maand diende zij een onderzoeksprotocol te produceren. Afgesproken is verder dat zij als promovenda de resultaten van haar onderzoek uiteindelijk binnen vier jaar diende vast te leggen in een proefschrift.

Gebleken is dat de literatuurreview die eiseres voor 1 mei 2007 had moeten inleveren, pas op 31 augustus 2007 door haar - naar eigen zeggen deels - aan haar co-promotor is overgelegd. Verweerder heeft aangegeven dat dit onvolledige review niet alleen te laat was ingediend, maar ook niet voldeed aan de kwalitatieve eisen die daaraan gesteld mogen worden. Verweerder heeft daarbij onder meer gewezen op het feit dat eiseres in de review tweemaal het doel van haar onderzoek noemt, dat er taalfouten in staan, dat de samenvatting aan het begin in plaats van aan het eind staat, dat teksten uit andere artikelen aan elkaar zijn geplakt en dat referenties en literatuurverwijzingen ontbreken. Voorts heeft verweerder gewezen op de vele problemen in de communicatie met de promotor, de co-promotor en de directe collega’s. Om te bezien of die laatste problemen zouden kunnen worden opgelost is een onderzoek uitgevoerd door drs. L. van de Broek van Kantharos, maar dit heeft niet geleid tot herstel van de betrekkingen.

De rechtbank is gelet op hetgeen door partijen in deze procedure naar voren is gebracht, het beeld dat uit de processtukken naar voren komt en het verhandelde ter zitting van oordeel dat verweerder in redelijkheid heeft kunnen oordelen dat eiseres ongeschikt is voor het vervullen van de promotieplaats ten behoeve van het onderzoek. Verweerder heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat de negatieve waardering niet op onvoldoende gronden berust. Daarbij heeft verweerder zich kunnen laten leiden door voornoemde beoordeling van de promotor/beoordelaar en de tweede beoordelaar, [naam], die mede is gebaseerd op informatie van de co-promotor. Zij hebben in een ‘beoordelingsformulier Aio’ een gemotiveerde beoordeling van de kwaliteit en de kwantiteit van het werk van eiseres gegeven. Op het merendeel van de beoordelingspunten scoorde eiseres de letter A, die in de beoordelingssystematiek staat voor ‘voldoet niet’. Op geen enkel onderdeel scoorde eiseres de letter C, wat gelijk staat met de term ‘voldoet’, of hoger. Anderzijds heeft eiseres onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de negatieve beoordeling te wijten is aan de door haar gestelde slechte begeleiding. Evenmin is gebleken dat de beoordeling niet op objectieve wijze tot stand is gekomen, dan wel dat deze negatief is uitgevallen omdat de promotor, de co-promotor of de betrokken collega’s eiseres op persoonlijk vlak niet zouden waarderen. De stellingen van eiseres gaan naar het oordeel van de rechtbank bovendien voorbij aan het feit dat eiseres onweersproken te laat een onvolledige literatuurreview heeft ingeleverd, die door verweerder in redelijkheid als, in wetenschappelijk opzicht, volstrekt onvoldoende van kwaliteit kon worden gekwalificeerd.

Het voorgaande leidt de rechtbank tot de conclusie dat verweerder in redelijkheid het primaire besluit om het dienstverband voor bepaalde tijd tussentijds op te zeggen vanwege een negatieve beoordeling heeft kunnen handhaven. Het beroep zal daarom ongegrond worden verklaard.

De rechtbank ziet geen aanleiding voor het uitspreken van een proceskostenveroordeling.

Beslist wordt daarom als volgt.

4. Beslissing

De rechtbank Groningen,

RECHT DOENDE,

- verklaart het beroep ongegrond.

Aldus gegeven door mr. A. Houtman en in het openbaar uitgesproken

op 15 december 2009, in tegenwoordigheid van mr. E.H. Pot als griffier.

w.g. De griffier,

w.g. De rechter,

De rechtbank wijst er op dat partijen en andere belanghebbenden binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak daartegen hoger beroep kunnen instellen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA in Utrecht.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde jurisprudentie

Gerelateerde advocaten

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature