< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Verdeling van de nalatenschap van de moeder van eiseres (naar oud erfrecht). De man van de moeder (niet de vader van eiseres) is gedaagde. Zaak met internationale aspecten: rechtsmacht en toepasselijke recht op de erfopvolging en de afwikkeling van de nalatenschap. Voor het bepalen van de omvang van de nalatenschap gaat de rechtbank in op het recht dat van toepassing is op het huwelijksvermogensregime van erflaatster en gedaagde. Vervolgens komen de omvang van de gemeenschap van goederen tussen erflaatster en gedaagde, alsmede de kosten van de afwikkeling van de nalatenschap aan de orde. Tenslotte stelt de rechtbank vast dat gedaagde dwangsommen heeft verbeurd, omdat hij niet binnen een daartoe door de rechtbank gestelde termijn volledige rekening en verantwoording heeft afgelegd met betrekking tot de nalatenschap. De zaak wordt naar de rol verwezen voor aktewisseling.

Uitspraak



vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 226856 / HA ZA 04-3024

Vonnis van 1 november 2006

in de zaak van

[eiser],

wonende te Rotterdam,

eiseres,

procureur mr. P.C. Ouwendijk,

tegen

[gedaagde],

wonende te Rotterdam,

gedaagde,

procureur mr. F.H. Tak.

Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd worden.

De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 12 januari 2005, alsmede de daarin genoemde stukken,

- het proces-verbaal van comparitie van 11 mei 2005,

- de conclusie van repliek, tevens akte wijziging eis,

- de conclusie van dupliek.

Ten slotte is vonnis bepaald.

De feiten

[gedaagde] is in 1969 in Frankrijk gehuwd met [erflaatster] (hierna te noemen: erflaatster), de moeder van [eiser]. Uit dat huwelijk is een zoon geboren, te weten [zoon]. Ten tijde van de huwelijkssluiting had [gedaagde] de Tunesische en erflaatster de Spaanse nationaliteit. Inmiddels heeft [gedaagde] ook de Nederlandse nationaliteit.

[gedaagde] en erflaatster hebben na de huwelijkssluiting nog enige tijd in Frankrijk gewoond. Later hebben zij zich in Nederland gevestigd.

Op 23 september 2000 is erflaatster overleden. Zij heeft geen testament gemaakt. Onmiddellijk voorafgaand aan haar overlijden, woonde zij in Nederland.

Op 24 december 2003 heeft Millenaar Fokkema Notarissen in opdracht van [gedaagde] een overzicht opgesteld van “de bezittingen en schulden behorende tot [de] rekening en verantwoording van de nalatenschap” van erflaatster (hierna: het overzicht van 24 december 2003). Daarbij is uitgegaan van de waarde ten tijde van het overlijden van erflaatster. Blijkens dat overzicht bedroeg het saldo van de nalatenschap NLG 71.028,62 en de kosten die daaruit betaald dienden te worden NLG 26.847,75, zodat per saldo een bedrag van NLG 44.180,87 voor verdeling tussen de erfgenamen in aanmerking kwam. Het erfdeel van [eiser] is daarin vastgesteld op een derde deel, zijnde NLG 14.726,96/ EUR 6.682,80.

Bij vonnis van 9 juli 2003 heeft deze rechtbank in een andere tussen dezelfde partijen aanhangige zaak [gedaagde] onder meer veroordeeld om, onder verbeurte van een dwangsom van EUR 25,- per dag dat hij nalaat daaraan gevolg te geven, binnen 6 maanden na betekening van dat vonnis volledige rekening en verantwoording af te leggen met betrekking tot de nalatenschap van erflaatster. Ook is [gedaagde] veroordeeld om over te gaan tot de scheiding en deling van die nalatenschap.

Op 6 mei 2004 is aan [eiser], in het kader van de verdeling van de nalatenschap, EUR 4.254,31 uitgekeerd.

Het geschil

[eiser] vordert - samengevat en na eiswijziging – dat de rechtbank bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

a. zal bepalen welk recht van toepassing is op het huwelijksvermogen,

b. zal bepalen op welke wijze en naar welk recht de nalatenschap verdeeld dient te worden,

c. [gedaagde] zal veroordelen om aan haar het nadeel te voldoen dat zij lijdt doordat het Spaanse erfrecht is toegepast op het onroerende goed aan de AV San Isidro 10, Malaga, Spanje,

d. diverse deskundigen zal benoemen teneinde de waarde van de tot de nalatenschap behorende goederen vast te stellen, voorzover die waarde tussen partijen in geschil is,

e. de goederen aan zal wijzen die verkocht dienen te worden bij openbare verkoop,

f. de openbare verkoop zal bevelen van de hiervoor bedoelde goederen,

g. [gedaagde] zal veroordelen tot betaling van verbeurde dwangsommen van EUR 25,- per dag, vanaf 1 maart 2004.

De stellingen – voorzover relevant - die [eiser], naast hetgeen onder de feiten is opgenomen, aan haar vordering ten grondslag legt, zal de rechtbank onder de beoordeling bespreken.

[gedaagde] voert verweer. Tegen de eiswijziging heeft hij geen bezwaar gemaakt.

De beoordeling

Het gaat in deze zaak om de afwikkeling van de nalatenschap van de erflaatster. Nu het hier gaat om een zaak met internationale aspecten, zal de rechtbank ook de vragen dienen te beantwoorden, of zij in deze rechtsmacht heeft en door welk recht de erfopvolging en de afwikkeling van de nalatenschap worden beheerst.

rechtsmacht en toepasselijke recht inzake de erfopvolging

Aangezien erflaatster in Nederland haar laatste woonplaats had, komt de Nederlandse rechter op de voet van artikel 6 onder f. Rv rechtsmacht toe.

Het op de erfopvolging toepasselijke recht dient, gelet op artikel 1 Wet conflictenrecht erfopvolging , te worden afgeleid uit de bepalingen van het thans nog niet in werking getreden Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op de erfopvolging van 1 augustus 1989 (hierna: het Haags erfrechtverdrag). Op de voet van artikel 3 lid 2 van dit verdrag is in deze het Nederlandse recht op de erfopvolging van toepassing. Tussen partijen staat immers vast dat erflaatster, die niet de Nederlandse nationaliteit bezat, gedurende een tijdvak van ten minste vijf jaar onmiddellijk voorafgaand aan haar overlijden in Nederland haar verblijfplaats had.

Het Nederlandse recht beheerst de gehele nalatenschap, dus ook dat deel dat niet in Nederland is gelegen. Dit volgt uit artikel 7 van het Haags erfrechtverdrag, terwijl gesteld noch gebleken is dat in deze sprake is van een van de uitzonderingssituaties als in dat verdrag bedoeld. In zoverre faalt derhalve het op zodanige uitzondering gestoelde verweer van [gedaagde].

Nu erflaatster geen testament heeft gemaakt, zijn [gedaagde], [eiser] en [zoon] - de zoon van [gedaagde] en erflaatster - volgens het in deze toepasselijke Nederlandse erfrecht (zoals dit gold vóór de inwerkingtreding op 1 januari 2003 van boek 4 BW) erfgenaam en zijn zij ieder voor een derde deel gerechtigd tot haar nalatenschap.

de afwikkeling van de nalatenschap

Voor het op de afwikkeling van de nalatenschap toepasselijke recht, geeft de Wet conflictenrecht erfopvolging in de artikelen 4 en 5 de verwijzingsregels. Ook deze afwikkeling wordt door Nederlandse recht beheerst, zijnde het recht van de laatste gewone verblijfplaats van erflaatster.

Nu de vermogensbestanddelen vermeld in het overzicht van 24 december 2003 kennelijk, met toestemming van [eiser], aan [gedaagde] zijn toegescheiden, is in zoverre de verdeling van de nalatenschap reeds geëffectueerd. Ten aanzien van die vermogensbestanddelen is er, indien komt vast te staan dat deze onjuist zijn gewaardeerd, derhalve nog slechts aanleiding voor een eventuele nadere verrekening van het voordeel dat [gedaagde] door de toescheiding heeft verkregen. Zouden er nog vermogensbestanddelen behorende tot de nalatenschap aan het licht komen die niet zijn vermeld op het overzicht, dan komen deze goederen nog wel voor verdeling in aanmerking.

De rechtbank neemt aan dat het bedrag van EUR 4.254,31 dat aan [eiser] is uitgekeerd, haar erfdeel van EUR 6.682,80 verminderd met succesierecht betreft. Partijen kunnen zich er nog over uitlaten of dit uitgangspunt juist is. De meest gerede partij dient een bewijsstuk in het geding te brengen van het afgedragen successierecht.

omvang van de nalatenschap

Daarmee komt de rechtbank toe aan de beoordeling van de vraag naar de omvang van de nalatenschap van erflaatster.

Nu [gedaagde] en erflaatster niet op huwelijkse voorwaarden zijn getrouwd, is het antwoord op die vraag mede afhankelijk van de vraag door welk rechtsstelsel het huwelijksvermogensregime van [gedaagde] en erflaatster werd beheerst. Deze laatste vraag dient te worden beantwoord met behulp van de verwijzingsregels die de Hoge Raad heeft gegeven in het zogenaamde Chelouche-Van Leer arrest van 10 december 1976 (NJ 1977,275).

Gesteld noch gebleken is dat [gedaagde] en erflaatster ten aanzien van het huwelijksvermogensrecht een rechtskeuze hebben uitgebracht. Evenmin hadden zij ten tijde van de huwelijkssluiting een gemeenschappelijke nationaliteit. Het voorgaande betekent dat dient te worden onderzocht of er een eerste huwelijksdomicilie is aan te wijzen.

Partijen zijn het er over eens dat [gedaagde] en erflaatster in totaal ongeveer twee jaar in Frankrijk hebben gewoond. [gedaagde] stelt verder dat zij na de huwelijkssluiting “enige tijd” in Frankrijk hebben gewoond. Nadien hebben zij zich volgens [gedaagde] in Nederland gevestigd. Partijen zijn het er voorts over eens dat [gedaagde] en erflaatster zich uiteindelijk in Nederland hebben gevestigd, waar zij gedurende bijna 30 jaar samen hebben gewoond. Volgens [eiser] hebben zij na de huwelijkssluiting enige tijd in België gewoond. [gedaagde] betwist dat: alleen hijzelf zou voorafgaand aan de huwelijksvoltrekking in dat land hebben gewoond.

Op grond van de hiervoor weergegeven vaststaande feiten en stellingen kan de rechtbank niet vaststellen dat [gedaagde] en erflaatster in Frankrijk hun eerste huwelijksdomicilie hebben gevestigd. Het is immers onduidelijk gebleven gedurende welke periode zij na de huwelijkssluiting in Frankrijk hebben gewoond. De duur van de vestiging in Frankrijk is echter wel van belang, omdat het domicilie van enige duur moet zijn wil zij aanknopingswaarde hebben.

Uit de stellingen van partijen kan de rechtbank evenmin afleiden dat een eerste huwelijksdomicilie in België of in Nederland is gevestigd. Het is immers niet duidelijk hoeveel tijd er is verstreken tussen de huwelijkssluiting en de vestiging van [gedaagde] en erflaatster in een ander land dan Frankrijk, terwijl het vaste jurisprudentie is dat een eerste huwelijksdomicilie binnen een zekere tijd na de huwelijkssluiting dient te worden gevestigd.

Nu een eerste huwelijksdomicilie niet kan worden aangewezen, dient ten aanzien van de huwelijksvermogenspositie van [gedaagde] en erflaatster te worden aangeknoopt bij de wet van het land waarmee partijen, alle omstandigheden in aanmerking genomen, de nauwste band hebben. De volgende (gestelde) feiten zijn voor die beoordeling van belang.

[gedaagde] en erflaatster hebben zich op zijn laatst binnen twee jaar na de huwelijkssluiting gevestigd in Nederland en hebben hier sindsdien kennelijk onafgebroken, gedurende ongeveer 30 jaar, hun woonplaats gehad. Zij hadden in Nederland bezittingen en op een zeker moment heeft [gedaagde] ook de Nederlandse nationaliteit verkregen. De band met Tunesië bestaat daarin dat [gedaagde] van dat land de nationaliteit bezit en dat hij mogelijk, aldus stelt [eiser], in dat land bezittingen heeft. Met Spanje waren [gedaagde] en erflaatster verbonden door bezittingen, het bezit door erflaatster van de Spaanse nationaliteit en doordat erflaatster enkele keren per jaar haar familie in Spanje bezocht. In Frankrijk hebben [gedaagde] en erflaatster slechts gedurende ongeveer twee jaar gewoond en in dat land is hun huwelijk voltrokken. Verder is er met dat land geen binding. In België heeft ofwel [gedaagde] (voor het huwelijk) alleen, of hebben [gedaagde] en erflaatster (na hun huwelijk) gedurende zeven of negen maanden gewoond.

Op grond van het hiervoor weergegevene, is de rechtbank van oordeel dat [gedaagde] en erflaatster met Nederland de nauwste band hadden. Dit betekent dat hun huwelijksvermogensregime door het Nederlandse recht werd beheerst. Zij waren, nu zij geen huwelijkse voorwaarden hebben opgemaakt, in algehele gemeenschap van goederen gehuwd. De rechtbank heeft dit overigens ook al in haar vonnis van 9 juli 2003 in de zaak tussen partijen met zaaknummer 152293 vastgesteld. Voor de nalatenschap van erflaatster betekent dit dat in beginsel ook de helft van (de waarde van) de goederen die op naam van [gedaagde] staan daartoe behoort. Het is derhalve van belang dat de omvang van de gemeenschap van goederen van [gedaagde] en erflaatster komt vast te staan.

omvang huwelijksgoederengemeenschap

[eiser] betwist dat de omvang van de huwelijksgoederengemeenschap juist is weergegeven op het overzicht van 24 december 2003.

a. verzwegen vermogensbestanddelen

[eiser] stelt – weersproken - dat [gedaagde] vermogensbestanddelen van de huwelijksgemeenschap heeft verzwegen. Het gaat daarbij volgens haar om op naam van [gedaagde] gestelde bankrekeningen en onroerend goed in Tunesië.

Nu [eiser] geen feiten heeft gesteld waaruit kan blijken dat [gedaagde] en/ of erflaatster onroerend goed in Tunesië bezaten, moet haar betwiste stelling in zoverre als onvoldoende feitelijk onderbouwd worden gepasseerd.

Voor wat betreft het ontbreken van op naam van [gedaagde] gestelde bankrekeningen, overweegt de rechtbank als volgt. De bankrekeningen die op het overzicht van 24 december 2003 zijn vermeld, waren kennelijk alle op naam van erflaatster gesteld. Volgens [gedaagde] waren er tijdens het huwelijk met erflaatster geen bank- of andere rekeningen op zijn naam gesteld. Dit laatste acht de rechtbank niet geloofwaardig. Het zou immers betekenen dat [gedaagde] tijdens het huwelijk niet over banktegoeden heeft kunnen beschikken, terwijl hij kennelijk wel een arbeidsinkomen had. [gedaagde] heeft ook niet verklaard waarom hij niet over een bankrekening beschikte, terwijl een dergelijke verklaring – gelet op het voorgaande - wel voor de hand lag. De rechtbank zal [gedaagde] in de gelegenheid stellen om bij akte nader toe te lichten waarom er niet een (mede) op zijn naam gestelde bankrekening was geopend, hoe hij tijdens het huwelijk betalingen deed en hoe hij zijn arbeidsinkomen kreeg uitbetaald. Voorzover mogelijk zal [gedaagde] zijn toelichting met bewijsstukken dienen te onderbouwen. In ieder geval verwacht de rechtbank van hem dat hij stukken overlegt waaruit blijkt op welke wijze hij tijdens het huwelijk zijn arbeidsinkomsten ontving. Dit kan bijvoorbeeld blijken uit salarisspecificaties of, indien hij inkomsten uit een eigen bedrijf ontving, uit door hem aan zijn klanten verstuurde facturen.

b. woning te Malaga, Spanje

Ten aanzien van de woning aan de AV San Isidro 10 te Malaga, Spanje (hierna ook: de Spaanse woning) stelt de rechtbank het volgende voorop. Partijen gaan er van uit dat de woning naar Spaans recht is verdeeld. Voor dit uitgangspunt vind de rechtbank in de gedingstukken onvoldoende aanknopingspunten. Uit het feit dat [eiser] voor de afwikkeling van dit onderdeel van de nalatenschap Spaanse advocaten heeft ingeschakeld kan een dergelijke verdeling niet zonder meer volgen. Uit het overzicht van 24 december 2003 blijkt evenmin van een verdeling naar Spaans recht. In dat overzicht is immers de waarde van de woning meegenomen en is het aldus gevonden saldo van de nalatenschap – anders dan [gedaagde] stelt - tussen de drie erfgenamen gelijkelijk verdeeld. Zou er naar Spaans recht zijn verdeeld, dan zou er in ieder geval van een andere sleutel bij de verdeling van dat saldo zijn uitgegaan. Uit de verdeelsleutel die is gehanteerd bij de uitbetaling van het erfdeel van [eiser] op 6 mei 2004 kan evenmin worden afgeleid dat er is uitgegaan van een verdeling naar Spaans recht. Bij de beoordeling moet er derhalve van worden uitgegaan dat er niet naar Spaans recht, maar naar Nederlands recht is verdeeld. Dit betekent dat artikel 2 van de Wet conflictenrecht erfopvolging niet in zicht komt. De vordering vermeld in 3.1 onder c is dus niet toewijsbaar.

In het overzicht van 24 december 2003 is de Spaanse woning gewaardeerd op NLG 70.791,15. [gedaagde] heeft erkend dat hij daarbij is uitgegaan van de kadastrale waarde die de lokale overheid in 2000 heeft vastgesteld. Nu bij de verdeling dient te worden uitgegaan van de marktwaarde van de woning, in beginsel ten tijde van de verdeling, behoeft het overzicht van 24 december 2003 op dit punt mogelijk correctie. Vooralsnog gaat de rechtbank er van uit dat de Spaanse woning omstreeks 6 mei 2004 aan [gedaagde] is toegescheiden. Partijen kunnen bij akte, gedocumenteerd met bewijsstukken, op deze vooronderstelling ingaan.

Waar partijen het over de marktwaarde van de Spaanse woning niet eens zijn, dient die waarde van die woning door een, door de rechtbank te benoemen, deskundige te worden getaxeerd. De kosten die daarmee zullen zijn gemoeid, komen ten laste van de nalatenschap. Het gaat hier immers om gewone kosten die voor de afwikkeling van de nalatenschap dienen te worden gemaakt. Het voorschot op de kosten van de deskundige zal, gelet op de toescheiding van de woning aan [gedaagde], voor diens rekening komen.

Partijen kunnen zich bij akte uitlaten over het aantal en de persoon van een te benoemen deskundige, bij voorkeur een makelaar met een vestiging in (de omgeving van) Malaga, Spanje, alsmede omtrent de maximaal redelijke hoogte van het voorschot. Vooralsnog is de rechtbank van oordeel dat met de benoeming van één deskundige kan worden volstaan. Het verdient aanbeveling dat partijen te dien aanzien een eenparig geformuleerd voorstel doen.

De rechtbank zal de te benoemen deskundige opdragen de waarde van de woning ten tijde van de verdeling vast te stellen. Partijen hebben geen feiten en omstandigheden aangevoerd die billijken dat de woning tegen een andere datum wordt getaxeerd.

c. auto

In het overzicht van 24 december 2003 is een BMW vermeld uit het bouwjaar 1985, met een waarde van NLG 250,-. Dat de auto thans niet meer bruikbaar is, heeft niet tot gevolg dat bij de (nadere) verdeling niet van de in het overzicht vermelde waarde kan worden uitgegaan. Het aandeel van erflaatster in de auto is immers al aan [gedaagde] toegescheiden. Van dit vermogensrecht heeft hij sindsdien het genot gehad.

[gedaagde] erkent dat op het overzicht van 24 december 2003 ten onrecht niet de BMW uit het bouwjaar 1993 is vermeld. [gedaagde] stelt de waarde van deze auto op EUR 2.750,-. Nu [eiser] dit niet heeft weersproken, zal de rechtbank [gedaagde] daarin volgen. Het saldo van de nalatenschap behoeft in zoverre derhalve nog correctie.

d. inboedel

De waarde van de inboedel van het appartement van [gedaagde] en erflaatster te Rotterdam is door een bedrijf genaamd Den Haan Den Haan getaxeerd op NLG 1.250,-. Een dergelijke waarde komt de rechtbank niet onjuist voor, indien het een gewone inboedel van een zekere leeftijd betreft. [eiser] heeft wel gesteld dat er waardevolle goederen behoorden tot die inboedel, maar zij heeft deze stelling in het geheel niet onderbouwd. Zij had bijvoorbeeld behoren aan te geven welke waardevolle inboedelzaken er volgens haar nog tot de gemeenschap van erflaatster en [gedaagde] behoorden. Nu zij dat heeft nagelaten, moet de rechtbank het er voor houden dat tot die inboedel geen bijzondere, waardevolle zaken behoorden. In zoverre behoeft het overzicht derhalve niet te worden aangepast.

e. bankrekening

Ten aanzien van de à la carte rekening bij Fortis met nummer 64.03.30.819 stelt [eiser] zich op het standpunt dat uitgegaan moet worden van het saldo ten tijde van het overlijden van erflaatster. De rechtbank volgt haar daarin niet. Uitgangspunt voor de waardering is immers in beginsel de datum van de verdeling. Feiten en omstandigheden die billijken dat van een eerdere waarderingsdatum wordt uitgegaan, heeft [eiser] niet gesteld. De omstandigheid dat het hier gaat om een beleggingsrekening billijkt in het bijzonder dat de datum van verdeling voor de waardering tot uitgangspunt wordt genomen. Op dit punt kan het overzicht van 24 december 2003 dan ook als juist worden aangemerkt.

f. effecten

Nadat [gedaagde] bij conclusie van antwoord nader heeft toegelicht dat de saldi van de effectenrekeningen juist zijn weergegeven in het overzicht van 24 december 2003, heeft [eiser] over dit onderdeel van het overzicht geen bezwaren meer naar voren gebracht. De rechtbank kan, nu het overzicht in zoverre door [eiser] niet inhoudelijk is betwist, op dit punt van de juistheid daarvan uitgaan.

g. schuld aan Evenhuis

Op het overzicht van 24 december 2003 is een schuld van [gedaagde] en erflaatster van NLG 35.000,- aan een zekere J.P.H. Evenhuis vermeld. [eiser] betwist dat erflaatster de bijbehorende lening is aangegaan. Haar handtekening op het geschrift met dagtekening 27 december 1999, waarin het bestaan van die schuld is vermeld, zou zijn vervalst. De rechtbank begrijpt de stellingen van [eiser] voorts aldus, dat zij zich op het standpunt stelt dat de schuld zodanig aan [gedaagde] verknocht is, dat deze niet (geheel) in de gemeenschap valt.

Het bestaan van de lening staat vast, nu [eiser] niet heeft betwist dat de lening feitelijk is aangegaan. Dat [eiser] het aangaan van de lening niet noodzakelijk acht, gelet op de vermogenspositie van [gedaagde] en erflaatster, is dan ook niet relevant. Zou komen vast te staan dat de handtekening van erflaatster op het stuk van 27 december 1999 een vervalsing is, dan betekent dit dat de lening slechts door [gedaagde] is aangegaan. Een schuld van [gedaagde] valt ook in de huwelijksgemeenschap, behoudens in het geval dat er sprake is van een bijzondere verknochtheid van de schuld aan [gedaagde]. [eiser] heeft – betwist – gesteld dat de lening is aangegaan in verband met de activiteiten van [gedaagde] in de wijnhandel. Zou deze stelling juist zijn, dan leidt die omstandigheid niet tot een zodanige verknochtheid van de schuld aan [gedaagde], dat deze daardoor niet in de huwelijksgemeenschap valt. Nu [eiser] ook zelf stelt dat de schuld mede ten behoeve van erflaatster is aangegaan, kan van verknochtheid aan [gedaagde] geen sprake zijn. De hiervoor weergegeven stellingen van [eiser] falen derhalve. De schuld valt in de huwelijksgemeenschap, ook indien zou blijken dat de handtekening van erflaatster op het geschrift van 27 december 1999 is vervalst.

Nadat [gedaagde] heeft toegelicht dat er op de lening niet is afgelost, is [eiser] niet meer teruggekomen op het ontbreken van bewijs van enige aflossing. De rechtbank zal gelet daarop ervan uitgaan, dat het overzicht van 24 december 2003 op dit punt juist is.

kosten in verband met de afwikkeling van de nalatenschap

[eiser] betwist voorts diverse op het overzicht van 24 december 2003 vermelde kosten die [gedaagde] ten laste van de nalatenschap heeft gebracht.

Het bedrag aan kosten dat [gedaagde] heeft opgevoerd voor “bloemen Nederland” acht de rechtbank niet onredelijk. Van die kosten heeft [gedaagde] bovendien een factuur overgelegd. Aan de betwisting van die kosten door [eiser] gaat de rechtbank derhalve voorbij.

[gedaagde] heeft diverse kosten opgevoerd voor bijzetting van de urn met de asresten van erflaatster in een (familie)graf in Spanje. Waar [eiser] zelf een factuur heeft overgelegd van de grafsteen die in Spanje is aangeschaft, moet aan haar stelling dat de urn niet in een Spaans graf is bijgezet worden voorbij gegaan.

[eiser] heeft haar betwisting van diverse kostenposten in verband met de bijzetting in Spanje, na het verweer van [gedaagde] niet meer herhaald. Als zij haar stellingen nog altijd handhaaft, dan heeft zij die onvoldoende feitelijk onderbouwd. De rechtbank passeert deze.

verbeurde dwangsommen

Op grond van het voorgaande staat reeds vast dat [gedaagde] niet binnen de door de rechtbank gestelde termijn volledige rekening en verantwoording heeft afgelegd. Op de consequenties die dit voor hem heeft, komt de rechtbank in het eindvonnis nog nader terug.

tenslotte

De zaak zal worden verwezen naar de rol voor aktewisseling, allereerst aan de zijde van [gedaagde]. Voor het overige zal iedere verdere beslissing worden aangehouden.

De beslissing

De rechtbank

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 15 november 2006 voor het vragen van akte aan de zijde van [gedaagde], als bedoeld in rechtsoverwegingen 4.7, 4.13, 4.15 en 4.16,

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.W. Westenberg en in het openbaar uitgesproken op 1 november 2006, in tegenwoordigheid van de griffier.?


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature