< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Toepassing Nederlands recht, wijziging geslachtsnaam, afwijzing verzoek OvJ

Uitspraak



RECHTBANK HAARLEM

Sector Familie- en Jeugdrecht

wijziging geboorteakte

zaak-/rekestnr.: 141343/2007-2007

beschikking van de enkelvoudige kamer voor familiezaken d.d. 5 augustus 2008

op verzoek van:

De officier van justitie in het arrondissement Haarlem,

gevestigd te Haarlem,

strekkende tot

1. doorhaling van de latere vermelding betreffende de wijziging van de geslachtsnaam, behorende bij de geboorteakte [nummer] van de gemeente [plaats] van het kind

[kind 1], in [naam],

2. verbetering van de geboorteakte [nummer] van de gemeente [plaats] van het kind [kind 2]

beiden geboren uit het huwelijk van [naam man] en

[naam vrouw].

1 Verloop van de procedure

Voor het verloop van de procedure verwijst de rechtbank naar de volgende stukken:

- het op 29 november 2007 ter griffie van deze rechtbank ontvangen verzoekschrift met bijlagen;

- de brief van 5 maart 2008 van de gemeente Haarlemmermeer;

- de op 10 maart 2008 ontvangen nadere informatie van de officier van justitie;

en het verhandelde ter terechtzitting op 10 maart 2008 in aanwezigheid van de mr. J.G. Hendriks, officier van justitie, mevrouw C.D.J. Knots en de heer D.H. Cuvelier, ambtenaren van de burgerlijke stand van de gemeente [plaats] en mevrouw [naam vrouw].

2 De vaststaande feiten

[naam man] (hierna: de vader) is geboren op [datum] 1973 te [plaats].

[naam vrouw] (hierna: de moeder) is geboren op [datum] 1976 te [plaats].

Beide ouders bezitten de Portugese nationaliteit. De grootmoeder van de kinderen van moederszijde, eveneens van Portugese nationaliteit, heeft zich op [datum] 1972 vanuit Portugal in Nederland gevestigd.

[kind 1] is geboren op [datum] 2003 te [plaats].

Omdat de Portugese nationaliteit pas wordt verkregen na registratie van de geboorte bij de Portugese autoriteiten, heeft de ambtenaar van de burgerlijke stand er van uitgaande dat [naam kind 1] zolang geen registratie had plaatsgevonden statenloos was, op haar geslachtsnaam Nederlands namenrecht van toepassing geacht, zulks op grond van artikel 12 van het Verdrag van New York van 28 september 1954 waarin is bepaald dat op statenlozen het recht van de gewone verblijfplaats van toepassing is. Bij het opmaken van de geboorteakte heeft zij de geslachtsnaam [naam 1] gekregen.

Op [datum] 2003 is [naam kind 1] geregistreerd bij het Consulaat-Generaal van Portugal te Rotterdam. Hierdoor heeft zij conform het Portugese recht de geslachtsnaam [naam 2] gekregen. Deze wijziging van de geslachtsnaam als gevolg van de registratie is op 11 december 2003 als latere vermelding toegevoegd aan de geboorteakte.

[kind 2] is geboren op [datum] 2007 te [plaats].

Op grond van artikel 1:5 lid 8 BW heeft [kind 2] eveneens de geslachtsnaam [naam 2] gekregen.

3 Het verzoek en de grondslag daarvan

3.1 De officier van justitie verzoekt op basis van een daartoe strekkend verzoek van de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [plaats] de geboorteaktes van voormelde minderjarigen te verbeteren in die zin dat de geslachtsnaam van de kinderen komt te luiden: [naam 1].

3.2 De officier van justitie stelt daartoe dat op grond van art. 3 lid 3 van de Rijkswet op het Nederlanderschap de minderjarigen vanaf de geboorte de Nederlandse nationaliteit bezitten en dat op grond van artikel 2 van de Wet Conflictenrecht Namen van 3 juli 1989, in werking getreden op 1 januari 1990 (hierna WCN) op hun geslachtsnaam Nederlands recht moet worden toegepast. Indien de ouders wijziging in een geslachtsnaam naar Portugees recht willen, kunnen zij daartoe op grond van 1:7 BW jo. artikel 3a lid 1 onder b van het Besluit Geslachtsnaamwijziging (Besluit van 6 oktober 1997, Stb. 1997, 463, zoals gewijzigd bij besluit van 25 mei 2004, Stb. 2004,239) een verzoek doen.

De officier van justitie is van mening dat het verzoek van de gemeente [plaats] tot doel heeft de geslachtsnaam van de kinderen in overeenstemming te brengen met de wettelijke voorschriften.

3.3 De ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [plaats] heeft in het onderliggende verzoek en in de nadere toelichting ter zitting verklaard dat bij de geboorte van [naam kind 1] door de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [plaats] niet is onderkend dat dit kind op grond van artikel 3, lid 3 van de Rijkswet op het Nederlanderschap , vanaf haar geboorte reeds de Nederlandse nationaliteit bezat en dat daardoor op grond van de Wet Conflictenrecht Namen, ongeacht de door registratie bij het Consulaat-generaal van Portugal te verkrijgen Portugese nationaliteit, Nederlands recht van toepassing was op haar geslachtsnaam.

De ambtenaar van de burgerlijke stand heeft zich na kennisneming van de bezwaren van de ouders tegen het onderhavige verzoek, bereid verklaard aan de geboorteakte van de kinderen een verklaring van verscheidenheid van namen toe te voegen, als bedoeld in artikel 3 WCN waaruit blijkt dat de kinderen naast de Nederlandse naam “[naam 1]” ook de Portugese naam “[naam 2]”mogen voeren. Erkend wordt dat een dergelijke verklaring een beperkte werking heeft in die zin de kinderen in de gemeentelijke basisadministratie (GBA) alleen vermeld staan met de geslachtsnaam [naam 1], de naam welke op basis van het Nederlands recht aan de kinderen is gegeven.

4 Het verweer

De moeder heeft -mede namens haar echtgenoot- ter zitting mondeling verweer gevoerd en daarbij het volgende naar voren gebracht.

Als ouders hebben zij er geen bezwaar tegen dat de kinderen naast de Portugese nationaliteit ook de Nederlandse nationaliteit bezitten, maar zij verzetten zich tegen de toepassing van het Nederlandse namenrecht op de geslachtsnaam van de kinderen. Zij geven hun kinderen geen Nederlandse, maar een Portugese opvoeding. Omdat zij als ouders hun dochter bij de geboorte niet drie geslachtsnamen ([naam) wilden geven, hebben zij bij de registratie van de geboorte van [kind 1] bij het Portugese Consulaat haar de geslachtsnamen [naam 2] gegeven. Haar echtgenoot en zij hechten er aan dat beide kinderen deze Portugese geslachtsnaam behouden. Het naamsdeel [naam] is gebaseerd op het laatste deel van de geslachtsnaam die de moeder voor haar huwelijk droeg, namelijk: [naam]. Het naamsdeel [naam] is gebaseerd op het laatste deel van de geslachtsnaam van de vader van de kinderen, namelijk [naam]

De ouders vinden de verklaring van verscheidenheid van namen, zoals door de ambtenaar van de burgerlijke stand als oplossing is voorgesteld te verwarrend voor de kinderen en in strijd met de wijze waarop zij de kinderen opvoeden. De voorgestelde procedure op basis van artikel 1: 7 BW vinden zij onnodig omslachtig omdat de kinderen die nu de naam [naam 2] dragen, na toewijzing van een dergelijk verzoek enige tijd [naam 1] zullen heten en daarna weer [naam 2].

5 Beoordeling van het verzoek

5.1 Niet in geschil is dat de kinderen op grond van artikel 3 lid 3 van de Rijkswet op het Nederlanderschap vanaf hun geboorte naast de Portugese nationaliteit ook de Nederlandse nationaliteit bezitten.

5.2 Artikel 2 WCN bepaalt dat de geslachtsnaam en de voornaam van een persoon die de Nederlandse nationaliteit bezit, ongeacht de vraag of hij nog een andere nationaliteit heeft, wordt bepaald door het Nederlandse interne recht. Dit geldt ook indien vreemd recht van toepassing is op de familierechtelijke betrekkingen waarvan het ontstaan of het tenietgaan gevolg kan hebben voor de geslachtsnaam.

5.3 Het Europese Hof van Justitie heeft bij uitspraak van 2 oktober 2003, zaaknummer

C-148/02 (Carlos Garcia Avello vs België) geoordeeld dat de artikelen 12 en 17 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap (hierna EG-Verdrag) zo moeten worden uitgelegd dat zij zich ertegen verzetten dat de overheid van een lidstaat weigert een gunstig gevolg te geven aan een verzoek om naamsverandering met betrekking tot minderjarige kinderen die in een Staat verblijven en de dubbele nationaliteit, die van die staat en van een tweede lidstaat, bezitten, wanneer dat verzoek tot doel heeft dat de kinderen de naam kunnen dragen die zij zouden dragen op grond van het recht en de gebruiken van de tweede lidstaat. Tot dit oordeel kwam het Hof nadat het ten aanzien van de in geding zijnde situatie van kinderen met een dubbele nationaliteit, de Belgische en de Spaanse, die in de twee betrokken rechtsorden verschillende namen droegen, had vastgesteld (r.o. 36) “dat een dergelijke verscheidenheid van namen voor de betrokkenen ernstige ongemakken in hun beroeps- en privé-leven kan veroorzaken, met name doordat zij zich in een lidstaat waarvan zij de nationaliteit bezitten, moeilijk kunnen beroepen op akten of documenten die zijn opgesteld onder de naam die wordt erkend in een andere lidstaat, waarvan zij eveneens de nationaliteit bezitten” en ten aanzien van het argument van de Belgische Staat dat het beginsel van de vastheid van naam van Belgische onderdanen een basisbeginsel van maatschappelijke orde is had overwogen (r.o. 42):” wat het beginsel van de vastheid van naam betreft als middel om het risico van verwarring over de identiteit of de afstamming van personen te vermijden, zij opgemerkt dat ofschoon dit beginsel er stellig toe bijdraagt dat de vaststelling van de identiteit van personen en hun afstamming wordt vergemakkelijkt, het niet onmisbaar is in dier voege dat geen ruimte bestaat voor een praktijk waarbij de kinderen die onderdaan zijn van een eerste lidstaat en tevens de nationaliteit van een tweede lidstaat bezitten, een naam kunnen dragen die bestaat uit andere elementen dan die waarin wordt voorzien door het recht van de eerste lidstaat en die trouwens is ingeschreven in een officieel register van de tweede lidstaat. Bovendien staat vast dat, met name wegens de omvang van de migratie binnen de unie, in eenzelfde lidstaat verschillende nationale stelsels van naamgeving naast elkaar bestaan, zodat in het maatschappelijk leven van een lidstaat de afstamming niet noodzakelijkerwijs uitsluitend kan worden beoordeeld aan de hand van het stelsel dat geldt voor de onderdanen van deze staat. Daar komt bij dat een stelsel waaronder elementen van de naam van beide ouders kunnen worden gedragen, geen verwarring schept over de afstamming van de kinderen, maar juist de herkenning van deze band met de twee ouders kan vergemakkelijken”.

5.4 Deze uitspraak van het Europese Hof van Justitie heeft geleid tot wijziging van het Besluit geslachtsnaamwijziging in die zin dat daaraan sinds 25 april 2004 een artikel 3a is toegevoegd.

Artikel 3a luidt voorzover hier van belang, als volgt: lid 1. Op verzoek van een wettelijk vertegenwoordiger wordt de geslachtsnaam van een minderjarig kind gewijzigd: (b) in de geslachtsnaam naar het recht van een staat waarvan het kind de nationaliteit bezit, indien het kind naast de Nederlandse nationaliteit een andere nationaliteit bezit, een en ander met inachtneming van de artikelen 12, eerste lid, en 17 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en, waar mogelijk, van de gelijkheid van geslachtsnaam van minderjarige kinderen van dezelfde ouders die tot hetzelfde gezin behoren.

De officier van justitie en de ambtenaar van de burgerlijke stand menen dat de ouders met een beroep op dit besluit tot wijziging van de geslachtsnaam dienen te komen.

5.5 In de toelichting bij het besluit tot wijziging van het Besluit geslachtnaamswijziging wordt als grond voor opneming van artikel 3a lid 1 onder b onder meer het volgende vermeld.

De uitspraak van het Hof is gebaseerd op de veronderstelling dat, in het licht van de bepalingen van het EG-verdrag over non-discriminatie op grond van nationaliteit en over Europees burgerschap, naamsverscheidenheid bij dubbele nationaliteit een probleem kan opleveren.

Er is daarom aanleiding om, met inachtneming van die bepalingen in gevallen waarin sprake is van verscheidenheid van namen van een polypatride kind van Nederlandse nationaliteit, naamswijziging mogelijk te maken.

5.6 Het feit dat het geschil inzake het op de geslachtsnaam toepasselijke recht bij het Europese Hof aan de orde kwam in het kader van een weigering van de Belgische overheid op een verzoek om geslachtsnaamwijziging en deze weigering strijdig met de bepalingen van het EG-Verdrag werd geacht, betekent niet dat een besluit van een ambtenaar van de burgerlijke stand tot een verplichte geslachtsnaamvaststelling naar Nederlands recht bij polypatride kinderen zoals voorzien in artikel 2 WCN niet evenzeer onder het bereik van deze uitspraak valt. Immers, in het licht van voormelde overwegingen van het Hof valt niet goed in te zien waarom artikel 2 van de Wet Conflictenrecht Namen waarin voor personen met de Nederlandse nationaliteit die daarnaast nog een andere nationaliteit bezit, verplicht wordt vastgesteld dat Nederlands namenrecht van toepassing is, met als gevolg verscheidenheid van namen in de betrokken lidstaten en de daaraan verbonden problemen in hun beroeps- en privéleven, wel de toets aan de artikelen 12 en 17 EG zou kunnen doorstaan.

5.7 De omstandigheid dat via een wijzigingsverzoek op grond van artikel 1:7 BW jo. artikel 3a lid 1 onder b van het Besluit geslachtsnaamwijziging de werking van artikel 2 Wet Conflictenrecht Namen ongedaan gemaakt kan worden, acht de rechtbank onvoldoende om de toetsing van artikel 2 Wet Conflictenrecht Namen aan voormelde bepalingen van het EG-Verdrag anders te doen uitvallen. Daarbij neemt de rechtbank mede in aanmerking dat voor de ongedaanmaking van die werking een afzonderlijke procedure vereist is die bovendien kosten met zich brengt, hetgeen een extra drempel is voor de burgers van de Europese Unie om de uit het EG-Verdrag voortvloeiende rechten te effectueren. Daarbij komt dat artikel 3a lid 1 onder b Besluit geslachtsnaamwijziging z ó is geformuleerd dat in de daar omschreven omstandigheden de wens van de ouders om de geslachtsnaam van hun kind (alsnog) te doen vaststellen volgens het recht van de tweede lidstaat waarvan het kind de nationaliteit heeft, gehonoreerd dient te worden zonder dat aan de beslissende instantie beoordelingsruimte of afwegingsbevoegdheid toekomt. Het onverkort toepassen van artikel 2 WCN door de ambtenaar van de burgerlijke stand in gevallen als hier aan de orde leidt aldus tot een onnodig omslachtige en kostbare procedure om tot honorering van de wens van de ouders inzake de keuze van het op de geslachtnaam van hun kind toepasselijke recht te komen. Dit geldt in het onderhavige geval te meer, nu de kinderen reeds een geslachtsnaam volgens Portugees recht hebben, deze Portugese naam op grond van artikel 2 van de Wet Conflictenrecht Namen zou moeten worden gewijzigd in een geslachtsnaam naar Nederlands recht om vervolgens onder toepassing het Besluit geslachtsnaamwijziging weer te worden gewijzigd in een geslachtsnaam naar Portugees recht.

5.8 Op grond van al het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat artikel 2 WCN in dit geval buiten toepassing dient te blijven wegens strijd met de artikelen 12 en 17 EG-Verdrag en daaruit voor de burgers van de Unie voortvloeiende rechten.

Het verzoek van de officier van justitie zal derhalve worden afgewezen.

6 Beslissing

De rechtbank:

Wijst het verzoek van de officier van justitie af.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.G. Kok en in het openbaar uitgesproken ter terechtzitting van 5 augustus 2008, in tegenwoordigheid van M.P. Joukes als griffier.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature