< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:

Inhoudsindicatie:

Overtreding Wet milieubeheer en Bestrijdingsmiddelenwet. Geldboete.

Uitspraak



RECHTBANK MIDDELBURG

Sector strafrecht

meervoudige economische strafkamer

Parketnummers: 12/994679-05 -12/739208-05 -12/739198-05 -12/739214-05 -12/739360-05

Datum uitspraak: 8 februari 2008.

Tegenspraak

------------------------------------------------

Datum inverzekeringstelling: n.v.t.

Datum voorlopige hechtenis: n.v.t.

Opheffing/schorsing voorlopige hechtenis/invrijheidstelling: n.v.t.

------------------------------------------------

V O N N I S

van de rechtbank Middelburg, meervoudige economische strafkamer, in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

ter terechtzitting verschenen.

Als raadsman van verdachte is ter terechtzitting verschenen mr. P.J. Hoogendam, advocaat te ’s-Gravenhage.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 9 november 2007 en 25 januari 2008.

De rechtbank heeft ter terechtzitting de zaken, die bij afzonderlijke dagvaardingen onder bovenvermelde parketnummers zijn aangebracht, gevoegd.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie dr. mr. I.M. Koopmans en van hetgeen door en/of namens de verdachte naar voren is gebracht.

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte ter zake van de onder 1 tot en met 13 tenlastegelegde feiten, zal worden veroordeeld tot een onvoorwaardelijke geldboete van

€ 5.000,00 en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) maanden met een proeftijd van 2 (twee) jaar.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd hetgeen vermeld staat in de inleidende dagvaardingen, zoals op vordering van de officier van justitie gewijzigd.

De rechtbank heeft de feiten die in deze dagvaardingen zijn opgenomen, van een doorlopende nummering voorzien. Zij zal die nummering in dit vonnis aanhouden.

De tekst van de (gewijzigde) tenlastelegging luidt als volgt.

Aan verdachte wordt tenlastegelegd dat:

Parketnummer - 12/739208-05

1.

hij op of omstreeks 18 januari 2005, in de gemeente Reimerswaal, als degene die een akkerbouw- of tuinbouwbedrijf met open grondsteelt gelegen aan de [adres bedrijf 1], dreef, samen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, al dan niet opzettelijk, niet heeft voldaan aan een of meer voorschriften die zijn opgenomen in de bij het Besluit akkerbouwbedrijven milieubeheer behorende bijlage I,

immers was/waren/werd(en) in strijd met voorschrift

- 6.5. gemorste of gelekte olie niet zo spoedig mogelijk opgeruimd, en/of

- 6.6. vaatwerk ten behoeve van de bewaring van afgewerkte olie niet in een vloeistofdichte bak geplaatst, en/of

- 8.4. afvalstoffen niet op een ordelijke en nette wijze bewaard, en/of

- 17.2 de inrichting niet schoongehouden;

de hier gebruikte termen voor zover daaraan bij of krachtens de Wet milieubeheer betekenis is gegeven, worden geacht in deze tenlastelegging in dezelfde zin te zijn gebruikt;

art 2 lid 1 Besluit akkerbouwbedrijven milieubeheer

subsidiair, voor zover terzake het onder 1 tenlastegelegde geen veroordeling mocht kunnen volgen, terzake dat,

Landbouwbedrijf [naam bedrijf] op of omstreeks 18 januari 2005, in de gemeente Reimerswaal, als degene die een akkerbouw- of tuinbouwbedrijf met open grondsteelt gelegen aan de [adres bedrijf 1], dreef, opzettelijk, niet heeft voldaan aan een of meer voorschriften die zijn opgenomen in de bij het Besluit akkerbouwbedrijven milieubeheer behorende bijlage I,

immers was/waren/werd(en) in strijd met voorschrift

- 6.5. gemorste of gelekte olie niet zo spoedig mogelijk opgeruimd, en/of

- 6.6. vaatwerk ten behoeve van de bewaring van afgewerkte olie niet in een vloeistofdichte bak geplaatst, en/of

- 8.4. afvalstoffen niet op een ordelijke en nette wijze bewaard, en/of

- 17.2 de inrichting niet schoongehouden;

hebbende hij, verdachte, tot dat/die feit(en) opdracht gegeven, althans feitelijk leiding gegeven aan voormelde verboden gedraging(en);

de hier gebruikte termen voor zover daaraan bij of krachtens de Wet milieubeheer betekenis is gegeven, worden geacht in deze tenlastelegging in dezelfde zin te zijn gebruikt;

2.

hij op of omstreeks 18 januari 2005, in de gemeente Reimerswaal, al dan niet opzettelijk, op een aan de [adres bedrijf 1] staande spuitwagen, gewasbeschermingsmiddelen voorhanden of in voorraad heeft gehad zonder een vergunning uitvoeren gewasbescherming, een vergunning bedrijfsvoeren gewasbescherming of een vergunning distribueren gewasbe-

schermingsmiddelen;

de hier gebruikte termen voor zover daaraan bij of krachtens de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 betekenis is gegeven, worden geacht in deze tenlastelegging in dezelfde zin te zijn gebruikt;

art 2 lid 1 Besluit vakkennis- en vakbekwaamheidseisen bestrijdingsmidd.

subsidiair, voor zover terzake het onder 2 tenlastegelegde geen veroordeling mocht kunnen volgen, terzake dat,

Landbouwbedrijf [naam bedrijf] op of omstreeks 18 januari 2005, in de gemeente Reimerswaal, opzettelijk, op een aan de [adres bedrijf 1] staande spuitwagen, gewasbeschermingsmiddelen voorhanden of in voorraad heeft gehad zonder een vergunning uitvoeren gewasbescherming, een vergunning bedrijfsvoeren gewasbescherming of een vergunning distribueren gewasbeschermingsmiddelen;

hebbende hij, verdachte, tot dat/die feit(en) opdracht gegeven, althans feitelijk leiding gegeven aan voormelde verboden gedraging(en);

de hier gebruikte termen voor zover daaraan bij of krachtens de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 betekenis is gegeven, worden geacht in deze tenlastelegging in dezelfde zin te zijn gebruikt;

3.

(parketnummer 739198-05)

hij op of omstreeks 26 februari 2005, in de gemeente Reimerswaal, als degene die een akkerbouw- of tuinbouwbedrijf met open grondsteelt gelegen aan de [adres bedrijf 1], dreef, samen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, al dan niet opzettelijk, niet heeft voldaan aan een of meer voorschriften die zijn opgenomen in de bij het Besluit akkerbouwbedrijven milieubeheer behorende bijlage I,

immers was/waren/werd(en) in strijd met voorschrift

- 8.1. afvalstoffen, te weten banden en/of hout en/of oliefilters en/of een

landbouwwagen en/of ander afval, binnen de inrichting verbrand, en/of

- 8.4. afvalstoffen niet op een ordelijke en nette wijze bewaard;

de hier gebruikte termen voor zover daaraan bij of krachtens de Wet milieubeheer betekenis is gegeven, worden geacht in deze tenlastelegging in dezelfde zin te zijn gebruikt;

art 2 lid 1 Besluit akkerbouwbedrijven milieubeheer

subsidiair, voor zover terzake het onder 3 tenlastegelegde geen veroordeling mocht kunnen volgen, terzake dat,

Landbouwbedrijf [naam bedrijf] op of omstreeks 26 februari 2005, in de gemeente Reimerswaal, als degene die een akkerbouw- of tuinbouwbedrijf met open grondsteelt gelegen aan de [adres bedrijf 1], dreef, al dan niet opzettelijk, niet heeft voldaan aan een of meer voorschriften die zijn opgenomen in de bij het Besluit akkerbouwbedrijven milieubeheer behorende bijlage I,

immers was/waren/werd(en) in strijd met voorschrift

- 8.1. afvalstoffen, te weten banden en/of hout en/of oliefilters en/of een

landbouwwagen en/of ander afval, binnen de inrichting verbrand, en/of

- 8.4. afvalstoffen niet op een ordelijke en nette wijze bewaard;

hebbende hij, verdachte, tot dat/die feit(en) opdracht gegeven, althans feitelijk leiding gegeven aan voormelde verboden gedraging(en);

de hier gebruikte termen voor zover daaraan bij of krachtens de Wet milieubeheer betekenis is gegeven, worden geacht in deze tenlastelegging in dezelfde zin te zijn gebruikt;

4.

(parketnummer 739214-05)

hij op of omstreeks 4 maart 2005, in de gemeente Borsele, samen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, al dan niet opzettelijk, dierlijke mest heeft gebruikt op een perceel bouwland gelegen aan of nabij de Baarlandsezandweg en het Groenewegje te Kwadendamme,

terwijl de bodem geheel of gedeeltelijk was bevroren en/of geheel of gedeeltelijk was bedekt met sneeuw;

de hier gebruikte termen voor zover daaraan in het Besluit gebruik meststoffen betekenis is gegeven, worden geacht in deze tenlastelegging in dezelfde zin te zijn gebruikt;

art 3 lid 1 Besluit gebruik meststoffen

subsidiair, voor zover terzake het onder 4 tenlastegelegde geen veroordeling mocht kunnen volgen, terzake dat,

Landbouwbedrijf [naam bedrijf] op of omstreeks 4 maart 2005, in de gemeente Borsele, al dan niet opzettelijk, dierlijke mest heeft gebruikt op een perceel bouwland gelegen aan of nabij de Baarlandsezandweg en het Groenewegje te Kwadendamme, terwijl de bodem geheel of gedeeltelijk was bevroren en/of geheel of gedeeltelijk was bedekt met sneeuw; hebbende hij, verdachte, tot dat/die feit(en) opdracht gegeven, althans feitelijk leiding gegeven aan voormelde verboden gedraging(en);

de hier gebruikte termen voor zover daaraan in het Besluit gebruik meststoffen betekenis is gegeven, worden geacht in deze tenlastelegging in dezelfde zin te zijn gebruikt;

5.

(parketnummer 739360-05)

hij in of omstreeks de maand april 2005, in de gemeente Reimerswaal, al dan niet opzettelijk heeft gehandeld in strijd met (een) vastgesteld(e) voorschrift(en) krachtens artikel 5, tweede en /of derde en/of vierde en/of zesde en/of zevende en/of achtste lid, en/of artikel 5a, eerste en/of tweede lid, en /of artikel 9, tweede en/of derde lid van de Bestrijdingsmiddelenwet

1962,

immers heeft hij, verdachte, in strijd met het Wettelijk Gebruiksvoorschrift het bestrijdingsmiddel

- Starane 200 (toelatingsnummer 9401 N), en/of

- U 46 M-Fluid-500 MCPA (toelatingsnummer 7737 N), anders dan pleksgewijs, toegepast op de taluds van een of meer aan of nabij de Westhofweg te Rilland gelegen waterlopen;

de hier gebruikte termen voorzover daaraan bij of krachtens de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 betekenis is gegeven, worden geacht in deze tenlastelegging in dezelfde zin te zijn gebruikt;

art 10 lid 1 Bestrijdingsmiddelenwet 1962

subsidiair, voor zover terzake het onder 5 tenlastegelegde geen veroordeling mocht kunnen volgen, terzake dat,

Landbouwbedrijf [naam bedrijf] hij in of omstreeks de maand april 2005, in de gemeente Reimerswaal, al dan niet opzettelijk heeft gehandeld in strijd met (een) vastgesteld(e) voorschrift(en) krachtens artikel 5, tweede en /of derde en/of vierde en/of zesde en/of zevende en/of achtste lid, en/of artikel 5a, eerste en/of tweede lid, en /of artikel 9, tweede en/of derde lid van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 ,

immers heeft zij in strijd met het Wettelijk Gebruiksvoorschrift het bestrijdingsmiddel

- Starane 200 (toelatingsnummer 9401 N), en/of

- U 46 M-Fluid-500 MCPA (toelatingsnummer 7737 N), anders dan pleksgewijs,

toegepast op de taluds van een of meer aan of nabij de Westhofweg te Rilland gelegen waterlopen;

hebbende hij, verdachte, tot dat/die feit(en) opdracht gegeven, althans feitelijk leiding gegeven aan voormelde verboden gedraging(en);

de hier gebruikte termen voorzover daaraan bij of krachtens de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 betekenis is gegeven, worden geacht in deze tenlastelegging in dezelfde zin te zijn gebruikt;

6.

(parketnummer 739360-05)

hij in of omstreeks de maand april 2005, in de gemeente Reimerswaal, al dan niet opzettelijk, op taluds van een of meer aan de Westhofweg te Rilland gelegen waterlopen, en/of op aldaar gelegen landbouwpercelen, beroeps- of bedrijfsmatig (een) gewasbeschermingsmiddel(en) heeft gebruikt zonder een vergunning uitvoeren gewasbescherming , een vergunning bedrijfsvoeren gewasbescherming of een vergunning distribueren gewasbeschermings-middelen;

de hier gebruikte termen voor zover daaraan bij of krachtens de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 betekenis is gegeven, worden geacht in deze tenlastelegging in dezelfde zin te zijn gebruikt;

art 3 lid 1 Besluit vakkennis- en vakbekwaamheidseisen bestrijdingsmidd.

subsidiair, voor zover terzake het onder 6 tenlastegelegde geen veroordeling mocht kunnen volgen, terzake dat,

Landbouwbedrijf [naam bedrijf] in of omstreeks de maand april 2005, in de gemeente Reimerswaal, al dan niet opzettelijk, op taluds van een of meer aan de Westhofweg te Rilland gelegen waterlopen, en/of op aldaar gelegen landbouwpercelen, beroeps- of bedrijfsmatig (een) gewasbeschermingsmiddel(en) heeft gebruikt zonder een vergunning uitvoeren

gewasbescherming , een vergunning bedrijfsvoeren gewasbescherming of een vergunning distribueren gewasbeschermingsmiddelen;

hebbende hij, verdachte, tot dat/die feit(en) opdracht gegeven, althans feitelijk leiding gegeven aan voormelde verboden gedraging(en);

de hier gebruikte termen voor zover daaraan bij of krachtens de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 betekenis is gegeven, worden geacht in deze tenlastelegging in dezelfde zin te zijn gebruikt;

7. (parketnummer 12/994618-05)

hij op of omstreeks 9 juni 2005 te Rilland, gemeente Reimerswaal, al dan niet opzettelijk een in of op perceel [adres bedrijf 2] gelegen veehouderij, zijnde een inrichting genoemd in Categorie 8 van de bij het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer behorende Bijlage I, voor welke inrichting op 1 oktober 2003 door Burgemeester en Wethouders van voormelde gemeente een vergunning ingevolge de Wet milieubeheer was afgegeven aan Landbouwbedrijf [naam], nadat die inrichting was veranderd of de werking daarvan was veranderd door het uitbreiden van de oppervlakte van de op de tekening, behorende bij voormelde vergunning aangeduide veestal 3 en/of het plaatsen van een bouwwerk van stro en golfplaten met een buitenren en legmachine, ten aanzien van die veranderingen en/of veranderde werking zonder daartoe verleende vergunning in werking heeft gehad;

art 8.1 lid 1 ahf/ond b Wet milieubeheer

en voor zover terzake het onder 7 telastgelegde een veroordeling niet mocht kunnen volgen, terzake dat

Landbouwbedrijf [naam] op of omstreeks 9 juni 2005 te Rilland, gemeente Reimerswaal, al dan niet opzettelijk een in of op perceel [adres bedrijf 2] gelegen veehouderij, zijnde een inrichting genoemd in Categorie 8 van de bij het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer behorende Bijlage I, voor welke inrichting op 1 oktober 2003 door Burgemeester en Wethouders van voormelde gemeente een vergunning ingevolge de Wet milieubeheer was afgegeven aan Landbouwbedrijf [naam], nadat die inrichting was veranderd of de werking daarvan was veranderd door het uitbreiden van de oppervlakte van de op de tekening, behorende bij voormelde vergunning aangeduide veestal 3 en/of het plaatsen van een bouwwerk van stro en golfplaten met een buitenren en legmachine,

ten aanzien van die veranderingen en/of veranderde werking zonder daartoe verleende vergunning in werking heeft gehad,

hebbende hij, verdachte tot dat feit opdracht gegeven, althans feitelijk

leiding gegeven aan voormelde verboden gedraging;

art 8.1 lid 1 ahf/ond c Wet milieubeheer

8.

(parketnummer 12/994618-05)

hij in of omstreeks de periode 09 juni 2005 tot en met 05 juli 2005 te Rilland, gemeente Reimerswaal, terwijl aan Landbouwbedrijf [naam] door Burgemeester en Wethouders van de gemeente Reimerswaal bij besluit van 1 oktober 2003 een vergunning krachtens de Wet milieubeheer was verleend tot het in die gemeente in of op het perceel [adres bedrijf 2] te Rilland veranderen en in werking hebben van een veehouderij, zijnde een

inrichting als bedoeld in categorie 8 van bijlage I van het Inrichtingen- en Vergunningenbesluit milieubeheer, in elk geval een inrichting als bedoeld in de bijlagen I

en/of III van voornoemd besluit, zich, al dan niet opzettelijk, heeft gedragen in strijd met een of meer voorschriften verbonden aan voormelde vergunning, immers was de vloer van de op de tekening bij de milieuvergunning aangeduide stal B niet vloeistofdicht uitgevoerd, terwijl onder die vloer geen opslagruimte aanwezig was voor mest of gier (voorschrift B 9) en/of

was voor het in gebruik nemen van de dubbelwandige dieseltank een door of namens KIWA afgegeven geregistreerd certificaat afgegeven, althans was dat niet overlegd aan Burgemeester en Wethouders van voornoemde gemeente (voorschrift I 5.1) en/of

was voor de dubbelwandige dieseltank geen voorziening aanwezig om het product op te vangen dat bij het vullen kon worden gemorst (voorschrift I 6.4) en/of was de ruimte tussen de binnen- en buitenwand van die tank niet gevuld met een lekdetectievloeistof waarop met behulp van een lekdetectiesysteem continu gecontroleerd werd of het niveau van deze vloeistof veranderde (voorschrift I 6.5) en/of

was de afleverinstallatie voor dieselolie niet zodanig ingericht, dat slechts gedurende een daartoe strekkende opzettelijk bediening van de vulafsluiter vloeistof kon worden afgeleverd (voorschrift I 8.2);

art. 18.18 Wet milieubeheer

en voor zover terzake het onder 8 telastgelegde een veroordeling niet mocht kunnen volgen, terzake dat

Landbouwbedrijf [naam] in of omstreeks de periode 09 juni 2005 tot en met 5 juli 2005 te Rilland, gemeente Reimerswaal, terwijl aan haar door Burgemeester en Wethouders van de gemeente Reimerswaal bij besluit van 1 oktober 2003 een vergunning krachtens de Wet milieubeheer was verleend tot het in die gemeente in of op het perceel [adres bedrijf 2] te Rilland veranderen en in werking hebben van een veehouderij, zijnde een inrichting als bedoeld in categorie 8 van bijlage I van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer, in elk geval een inrichting als bedoeld in de bijlagen I en/of III van voornoemd besluit, zich, al dan niet opzettelijk, heeft gedragen in strijd met een of meer voorschriften verbonden aan voormelde vergunning, immers was de vloer van de op de tekening bij de milieuvergunning aangeduide stal B niet vloeistofdicht uitgevoerd, terwijl onder die vloer geen opslagruimte aanwezig was voor mest of gier (voorschrift B 9) en/of was niet voor het in gebruik nemen van de dubbelwandige dieseltank een door of namens KIWA afgegeven geregistreerd certificaat afgegeven, althans was dat namens KIWA afgegeven geregistreerd certificaat afgegeven, althans was dat niet overlegd aan Burgemeester en Wethouders van voornoemde gemeente (voorschrift I 5.1) en/of was voor de dubbelwandige dieseltank geen voorziening aanwezig om het product op te vangen dat bij het vullen kon worden gemorst (voorschrift I 6.4) en/of was de ruimte tussen de binnen- en buitenwand van die tank niet gevuld met een lekdetectievloeistof waarop met behulp van een lekdetectiesysteem continu gecontroleerd werd of het niveau van deze vloeistof veranderde (voorschrift I 6.5) en/of

was de afleverinstallatie voor dieselolie niet zodanig ingericht, dat slechts gedurende een daartoe strekkende opzettelijk bediening van de vulafsluiter vloeistof kon worden afgeleverd (voorschrift I 8.2), hebbende hij, verdachte tot dat/die feit(en) opdracht gegeven, althans feitelijk leiding gegeven aan voormelde verboden gedraging(en);

art 18.18 Wet milieubeheer

9.

(parketnummer 12/994679-05)

hij op of omstreeks 6 december 2005 te Rilland, gemeente Reimerswaal, al dan niet opzettelijk als aangifteplichtige van categorie 1-materiaal of categorie 2-materiaal als bedoeld in artikel 12 van de Destructiewet , te weten één of twee kadavers van runderen, er geen zorg voor heeft gedragen, dat het materiaal tot het moment waarop het werd opgehaald, op een zodanige manier was afgedekt, dat het onttrokken was aan het oog van passanten en niet vrij

toegankelijk was voor vogels, knaagdieren, honden en katten;

artikel 3 lid 1 Regeling dierlijke bijproducten ;

art 12 lid 1 Destructiewet

art 12 lid 2 Destructiewet

art 12 lid 3 Destructiewet

en voor zover terzake het onder 9 telastegelegde een veroordeling niet mocht kunnen volgen, terzake dat

Landbouwbedrijf [naam bedrijf] op of omstreeks 6 december 2005 te Rilland, gemeente Reimerswaal, al dan niet opzettelijk als aangifteplichtige van categorie 1-materiaal of categorie 2-materiaal als bedoeld in artikel 12 van de Destructiewet , te weten één of twee kadavers van runderen, er geen zorg voor heeft gedragen, dat het materiaal tot het moment waarop het werd opgehaald, op een zodanige manier was afgedekt, dat het onttrokken was aan

het oog van passanten en niet vrij toegankelijk was voor vogels, knaagdieren, honden en katten, hebbende hij, verdachte, tot dat feit opdracht gegeven, althans feitelijk leiding gegeven aan voormelde verboden gedraging;

artikel 3 lid 1 Regeling dierlijke bijproducten ;

art 12 lid 1 Destructiewet

10.

hij op of omstreeks 08 december 2005 te Rilland, gemeente Reimerswaal, als houder van één of meer runderen aan dat/die dier(en) de nodige verzorging heeft onthouden, immers heeft hij één of meer runderen op de lokatie [adres bedrijf 2] Rilland gehouden, terwijl zij niet over een droge en beschutte ligplaats konden beschikken en/of onvoldoende beschermd waren tegen slechte weersomstandigheden en/of onvoldoende waren of werden gevoed;

art 37 Gezondheids- en welzijnswet voor dieren

en voor zover terzake het onder 10 telastgelegde een veroordeling niet mocht kunnen volgen, terzake dat

hij op of omstreeks 8 december 2005 te Rilland, gemeente Reimerswaal, runderen heeft gehouden op een bedrijf aan de [adres bedrijf 2], welke runderen niet waren beschermd tegen slechte weersomstandigheden, terwijl zij niet in een gebouw werden gehouden;

art 2 lid 1 Besluit welzijn productiedieren;

en voor zover terzake het onder 10 subsidiair telastgelegde een veroordeling niet mocht kunnen volgen, terzake dat

Landbouwbedrijf [naam] op of omstreeks 08 december 2005 te Rilland, gemeente Reimerswaal, als houder van één of meer runderen aan dat/die dier(en) de nodige verzorging heeft onthouden, immers heeft zij één of meer runderen op de lokatie [adres bedrijf 2] Rilland gehouden, terwijl zij niet over een droge en beschutte ligplaats konden beschikken en/of onvoldoende beschermd waren tegen slechte weersomstandigheden en/of onvoldoende waren of werden gevoed, hebbende hij tot dat/die feit(en) opdracht gegeven, althans feitelijk

leiding gegeven aan voormelde verboden gedraging(en);

art 37 Gezondheids- en welzijnswet voor dieren

en voor zover ook terzake het onder 10 meer subsidiair telastgelegde een veroordeling niet mocht kunnen volgen, terzake dat

Landbouwbedrijf [naam] op of omstreeks 8 december 2005 te Rilland, gemeente Reimerswaal, runderen heeft gehouden op een bedrijf aan de [adres bedrijf 2], welke runderen niet waren beschermd tegen slechte weersomstandigheden, terwijl zij niet in een gebouw werden gehouden, hebbende hij tot dat/die feit(en) opdracht gegeven, althans feitelijk leiding;

gegeven aan voormelde verboden gedraging(en);

art 2 lid 1 Besluit welzijn productiedieren

11.

hij in of omstreeks de periode 2 tot en met 8 december 2005 te Wolphaartsdijk, gemeente Goes, als houder van een of meer runderen, aan dat/die dier(en) de nodige verzorging heeft onthouden, immers heeft hij één of meer runderen op de Middelplaten gehouden, terwijl zij niet over een droge en beschutte ligplaats konden beschikken en/of onvoldoende beschermd waren tegen slechte weersomstandigheden en/of onvoldoende werden of waren gevoed;

art 37 Gezondheids- en welzijnswet voor dieren

en voor zover terzake het onder 11 telastgelegde een veroordeling niet mocht kunnen volgen, terzake dat

hij in of omstreeks de periode 2 tot en met 8 december 2005 te Wolphaartsdijk, gemeente Goes, runderen heeft gehouden op de Middelplaten, welke runderen niet waren beschermd tegen slechte weersomstandigheden, terwijl zij niet in een gebouw werden gehouden;

art 2 lid 1 Besluit welzijn productiedieren;

en voor zover terzake het onder 11 subsidiair telastgelegde een veroordeling niet mocht kunnen volgen, terzake dat

Landbouwbedrijf [naam bedrijf] in of omstreeks de periode 2 tot en met 8 december 2005 te Wolphaartsdijk, gemeente Goes, als houder van een of meer runderen, aan dat/die

dier(en) de nodige verzorging heeft onthouden, immers heeft zij één of meer runderen op de Middelplaten gehouden, terwijl zij niet over een droge en beschutte ligplaats konden

beschikken en/of onvoldoende beschermd waren tegen slechte weersomstandigheden en/of onvoldoende werden of waren gevoed, hebbende hij tot dat/die feit(en) opdracht gegeven, althans feitelijk leiding gegeven aan voormelde verboden gedraging(en);

art 37 Gezondheids- en welzijnswet voor dieren

en voor zover ook terzake het onder 11 meer subsidiair telastgelegde een veroordeling niet mocht kunnen volgen, terzake dat

Landbouwbedrijf [naam] in of omstreeks de periode 2 tot en met 8 december 2005 te Wolphaartsdijk, gemeente Goes, runderen heeft gehouden op de Middelplaten, welke runderen niet waren beschermd tegen slechte weersomstandigheden, terwijl zij niet in een gebouw werden gehouden, hebbende hij tot dat/die feit(en) opdracht gegeven, althans feitelijk leiding gegeven aan voormelde verboden gedraging(en);

art 2 lid 1 Besluit welzijn productiedieren

12.

hij op of omstreeks 08 december 2005 te Rilland, gemeente Reimerswaal, als houder van één of meer runderen aan dat/die dier(en) de nodige verzorging heeft onthouden, immers heeft hij één of meer runderen op de lokatie Middenhof te Rilland gehouden, terwijl zij niet over een droge en beschutte ligplaats konden beschikken en/of onvoldoende beschermd waren tegen slechte weersomstandigheden en/of onvoldoende waren of werden gevoed en/of niet diergeneeskundig behandeld waren, terwijl zij diarree hadden;

art 37 Gezondheids- en welzijnswet voor dieren

en voor zover terzake het onder 12 telastgelegde een veroordeling niet mocht kunnen volgen, terzake dat

Landbouwbedrijf [naam] op of omstreeks 08 december 2005 te Rilland, gemeente Reimerswaal, als houder van één of meer runderen aan dat/die dier(en) de nodige verzorging heeft onthouden, immers heeft zij één of meer runderen op de lokatie Middenhof te Rilland gehouden, terwijl zij niet over een droge en beschutte ligplaats konden beschikken en/of onvoldoende beschermd waren tegen slechte weersomstandigheden en/of onvoldoende waren of werden gevoed en/of niet diergeneeskundig behandeld waren, terwijl zij diarree

hadden, hebbende hij tot dat/die feit(en) opdracht gegeven, althans feitelijk leiding gegeven aan voormelde verboden gedraging(en);

art 37 Gezondheids- en welzijnswet voor dieren

13. ( parketnummer 12/994907-06)

hij op of omstreeks 07 juli 2006 te Rilland, gemeente Reimerswaal, opzettelijk niet heeft voldaan aan een bevel of een vordering, krachtens artikel 100 lid 3 van de Woningwet en /of artikel 11.1 van de Bouwverordening Reimerswaal, in elk geval krachtens enig wettelijk voorschrift gedaan door Burgemeester en wethouders van die gemeente, die was/waren belast met de uitoefening van enig toezicht, immers heeft verdachte toen en daar opzettelijk, nadat deze ambtena(a)r(en) hem, althans Landbouwbedrijf [naam] op 30 juni 2006

had(den) bevolen, althans van hem, althans Landbouwbedrijf [naam] had(den) gevorderd de bouwwerkzaamheden, die betrekking hadden op de bouwvergunning 2003/025

met onmiddellijke ingang en voor onbepaalde tijd te (doen) staken, met uitzondering van het conform de verleende bouwvergunning realiseren van de fundering en/of het conform de bouwvergunning afbouwen van de stal op een conform de bouwvergunning gerealiseerde vergunning, geen gevolg gegeven aan dit bevel of die vordering;

art 184 lid 1 Wetboek van Strafrecht

en voor zover terzake het onder 13 telastegelegde een veroordeling niet mocht kunnen volgen, terzake dat

Landbouwbedrijf [naam bedrijf] op of omstreeks 07 juli 2006 te Rilland, gemeente Reimerswaal, opzettelijk niet heeft voldaan aan een bevel of een vordering, krachtens artikel 100 lid 3 van de Woningwet en /of artikel 11.1 van de Bouwverordening Reimerswaal, in elk geval krachtens enig wettelijk voorschrift gedaan door Burgemeester en wethouders van die gemeente, die was/waren belast met de uitoefening van enig toezicht,

immers heeft Landbouwbedrijf [naam] toen en daar opzettelijk, nadat deze ambtena(a)r(en) haar op 30 juni 2006 had(den) bevolen, althans van haar had(den) gevorderd de bouwwerkzaamheden, die betrekking hadden op de bouwvergunning 2003/025 met onmiddellijke ingang en voor onbepaalde tijd te (doen) staken, met uitzondering van het conform de verleende bouwvergunning realiseren van de fundering en/of het conform de bouwvergunning afbouwen van de stal op een conform de bouwvergunning gerealiseerde vergunning, geen gevolg gegeven aan dit bevel of die vordering, hebbende hij, verdachte, tot dat feit opdracht gegeven, althans feitelijke leiding gegeven aan voormelde verboden gedraging;

art 184 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Vrijspraak

De raadsman van verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte ter zake van de feiten 2, 3, 4, 5, 7, 10, 11 en 12 dient te worden vrijgesproken en ter zake van feit 6 dient te worden ontslagen van rechtsvervolging. De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat verdachte:

- met betrekking tot feit 2 primair dient te worden vrijgesproken aangezien niet duidelijk is of het hier om bestrijdingsmiddelen dan wel gewasbeschermingsmiddelen gaat, subsidiair aangezien niet duidelijk is of de verpakkingen ook daadwerkelijk bestrijdingsmiddelen bevatten en meer subsidiair dat verdachte op 14 april 2005 het diploma gewasbescherming A heeft behaald en hij reeds eerder over een dergelijke vergunning beschikte en zijn vakbekwaamheid niet ter discussie staat. De raadsman heeft hiertoe aansluiting gezocht bij het arrest van de Hoge Raad van 2 oktober 2007 met betrekking tot de ademanalyse;

- met betrekking tot feit 4 dient te worden vrijgesproken aangezien er geen bewijs is dat het hier daadwerkelijk om dierlijke meststoffen gaat;

- met betrekking tot feit 5 dient te worden vrijgesproken aangezien verbalisant het slechts heeft over een vermoeden van het niet pleksgewijs toepassen van MCPA en omdat ten onrechte wordt gesteld dat Starane 200 verboden is op sloottaluds;

- met betrekking tot feit 6 dient te worden ontslagen van rechtsvervolging omdat verdachte wel degelijk beschikte over de vereiste papieren. De raadsman heeft hiertoe wederom aansluiting gezocht bij het arrest van de Hoge Raad van 2 oktober 2007 met betrekking tot de ademanalyse;

- met betrekking tot feit 7 dient te worden vrijgesproken aangezien de tekening bij zowel de aanvraag als het besluit ontbreekt en

- met betrekking tot de feiten 10, 11 en 12 dient te worden vrijgesproken omdat de runderen, gelet op het ras, voldoende verzorgd waren.

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat het bij het onder 2 tenlastegelegde om bestrijdingsmiddelen gaat, gelet op de verklaringen van verdachte en zijn ouders. Vast staat voorts dat verdachte op de datum van de telastelegging niet over de vereiste vergunning beschikte. De vergelijking met het arrest van de Hoge Raad van 2 oktober 2007 met betrekking tot de ademanalyse gaat reeds niet op omdat hier een kwalificatie van een burger in het geding is en niet van een ambtenaar.

Ter zitting heeft verdachte zelf verklaard dat het bij het onder 4 tenlastegelegde ging om stalmest die zijns inziens niet behoeft te worden ondergewerkt. Daarmee acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat in strijd met artikel 3 lid 1 Besluit gebruik meststoffen is gehandeld.

Met de raadsman is de rechtbank van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de MCPA niet pleksgewijs op de taluds is toegepast. Hiervan moet verdachte derhalve worden vrijgesproken. Starane 200 is daarentegen een middel dat gelet op het Wettelijke Gebruiksvoorschrift wel op akkerranden, maar niet op taluds mag worden gebruikt. Dit onderdeel van het onder 5 tenlastegelegde kan wettig en overtuigend bewezen worden.

Ontslag van rechtsvervolging met betrekking tot feit 6 kan niet aan de orde zijn gelet op hetgeen de rechtbank hierover bij feit 2 reeds heeft overwogen.

Met betrekking tot de onder 7 primair en subsidiair tenlastegelegde overtredingen van de Wet milieubeheer merkt de rechtbank het volgende op.

Uit het proces-verbaal (bijlage 6) blijkt dat ten tijde van de hercontrole op 9 juni 2005 nog geen vee binnen de inrichting aanwezig was. Wat er ook moge zijn verweten met betrekking tot veranderingen in (de werking van) de inrichting - de tenlastelegging is daaromtrent niet erg duidelijk - vaststaat in elk geval dat er nog geen sprake was van een in werking zijnde veehouderij. Ook is niet gebleken is dat de uitbreiding in bedrijf was. Verdachte moet derhalve worden vrijgesproken van het in werking hebben van een inrichting zonder milieuvergunning.

Met betrekking tot het onder 10, 11 en 12 tenlastegelegde is de rechtbank van oordeel dat het Besluit welzijn productiedieren en de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren niet uitdrukkelijk voorschrijft dat de dieren een droge ligplaats nodig hebben. De dieren dienen beschermd te zijn tegen slechte weersomstandigheden. Gelet op de tegenstrijdige verklaringen die de getuige-deskundigen Huige en Helvoort en de dierenarts Verboom omtrent de vereiste beschutting en omtrent de voedings- en gezondheidstoestand van de runderen hebben afgelegd en mede gelet op de verklaring van de onafhankelijke getuige Wink, acht de rechtbank niet onomstotelijk vastgesteld dat de dieren de nodige verzorging is onthouden. Verdachte moet hiervan derhalve worden vrijgesproken.

Het onder 13 tenlastegelegde - het geen gevolg geven aan een bevel of vordering namens Burgemeester en wethouders van de gemeente Reimerswaal - is naar het oordeel van de rechtbank ook niet onomstotelijk vastgesteld. Blijkens het door B&W opgelegde verbod was niet iedere bouwactiviteit verboden, doch alleen bouwactiviteiten die niet conform de verleende bouwvergunning werden verricht. Uit het proces-verbaal blijkt op geen enkele wijze of en hoe is getoetst of de gewraakte werkzaamheden vielen onder de uitzonderingsclausule van de bouwstop.

Naar het oordeel van de rechtbank is gelet op bovenstaande niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 7 primair, 7 subsidiair, 10 primair, 10 subsidiair, 10 meer subsidiair, 10 uiterst subsidiair, 11 primair, 11 subsidiair, 11 meer subsidiair, 11 uiterst subsidiair, 12 primair, 12 subsidiair, 13 primair en 13 subsidiair is tenlastegelegd. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 8 en 9 tenlastegelegde heeft begaan met dien verstande dat:

1.

hij op of omstreeks 18 januari 2005, in de gemeente Reimerswaal, als degene die een akkerbouw- of tuinbouwbedrijf met open grondsteelt gelegen aan de [adres bedrijf 1], dreef, samen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, al dan niet opzettelijk, niet heeft voldaan aan een of meer voorschriften die zijn opgenomen in de bij het Besluit akkerbouwbedrijven milieubeheer behorende bijlage I,

immers was/waren/werd(en) in strijd met voorschrift

- 6.5. gemorste of gelekte olie niet zo spoedig mogelijk opgeruimd, en/of

- 6.6. vaatwerk ten behoeve van de bewaring van afgewerkte olie niet in een vloeistofdichte bak geplaatst, en/of

- 8.4. afvalstoffen niet op een ordelijke en nette wijze bewaard, en/of

- 17.2 de inrichting niet schoongehouden;

2.

hij op of omstreeks 18 januari 2005, in de gemeente Reimerswaal, al dan niet opzettelijk, op een aan de [adres bedrijf 1] staande spuitwagen, gewasbeschermingsmiddelen voorhanden of in voorraad heeft gehad zonder een vergunning uitvoeren gewasbescherming, een vergunning bedrijfsvoeren gewasbescherming of een vergunning distribueren gewasbe-

schermingsmiddelen;

3.

hij op of omstreeks 26 februari 2005, in de gemeente Reimerswaal, als degene die een akkerbouw- of tuinbouwbedrijf met open grondsteelt gelegen aan de [adres bedrijf 1], dreef, samen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, al dan niet opzettelijk, niet heeft voldaan aan een of meer voorschriften die zijn opgenomen in de bij het Besluit akkerbouwbedrijven milieubeheer behorende bijlage I,

immers was/waren/werd(en) in strijd met voorschrift

- 8.1. afvalstoffen, te weten banden en/of hout en/of oliefilters en/of een

landbouwwagen en/of ander afval, binnen de inrichting verbrand, en/of

- 8.4. afvalstoffen niet op een ordelijke en nette wijze bewaard;

4.

hij op of omstreeks 4 maart 2005, in de gemeente Borsele, samen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, al dan niet opzettelijk, dierlijke mest heeft gebruikt op een perceel bouwland gelegen aan of nabij de Baarlandsezandweg en het Groenewegje te Kwadendamme,

terwijl de bodem geheel of gedeeltelijk was bevroren en/of geheel of gedeeltelijk was bedekt met sneeuw;

5.

hij in of omstreeks de maand april 2005, in de gemeente Reimerswaal, al dan niet opzettelijk heeft gehandeld in strijd met (een) vastgesteld(e) voorschrift(en) krachtens artikel 5, tweede en /of derde en/of vierde en/of zesde en/of zevende en/of achtste lid, en/of artikel 5a, eerste en/of tweede lid, en /of artikel 9, tweede en/of derde lid van de Bestrijdingsmiddelenwet

1962, immers heeft hij, verdachte, in strijd met het Wettelijk Gebruiksvoorschrift het bestrijdingsmiddel

- Starane 200 (toelatingsnummer 9401 N), en/of

- U 46 M-Fluid-500 MCPA (toelatingsnummer 7737 N),

anders dan pleksgewijs, toegepast op de taluds van een of meer aan of nabij de Westhofweg te Rilland gelegen waterlopen;

6.

hij in of omstreeks de maand april 2005, in de gemeente Reimerswaal, al dan niet opzettelijk, op taluds van een of meer aan de Westhofweg te Rilland gelegen waterlopen, en/of op aldaar gelegen landbouwpercelen, beroeps- of bedrijfsmatig (een) gewasbeschermingsmiddel(en) heeft gebruikt zonder een vergunning uitvoeren gewasbescherming, een vergunning bedrijfs-voeren gewasbescherming of een vergunning distribueren gewasbeschermingsmiddelen;

8.

hij in of omstreeks de periode 09 juni 2005 tot en met 05 juli 2005 te Rilland, gemeente Reimerswaal, terwijl aan Landbouwbedrijf [naam] door Burgemeester en Wethouders van de gemeente Reimerswaal bij besluit van 1 oktober 2003 een vergunning krachtens de Wet milieubeheer was verleend tot het in die gemeente in of op het perceel

[adres bedrijf 2] te Rilland veranderen en in werking hebben van een veehouderij, zijnde een inrichting als bedoeld in categorie 8 van bijlage I van het Inrichtingen- en Vergunningenbesluit milieubeheer, in elk geval een inrichting als bedoeld in de bijlagen I

en/of III van voornoemd besluit, zich, al dan niet opzettelijk, heeft gedragen in strijd met een of meer voorschriften verbonden aan voormelde vergunning, immers was de vloer van de op de tekening bij de milieuvergunning aangeduide stal B niet vloeistofdicht uitgevoerd, terwijl onder die vloer geen opslagruimte aanwezig was voor mest of gier (voorschrift B 9) en/of was voor het in gebruik nemen van de dubbelwandige dieseltank een door of namens KIWA afgegeven geregistreerd certificaat afgegeven, althans was dat niet overlegd aan Burgemeester en Wethouders van voornoemde gemeente (voorschrift I 5.1) en/of was voor de dubbelwandige dieseltank geen voorziening aanwezig om het product op te vangen dat bij het vullen kon worden gemorst (voorschrift I 6.4) en/of was de ruimte tussen de binnen- en buitenwand van die tank niet gevuld met een lekdetectievloeistof waarop met behulp van een lekdetectiesysteem continu gecontroleerd werd of het niveau van deze vloeistof veranderde (voorschrift I 6.5) en/of was de afleverinstallatie voor dieselolie niet zodanig ingericht, dat slechts gedurende een daartoe strekkende opzettelijk bediening van de vulafsluiter vloeistof kon worden afgeleverd (voorschrift I 8.2);

9.

hij op of omstreeks 6 december 2005 te Rilland, gemeente Reimerswaal, al dan niet opzettelijk als aangifteplichtige van categorie 1-materiaal of categorie 2-materiaal als bedoeld in artikel 12 van de Destructiewet , te weten één of twee kadavers van runderen, er geen zorg voor heeft gedragen, dat het materiaal tot het moment waarop het werd opgehaald, op een zodanige manier was afgedekt, dat het onttrokken was aan het oog van passanten en niet vrij

toegankelijk was voor vogels, knaagdieren, honden en katten;

Hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hier bewezen is verklaard, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

De rechtbank grondt haar overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

De bewijsmiddelen zullen in die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis met de bewijsmiddelen vereist in een aan dit vonnis gehechte bijlage worden opgenomen.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 8 en 9 bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezenverklaarde levert de navolgende strafbare feiten op.

1 primair. Medeplegen van het opzettelijk overtreden van een voorschrift gesteld krachtens artikel 8.40 eerste lid Wet milieubeheer .

2 primair. Opzettelijk overtreden van een voorschrift gesteld krachtens artikel 13 Bestrijdingsmiddelenwet 1962 .

3 primair. Medeplegen van het opzettelijk overtreden van een voorschrift gesteld krachtens artikel 8.40 eerste lid Wet milieubeheer .

4 primair. Medeplegen van het opzettelijk overtreden van een voorschrift gesteld krachtens artikel 9 Wet Bodembescherming

5 primair. Opzettelijk overtreden van een voorschrift gesteld krachtens artikel 10 eerste lid Bestrijdingsmiddelenwet 1962 .

6. primair. Opzettelijk overtreden van een voorschrift gesteld krachtens artikel 13 Bestrijdingsmiddelenwet 1962 .

8 primair. Opzettelijk overtreden van een voorschrift gesteld krachtens artikel 18.18 Wet Milieubeheer .

9 primair. Opzettelijk overtreden van een voorschrift gesteld bij artikel 12 van de Destructiewet .

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Motivering van de op te leggen sanctie[s]

Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met het volgende:

- de ernst van de feiten en de omstandigheden, waaronder deze zijn begaan en

- de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.

Voor wat betreft de ernst van de feiten en de omstandigheden, waaronder deze zijn begaan, heeft de rechtbank in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte die onder meer een (kalver)veehouderij drijft, heeft zich in een periode van ongeveer anderhalf jaar schuldig gemaakt aan diverse economische en milieudelicten.

Door de buitengewoon slordige en onzorgvuldige wijze waarop het bedrijf werd gevoerd heeft de verdachte in een aantal gevallen het milieu geschaad. Door de overtreding van de Destructie-wet vormde het bedrijf van de verdachte bovendien een bron van besmettingsgevaar.

Voor wat betreft de persoon van de verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op:

- het op naam van de verdachte staand uittreksel uit het Algemeen Documentatieregister d.d. 15 oktober 2007.

Op grond van het bovenstaande, de persoonlijke omstandigheden van verdachte en met name de vrijspraak voor de feiten betrekking hebbend op de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, is de rechtbank van oordeel dat een geldboete van na te melden hoogte passend en geboden is.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 1, 1a, 2, en 6 van de Wet op de economische delicten , de artikelen 23, 24 en 24c van het Wetboek van Strafrecht en op artikel 2 Besluit akkerbouw-bedrijven milieubeheer, artikel 2 Besluit vakkennis- en vakbekwaamheidseisen

bestrijdingsmiddelen, artikel 3 Besluit gebruik meststoffen , de artikelen 5, 5a en 10 van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 , artikel 3 Regeling dierlijke bijproducten en de artikelen 8.40 en 18. 18 van de Wet milieubeheer .

DE BESLISSING

De rechtbank beslist als volgt.

Zij verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 7, 10, 11, 12 en 13 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij.

Zij verklaart bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 8 en 9 tenlastegelegde, zoals hierboven omschreven heeft begaan.

Zij verklaart niet bewezen hetgeen ter zake meer of anders ten laste is gelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Zij bepaalt dat het onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 8 en 9 bewezenverklaarde de hierboven vermelde strafbare feiten oplevert.

Zij verklaart de verdachte te dier zake strafbaar.

Zij veroordeelt de verdachte tot het betalen van een geldboete van € 2.500,00 (vijfentwintig-honderd euro), subsidiair 37 (zevenendertig) dagen hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. R.C.M. Reinarz, voorzitter

mrs. M.C. de Regt en J.T. Begheyn, rechters,

in tegenwoordigheid van J. Buijze als griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 8 februari 2008.

Mr. Begheyn is buiten staat dit vonnis te ondertekenen.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature