Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Zittingsplaats:

Inhoudsindicatie:

Is het recht op nabestaandenuitkering terecht beëindigd op de grond dat betrokkene een gezamenlijke huishouding voert?

Uitspraak



06/3836 ANW

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 23 mei 2006, 05/4890 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

[betrokkene] (hierna: betrokkene)

Datum uitspraak: 6 november 2007

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Namens betrokkene heeft mr. A. den Arend-de Winter, advocaat te Rotterdam, een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 25 september 2007. Appellant heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. N. Zuidersma, werkzaam bij de Sociale verzekeringsbank. Namens betrokkene is verschenen mr. Den Arend-de Winter.

II. OVERWEGINGEN

De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

Betrokkene ontving met ingang van 1 februari 2000 een uitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (Anw) in verband met het overlijden van zijn echtgenote.

Blijkens de door de Svb op respectievelijk 2 april 2001 en 4 april 2002 ontvangen inkomenstenformulieren wonen, volgens opgave van betrokkene, sinds maart 2000 respectievelijk juli 2000 op zijn adres nog twee andere personen. Eén van hen heeft, blijkens de gemeentelijke basisadministratie, de woning verlaten op 12 november 2002. De ander, [betrokkene 2] ([betrokkene 2]), is woonachtig gebleven op het adres van betrokkene.

Bij besluit van 24 november 2004 heeft appellant het recht op nabestaandenuitkering van betrokkene met ingang van 30 november 2002 beëindigd op de grond dat betrokkene een gezamenlijke huishouding voert.

Bij besluit van 13 september 2005 heeft appellant het bezwaar tegen het besluit van

24 november 2004 ongegrond verklaard.

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank - met bepalingen inzake proceskosten en griffierecht - het beroep gegrond verklaard, het besluit van 13 september 2005 vernietigd en appellant opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit op bezwaar te nemen met inachtneming van haar uitspraak. De rechtbank heeft overwogen dat geen sprake is van een onweerlegbaar rechtsvermoeden van een gezamenlijke huishouding als bedoeld in artikel 3, vierde lid, aanhef en onder d, van de Anw . Voorts is overwogen dat niet is gebleken van wederzijdse zorg tussen betrokkene en [betrokkene 2] zodat evenmin sprake is van een gezamenlijke huishouding in de zin van artikel 3, derde lid, van de Anw .

Appellant heeft zich in hoger beroep gemotiveerd tegen de aangevallen uitspraak gekeerd.

De Raad komt tot de volgende beoordeling.

Tussen partijen is niet in geschil en ook de Raad gaat er van uit dat [betrokkene 2] en betrokkene ten tijde hier van belang hoofdverblijf hadden in dezelfde woning.

Met betrekking tot het onweerlegbare rechtsvermoeden

Ingevolge artikel 3, vierde lid, aanhef en onder d, van de Anw wordt een gezamenlijke huishouding in ieder geval aanwezig geacht, indien de betrokkenen hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning en zij op grond van een registratie worden aangemerkt als een gezamenlijke huishouding die naar aard en strekking overeenkomt met een gezamenlijke huishouding als bedoeld in het derde lid.

Artikel 3, eerste lid, aanhef en onder c, van het Besluit aanwijzing registraties gezamenlijke huishouding 1998 , bepaalt dat als registratie in de hiervoor bedoelde zin is aangewezen de registratie als duurzame gemeenschappelijke huishouding op grond van onderafdeling 3 van afdeling 5 van titel 4 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek.

De Raad stelt voorop dat, gelet op de verstrekkende gevolgen van het aannemen van een onweerlegbaar rechtsvermoeden, de betrokken bepaling strikt dient te worden uitgelegd. De Raad verwijst in dit verband naar zijn uitspraak van 17 april 2007 (LJN: BA3329). In het voorliggende geval is niets anders gebleken dan dat betrokkene en [betrokkene 2] op 13 juni 2002 de verhuurder Com Wonen middels een voorbedrukt formulier hebben verzocht om [betrokkene 2] als medehuurder aan te merken. Als reden voor de aanvraag medehuurderschap hebben betrokkene en [betrokkene 2] op dat formulier de optie gemeenschappelijke huishouding langer dan 2 jaar aangekruist. Er zijn geen gegevens voorhanden aan de hand waarvan kan worden vastgesteld of Com Wonen op enig moment in de hier aan de orde zijnde periode dit verzoek heeft ingewilligd. Dit enkele verzoek om te worden aangemerkt als medehuurder acht de Raad bepaald onvoldoende om te kunnen spreken van een registratie in de zin van artikel 3, vierde lid, aanhef en onder d, van de Anw . De Raad tekent voorts nog aan dat appellant betrokkene ten tijde van het verzoek inzake medehuurderschap beschouwde als alleenstaande vanwege het feit dat betrokkene toen met zijn medebewoners nog een meerpersoonshuishouden voerde.

Met betrekking tot de wederzijdse verzorging

Volgens vaste rechtspraak van de Raad kan de voor het bestaan van een gezamenlijke huishouding vereiste wederzijdse zorg blijken uit een bepaalde mate van financiële verstrengeling tussen de betrokkenen die verder gaat dan het uitsluitend delen van de woonlasten en hiermee samenhangende lasten. Indien van een zodanige verstrengeling niet of slechts in geringe mate sprake is, kunnen ook andere feiten en omstandigheden voldoende zijn om aan te nemen dat de betrokkenen in elkaars verzorging voorzien. Een afweging van alle ten aanzien van betrokkenen gebleken feiten en omstandigheden, die niet van subjectieve aard zijn, zal bepalend zijn voor het antwoord op de vraag of aan het verzorgingscriterium in een concreet geval is voldaan.

Niet is in geschil dat betrokkene en [betrokkene 2] de woonkosten en daarmee samenhangende lasten delen. Er zijn geen aanknopingspunten voor het oordeel dat sprake is van een verdergaande financiële verstrengeling. In het kader van de beantwoording van de vraag of betrokkene en [betrokkene 2] anderszins in elkaars verzorging voorzien is niet meer gebleken dan dat de aanleiding voor medebewoning is gelegen in de omstandigheid dat de zoon van betrokkene bezorgd was omdat betrokkene na het overlijden van zijn echtgenote alleen in de woning achterbleef en [betrokkene 2] op dat moment onderdak nodig had. Ingeval betrokkene iets zou overkomen, kon [betrokkene 2] de zoon van betrokkene waarschuwen. Hierin ziet de Raad onvoldoende aanknopingspunten voor de vaststelling dat betrokkene en [betrokkene 2] anderszins in elkaars verzorging voorzien. Het voorgaande brengt mee dat het antwoord op de vraag of hier zich de situatie voordoet van verhuur op commerciële basis in het midden kan blijven.

Gelet op het vorenstaande slaagt het hoger beroep niet. De aangevallen uitspraak komt derhalve voor bevestiging in aanmerking.

De Raad ziet aanleiding om appellant te veroordelen in de proceskosten van betrokkene. Deze kosten worden begroot op € 644,-- in hoger beroep voor verleende rechtsbijstand.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak;

Veroordeelt appellant in de proceskosten van betrokkene tot een bedrag van € 644,--, te betalen door de Sociale verzekeringsbank;

Bepaalt dat van de Sociale verzekeringsbank een griffierecht van € 428,-- wordt geheven.

Deze uitspraak is gedaan door C. van Viegen als voorzitter en R.H.M. Roelofs en

L.H. Waller als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van N.L.E.M. Bynoe als griffier, uitgesproken in het openbaar op 6 november 2007.

(get.) C. van Viegen.

(get.) N.L.E.M. Bynoe.

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH ’s-Gravenhage) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen inzake het begrip gezamenlijke huishouding.

IJ061107


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde jurisprudentie

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature