< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Bij besluit van 9 mei 2006 heeft de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (hierna: de minister) een aanvraag van appellante (hierna: [appellante]) om verlening van vergunning voor het vissen van mosselzaad afgewezen.

Uitspraak



200801345/1.

Datum uitspraak: 5 november 2008

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellante], gevestigd te [plaats],

tegen de uitspraak in zaak nr. 06/1351 van de rechtbank Middelburg van 10 januari 2008 in het geding tussen:

appellante

en

de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

1. Procesverloop

Bij besluit van 9 mei 2006 heeft de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (hierna: de minister) een aanvraag van appellante (hierna: [appellante]) om verlening van vergunning voor het vissen van mosselzaad afgewezen.

Bij besluit van 2 november 2006 heeft de minister het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 10 januari 2008, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank Middelburg (hierna: de rechtbank) het door [appellante] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellante] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 21 februari 2008, hoger beroep ingesteld. De gronden van het beroep zijn aangevuld bij brief van 21 maart 2008.

De minister heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 14 oktober 2008, waar [appellante], vertegenwoordigd door mr. W.H. Lindhout, advocaat te Bergen op Zoom, en haar [firmant], en de minister, vertegenwoordigd door mr. M. Nagel, werkzaam bij het ministerie, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 1, vierde lid, onder c, van de Visserijwet 1963, wordt voor het bij of krachtens deze wet bepaalde onder kustvisserij verstaan: het vissen in de bij algemene maatregel van bestuur als kustwater aangewezen wateren.

Ingevolge artikel 9, eerste lid, kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regelen worden gesteld in het belang van de visserij in de wateren, bedoeld in artikel 1, vierde lid, onder c, die kunnen strekken tot instandhouding dan wel uitbreiding van de visvoorraden in die wateren onderscheidenlijk tot een beperking van de vangstcapaciteit.

Ingevolge het tweede lid wordt bij het stellen van regelen, als bedoeld in het eerste lid, mede rekening gehouden met de belangen van de natuurbescherming.

Ingevolge artikel 3, eerste lid, aanhef en onder b, van het krachtens voormelde bepaling vastgestelde Reglement zee- en kustvisserij 1977 kan de minister regelen stellen ter verzekering van de instandhouding, dan wel uitbreiding van de visvoorraden.

Ingevolge het tweede lid, aanhef en onder b, wordt bij het stellen van zulke regelen, voor zover deze betrekking hebben op de visserij in de wateren, bedoeld in artikel 1, vierde lid, onderdeel c, van de wet, mede rekening gehouden met de belangen van de natuurbescherming.

Ingevolge artikel 4, tweede lid, kan worden bepaald dat, indien die regelen een verbod tot het verrichten van bepaalde handelingen inhouden, het verbod niet geldt voor degene die voorzien is van een vergunning van de minister.

Ingevolge artikel 4, aanhef en onder c en d, van de krachtens voormeld artikel 3 vastgestelde Beschikking visserij visserijzone, zeegebied en kustwateren is het verboden te vissen met enig vistuig geschikt voor het vangen van schelpdieren in het zeegebied en de kustwateren.

Ingevolge artikel 11, eerste lid, geldt dat verbod niet voor degene, die voorzien is van een vergunning van de minister.

Ingevolge artikel 12 kan de minister vrijstelling of ontheffing verlenen van het bepaalde in deze beschikking.

Ingevolge artikel 13, eerste lid, kunnen voorschriften worden verbonden aan ontheffingen, vrijstelling en vergunningen. Zij kunnen worden ingetrokken.

Ingevolge artikel 13a wordt bij het verlenen van zulke ontheffingen, vrijstellingen en vergunning voor kustwateren, alsmede bij het daaraan verbinden van voorschriften en het verlenen onder beperkingen, mede rekening gehouden met de belangen van de natuurbescherming.

Volgens een brief van de minister aan de Voorzitter van de vaste Commissie voor de Visserij van de Tweede kamer der Staten-Generaal van 21 mei 1992 en de Structuurnota Vissen naar evenwicht, wordt vergunning verleend aan die bedrijven die op grond van het tot dan toe gevoerde vergunningenbeleid bestuurlijk gezien aanspraken kunnen maken op een vergunning voor de mosselzaadvisserij. De bedrijven die in de periode 1987 tot en met 1991 ten minste twee jaar een vergunning hebben ontvangen, worden geacht op grond van een historisch recht voor verlening van een vergunning in aanmerking te komen. Het aantal vergunningen voor de mosselzaadvisserij is structureel gefixeerd op het niveau van begin 1992, waarbij per vergunning slechts één vaartuig mag worden ingezet, aldus de brief.

2.2. De minister heeft aan het besluit van 2 november 2006 ten grondslag gelegd dat het aantal vergunningen voor mosselzaadvisserij volgens het gevoerde beleid is gefixeerd op het niveau van 1992 en hierbij is vastgehouden aan het beginsel van één vaartuig per vergunning en voorts niet is gebleken van bijzondere feiten en omstandigheden die aanleiding geven om in dit geval in afwijking van het gevoerde beleid vergunning te verlenen.

2.3. [appellante] betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat zij een historisch recht heeft op twee mosselzaadvisvergunningen. De firma's [appellante A] en [appellante B] exploiteerden elk een afzonderlijke mosselkwekerij met elk een eigen kwekersnummer. De beide firma's hadden elk recht op een vergunning en konden desgewenst ieder afzonderlijk ook met een aparte vergunning vissen. De minister heeft volgens [appellante] erkend dat de firma [appellante A] met kwekersnummer[…] recht heeft op een vergunning die in 1991 is bevroren. Dat firma [appellante A] per 1 januari 1989 door firma [appellante B] is overgenomen, maakt niet dat het historische recht op twee vergunningen is vervallen. De rechtbank heeft dan ook ten onrechte overwogen dat het bestaande beleid geen ruimte biedt voor meer dan één vergunning per vaartuig, aldus [appellante].

2.3.1. Dat betoog faalt. Van 1987 tot en met 1990 is steeds per jaar één vergunning verleend aan "[appellanten]". Deze vennootschap is in 1976 weliswaar gesplitst in de firma's [appellante B] en [appellante A] maar de vergunning is, ook na de splitsing, te naam gesteld van de oorspronkelijke vennootschap. Firma [appellante B] heeft per 1 januari 1989 de firma [appellante A] overgenomen en de naam gewijzigd in de huidige. Niet gebleken is dat [appellante], dan wel haar rechtsvoorgangers, op enig moment over twee afzonderlijke vergunningen hebben beschikt. Dat de twee firma's, naar gesteld, vóór 1985 met twee vaartuigen van de aan [appellante] verleende vergunning gebruik hebben gemaakt, doet hier niet aan af.

Voorts heeft de minister in het besluit van 2 november 2006 niet erkend dat de firma [appellante A] met kwekersnummer […] aanspraak op een mosselzaadvisvergunning heeft. De passage in dat besluit, waarnaar [appellante] ter toelichting van haar stelling heeft verwezen, geeft haar standpunt weer, geen oordeel van de minister.

Nu volgens het gevoerde beleid slechts vergunning wordt verleend aan degenen, aan wie tussen 1987 en 1991 ten minste tweemaal een vergunning is verleend en, gelet op de tenaamstelling van de tussen 1987 en 1991 verleende vergunningen, in die periode steeds aan de firma D. en [appellante A] vergunning verleend is, is de weigering in overeenstemming met het gevoerde beleid.

2.4. [appellante] betoogt verder dat de rechtbank heeft miskend dat ondernemingen die door een aandelenoverdracht in eigendom zijn geraakt van een mosselkweker, ieder afzonderlijk per seizoen een mosselzaadvisvergunning verkrijgen. Nu deze handelwijze niet is toegepast op de situatie van [appellante], is het in beroep bestreden besluit in strijd met het gelijkheidsbeginsel, aldus [appellante].

2.4.1. Dit betoog faalt evenzeer. De enkele stelling dat ondernemingen die door een aandelenoverdracht eigendom zijn geworden van een mosselkweker per seizoen ieder afzonderlijk een mosselzaadvisvergunning zouden verkrijgen, heeft de rechtbank terecht niet voldoende geacht om tot strijd met het gelijkheidsbeginsel te concluderen.

2.5. [appellante] voert voorts aan dat de rechtbank heeft miskend dat, voor zover het gevoerde beleid aan de verlening van een tweede mosselzaadvisvergunning in de weg staat, ten gunste van [appellante] van dit beleid moet worden afgeweken, nu dat geen nadelige gevolgen heeft voor de mosselstand, in het nieuwe beleid een voedselreserveringsregeling is opgenomen en het vissen op mosselzaad in het jaarlijks op te stellen visplan in detail is geregeld.

2.5.1. Dit betoog slaagt evenmin. Bijzondere omstandigheden in de zin van artikel 4:84 van de Awb zijn omstandigheden die bij het vaststellen van het te voeren beleid niet zijn voorzien. De in dit geval gestelde omstandigheden heeft de rechtbank terecht niet als zodanig aangemerkt.

2.6. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, voorzitter, en mr. S.F.M. Wortmann en mr. C.J.M. Schuyt, leden, in tegenwoordigheid van mr. J.J. den Broeder, ambtenaar van Staat.

w.g. Loeb w.g. Den Broeder

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 5 november 2008

350-581.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature