< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van vijftien maanden. Dit voor diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft of het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak.

Uitspraak



RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

parketnummer: 16/600455-09 [P]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 17 augustus 2009

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren op [1973] te [geboorteplaats] (Marokko),

wonende te [woonplaats],

gedetineerd in het Huis van Bewaring Wolvenplein te Utrecht, Wolvenplein 27.

raadsman mr. J.G.M. Dassen, advocaat te Utrecht.

1. Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 3 augustus 2009, waarbij de officier van justitie, mr. E.D.I. Martens, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2. De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte

meerdere (gekwalificeerde) diefstallen heeft gepleegd, dan wel gestolen goederen heeft geheeld.

3. De beoordeling van het bewijs

3.1. Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte heeft gepleegd hetgeen hem is ten laste gelegd.

3.2. Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van het onder 1, 3, 4, 5 en 6 tenlastegelegde.

3.3. Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht bewezen hetgeen verdachte onder 1, 2 primair, 3 primair, 4, 5 en 6 is ten laste gelegd en bezigt de navolgende bewijsmiddelen tot het bewijs.

Ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde.

Een proces-verbaal van aangifte nummer PL0940/09-073072, - zakelijk weergegeven – onder meer inhoudende als verklaring van [getuige 1] :

Ik doe aangifte van diefstal uit een auto. De auto is eigendom van [benadeelde 1]. Op woensdag 11 maart 2009, omstreeks 12.00 uur had ik de bestelbus van het merk Mercedes-Benz , type 906 OK 35, voorzien van het kenteken [kenteken], in de kleur wit geparkeerd aan de [adres] ter hoogte van perceel 26 te [plaats]. Op woensdag 11 maart 2009, omstreeks 12.10 uur wilde ik door de voordeur naar buiten gaan. Ik zag dat er een vrouw mij tegemoet kwam ik hoorde haar zeggen: “ik zag dat iemand een raam van jouw bus heeft vernield, ik zag dat hij het navigatie systeem heeft meegenomen.” Ik liep naar de bus en ik zag dat het kleine driehoekraam aan de bestuurderszijde in het voorportier ontwricht was. Ik had het portier geopend en ik zag dat het navigatiesysteem niet meer op het raam zat. Ik zag dat de houder ook niet meer op het raam zat. Op dat moment wist ik dat het navigatiesysteem was weggenomen. Het weggenomen goed behoort geheel in eigendom toe aan [benadeelde 1]. Niemand had het recht of de toestemming het goed weg te nemen en zich dit toe te eigenen.

Een proces-verbaal van getuige-verklaring nummer PL0940/09-073072, - zakelijk weergegeven – onder meer inhoudende als verklaring van [getuige 2] te [plaats] :

Op woensdag 11 maart 2009 omstreeks 12.00 ging ik mijn dochter bij de peuterspeelzaal ophalen. Deze peuterspeelzaal ligt aan de [adres]. Ik reed met mijn eigen auto over de [adres]. Toen ik op de kruising van de [adres], [adres] en de [adres] reed zag ik een manspersoon bij een autoruit klooien. Deze autoruit bevond zich aan de bestuurders kant. De manspersoon die bij de autoruit aan het klooien was kan ik als volgt omschrijven: zwarte jas, spijkerbroek, normaal postuur, zwart krullend haar, Marokkaanse komaf. Ik weet dat deze manspersoon [verdachte] van zijn voornaam heet. Toen [verdachte] bij de auto stond zag ik dat hij aan de bestuurderszijde probeerde in te breken. Vervolgens zag ik dat het hem gelukt was om het raam uit de auto te halen. Ook zag ik dat hij iets uit de auto haalde. Ik zag dat dit om een navigatiesysteem ging.

Een proces-verbaal van bevindingen nummer PL0940/09-073072, - zakelijk weergegeven – onder meer inhoudende als relaas van de verbalisant [verbalisant 1]:

Als wijkagent van de wijk [adres] te [plaats], las ik in het dagrapport van 12 maart 2009 dat er autoinbraak had plaatsgevonden op de [adres] te [plaats] . In het betreffende proces-verbaal las ik de verklaring van getuige [getuige 2]. Ik las dat zij de dader van de inbraak herkende als de haar bekende “[verdachte]”. In combinatie met het door getuige

[getuige 2] opgegeven signalement wist ik nagenoeg zeker dat de verdachte de navolgende persoon betrof, namelijk: [verdachte] , geboren op [1973] te [geboorteplaats], zonder vaste woon- of verblijfplaats. Ambtshalve is mij bekend dat [verdachte] door zijn directe omgeving met de voornaam “[verdachte]” wordt aangesproken.

Vervolgens verhoorde ik getuige [getuige 2] op 28 maart nader. Tijdens het verhoor toonde ik haar de foto van genoemde [verdachte]. [getuige 2] verklaarde daarbij dat dat de door haar bedoelde “[verdachte]” betrof.

Een proces-verbaal van verhoor nummer PL0940/09-073072, - zakelijk weergegeven – onder meer inhoudende als verklaring van [getuige 2] voornoemd :

Ik ben onlangs getuige geweest van een inbraak in een auto. Daar heb ik een verklaring over afgelegd. Ik heb toen verteld dat ik de dader wel kende als [verdachte]. Ik kende [verdachte].

al van te voren. Ik zie nu een foto. Dat is hem. Ik ken hem als de bedoelde [verdachte].

Er is geen twijfel bij mij.

De rechtbank overweegt in verband met het laatst genoemde bewijsmiddel dat weliswaar sprake is geweest van een enkelvoudige foto-confrontatie, doch dat deze door de rechtbank betrouwbaar wordt geacht, nu deze alleen is gebruikt ter identificatie van een persoon die de getuige al kende.

Ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde.

Een proces-verbaal van aangifte nummer PL0940/09-122938, - zakelijk weergegeven – onder meer inhoudende als verklaring van [getuige 3], wonende te [plaats], [adres] :

Ik doe aangifte van diefstal. Ik vermoed dat het feit gepleegd is op donderdag 23 april 2009 tussen 08.20 uur en 14.15 uur. Op het eerst genoemde tijdstip verliet ik de woning en liet deze in onbeschadigde toestand achter. Ik deed alle drie de sloten welke op de voordeur zitten op slot.

Als je op de galerij voor mijn woning staat zie je dat in de voordeur twee ruiten zitten met daarin draadglas. Ik zag dat de onderste ruit eruit lag.

Er zijn diverse goederen meegenomen. Ik verwijs u hiervoor naar de opgemaakte goederenbijlage. Het weggenomen goed behoort mij geheel in eigendom toe. Niemand had het recht of de toestemming het goed weg te nemen.

Goederenbijlage:

Televisie (flat) merk Philips

Fotocamera merk Pentax

Pc merk Packard Bell

Beeldscherm merk Acer

NS Kortingskaart

Zorgpas IZZ op naam van [naam]

Een proces-verbaal van doorzoeking mutatienummer PL940/09-122695, -zakelijk weergegeven – onder meer inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 2]:

Naar aanleiding van de aanhouding van verdachte [verdachte] werd een onderzoek ingesteld aangaande gepleegde inbraken, hierover verklaar ik het volgende:

Voor een doorzoeking is binnengetreden in een woning gelegen aan de [adres] te [plaats].

Ten tijde van de doorzoeking werd op verschillende locaties in de woning goederen aangetroffen waarbij uit feiten en omstandigheden waaronder deze werden aangetroffen het vermoeden ontstond dat genoemde goederen van diefstal afkomstig waren.

Aangetroffen goed:

LCD scherm Philips

Monitor Acer zwart

Computer Packard Bell

NS pas en Zorgpas onv [naam]

Een proces-verbaal van verhoor van verdachte – zakelijk weergegeven – onder meer inhoudende als diens verklaring op 7 juli 2009 tegenover verbalisant [verbalisant 3]:

Over de woninginbraak, gepleegd op 23 april 2009 in een woning op de [adres] in [plaats] kan ik u vertellen dat de twee broers, [betrokkene 1] en [betrokkene 2] bij mij waren. Ze heten [naam] van de achternaam. Dit was ’s morgens vroeg op de [adres] te [plaats]. Ze hebben vervolgens even bij mij gezeten. Tussen 07.00 uur en 09.00 uur, zag ik dat [betrokkene 1] naar buiten liep. Even later zag ik [betrokkene 1] terug komen. Ik hoorde dat hij tegen mij zei dat hij ingebroken had. Ik hoorde dat hij aan mij vroeg of ik wilde helpen om de spullen uit de woning te tillen. Ik ben vervolgens met [betrokkene 1] naar de woning gelopen. Deze woning bevond zich op de eerste verdieping. Ik zag dat het onderste raam kapot was. Vervolgens zag ik dat [betrokkene 1] de woning in zien gaan. Vervolgens zag ik dat [betrokkene 1] uit de woning kwam lopen met een televisie. Deze televisie was een zwarte flatscreen. Ik heb vervolgens deze televisie overgenomen en naar de woning van mijn ex-vriendin [betrokkene 3] gebracht. Ik ben vervolgens weer teruggelopen naar de woning waar [betrokkene 1] had ingebroken. Ik zag dat [betrokkene 1] uit de woning kwam lopen met een computer in zijn handen. Ik heb vervolgens de computer overgenomen. Ik zag dat [betrokkene 1] weer terug de woning in liep waar hij ingebroken had. Ik ben vervolgens terug naar de woning van [betrokkene 3] gelopen en ben daar gebleven. Ik zag dat [betrokkene 1] even later terug kwam met een cameraatje in zijn handen. Het lijkt mij logisch dat deze ook uit de woning komt waar [betrokkene 1] ingebroken had.

Ten aanzien van het onder 3 tenlastegelegde.

Een proces-verbaal van aangifte nummer PL0940/09-065088 - zakelijk weergegeven - onder meer inhoudende als verklaring van [getuige 4], [adres] te [plaats] :

Ik doe aangifte van inbraak. Ik vermoed dat het feit gepleegd is tussen dinsdag 3 maart 2009 omstreeks 22.00 uur en woensdag 4 maart 2009 07.00 uur. Ik ben gisteravond omstreeks 22.00 uur naar bed gegaan Op woensdag 4 maart 2009 omstreeks 04.00 uur hoorde ik een doffe klap. Op woensdag 4 maart 2009 omstreeks 07.00 uur kwam ik beneden in mijn woning. Ik zag dat de kastdeur openstond. Ik zag dat de laptop en de digitale foto camera weg waren uit de kast. Ik ben naar de voordeur van mijn woning gelopen. Ik zag dat de onderste ruit van de voordeur kapot was. Vervolgens zag ik dat er twee tassen van mij waren weggenomen, welke ik in de hal had gezet. Bij de inbraak zijn veel goederen weggenomen. Ik verwijs voor verdere informatie omtrent de weggenomen goederen naar de bijgevoegde goederen bijlage. Het weggenomen goed behoort mij geheel in eigendom toe. Niemand had het recht of de toestemming het goed weg te nemen.

Goederenbijlage:

Laptop merk Toshia

Fotocamera merk Pentax

Fotocamera merk Nikon

Telefoon (Gsm) merk Nokia

Telefoon (Gsm) merk Htc

Tas

Rijbewijs op naam van [getuige 4]

Autopapieren van het voertuig met kenteken [kenteken]

Portemonnee

Batterijlader

Een proces-verbaal van doorzoeking mutatienummer PL940/09-122695, -zakelijk weergegeven – onder meer inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 2]:

Naar aanleiding van de aanhouding van verdachte [verdachte] werd een onderzoek ingesteld aangaande gepleegde inbraken, hierover verklaar ik, het volgende.

Voor een doorzoeking is binnengetreden in een woning gelegen aan de [adres] te [plaats].

Ten tijde van de doorzoeking werd op verschillende locaties in de woning goederen aangetroffen waarbij uit feiten en omstandigheden waaronder deze werden aangetroffen het vermoeden ontstond dat genoemde goederen van diefstal afkomstig waren.

Aangetroffen goed:

C-1000 plastic tas met bescheiden in ovenlade keuken (afkomstig van inbraak [adres] [plaats])

Ten aanzien van het onder 4 tenlastegelegde:

Een proces-verbaal van aangifte -zakelijk weergegeven – onder meer inhoudende als verklaring van [getuige 5]:

Ik doe aangifte van diefstal.

Ik had de voordeur van mijn woning aan de [adres] te [plaats] op 22 maart 2009 geopend met de sleutel en ik had mijn grijze handtas in het halletje gelegd. In mijn handtas zaten onder andere mijn portemonnee, met daarin mijn identiteitskaart voorzien van het nummer [kenmerk] en diverse andere goederen.

Omstreeks 22.30 uur wilde ik naar bed gaan.

Ik was naar het houten kistje bij de voordeur gelopen om mijn tas te pakken. Op dat moment zag ik dat mijn tas niet meer op het houten kistje lag.

De weggenomen goederen staan nader omschreven in de goederenbijlage. Het weggenomen goed behoort mij geheel toe. Niemand had het recht dit goed weg te nemen en het zich toe te eigenen.

Goederenbijlage:

Tas

Portemonnee

Id kaart op naam van [getuige 5]

Bankpas opnaam van [getuige 5]

Telefoon (Gsm) merk Samsung

Een proces-verbaal van doorzoeking mutatienummer PL940/09-122695, -zakelijk weergegeven – onder meer inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 2]:

Voor een doorzoeking is binnengetreden in een woning gelegen aan de [adres] te [plaats].

Ten tijde van de doorzoeking werd op verschillende locaties in de woning goederen aangetroffen waarbij uit feiten en omstandigheden waaronder deze werden aangetroffen het vermoeden ontstond dat genoemde goederen van diefstal afkomstig waren.

Aangetroffen goed:

Witte plastic tas met bescheiden ovenlade keuken (afkomstig van inbraak [adres] te [plaats])

Ten aanzien van het onder 5 tenlastegelegde.

Een proces-verbaal van aangifte - zakelijk weergegeven – onder meer inhoudende als verklaring van [getuige 6], [adres] te [plaats] :

Ik doe aangifte van inbraak. Ik vermoed dat het feit gepleegd is op donderdag 23 april 2009, omstreeks 04.25 uur. Rond genoemd tijdstip hoorde ik een harde klap en glasgerinkel. Ik zag vervolgens dat er ingebroken was. De praktijk zit vast aan de woning. De daders zijn alleen in de praktijkruimte geweest. De daders zijn binnengekomen door een ruit te vernielen met een tegel. Ik zag dat de tegel in de praktijk op de grond lag.

Weggenomen goederen: Laptop merk Toshiba.

Het weggenomen goed behoorde mij geheel in eigendom toe. Niemand had het recht of de toestemming het goed weg te nemen.

Een proces-verbaal - zakelijk weergegeven – onder meer inhoudende als relaas van de verbalisant [verbalisant 4]:

Naar aanleiding van de gedane aangifte van diefstal uit een woning op donderdag 23 april 2009, omstreeks 04.25 uur werd op donderdag, 23 april 2009 door de Forensische Afdeling van de politie Utrecht, een technisch onderzoek ingesteld op het adres [adres] te [plaats]. Uit het door hen ingestelde onderzoek bleek onder andere dat het navolgende spoor werd aangetroffen: bloedspoor aan scherf in sponning (dna). Kort na genoemd onderzoek werd het aangetroffen spoor op voorgeschreven wijze veiliggesteld en voor onderzoek gezonden naar het Nederland Forensisch Instituut (NFI) batchnummer [kenmerk]. Op 27 mei 2009 werd genoemd spoor opgenomen in de dna-databank waaruit bleek dat deze een profielcluster vormden met het dna-Profielcluster 320. Blijkens de gegevens van het NFI behoort genoemd profiel toe aan verdachte [betrokkene 2]; stuk van overtuiging hierin is het op 30 december 2003 in de dna-bank opgeslagen referentiemonster wangslijmvlies van verdachte [betrokkene 2], 8 augustus 1981. De ‘berekende frequentie dna-profiel’ is kleiner dan één op één miljard.

Een proces-verbaal – zakelijk weergegeven – onder meer inhoudende als relaas van de verbalisant [verbalisant 5]:

Op zaterdag 25 april 2009, heb ik de verdachten [betrokkene 2] en [verdachte] gehoord.

Op donderdag 23 april 2009 omstreeks 04.25 uur werd er in [adres] te [plaats] een melding gedaan van een heterdaad woninginbraak. De bewoners van deze woning waren wakker geworden van glasgerinkel, toen men ging kijken zag men dat men met een steen de ruit ingegooid had en vervolgens een laptop merk Toshiba was weggenomen. In deze zaak was tevens verdachte [medeverdachte 1 ] aangehouden, die een aantal telefoons bij zich had, welke in beslag zijn genomen. Op één van deze telefoons was een SMS bericht binnen gekomen op donderdag 23 april 2009, omstreeks 04.35 uur. Dit bericht luidde (kort weergegeven) als volgt; “Wij hebben een Toshiba, kom snel want ik ben samen met [verdachte]”.

Ten aanzien van het onder 6 tenlastegelegde (parketnummer 16/440676-09).

Een formulier afschrift aangifte, onderdeel uitmakende van een proces-verbaal van verbalisant [verbalisant 6] – zakelijk weergegeven – onder meer inhoudende:

Aangifte van diefstal van een fiets

Gegevens: aangever [benadeelde 2]

Pleegplaats: [adres] [plaats]

Tijdstip achtergelaten: 14-01-2009 17:00.

Tijdstip geconstateerd: 14-01-2009 19:00.

Ik ging op bezoek bij mijn dochter en zette de fiets op haar erf op slot tegen het tuinhek. Toen was de fiets gestolen. Aan niemand werd het recht of de toestemming gegeven tot het plegen van het feit.

Fiets merk Batavus, serienummer [kenmerk], gegraveerde postcode [kenmerk].

Een proces-verbaal verhoor van verdachte – zakelijk weergegeven – onder meer inhoudende als diens verklaring op 25 januari 2009:

Het klopt dat ik de fiets gestolen heb. Ik heb de fiets gisteren gestolen bij het winkelcentrum [plaats] rond de klok van 22:00 uur. De fiets was voorzien van een slot, het was zo’n slot wat er standaard op zit en wat door het achterwiel gaat. Ik heb de fiets gewoon meegesleept naar huis omdat ik daar toch dicht in de buurt woon. Thuis heb ik het slot met een zaag en schroevendraaier geforceerd.

Ik zeg u dat ik de fiets echt gisteren heb weggenomen vanaf het winkelcentrum [plaats], mogelijk is de fiets dus eerst door iemand anders gestolen en nu dan weer door mij. Ik weet dat het niet mag om een fiets van een ander zonder toestemming weg te nemen.

Een proces-verbaal - zakelijk weergegeven – onder meer inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 6]:

Diefstal fiets. Benadeelde [benadeelde 2].

Op 14 januari 2009 werd de fiets weggenomen in [plaats]. Op 15 januari 2009 deed aangeefster/benadeelde hiervan aangifte. Op 25 januari 2009 werd verdachte [verdachte] aangetroffen op deze fiets. Op 28 januari 2009 ontving aangeefster/benadeelde de fiets weer terug.

Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, onder 5 van het Wetboek van Strafvordering, te weten een ontvangstbewijs , ondertekend door [benadeelde 2] voornoemd, - zakelijk weergegeven – onder meer inhoudende:

Ondergetekende verklaart uit handen van [verbalisant 6], van politie Utrecht, te hebben ontvangen 1 fiets, merk Batavus, serienummer [kenmerk], gemerkt [kenmerk].

Ten aanzien van het onder 2, 3 en 4 tenlastegelegde.

Een proces-verbaal verhoor van verdachte - zakelijk weergegeven – onder meer inhoudende als diens verklaring op 25 april 2009:

De goederen die u in het huis van mijn vriendin heeft gevonden en die van diefstal afkomstig zijn, heb ik gestolen. Ik ben daar verantwoordelijk voor. Ik heb vele diefstallen gepleegd. Nogmaals alle spullen die u bij mij thuis hebt aangetroffen heb ik uit woningen gestolen. Ik heb veel in de buurt ingebroken.

Een proces-verbaal verhoor van [benadeelde 3] - zakelijk weergegeven – onder meer inhoudende als verklaring op 24 april 2009 :

Ik ben de hoofdbewoner van het perceel [adres] te [plaats].

Dagelijks komt bij mij [verdachte] over de vloer. [verdachte] heeft een sleutel van mijn woning. [verdachte] heeft zelf geen woning.

De verklaring die verdachte ter terechtzitting op 3 augustus 2009 heeft afgelegd – zakelijk weergegeven – onder meer inhoudende:

Ik wordt [verdachte] genoemd.

De rechtbank overweegt hierbij dat zij de verdachte houdt aan zijn hierboven vermelde verklaring waarbij hij de onder 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten bekent. Weliswaar heeft verdachte in het vooronderzoek en ook ter terechtzitting deze bekentenis ingetrokken en nader omtrent een en ander verklaard, doch de rechtbank houdt verdachte aan zijn eerdere verklaring omdat zij de door verdachte gegeven verklaring waarom hij zijn bekentenis heeft ingetrokken, ongeloofwaardig acht.

3.4. De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van hetgeen hiervoor is vastgesteld en overwogen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte heeft gepleegd hetgeen hem onder 1, 2 primair, 3 primair, 4, 5 en 6 is ten laste gelegd, met dien verstande dat

1.

hij op 11 maart 2009 te Amersfoort met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een bestelauto (merk Mercedes-Benz, type 906 OK 35, kenteken [kenteken]) heeft

weggenomen een navigatiesysteem en een houder van genoemd navigatiesysteem, toebehorende aan [benadeelde 1], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft of de weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door een ruit van genoemde auto te breken/in te slaan;

2.

Primair

hij op of omstreeks 23 april 2009 te Amersfoort tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een woning (gelegen

aan de [adres]) heeft weggenomen een televisie (merk

Philips) en een fotocamera (merk Pentax) en een Computer (merk Packard

Bell) en een beeldscherm (merk Acer) en een NS kortingskaart (op naam

van [naam]) en een zorgpas van IZZ (op naam van [naam]), toebehorende aan [naam] en/of [getuige 3], waarbij verdachte en/of zijn mededader zich de toegang tot de

plaats des misdrijfs heeft / hebben verschaft door het inslaan van een ruit van die woning.

3.

Primair

hij in of omstreeks de nacht van 3 maart 2009 op 4 maart 2009 te Amersfoort,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een woning (gelegen aan de [adres]) heeft weggenomen een laptop (merk Toshiba) en een fotocamera (merk Pentax) en een fotocamera (merk Nikon) en twee telefoons (merk Nokia en merk HTC) en een tas en een rijbewijs (op naam van [getuige 4] en autopapieren (behorende bij het voertuig met het kenteken [kenteken]) en een portemonnee en een batterijoplader, toebehorende aan [getuige 4].

4.

hij op of omstreeks 22 maart 2009 te Amersfoort tezamen en in vereniging met een ander of anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een woning (gelegen

aan de [adres]) heeft weggenomen een tas en een portemonnee en een ID-kaart (op naam van [getuige 5] en een bankpas (op naam van [getuige 5]) en een telefoon (merk Samsung), toebehorende aan [getuige 5], waarbij verdachte en / of zijn

mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft / hebben verschaft door een valse sleutel (een zogenaamde flipper)

5.

hij op 23 april 2009 te Amersfoort, tezamen en in vereniging met een ander of anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een woning/praktijkpand (gelegen aan de [adres]) heeft weggenomen een laptop (merk Toshiba, type L 350), toebehorende aan [getuige 6], waarbij verdachte en / of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft / hebben verschaft door een tegel, door een ruit van genoemd(e) woning/praktijkpand te gooien.

6.

hij op 24 januari 2009 te Amersfoort met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening

heeft weggenomen een (dames)fiets (merk Batavus, type [kenmerk]), toebehorende aan [benadeelde 2], waarbij verdachte het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak op het slot van die fiets.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4. De strafbaarheid

4.1. De strafbaarheid van de feiten

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert de navolgende strafbare feiten op.

Ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde:

Diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft of het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak.

Ten aanzien van het onder 2 primair, het onder 3 primair en het onder 5 tenlastegelegde:

Telkens diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Ten aanzien van het onder 4 tenlastegelegde:

Diefstal.

Ten aanzien van het onder 6 tenlastegelegde:

Diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak.

4.2. De strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

5. De strafoplegging

5.1. De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden, met aftrek van de preventieve hechtenis, waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en toezicht van de reclassering en voorts toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2].

5.2. Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht verdachte ten aanzien van het door de verdediging bewezen geachte een straf op te leggen die niet langer is dan de door verdachte reeds in voorarrest doorgebrachte tijd.

5.3. Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte.

Voor wat betreft de ernst van de feiten heeft de rechtbank met name in aanmerking genomen dat verdachte een reeks diefstallen heeft gepleegd waaronder meerdere woninginbraken. Hierdoor is schade toegebracht aan de slachtoffers van de feiten. Voor zover het diefstallen uit woningen betreft, is ernstig inbreuk gemaakt op de privacy van de bewoners. Dit soort feiten veroorzaken gevoelens van onrust en van onveiligheid in de maatschappij.

Voor wat betreft de persoon van de verdachte heeft de rechtbank met name acht geslagen op:

-een uittreksel uit de justitiële documentatie betreffende verdachte d.d. 12 juni 2009, waaruit blijkt dat verdachte zich eerder aan een groot aantal soortgelijke strafbare feiten als ten laste gelegd en bewezen verklaard heeft schuldig gemaakt;

-een voorlichtingsrapport betreffende verdachte d.d. 3 augustus 2009, opgemaakt door F.H.A. de Vos, reclasseringswerker bij het Centrum Maliebaan te Utrecht.

6. De benadeelde partij

De vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]

De benadeelde partij heeft overeenkomstig het bepaalde in artikel 51b van het Wetboek van Strafvordering opgave gedaan van de inhoud van de vordering.

De vordering strekt tot vergoeding van geleden schade ten gevolge van het onder 6 ten laste gelegde feit, te weten een bedrag van € 108,35 wegens materiële schade.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de vordering van de benadeelde partij niet van zo eenvoudige aard is dat deze zich leent voor behandeling in deze strafzaak. Niet kan worden vastgesteld dat aan de door de benadeelde partij gevorderde schade door verdachte is

veroorzaakt. Bewezen is verklaard dat de bewuste fiets op 24 januari 2009 door verdachte is gestolen. Door de benadeelde partij is destijds aangifte gedaan van diefstal van de fiets op 14 januari 2009, waardoor het mogelijk is dat deze fiets op 14 januari 2009 eerst door een ander dan verdachte is gestolen. Niet kan worden uitgesloten dat deze ander de schade heeft aangericht.

De benadeelde partij zal derhalve in haar vordering niet-ontvankelijk worden verklaard met bepaling dat dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

7. De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 57, 63, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht .

8. De beslissing

De rechtbank:

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

- verklaart dat het bewezenverklaarde de navolgende strafbare feiten oplevert:

ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde:

Diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft of het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

ten aanzien van het onder 2 primair, het onder 3 primair en het onder 5 tenlastegelegde:

Telkens diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

ten aanzien van het onder 4 tenlastegelegde:

Diefstal;

ten aanzien van het onder 6 tenlastegelegde:

Diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

- verklaart verdachte strafbaar;

- veroordeelt de verdachte tot een GEVANGENISSTRAF voor de duur van VIJFTIEN MAANDEN;

- bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot VIJF MAANDEN, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij later anders mocht worden gelast;

- stelt daarbij een proeftijd vast van twee jaren;

- bepaalt dat de tenuitvoerlegging kan worden gelast indien:

- de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt;

- de veroordeelde na te melden bijzondere voorwaarde niet naleeft, te weten dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd gedraagt naar de door of namens het Centrum Maliebaan te Utrecht te geven aanwijzingen, zolang die reclasseringsinstelling dat nodig acht, met opdracht aan voornoemde instelling de veroordeelde bij de naleving van de voorwaarden hulp en steun te verlenen, ook als zulks inhoudt dat verdachte zich onderwerpt aan urinecontroles;

- beveelt dat de tijd die de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

- verklaart de benadeelde partij [benadeelde 2] niet-ontvankelijk in haar vordering, met bepaling dat deze vordering bij de civiele rechter kan worden aangebracht.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.W. Bianchi, voorzitter, mr. A. Wassing en mr. R.P.G.L.M. Verbunt, rechters, in tegenwoordigheid van F.P.L. van der Lee, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 17 augustus 2009.

Mr. Verbunt voornoemd is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde wetgeving

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature