< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Bij besluit van 1 oktober 2007 heeft het college van gedeputeerde staten van Fryslân (hierna: het college) de aan [appellant] ten behoeve van beheerseenheid 1 voor het in standhouden van beheerspakket "Bonte Hooiweide" voor het tijdvak 1 oktober 2006 tot en met 30 september 2012 verleende subsidie verlaagd.

Uitspraak



200808665/1/H2.

Datum uitspraak: 29 juli 2009

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden van 20 oktober 2008 in zaak nr. 08/347 in het geding tussen:

appellant

en

het college van gedeputeerde staten van Fryslân.

1. Procesverloop

Bij besluit van 1 oktober 2007 heeft het college van gedeputeerde staten van Fryslân (hierna: het college) de aan [appellant] ten behoeve van beheerseenheid 1 voor het in standhouden van beheerspakket "Bonte Hooiweide" voor het tijdvak 1 oktober 2006 tot en met 30 september 2012 verleende subsidie verlaagd.

Bij besluit van 8 januari 2008 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 20 oktober 2008, verzonden op 21 oktober 2008, heeft de rechtbank Leeuwarden (hierna: de rechtbank) het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 1 december 2008, hoger beroep ingesteld. De gronden van het beroep zijn aangevuld bij onderscheiden brieven van 6 januari en 2 maart 2009.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is ter zitting uitgeroepen op 2 juli 2009.

2. Overwegingen

2.1. Bij besluit van 20 december 1999 (Stcrt. 1999, 252) heeft de Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, lettend op onder meer de Verordening (EG) nr. 1257/1999 van 17 mei 1999 van de Raad van de Europese Gemeenschappen inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL) en tot wijziging en instelling van een aantal verordeningen en de artikelen 2 en 4 van de Kaderwet LNV-subsidies , de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer (hierna: de SAN) vastgesteld.

Ingevolge artikel 70 van Verordening (EG) nr. 817/2004 van de Commissie van 29 april 2004 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1257/1999, voor zover thans van belang, geldt voor op basis van oppervlakten toegekende steun het bepaalde in artikel 31 van Verordening (EG) nr. 2419/2001.

Ingevolge artikel 31, tweede lid van Verordening (EG) nr. 2419/2001 van de Commissie van 11 december 2001, voor zover thans van belang, wordt, wanneer de in de steunaanvraag "oppervlakten" aangegeven oppervlakte groter is dan de bij een controle ter plaatse voor dezelfde gewasgroep geconstateerde oppervlakte, het steunbedrag berekend op basis van de geconstateerde oppervlakte voor de betrokken gewasgroep.

Ingevolge artikel 50, derde lid, van Verordening (EG) nr. 796/2004 van de Commissie van 21 april 2004, voor zover thans van belang, geldt voor aanvragen om steun in het kader van de oppervlakte gebonden steunregelingen dat, indien voor een gewasgroep de in de verzamelaanvraag aangegeven oppervlakte groter is dan de geconstateerde oppervlakte, de betrokken steun wordt berekend op basis van de voor die gewasgroep geconstateerde oppervlakte.

Bij artikel 93, eerste en derde lid van de Wet inrichting landelijk gebied , in samenhang gelezen met artikel 4 van de Regeling inrichting landelijk gebied , zijn de verplichtingen die voor de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit uit de SAN voortvloeien, voor zover thans van belang, alsmede de bevoegdheden die met deze verplichtingen samenhangen, per 1 januari 2007 aan gedeputeerde staten opgedragen.

2.2. Het college heeft aan het besluit van 8 januari 2008 ten grondslag gelegd dat de in de aanvraag voor beheerseenheid 1 vermelde oppervlakte groter is dan bij veldcontroles door de Algemene inspectiedienst (AID) op 12 juni 2006 en 2 maart 2007 is geconstateerd, zodat ingevolge artikel 31, tweede lid, van Verordening (EG) nr. 2419/2001 moet worden uitgegaan van de geconstateerde oppervlakte. Het heeft de aan [appellant] verleende subsidie daarom van € 155.010,24 naar € 152.127,36 gewijzigd.

2.3. [appellant] betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat dat besluit op een onjuiste wettelijke grondslag berust, omdat Verordening (EG) nr. 2419/2001 niet op de aanvraag van toepassing is.

2.3.1. Ingevolge artikel 80, eerste lid, van Verordening (EG) nr. 796/2004 van de Commissie van 21 april 2004, wordt Verordening (EG) nr. 2419/2001 ingetrokken.

Ingevolge het tweede lid gelden verwijzingen naar Verordening (EG) nr. 2419/2001 als verwijzingen naar de onderhavige verordening en moeten deze worden gelezen overeenkomstig de in bijlage III opgenomen concordantietabel.

Ingevolge artikel 81, voor zover thans van belang, is deze verordening van toepassing op steunaanvragen betreffende premieperioden die ingaan op of na 1 januari 2005.

2.3.2. Uit deze bepalingen volgt dat niet Verordening (EG) nr. 2419/2001, maar Verordening (EG) nr. 796/2004 op de aanvraag van toepassing is. Ingevolge artikel 80, tweede lid, en de in bijlage III opgenomen concordantietabel van Verordening (EG) nr. 796/2004, geldt de verwijzing naar artikel 31, tweede lid, van Verordening (EG) nr. 2419/2001 echter als verwijzing naar artikel 50, derde lid, van de ze verordening. Het betoog faalt.

2.4. [appellant] betoogt verder dat de rechtbank heeft miskend dat het college het resultaat van de verrichte meetcontroles van 12 juni 2006 niet aan het besluit van 8 januari 2008 ten grondslag mocht leggen, omdat de controle van 12 juni 2006 niet zag op subsidieverlening voor het desbetreffende tijdvak en de AID bij de controle op 2 maart 2007 ten onrechte de meetresultaten van het controleverslag van 12 juni 2006 heeft overgenomen en niet opnieuw een meting heeft verricht. Voorts heeft de AID hem ten onrechte het controleverslag van 19 juni 2006 niet ter beschikking gesteld. Hij wijst verder op het bepaalde in onder meer artikelen 28, 29 en 30 van Verordening (EG) nr. 796/2004.

2.4.1. Ingevolge artikel 28, eerste lid, onder c, van de verordening, voor zover thans van belang, wordt van elke controle ter plaatse een controleverslag opgesteld dat een nader onderzoek van de verrichte controle mogelijk maakt. In het verslag worden de gecontroleerde percelen landbouwgrond, de opgemeten percelen landbouwgrond, de meetresultaten per betrokken perceel en de gebruikte meettechnieken vermeld.

Ingevolge het tweede lid wordt de landbouwer in de gelegenheid gesteld het verslag te ondertekenen om zijn aanwezigheid bij de controle te bevestigen en er opmerkingen aan toe te voegen. Indien onregelmatigheden worden vastgesteld, ontvangt de landbouwer een kopie van het controleverslag.

Ingevolge artikel 29, voor zover thans van belang, hebben de controles ter plaatse betrekking op alle percelen landbouwgrond, waarvoor steun is aangevraagd. De feitelijke constatering van de oppervlakten als onderdeel van een controle ter plaatse mag evenwel worden beperkt tot een steekproef die ten minste 50% omvat van de percelen landbouwgrond waarvoor een aanvraag is ingediend.

Ingevolge artikel 30, eerste lid, voor zover thans van belang, wordt de oppervlakte van de percelen landbouwgrond geconstateerd met behulp van enig middel waarvoor is aangetoond dat het een meting garandeert van een kwaliteit die ten minste gelijkwaardig is aan die welke is voorgeschreven in een geldende technische norm die is opgesteld op het niveau van de Gemeenschap.

2.4.2. De rechtbank heeft [appellant] terecht niet gevolgd in zijn betoog dat de controle van 12 juni 2006 geen betrekking had op subsidieverlening voor het desbetreffende tijdvak. Volgens het controleverslag hebben de resultaten betrekking op aanvraag 5331345. Die aanvraag strekt tot subsidieverlening voor het tijdvak van 1 oktober 2006 tot en met 30 september 2012.

Dat van elke controle een verslag moet worden gemaakt waarin de meetresultaten per perceel worden vermeld en de oppervlakte wordt berekend met nauwkeurige middelen, betekent, nu de oppervlakte van beheerseenheid 1 niet is gewijzigd, niet dat de AID de meetresultaten van de controle van 12 juni 2006 niet in het controleverslag van 2 maart 2007 mocht opnemen, doch een nieuwe meting moest verrichten.

Voor zover [appellant] het controleverslag van 12 juni 2006, zoals deze stelt, niet ter beschikking is gesteld, is hij hierdoor niet in zijn belangen geschaad, nu hij over het controleverslag van 2 maart 2007, waarin de bevindingen van de controle van 12 juni 2006 staan vermeld, beschikt.

Ook dit betoog faalt.

2.5. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, voorzitter, en mr. W.D.M. van Diepenbeek en mr. C.J. Borman, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.R. Poot, ambtenaar van Staat.

w.g. Loeb w.g. Poot

Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 29 juli 2009

344.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature